Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:9777
2026-07-16
Civiel recht; Goederenrecht
12018281 \ EJ VERZ 25-64, 12065036 \ EJ VERZ 26-2
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Appartementsrecht. Het VvE bestuur mocht niet besluiten de "eerste vergadering" voortaan digitaal te houden en te beperken tot openen en sluiten. Dit vormt een (wezenlijke) inperking van de rechten van de VvE-leden en is in strijd met de wet en de splitsingsakte. Verder is het vaststellen van de notulen zonder daarbij de schriftelijke bezwaren van verzoeker (kenbaar) mee te nemen in strijd met de redelijkheid en billijkheid.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2020:1275 Hoge Raad 10-07-2020
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (23.377 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaak- / rekestnummers: 12018281 \ EJ VERZ 25-64 en 12065036 \ EJ VERZ 26-2
Beschikking van 16 juli 2026
in de zaken van
[verzoeker]
,
te [plaats 1],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
de vereniging van eigenaars
[verweerder]
,
te [plaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. A.J.C. Goldhoorn.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
het verzoekschrift van 15 december 2025 met producties 1 tot en met 9;
de aanvullende producties 10 tot en met 20 van [verzoeker];
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2
:
het verzoekschrift van 20 januari 2026 met producties 1 tot en met 10;
de aanvullende producties 10 (compleet) tot en met 12 van [verzoeker];
t.a.v. beide zaken:
de aanvullende toelichting van [verzoeker] van 7 juni 2026 met producties A1 t/m A5;
het verweerschrift van 10 juni 2026;.
de schriftelijke reactie van [betrokkene] van 10 juni 2026, waarin deze de stellingen van [verzoeker] onderschrijft;
de mondelinge behandeling van 18 juni 2026, waarbij [verzoeker] spreekaantekeningen heeft overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. Feiten
2.1.
[verzoeker] is eigenaar van een appartement aan de [adres 1] te [plaats 1]. Het appartement maakt deel uit van het gebouw “[adres 2] te [plaats 1]” dat bij akte van splitsing van 12 juni 1997 is gesplitst in appartementsrechten. In de akte van splitsing is het Modelreglement 1992 (hierna: het Modelreglement) van toepassing verklaard met enkele wijzingen en aanvullingen.
2.2.
Bij de akte van splitsing is tevens de VvE opgericht. [verzoeker] is, als eigenaar van een appartementsrecht, van rechtswege lid van de VvE.
2.3.
Op 12 november 2024 en 16 december 2024 hebben algemene ledenvergaderingen van de VvE plaatsgevonden. Van die vergaderingen zijn conceptnotulen opgesteld, die aan de leden zijn verstrekt.
2.4.
Op 15 januari 2025 is [verzoeker] een gerechtelijke procedure gestart tegen een aantal leden van het bestuur van de VvE in verband met uitlatingen die zij op de algemene ledenvergadering van 12 november 2024 over [verzoeker] zouden hebben gedaan.
2.5.
Per brieven van 5 en 9 september 2025 aan het bestuur van de VvE heeft [verzoeker] verschillende bezwaren geuit tegen de conceptnotulen van de algemene ledenvergadering van 12 november en 16 december 2024. In deze brieven heeft [verzoeker] per agendapunt aangegeven waar hij bezwaar tegen maakt, en welke correctie of aanvulling hij wenst.
2.6.
Per e-mail van 11 september 2025 heeft de VvE Beheer Groep, de beheerder van de VvE, aan [verzoeker] geantwoord: “Er is sprake van een zitting welke betrekking op de notulen. Tot die tijd zullen er nog geen aanpassingen worden verrichten, hierover zal de rechter een uitspraak doen. Uiteraard staat het u vrij om alvast een voorstel van aanpassing aan te leveren.”
2.7.
Op 23 oktober 2025 heeft een algemene ledenvergadering plaatsgevonden. Per e-mail van 5 december 2025 heeft de beheerder aan de leden het volgende over (het verloop van) die vergadering meegedeeld:
(…) Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 23 oktober jl. is aangegeven dat de uitnodiging voor deze vergadering één dag te laat is verstuurd. De meerderheid van de aanwezige leden heeft destijds ingestemd om de vergadering toch voort te zetten. Tijdens deze vergadering bleek echter dat er structureel onvoldoende stemmen aanwezig waren om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen. Conform de statuten is in dat geval een tweede vergadering noodzakelijk, welke tussen 2 weken en maximaal 6 weken na de eerste vergadering dient plaats te vinden. Omdat inmiddels de maand december is aangebroken en de datum voor deze tweede vergadering niet tijdig bekend is gemaakt, komt de oorspronkelijke eerste vergadering te vervallen. Om deze reden zal de eerste vergadering opnieuw worden gehouden op: Maandag 22 december (…)
Daaronder staat:
Om herhaling in de toekomst te voorkomen, passen wij het proces rondom de ALV’s aan:
De eerste ALV vindt digitaal plaats. Tijdens deze digitale bijeenkomst wordt de vergadering geopend en gesloten. Bij het sluiten van de eerste ALV wordt direct de datum van de tweede ALV vastgesteld en bekendgemaakt. De uitnodiging voor de tweede ALV wort direct na sluiting van de eerste vergadering verzonden. De tweede ALV vindt fysiek plaats, zodat rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen. Wij hopen u hiermee duidelijk te hebben geïnformeerd.
2.8.
Per brief van 12 december 2025 heeft [verzoeker] onder meer het volgende aan het bestuur geschreven:Naar aanleiding van de stukken voor de Algemene Ledenvergadering van 22 december 2025 heb ik vastgesteld dat de notulen van 12 november 2024 en 16 december 2024 opnieuw in ongewijzigde vorm ter vaststelling worden voorgelegd. Dit betekent dat mijn formeel ingediende correctieverzoeken van 5 en 9 september 2025 tot op heden niet zijn verwerkt en ook niet inhoudelijk zijn behandeld. Ik verzoek u deze brief te beschouwen als een ingekomen stuk ten behoeve van de ALV van 22 december 2025 en deze binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn bij de vergadering te betrekken. (…) Ik bevestig hierbij mijn eerdere correctieverzoeken en verzoek het bestuur en de beheerder nogmaals om:
1. de voorgestelde correcties alsnog te verwerken, dan wel
2. De vaststelling van de notulen aan te houden totdat deze correcties inhoudelijk zijn behandeld.
Ik maak hierbij uitdrukkelijk bezwaar tegen vaststelling van de notulen in hun huidige vorm tijdens de vergadering van 22 december 2025.
2.9.
Op de algemene ledenvergadering van 22 december 2025 was [verzoeker] niet persoonlijk aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door een gevolmachtigde. In de (concept)notulen van deze vergadering staat onder meer het volgende onder het kopje “4. Mededelingen en of ingekomen stukken”:
(…) 1ste vergadering digitaal beleggen
De toekomstige reguliere eerste Algemene Ledenvergadering (ALV) zal digitaal of in een gemeenschappelijke ruimte worden gehouden en betreft uitsluitend het openen en sluiten van de vergadering. Tijdens deze vergadering wordt tevens de datum van de tweede reglementaire ALV bekend gemaakt, waarna de officiële uitnodiging voor de tweede ALV volgt. Deze tweede vergadering vindt fysiek plaats, zoals normaal onze eerste ALV’s gehouden worden. Tijdens de tweede vergadering worden de agendapunten informatief besproken en worden direct de rechtsgeldige besluiten genomen. Een eigenaar vraagt of deze methode haalbaar is. De voorzitter licht toe dat meerdere rechtszaken hebben bevestigd dat deze manier van vergaderen rechtsgeldig is.
En onder het kopje “5. Notulen vorige vergaderingen 12-11-2024 en 16-12-2024”:
De notulen van de vorige vergadering worden kort besproken. Er zijn geen opmerkingen en/of aanvullingen op de notulen van de vorige vergadering. De besluitvorming met betrekking tot de notulen zal plaatsvinden tijdens de daaropvolgende tweede vergadering.
2.10.
Op 8 januari 2026 heeft een (tweede) algemene ledenvergaderingen plaatsgevonden. In de (concept)notulen van deze vergadering staat onder het kopje “5. Notulen vorige vergaderingen 12-11-2024 en 16-12-2024” het volgende:
Aan de leden wordt gevraagd om de notulen van de vorige vergaderingen vast te stellen.
2.11.
Op 6 mei 2026 heeft de rechtbank Noord-Holland in de zaak van [verzoeker] tegen een aantal (oud)bestuursleden van de VvE geoordeeld dat zij geen onrechtmatige uitlatingen hebben gedaan tijdens de VvE-vergadering van 12 november 2024.
3. De verzoeken en het verweer
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
3.1.
In de zaak met zaak-/rekestnummer 12018281 \ EJ VERZ 25-64 verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter:
primair:
- het bestuursbesluit van 5 december 2025 vernietigt,
subsidiair:
- voor recht verklaart dat het bestuursbesluit van 5 december 2025 nietig is,
meer subsidiair:
- het bestuur verbiedt de aangekondigde digitale procedure toe te passen/herhalen en toekomstige ALV’s te beleggen zonder reglementswijziging en expliciete ALV-instemming per vergadering.
uiterst subsidiair:
bepaalt dat voor toekomstige digitale/hybride ALV’s cumulatief vereist is:
- een reglementswijziging ex artikel 5:139 van het Burgerlijk Wetboek (BW),
- ALV-instemming per vergadering,
- procedurele waarborgen (identificatie, quorumcontrole, beraadslaging, stemverificatie),
- materiële gelijkwaardigheid fysiek/digitaal (artikel 2:8/2:9 BW).
en aanvullend:
- het bestuur gelast toekomstige agenda-wijzigingen te melden conform artikel 33 lid 5 van het Modelreglement 1992;
- het bestuur te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
[verzoeker] legt aan het verzoek ten grondslag dat het bestuur van de VvE op 5 december 2025 eenzijdig een volledig nieuwe vergaderprocedure heeft aangekondigd, die niet door de algemene ledenvergadering is vastgesteld. Omdat het Modelreglement alleen voorziet in fysieke vergaderingen, vormt dit een ingrijpende wijziging die niet door het bestuur, maar uitsluitend door de algemene ledenvergadering kan worden vastgesteld.
3.3.
De VvE voert verweer. Volgens de VvE is [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoek omdat van een bestuursbesluit geen sprake is. Voor zover wel sprake is van een besluit, heeft het besluit geen geldigheid omdat het bestuur geen vergaderprocedures kan aanpassen. Ter zitting heeft de VvE daaraan toegevoegd dat de algemene ledenvergadering heeft ingestemd met de aanpassing van de vergaderprocedure en dat dat besluit hier niet ter beoordeling voorligt.
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2
3.4.
In de zaak 12065036 \ EJ VERZ 26-2 verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter:
- het besluit van de VvE van 8 januari 2026 ter vaststelling van de notulen van de vergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 vernietigt,
- de VvE een publicatieverbod oplegt voor deze notulen, zolang geen rechtsgeldig vaststellingsbesluit bestaat,
- een verbod oplegt de notulen ter vaststelling te agenderen zonder dat vooraf een herzien concept is toegezonden waarin zijn correctieverzoeken zijn verwerkt,
- de VvE veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 250,00 per overtreding, met een maximum van € 10.000,00,
- de VvE veroordeelt in de proceskosten.
3.5.
[verzoeker] legt aan het verzoek ten grondslag dat het besluit tot vaststelling van de notulen van de vergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 in strijd is met artikel 40 van het Modelreglement en de redelijkheid en billijkheid. Volgens [verzoeker] bevatten de notulen geen juiste en volledige weergave van het verhandelde op die vergaderingen. Op zijn verzoeken om rectificatie is nooit inhoudelijk gereageerd en deze zijn ook nooit op de agenda van een algemene ledenvergadering geplaatst.
3.6.
De VvE voert verweer. Zij voert aan dat [verzoeker] geen belang heeft bij de verzochte vernietiging van het vaststellingsbesluit. De woorden waar [verzoeker] bezwaar tegen maakt zijn immers al getoetst door de rechter. [verzoeker] is door deze woorden niet in zijn eer of goede naam aangetast. De notulen hoeven bovendien geen exacte woordelijke weergave te zijn van hetgeen gezegd is. De overige aanvullende vorderingen missen een onderbouwing en grondslag. Mocht de kantonrechter oordelen dat de notulen aangepast moeten worden dan zal de VvE dit doen. Een dwangsom is niet nodig. De VvE verzoekt om bij afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] ten aanzien van de proceskosten een verhoogd tarief te hanteren.
4De beoordeling
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
Bevoegdheid kantonrechter
4.1.
[verzoeker] doet onder meer een beroep op de nietigheid van het bestuursbesluit van 5 december 2025. Een vordering strekkende tot nietigheid van een besluit dient in beginsel niet aan de kantonrechter maar aan de rechtbank in een dagvaardingsprocedure te worden voorgelegd. Aangezien [verzoeker] zich echter zowel op de nietigheid als de vernietigbaarheid van het besluit beroept, acht de kantonrechter zich in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2020 bevoegd om het volledige verzoek te behandelen en daarover te beslissen.
Het bestuursbesluit is nietig
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat het bericht van 5 december 2025 (zie hiervoor onder 2.7) moet worden aangemerkt als een bestuursbesluit. De bewoordingen “wij passen het proces rondom de ALV’s aan” duiden op een beslissing van het bestuur. Dat een dergelijk besluit door de algemene ledenvergadering is genomen is ook niet gebleken. Daarnaast betreft het hier niet slechts een organisatorisch aspect waarmee geen rechtsgevolg wordt beoogd. In artikel 36 van het Modelreglement staat immers: “Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijke gevolmachtigde al dan niet lid van de vereniging, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen (…)”. Door te bepalen dat de eerste vergadering digitaal zal worden gehouden en uitsluitend bedoeld is om de vergadering “te openen en te sluiten”, is op voorhand uitgesloten dat de leden op deze “bijeenkomst” agendapunten kunnen bespreken en besluiten kunnen nemen. Daarmee is sprake van een (wezenlijke) inperking van de rechten van de leden.
4.3.
Het bestuur was ook niet bevoegd om het betreffende besluit te nemen. De wet noch de splitsingsakte noch het Modelreglement geven het bestuur de bevoegdheid om de vergaderstructuur op deze wijze aan te passen. Het bestuursbesluit van 5 december 2025 is daarom nietig. Hoewel het met het oog op efficiënte besluitvorming een begrijpelijke aanpassing is, vereist een dergelijke aanpassing een geldig besluit van de algemene ledenvergadering. Dat nadien een dergelijk besluit is genomen is niet gebleken en doet overigens ook niet af aan de nietigheid van het bestuursbesluit.
4.4.
Aangezien sprake is van een nietig bestuursbesluit, zal de subsidiair gevorderde verklaring voor recht worden gegeven.
De overige verzoeken
4.5.
Omdat het subsidiaire verzoek wordt toegewezen, komt de kantonrechter – zoals ook ter zitting is besproken – niet toe aan het meer en uiterst subsidiair verzochte.
4.6.
Het aanvullende verzoek om het bestuur te gelasten toekomstige agendawijzigingen te melden conform artikel 33 lid 5 van het Modelreglement wordt afgewezen. [verzoeker] heeft dit verzoek onvoldoende toegelicht. Het genoemde artikel ziet ook niet op agenda-wijzigingen. Voor zover [verzoeker] het oog heeft op artikel 33 lid 8 van het Modelreglement geldt dat het bestuur daar op grond van dat artikel al toe gehouden is.
Proceskosten
4.7.
Het bestuur van de VvE krijgt overwegend ongelijk. De VvE zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de kant van [verzoeker] begroot op een bedrag van € 115,00, bestaande uit een bedrag van € 90,00 aan griffierecht en een forfaitaire vergoeding van € 25,00.
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2:
De goedkeuringsbesluiten van 6 januari 2026 worden vernietigd
4.8.
Op 6 januari 2026 heeft de algemene ledenvergadering de notulen van de vergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 vastgesteld. Dit is een besluit dat door de kantonrechter kan worden vernietigd wanneer de wijze van totstandkoming in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.
4.9.
Vast staat dat [verzoeker] per brieven van 5 en 9 september 2025 bij het bestuur schriftelijke bezwaren heeft ingediend tegen de conceptnotulen van de genoemde vergaderingen. In deze brieven heeft [verzoeker] per agendapunt aangegeven waar hij bezwaar tegen maakt en welke correctie of aanvulling hij wenst. Niet is gebleken dat deze bezwaren op enig moment bij een agenda van een vergadering zijn gevoegd of op een andere wijze door het bestuur met de overige leden zijn gedeeld. Per brief van 12 december 2025 heeft [verzoeker] zich er bij het bestuur over beklaagd dat uit de stukken van de algemene ledenvergadering van 22 december 2025 blijkt dat ondanks zijn verzoeken de notulen in ongewijzigde vorm ter vaststelling worden voorgelegd. Hij verzoekt die brief te beschouwen als een ingekomen stuk ten behoeve van de algemene ledenvergadering van 22 december 2025 en deze bij de vergadering te betrekken. Dit is echter niet gebeurd. Uit de conceptnotulen van die vergadering (waarbij [verzoeker] niet zelf aanwezig was maar vertegenwoordigd werd door een gevolmachtigde) staat slechts dat de notulen kort worden besproken en dat er “geen opmerkingen en/of aanvullingen” op de notulen zijn. Medegedeeld wordt dat de besluitvorming met betrekking tot de notulen zal plaatsvinden tijdens de daaropvolgende tweede vergadering van 8 januari 2026.
4.10.
Uit de conceptnotulen van de vergadering van 8 januari 2026 blijkt evenmin dat de bezwaren van [verzoeker] tegen diverse passages in de notulen van 12 november 2024 en 16 december 2024 met de overige leden zijn gedeeld. In de notulen staat slechts dat aan de leden wordt gevraagd deze notulen vast te stellen. Onduidelijk is waarom het bestuur de brieven met bezwaren van [verzoeker] niet bij de agenda heeft gevoegd, zodat de overige leden daarvan kennis hadden kunnen nemen. Hierdoor zijn de bezwaren van [verzoeker] niet (kenbaar) in de besluitvorming betrokken, waardoor de leden geen volledige en zorgvuldige afweging hebben kunnen maken bij de vaststelling van de notulen. Doordat de leden onvoldoende zijn geïnformeerd is het besluit tot stand gekomen in strijd met de door de redelijkheid en billijkheid vereiste zorgvuldigheid. Dat betekent dat het besluit van de vergadering van 8 januari 202 tot vaststelling van de notulen van 12 november 2024 en 16 december 2024 wordt vernietigd.
De verzochte verboden
4.11.
Het verzochte publicatieverbod zal worden toegewezen in die zin dat de betreffende notulen worden verwijderd van de portal, zolang geen rechtsgeldig vaststellingsbesluit tot stand is gekomen. Voor oplegging van een dwangsom ziet de kantonrechter geen aanleiding.
4.12.
Het verzoek om een verbod de notulen ter vaststelling te agenderen zonder dat vooraf een herzien concept is toegezonden waarin de correctieverzoeken van [verzoeker] zijn verwerkt, wordt afgewezen. De VvE is slechts gehouden om een nieuw besluit te nemen waarbij de zienswijze van [verzoeker] met betrekking tot de conceptnotulen kenbaar is betrokken. Dit betekent niet dat de correctieverzoeken van [verzoeker] reeds in een herzien concept moeten zijn verwerkt.
Proceskosten
4.13.
De VvE krijgt overwegend ongelijk en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de kant van [verzoeker] begroot op een bedrag van € 118,00 bestaande uit een bedrag van € 93,00 aan griffierecht en een forfaitaire vergoeding van € 25,00.
5De beslissing
De kantonrechter
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
5.1.
verklaart voor recht dat het bestuursbesluit van 5 december 2025, zoals onder 2.7. geciteerd, nietig is,
5.2.
veroordeelt de VvE tot betaling van de proceskosten van € 115,00;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af;
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2:
5.4.
vernietigt het besluit van de VvE van 8 januari 2026 ter vaststelling van de notulen van de algemene ledenvergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024;
5.5.
verbiedt de publicatie van de notulen van de algemene ledenvergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 op de portal zolang geen rechtsgeldig vaststellingsbesluit tot stand is gekomen;
5.6.
veroordeelt de VvE tot betaling van de proceskosten van € 118,00;
5.7.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
Op grond van artikel 5:130 BW.
van artikel 2:8 BW.
ECLI:NL:HR:2020:1275.
artikelen 2:14/2:15 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 2:14 BW.
Op grond van artikel 2:15 BW in samenhang met artikel 5:130 BW.
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaak- / rekestnummers: 12018281 \ EJ VERZ 25-64 en 12065036 \ EJ VERZ 26-2
Beschikking van 16 juli 2026
in de zaken van
[verzoeker]
,
te [plaats 1],
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker],
procederend in persoon,
tegen
de vereniging van eigenaars
[verweerder]
,
te [plaats 2],
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: mr. A.J.C. Goldhoorn.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
het verzoekschrift van 15 december 2025 met producties 1 tot en met 9;
de aanvullende producties 10 tot en met 20 van [verzoeker];
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2
:
het verzoekschrift van 20 januari 2026 met producties 1 tot en met 10;
de aanvullende producties 10 (compleet) tot en met 12 van [verzoeker];
t.a.v. beide zaken:
de aanvullende toelichting van [verzoeker] van 7 juni 2026 met producties A1 t/m A5;
het verweerschrift van 10 juni 2026;.
de schriftelijke reactie van [betrokkene] van 10 juni 2026, waarin deze de stellingen van [verzoeker] onderschrijft;
de mondelinge behandeling van 18 juni 2026, waarbij [verzoeker] spreekaantekeningen heeft overgelegd en waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2. Feiten
2.1.
[verzoeker] is eigenaar van een appartement aan de [adres 1] te [plaats 1]. Het appartement maakt deel uit van het gebouw “[adres 2] te [plaats 1]” dat bij akte van splitsing van 12 juni 1997 is gesplitst in appartementsrechten. In de akte van splitsing is het Modelreglement 1992 (hierna: het Modelreglement) van toepassing verklaard met enkele wijzingen en aanvullingen.
2.2.
Bij de akte van splitsing is tevens de VvE opgericht. [verzoeker] is, als eigenaar van een appartementsrecht, van rechtswege lid van de VvE.
2.3.
Op 12 november 2024 en 16 december 2024 hebben algemene ledenvergaderingen van de VvE plaatsgevonden. Van die vergaderingen zijn conceptnotulen opgesteld, die aan de leden zijn verstrekt.
2.4.
Op 15 januari 2025 is [verzoeker] een gerechtelijke procedure gestart tegen een aantal leden van het bestuur van de VvE in verband met uitlatingen die zij op de algemene ledenvergadering van 12 november 2024 over [verzoeker] zouden hebben gedaan.
2.5.
Per brieven van 5 en 9 september 2025 aan het bestuur van de VvE heeft [verzoeker] verschillende bezwaren geuit tegen de conceptnotulen van de algemene ledenvergadering van 12 november en 16 december 2024. In deze brieven heeft [verzoeker] per agendapunt aangegeven waar hij bezwaar tegen maakt, en welke correctie of aanvulling hij wenst.
2.6.
Per e-mail van 11 september 2025 heeft de VvE Beheer Groep, de beheerder van de VvE, aan [verzoeker] geantwoord: “Er is sprake van een zitting welke betrekking op de notulen. Tot die tijd zullen er nog geen aanpassingen worden verrichten, hierover zal de rechter een uitspraak doen. Uiteraard staat het u vrij om alvast een voorstel van aanpassing aan te leveren.”
2.7.
Op 23 oktober 2025 heeft een algemene ledenvergadering plaatsgevonden. Per e-mail van 5 december 2025 heeft de beheerder aan de leden het volgende over (het verloop van) die vergadering meegedeeld:
(…) Tijdens de Algemene Ledenvergadering van 23 oktober jl. is aangegeven dat de uitnodiging voor deze vergadering één dag te laat is verstuurd. De meerderheid van de aanwezige leden heeft destijds ingestemd om de vergadering toch voort te zetten. Tijdens deze vergadering bleek echter dat er structureel onvoldoende stemmen aanwezig waren om rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen. Conform de statuten is in dat geval een tweede vergadering noodzakelijk, welke tussen 2 weken en maximaal 6 weken na de eerste vergadering dient plaats te vinden. Omdat inmiddels de maand december is aangebroken en de datum voor deze tweede vergadering niet tijdig bekend is gemaakt, komt de oorspronkelijke eerste vergadering te vervallen. Om deze reden zal de eerste vergadering opnieuw worden gehouden op: Maandag 22 december (…)
Daaronder staat:
Om herhaling in de toekomst te voorkomen, passen wij het proces rondom de ALV’s aan:
De eerste ALV vindt digitaal plaats. Tijdens deze digitale bijeenkomst wordt de vergadering geopend en gesloten. Bij het sluiten van de eerste ALV wordt direct de datum van de tweede ALV vastgesteld en bekendgemaakt. De uitnodiging voor de tweede ALV wort direct na sluiting van de eerste vergadering verzonden. De tweede ALV vindt fysiek plaats, zodat rechtsgeldige besluiten kunnen worden genomen. Wij hopen u hiermee duidelijk te hebben geïnformeerd.
2.8.
Per brief van 12 december 2025 heeft [verzoeker] onder meer het volgende aan het bestuur geschreven:Naar aanleiding van de stukken voor de Algemene Ledenvergadering van 22 december 2025 heb ik vastgesteld dat de notulen van 12 november 2024 en 16 december 2024 opnieuw in ongewijzigde vorm ter vaststelling worden voorgelegd. Dit betekent dat mijn formeel ingediende correctieverzoeken van 5 en 9 september 2025 tot op heden niet zijn verwerkt en ook niet inhoudelijk zijn behandeld. Ik verzoek u deze brief te beschouwen als een ingekomen stuk ten behoeve van de ALV van 22 december 2025 en deze binnen de daarvoor geldende wettelijke termijn bij de vergadering te betrekken. (…) Ik bevestig hierbij mijn eerdere correctieverzoeken en verzoek het bestuur en de beheerder nogmaals om:
1. de voorgestelde correcties alsnog te verwerken, dan wel
2. De vaststelling van de notulen aan te houden totdat deze correcties inhoudelijk zijn behandeld.
Ik maak hierbij uitdrukkelijk bezwaar tegen vaststelling van de notulen in hun huidige vorm tijdens de vergadering van 22 december 2025.
2.9.
Op de algemene ledenvergadering van 22 december 2025 was [verzoeker] niet persoonlijk aanwezig, maar werd hij vertegenwoordigd door een gevolmachtigde. In de (concept)notulen van deze vergadering staat onder meer het volgende onder het kopje “4. Mededelingen en of ingekomen stukken”:
(…) 1ste vergadering digitaal beleggen
De toekomstige reguliere eerste Algemene Ledenvergadering (ALV) zal digitaal of in een gemeenschappelijke ruimte worden gehouden en betreft uitsluitend het openen en sluiten van de vergadering. Tijdens deze vergadering wordt tevens de datum van de tweede reglementaire ALV bekend gemaakt, waarna de officiële uitnodiging voor de tweede ALV volgt. Deze tweede vergadering vindt fysiek plaats, zoals normaal onze eerste ALV’s gehouden worden. Tijdens de tweede vergadering worden de agendapunten informatief besproken en worden direct de rechtsgeldige besluiten genomen. Een eigenaar vraagt of deze methode haalbaar is. De voorzitter licht toe dat meerdere rechtszaken hebben bevestigd dat deze manier van vergaderen rechtsgeldig is.
En onder het kopje “5. Notulen vorige vergaderingen 12-11-2024 en 16-12-2024”:
De notulen van de vorige vergadering worden kort besproken. Er zijn geen opmerkingen en/of aanvullingen op de notulen van de vorige vergadering. De besluitvorming met betrekking tot de notulen zal plaatsvinden tijdens de daaropvolgende tweede vergadering.
2.10.
Op 8 januari 2026 heeft een (tweede) algemene ledenvergaderingen plaatsgevonden. In de (concept)notulen van deze vergadering staat onder het kopje “5. Notulen vorige vergaderingen 12-11-2024 en 16-12-2024” het volgende:
Aan de leden wordt gevraagd om de notulen van de vorige vergaderingen vast te stellen.
2.11.
Op 6 mei 2026 heeft de rechtbank Noord-Holland in de zaak van [verzoeker] tegen een aantal (oud)bestuursleden van de VvE geoordeeld dat zij geen onrechtmatige uitlatingen hebben gedaan tijdens de VvE-vergadering van 12 november 2024.
3. De verzoeken en het verweer
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
3.1.
In de zaak met zaak-/rekestnummer 12018281 \ EJ VERZ 25-64 verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter:
primair:
- het bestuursbesluit van 5 december 2025 vernietigt,
subsidiair:
- voor recht verklaart dat het bestuursbesluit van 5 december 2025 nietig is,
meer subsidiair:
- het bestuur verbiedt de aangekondigde digitale procedure toe te passen/herhalen en toekomstige ALV’s te beleggen zonder reglementswijziging en expliciete ALV-instemming per vergadering.
uiterst subsidiair:
bepaalt dat voor toekomstige digitale/hybride ALV’s cumulatief vereist is:
- een reglementswijziging ex artikel 5:139 van het Burgerlijk Wetboek (BW),
- ALV-instemming per vergadering,
- procedurele waarborgen (identificatie, quorumcontrole, beraadslaging, stemverificatie),
- materiële gelijkwaardigheid fysiek/digitaal (artikel 2:8/2:9 BW).
en aanvullend:
- het bestuur gelast toekomstige agenda-wijzigingen te melden conform artikel 33 lid 5 van het Modelreglement 1992;
- het bestuur te veroordelen in de kosten van deze procedure.
3.2.
[verzoeker] legt aan het verzoek ten grondslag dat het bestuur van de VvE op 5 december 2025 eenzijdig een volledig nieuwe vergaderprocedure heeft aangekondigd, die niet door de algemene ledenvergadering is vastgesteld. Omdat het Modelreglement alleen voorziet in fysieke vergaderingen, vormt dit een ingrijpende wijziging die niet door het bestuur, maar uitsluitend door de algemene ledenvergadering kan worden vastgesteld.
3.3.
De VvE voert verweer. Volgens de VvE is [verzoeker] niet ontvankelijk in zijn verzoek omdat van een bestuursbesluit geen sprake is. Voor zover wel sprake is van een besluit, heeft het besluit geen geldigheid omdat het bestuur geen vergaderprocedures kan aanpassen. Ter zitting heeft de VvE daaraan toegevoegd dat de algemene ledenvergadering heeft ingestemd met de aanpassing van de vergaderprocedure en dat dat besluit hier niet ter beoordeling voorligt.
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2
3.4.
In de zaak 12065036 \ EJ VERZ 26-2 verzoekt [verzoeker] dat de kantonrechter:
- het besluit van de VvE van 8 januari 2026 ter vaststelling van de notulen van de vergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 vernietigt,
- de VvE een publicatieverbod oplegt voor deze notulen, zolang geen rechtsgeldig vaststellingsbesluit bestaat,
- een verbod oplegt de notulen ter vaststelling te agenderen zonder dat vooraf een herzien concept is toegezonden waarin zijn correctieverzoeken zijn verwerkt,
- de VvE veroordeelt tot betaling van een dwangsom van € 250,00 per overtreding, met een maximum van € 10.000,00,
- de VvE veroordeelt in de proceskosten.
3.5.
[verzoeker] legt aan het verzoek ten grondslag dat het besluit tot vaststelling van de notulen van de vergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 in strijd is met artikel 40 van het Modelreglement en de redelijkheid en billijkheid. Volgens [verzoeker] bevatten de notulen geen juiste en volledige weergave van het verhandelde op die vergaderingen. Op zijn verzoeken om rectificatie is nooit inhoudelijk gereageerd en deze zijn ook nooit op de agenda van een algemene ledenvergadering geplaatst.
3.6.
De VvE voert verweer. Zij voert aan dat [verzoeker] geen belang heeft bij de verzochte vernietiging van het vaststellingsbesluit. De woorden waar [verzoeker] bezwaar tegen maakt zijn immers al getoetst door de rechter. [verzoeker] is door deze woorden niet in zijn eer of goede naam aangetast. De notulen hoeven bovendien geen exacte woordelijke weergave te zijn van hetgeen gezegd is. De overige aanvullende vorderingen missen een onderbouwing en grondslag. Mocht de kantonrechter oordelen dat de notulen aangepast moeten worden dan zal de VvE dit doen. Een dwangsom is niet nodig. De VvE verzoekt om bij afwijzing van de verzoeken van [verzoeker] ten aanzien van de proceskosten een verhoogd tarief te hanteren.
4De beoordeling
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
Bevoegdheid kantonrechter
4.1.
[verzoeker] doet onder meer een beroep op de nietigheid van het bestuursbesluit van 5 december 2025. Een vordering strekkende tot nietigheid van een besluit dient in beginsel niet aan de kantonrechter maar aan de rechtbank in een dagvaardingsprocedure te worden voorgelegd. Aangezien [verzoeker] zich echter zowel op de nietigheid als de vernietigbaarheid van het besluit beroept, acht de kantonrechter zich in lijn met het arrest van de Hoge Raad van 10 juli 2020 bevoegd om het volledige verzoek te behandelen en daarover te beslissen.
Het bestuursbesluit is nietig
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat het bericht van 5 december 2025 (zie hiervoor onder 2.7) moet worden aangemerkt als een bestuursbesluit. De bewoordingen “wij passen het proces rondom de ALV’s aan” duiden op een beslissing van het bestuur. Dat een dergelijk besluit door de algemene ledenvergadering is genomen is ook niet gebleken. Daarnaast betreft het hier niet slechts een organisatorisch aspect waarmee geen rechtsgevolg wordt beoogd. In artikel 36 van het Modelreglement staat immers: “Ieder der eigenaars is bevoegd, hetzij in persoon, hetzij bij een schriftelijke gevolmachtigde al dan niet lid van de vereniging, de vergadering bij te wonen, daarin het woord te voeren en het stemrecht uit te oefenen (…)”. Door te bepalen dat de eerste vergadering digitaal zal worden gehouden en uitsluitend bedoeld is om de vergadering “te openen en te sluiten”, is op voorhand uitgesloten dat de leden op deze “bijeenkomst” agendapunten kunnen bespreken en besluiten kunnen nemen. Daarmee is sprake van een (wezenlijke) inperking van de rechten van de leden.
4.3.
Het bestuur was ook niet bevoegd om het betreffende besluit te nemen. De wet noch de splitsingsakte noch het Modelreglement geven het bestuur de bevoegdheid om de vergaderstructuur op deze wijze aan te passen. Het bestuursbesluit van 5 december 2025 is daarom nietig. Hoewel het met het oog op efficiënte besluitvorming een begrijpelijke aanpassing is, vereist een dergelijke aanpassing een geldig besluit van de algemene ledenvergadering. Dat nadien een dergelijk besluit is genomen is niet gebleken en doet overigens ook niet af aan de nietigheid van het bestuursbesluit.
4.4.
Aangezien sprake is van een nietig bestuursbesluit, zal de subsidiair gevorderde verklaring voor recht worden gegeven.
De overige verzoeken
4.5.
Omdat het subsidiaire verzoek wordt toegewezen, komt de kantonrechter – zoals ook ter zitting is besproken – niet toe aan het meer en uiterst subsidiair verzochte.
4.6.
Het aanvullende verzoek om het bestuur te gelasten toekomstige agendawijzigingen te melden conform artikel 33 lid 5 van het Modelreglement wordt afgewezen. [verzoeker] heeft dit verzoek onvoldoende toegelicht. Het genoemde artikel ziet ook niet op agenda-wijzigingen. Voor zover [verzoeker] het oog heeft op artikel 33 lid 8 van het Modelreglement geldt dat het bestuur daar op grond van dat artikel al toe gehouden is.
Proceskosten
4.7.
Het bestuur van de VvE krijgt overwegend ongelijk. De VvE zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de kant van [verzoeker] begroot op een bedrag van € 115,00, bestaande uit een bedrag van € 90,00 aan griffierecht en een forfaitaire vergoeding van € 25,00.
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2:
De goedkeuringsbesluiten van 6 januari 2026 worden vernietigd
4.8.
Op 6 januari 2026 heeft de algemene ledenvergadering de notulen van de vergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 vastgesteld. Dit is een besluit dat door de kantonrechter kan worden vernietigd wanneer de wijze van totstandkoming in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist.
4.9.
Vast staat dat [verzoeker] per brieven van 5 en 9 september 2025 bij het bestuur schriftelijke bezwaren heeft ingediend tegen de conceptnotulen van de genoemde vergaderingen. In deze brieven heeft [verzoeker] per agendapunt aangegeven waar hij bezwaar tegen maakt en welke correctie of aanvulling hij wenst. Niet is gebleken dat deze bezwaren op enig moment bij een agenda van een vergadering zijn gevoegd of op een andere wijze door het bestuur met de overige leden zijn gedeeld. Per brief van 12 december 2025 heeft [verzoeker] zich er bij het bestuur over beklaagd dat uit de stukken van de algemene ledenvergadering van 22 december 2025 blijkt dat ondanks zijn verzoeken de notulen in ongewijzigde vorm ter vaststelling worden voorgelegd. Hij verzoekt die brief te beschouwen als een ingekomen stuk ten behoeve van de algemene ledenvergadering van 22 december 2025 en deze bij de vergadering te betrekken. Dit is echter niet gebeurd. Uit de conceptnotulen van die vergadering (waarbij [verzoeker] niet zelf aanwezig was maar vertegenwoordigd werd door een gevolmachtigde) staat slechts dat de notulen kort worden besproken en dat er “geen opmerkingen en/of aanvullingen” op de notulen zijn. Medegedeeld wordt dat de besluitvorming met betrekking tot de notulen zal plaatsvinden tijdens de daaropvolgende tweede vergadering van 8 januari 2026.
4.10.
Uit de conceptnotulen van de vergadering van 8 januari 2026 blijkt evenmin dat de bezwaren van [verzoeker] tegen diverse passages in de notulen van 12 november 2024 en 16 december 2024 met de overige leden zijn gedeeld. In de notulen staat slechts dat aan de leden wordt gevraagd deze notulen vast te stellen. Onduidelijk is waarom het bestuur de brieven met bezwaren van [verzoeker] niet bij de agenda heeft gevoegd, zodat de overige leden daarvan kennis hadden kunnen nemen. Hierdoor zijn de bezwaren van [verzoeker] niet (kenbaar) in de besluitvorming betrokken, waardoor de leden geen volledige en zorgvuldige afweging hebben kunnen maken bij de vaststelling van de notulen. Doordat de leden onvoldoende zijn geïnformeerd is het besluit tot stand gekomen in strijd met de door de redelijkheid en billijkheid vereiste zorgvuldigheid. Dat betekent dat het besluit van de vergadering van 8 januari 202 tot vaststelling van de notulen van 12 november 2024 en 16 december 2024 wordt vernietigd.
De verzochte verboden
4.11.
Het verzochte publicatieverbod zal worden toegewezen in die zin dat de betreffende notulen worden verwijderd van de portal, zolang geen rechtsgeldig vaststellingsbesluit tot stand is gekomen. Voor oplegging van een dwangsom ziet de kantonrechter geen aanleiding.
4.12.
Het verzoek om een verbod de notulen ter vaststelling te agenderen zonder dat vooraf een herzien concept is toegezonden waarin de correctieverzoeken van [verzoeker] zijn verwerkt, wordt afgewezen. De VvE is slechts gehouden om een nieuw besluit te nemen waarbij de zienswijze van [verzoeker] met betrekking tot de conceptnotulen kenbaar is betrokken. Dit betekent niet dat de correctieverzoeken van [verzoeker] reeds in een herzien concept moeten zijn verwerkt.
Proceskosten
4.13.
De VvE krijgt overwegend ongelijk en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Deze worden aan de kant van [verzoeker] begroot op een bedrag van € 118,00 bestaande uit een bedrag van € 93,00 aan griffierecht en een forfaitaire vergoeding van € 25,00.
5De beslissing
De kantonrechter
t.a.v. 12018281 \ EJ VERZ 25-64:
5.1.
verklaart voor recht dat het bestuursbesluit van 5 december 2025, zoals onder 2.7. geciteerd, nietig is,
5.2.
veroordeelt de VvE tot betaling van de proceskosten van € 115,00;
5.3.
wijst het meer of anders verzochte af;
t.a.v. 12065036 \ EJ VERZ 26-2:
5.4.
vernietigt het besluit van de VvE van 8 januari 2026 ter vaststelling van de notulen van de algemene ledenvergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024;
5.5.
verbiedt de publicatie van de notulen van de algemene ledenvergaderingen van 12 november 2024 en 16 december 2024 op de portal zolang geen rechtsgeldig vaststellingsbesluit tot stand is gekomen;
5.6.
veroordeelt de VvE tot betaling van de proceskosten van € 118,00;
5.7.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
Op grond van artikel 5:130 BW.
van artikel 2:8 BW.
ECLI:NL:HR:2020:1275.
artikelen 2:14/2:15 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
Artikel 2:14 BW.
Op grond van artikel 2:15 BW in samenhang met artikel 5:130 BW.