Bestuurdersaansprakelijkheid. Geschil tussen de ontvanger en een directeur-enig aandeelhouder van failliet verklaarde vennootschappen die een fiscale eenheid voor de omzetbelasting vormden, over diens aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad doordat hij als bestuurder van de fiscale eenheid onbehoor
Burgerlijk Wetboek
Art. 2:9 BW
Genoemd in 1.792 uitspraken · Officiële wettekst
1.792 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · cache
Bestuurdersaansprakelijkheid tegenover individuele aandeelhouder; behoorlijke taakvervulling, art. 2:9 BW van overeenkomstige toepassing; maatstaf. Procesrecht; omvang rechtsstrijd partijen in appel, grievenstelsel, aan grieven te stellen eisen, nieuwe stelling bij pleidooi nieuwe grief?, in beginse
Onrechtmatige daad. Persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder anders dan voor tekortkoming of onrechtmatig handelen vennootschap door onbehoorlijke taakvervulling; maatstaf; niet vereist dat bestuurder ernstig verwijt kan worden gemaakt, ook niet indien onrechtmatige gedragingen bestuurder moeten wo
-
Vermogensrecht. Verjaring. (Indirect) bestuurder van BV verstrekt namens BV geldlening aan andere BV zonder zekerheid te bedingen. Gedeeltelijke terugbetaling lening, waarna schuldenares failleert. Aansprakelijkstelling bestuurder op grond van onbehoorlijk bestuur. Is verjaring van de vordering (tij
Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Vervolg op HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011/8. Invloed collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders (art. 2:9 BW) op persoonlijk ernstig verwijt als bestuurder. Betekenis van schending van norm
Bestuurdersaansprakelijkheid o.g.v. onrechtmatige daad jegens schuldeiser. Maatstaf van persoonlijk ernstig verwijt. Reikwijdte van art. 2:11 BW; mogelijkheid tot disculpatie. Motiveringsklacht over hoogte schadevergoeding.
-
Rechtspersonenrecht. Geschil tussen drie bestuurders van een stichting over het door één van hen op grond van art. 2:298 lid 1, aanhef en onder a, BW verzochte ontslag van de andere bestuurders die hij diezelfde dag als bestuurder hebben ontslagen; ontvankelijkheid verzoek, belanghebbende als bedoel
Prejudiciële vraag (art. 392 Rv). Faillissementsrecht. Verzet tegen faillietverklaring. Is de curator belanghebbende in de zin van art. 10 lid 1 Fw? Gronden voor vernietiging. Misbruik van bevoegdheid.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
ASMI. Enquêteprocedure; Verantwoordelijkheid van bestuur van de vennootschap voor de te volgen strategie en voor de corporate governance; geen voorafgaand overleg vereist met aandeelhouders over handelingen waartoe het bestuur bevoegd is (Vgl. HR 13 juli 2007, NJ 2007, 434, ABN AMRO); bestuur dient
Aansprakelijkheidsrecht; bevoegdheidsperikelen. Schadevordering van voormalige werkgever tegen oud-bestuurders/werknemers die op staande voet waren ontslagen wegens in dienstverband gepleegde strafbare feiten; samenloop, vraag of art. 2:9 en 7:661 BW in de weg staan aan toewijzing van een vordering
Bijdrageplicht hoofdelijke schuldenaren; regresvordering; art. 6:10 lid 2 BW; niet voldaan aan stelplicht. Verjaring; art. 3:310 BW; aanvangstijdstip; niet vereist dat benadeelde daadwerkelijk bekend is met juridische beoordeling feiten en omstandigheden waaruit voor hem de schade voortvloeit.
ABN AMRO. Enquêteprocedure; OK heeft ten onrechte bij wijze van onmiddellijke voorziening als bedoeld in art. 2:349a lid 2 BW de verdere uitvoering van de LaSalle-transactie opgeschort. Bij het ontbreken van wettelijke of statutaire regeling bestaat géén goedkeuringsrecht van AvA of consultatieplich
Art. 81 lid 1 RO. Rechtspersonenrecht. Algemene vergadering van aandeelhouders van BV ontslaat bestuurder zonder kennisneming van diens raadgevende stem (art. 2:227 lid 7 BW). Klacht tegen oordeel hof dat ontslagbesluit vernietigbaar is (art. 2:15 BW) en niet nietig (art. 2:14 BW).
Bestuurdersaansprakelijkheid. Aanvragen faillissement vennootschap door bestuurder op de voet van art. 2:246 BW. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling in zin van art. 2:248 BW? Maatstaf HR 8 juni 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB2053 (Panmo). Weten of behoren te weten. Strekking art. 2:246 BW.
Onrechtmatige daad; Wet toezicht effectenverkeer (artt. 1 en 7 Wte); misleidende reclame (art. 6:194 BW). Gedupeerde derden door investeringen (koop van appartementsrechten en koop van aandelen) in afgeblazen vastgoedproject. Miskenning feitelijke grondslag vordering door hof. Ruime strekking ‘openb
Caribische zaak (Curacao). Bestuurdersaansprakelijkheid. Handelen in strijd met de statuten door aangaan overeenkomst zonder vereiste toestemming van de RvC? Ernstig verwijt; motivering.
Contractenrecht. Koopovereenkomst met betrekking tot aandelen. Koopprijs deels omgezet in lening. Bevoegdheid tot opschorting? Schade door betrokkenheid van verkochte vennootschap bij btw-fraude; afgeleide schade? Uitleg overeenkomst. Berekening wettelijke rente.
Uitleg EEX-Vo (Brussel I). Vordering tegen in Duitsland woonachtige partij op grond van onbehoorlijke taakvervulling als bestuurder dan wel werknemer van in Nederland gevestigde vennootschap; art. 2:9 BW, art. 7:661 lid 1 BW en art. 6:162 BW. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Prejudiciële vragen. Ve
Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid. Persoonlijk ernstig verwijt. Betwisting. Devolutieve werking van het hoger beroep.
Ondernemingsrecht. Onbehoorlijke taakvervulling bestuurder rechtspersoon (art. 2:9 BW). Reikwijdte décharge; maatstaf van HR 10 januari 1997, NJ 1997, 360.
OK; enquêterecht; tweede fase; er wordt verstaan dat uit het onderzoeksverslag blijkt van wanbeleid en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; de bestuurder wordt ontslagen en er wordt voor bepaalde duur een bestuurder benoemd; er wordt bepaald dat de in beheer overgedragen aandelen voor een bepaalde du
-
Rechtspersonenrecht. Geschil tussen drie bestuurders van een stichting over het door één van hen op grond van art. 2:298 lid 1, aanhef en onder a, BW verzochte ontslag van de andere bestuurders die hij diezelfde dag als bestuurder hebben ontslagen; ontvankelijkheid verzoek, belanghebbende als bedoel
-
Art. 81 lid 1 RO. Vennootschapsrecht. Uitleg van statutaire aanbiedingsregeling. Aandeelhoudersovereenkomst. Redelijkheid en billijkheid (art. 2:8 BW).
Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Reikwijdte van décharge en art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Reikwijdte van art. 6:89 BW-klachtplicht en vordering uit art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid / onverschuldigde betaling. Maatstaf voor art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Taak v
Ondernemingsrecht. Enquêteprocedure Meavita-concern. Beschikking niet uitgesproken door het in de wet bepaalde aantal rechters (art. 5 RO). Verhaal van onderzoekskosten op bestuurders (art. 2:354 BW): ook door vakbond? Verwijtbaarheid bestuurder vereist? Samenhang met zaak 16/00551.
Ondernemingsrecht. Enquêterecht. Tweedefasebeschikking. Conclusie in samenhangende zaken 23/03186 en 23/03233. Klachten met betrekking tot OK-oordeel inzake wanbeleid (art. 2:355 BW), vernietiging déchargebesluiten (art. 2:356 BW) en veroordeling in onderzoekskosten (art. 2:354 BW).
OK; enquêterecht; tweedefasezaak; vaststelling dat zich wanbeleid heeft voorgedaan en wie daarvoor verantwoordelijk zijn; vernietiging van déchargebesluiten; veroordeling tot betaling van de kosten van het onderzoek
uitspraak van de ondernemingskamer van 8 juli 2019: OK wijst onmiddelijke vz toe
Bestuurdersaansprakelijkheid. Overdracht activa aan zustermaatschappij, terwijl schuld aan schuldeiser onbetaald werd gelaten. Maatstaf voor persoonlijke aansprakelijkheid bestuurder; HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758, NJ 2006/659. Ernstig verwijt; voldoende dat bestuurder ten tijde van de
Artikel 2:9 BW interne aansprakelijkheid van bestuurders van een stichting voor huisvesting van bejaarden voor beleggingen met vermogen van de stichting
Aansprakelijkheidsrecht. Onrechtmatig handelen accountants jegens bestuurders van gefailleerde vennootschap. Eisen aan stelplicht en onderbouwing schadevergoedingsvordering door benadeelde. Gederfde winst. Eigen schuld.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW. Verkoop octrooien waarvan opbrengst door bank wordt verrekend, vordering wegens benadeling. Trad curator op voor vennootschap of voor gezamenlijke crediteuren (Peeters/Gatzen)? Uitleg stellingen.
Ondernemingsrecht. Tegenstrijdig belang. Procesrecht. Klachten over schending van grenzen van rechtsstrijd en over motivering dat geen tegenstrijdig belang aanwezig is. Vervolg op HR 14 oktober 2011, ECLI:NL:HR:2011:BR0119.
Omvangrijk delvingsproject in Kazachstan. Misbruik door advocaat van de positie die hij gedurende een enkele jaren als bestuurder van een financiële holding in Nederland heeft ingenomen. Niet voldaan aan de aan het verweer te stellen eisen. Klachtplicht niet van toepassing bij interne bestuurdersaan
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW. Publicatie- en administratieplicht geschonden; ook overigens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling (feitelijk beleidsbepaler). Onvoldoende onderbouwd dat andere feiten en omstandigheden een belangrijke oorzaak van het faillissement zijn geweest. Gee
Financieel recht. Onrechtmatige daad. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 6:162 BW). Vervolg op HR 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1979, NJ 2011/8. Invloed collegiale verantwoordelijkheid van bestuurders (art. 2:9 BW) op persoonlijk ernstig verwijt als bestuurder. Betekenis van schending van norm
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:9 BW. Bestuurder heeft leningen verstrekt aan een (onbekende) derde zonder rente- en aflossingsverplichtingen vast te leggen en zonder zekerheden te bedingen. Aan de bestuurder kom geen beroep op de klachtplicht van artikel 6:89 BW toe.
Uitspraak Ondernemingskamer d.d. 19 juli 2012 Cancun Holding I B.V. / Cancun Holding II B.V.
OK ; enquête ; art. 2:349a ; verzoek nadere onmiddellijke voorzieningen na tweedefasebeschikking ; betrokkenen dienen zich te richten op ongedaan maken wanbeleid, maar gedragen zich volgens de Ondernemingskamer niet dienovereenkomstig ; (vergaande) verzoeken deels toegewezen
Rechtspersonenrecht. Verbintenissenrecht. Reikwijdte van décharge en art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Reikwijdte van art. 6:89 BW-klachtplicht en vordering uit art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid / onverschuldigde betaling. Maatstaf voor art. 2:9 BW-bestuurdersaansprakelijkheid. Taak v
Bestuurdersaansprakelijkheid op grond van 2:9 BW van de direct bestuurder en aansprakelijkheid op grond van 6:162 BW van de indirect bestuurder. Zij hebben namens de vennootschap grote leningen verstrekt aan de persoonlijke vennootschap van de indirect bestuurder en aan de indirect bestuurder zelf,
Onrechtmatige daad. Onrechtmatig handelen door onder valse voorwendselen een bank ertoe te bewegen gelden uit hoofde van een financieringsovereenkomst ter hoogte van enkele miljoenen euro’s te storten als gevolg waarvan de bank substantiële schade heeft geleden.
Art. 81 lid 1 RO. Bestuurdersaansprakelijkheid. Toepasselijkheid Nederlands of Arubaans recht? Had hof de aansprakelijkheid ambtshalve moeten beoordelen naar Arubaans recht?
Voorwaarden voor subjectieve vennootschapsbelastingvrijstelling van zorginstellingen; AWBZ-Thuiszorg-BV wier statuten ook deelneming en financiering toelaten en eventuele winst daaruit bestemmen voor de a.v.a. Winstbestemmingseis gesteld door de gedelegeerde wetgever in art. 4 Uitvoerings¬besluit Vp
Ondernemingsrecht. Toewijsbaarheid van enquêteverzoek betreffende een failliete rechtspersoon (QWEST); doeleinden enquêterecht, HR komt niet terug van zijn rechtspraak sinds HR 10 januari 1990, nr. 21, NJ 1990, 466 (Ogem); aard en strekking van enquêteregeling, uitwerking van HR 18 november 2005, nr
ABN AMRO. Enquêteprocedure; OK heeft ten onrechte bij wijze van onmiddellijke voorziening als bedoeld in art. 2:349a lid 2 BW de verdere uitvoering van de LaSalle-transactie opgeschort. Bij het ontbreken van wettelijke of statutaire regeling bestaat géén goedkeuringsrecht van AvA of consultatieplich
Hoger beroep tegen beschikking waarin een vordering waarvoor beslag mag worden gelegd is begroot. Vordering is gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid/groepsaansprakelijkheid in verband met het liquideren van een vennootschap en het niet kunnen voldoen aan een in Londen gewezen arbitraal vonnis. Ver
Verbintenissenrecht. Betalingsafspraak. Aanbod en aanvaarding (art. 6:217 lid 1 BW). Haviltex-maatstaf. Grenzen rechtsstrijd. Bewijswaardering. Bestuurdersaansprakelijkheid (art. 2:9 BW). Mondelinge behandeling (art. 6 EVRM).
Onrechtmatige daad. Schade aan naastgelegen pand door plaatsing afzinkkelder. Inbreuk op een recht? Maatschappelijk onzorgvuldig gehandeld?
Aansprakelijkheid gerechtsdeskundige. Waardering van aandelen in een verdelingsprocedure. Aansprakelijkheidsmaatstaf.
Megahome. Tussenvonnis. Bestuurdersaansprakelijkheid in faillissement van omvangrijk concern. Geen sprake van pauliana ex. art. 42 Fw ter zake rekening-courant mutaties en betalingen, omdat geen sprake was van onverplichte rechtshandelingen. Geen sprake van pauliana ex. art. 47 Fw omdat benadeling v
Bestuurdersaansprakelijkheid. Art. 2:248, 2:9 en 6:162 BW. Zie voor het cassatieberoep in deze zaak: ECLI:NL:HR:2023:967.
Na verwijzing in cassatie. Tegenstrijdig belang. Persoonlijk ernstig verwijt. Transacties waarbij projecten zijn overgedragen aan het partner. Schadestaat.
Onrechtmatige daad, verjaring. Aanvang verjaringstermijn (art. 3:310 lid 1 BW). Geldt wetenschap van bestuurder van benadeelde rechtspersoon ten aanzien van de onrechtmatige daad van een derde als wetenschap van de rechtspersoon? Belangenverstrengeling van bestuurder. Verlengingsgrond voor verjaring
(Indirecte) bestuurders veroordeeld tot betaling van boedeltekort op grond van art. 2: 248 BW. Schending boekhoudplicht. Bewijsvermoeden niet weerlegd. Beroep op disculpatie verworpen. Geen redenen voor matiging. Voldoende grond toewijzing voorschot.
Procesrecht. Ondernemingsrecht. Aansprakelijkheid opvolgend bestuurder ingevolge art. 2:180 lid 2 (oud) BW op de grond dat niet is voldaan aan de stortingsplicht op de aandelen. Klachten over de niet op elkaar aansluitende motivering in het tussenarrest en het eindarrest.
Aansprakelijkheid statutair bestuurder en feitelijk bestuurder voor boedeltekort wegens niet opnemen voorziening op balans en verlenen van medewerking aan dividenduitkeringen. Vennootschap aan te groot financieel risico blootgesteld. Ook aansprakelijkheid commissaris wegens onbehoorlijke taakvervull
Bestuurdersaansprakelijkheid. Onregelmatige uitgaven en beloning. Bewijsopdracht
tegenstrijdig belang; bewijs valse handtekening goedkeuring vooraf vragen aan raad van commissarissen en/of aandeelhoudersvergadering
Bestuurder van limited naar het recht van het Verenigd Koninkrijk aangesproken uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid. Toepasselijkheid Nederlands recht aangenomen op grond van artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende h
Beslissingen in incidenten in hoofdzaak Vestia tegen de voormalig bestuurder en de commissarissen. De rechtbank staat oproeping in vrijwaring toe van de voormalig kasbeheerder van Vestia, een aantal accountants(kantoren), een aantal banken, de Staat, het CFV en het WSW. Vestia dient verder op grond
Bestuurders- en commissarissenaansprakelijkheid. Bestuurders en commissarissen van Landis zijn aansprakelijk voor het faillissementstekort op grond van artikel 2:138 lid 2 BW (in samenhang met artikel 2:149 BW ten aanzien van de commissarissen). Het bestuur heeft niet voldaan aan de boekhoudplicht v
Onrechtmatig handelen in de zin van artikel 6:162 BW; in strijd handelen met het bepaalde in de artikelen 5:59, 5:58 lid 1 aanhef en sub d van de Wet op het financieel toezicht (“Wft”), zoals die wet tot 1 januari 2009 gold door Fortis en drie oud-topmannen? De rechtbank oordeelt dat Fortis, haar vo
Bestuurdersaansprakelijkheid tegenover individuele aandeelhouder; behoorlijke taakvervulling, art. 2:9 BW van overeenkomstige toepassing; maatstaf. Procesrecht; omvang rechtsstrijd partijen in appel, grievenstelsel, aan grieven te stellen eisen, nieuwe stelling bij pleidooi nieuwe grief?, in beginse
-
Hoger beroep van ECLI:NL:RBMNE:2022:4351. Pacht melkveebedrijf. Gebreken (7:339 BW), pachtprijsvermindering (7:340 BW), schadevergoeding vanwege gebreken (7:341 BW), schadevergoeding wegens niet leveren betalingsrechten, opschorting (6:52 BW en 6:59 BW en 6: 263 BW), ontbinding van de pachtovereenko
Toetsingskader verzoek afschrift in bewijsbeslag genomen stukken in kort geding. Toetsingskaders interne bestuurdersaansprakelijkheid en tegenstrijdig belang. Linders/Hofstee-doctrine. Transparantievereiste bij belangenverstrengeling. Bestaan rechtsbetrekking op grond van onrechtmatig handelen ex-me
Bestuurdersaansprakelijkheid buiten faillissement. Ernstig persoonlijk verwijt. De indirect bestuurder had onder de gegeven omstandigheden – waarin was besloten tot liquidatie van de vennootschap en ervoor werd gekozen de onderneming ‘going concern’ te houden om afwikkeling van de deelnemingen te ku
Moedermaatschappij met beleidsbepalende bevoegdheden tijdens karteldeelname kan aan haar opgelegde boete niet op ex-dochter vehalen.
Aansprakelijkheid bestuurders van een zorgstichting. Kennelijk onbehoorlijke taakvervulling door niet-wegnemen van vele tekortkomingen in randvoorwaarden voor veilige en goede zorg en door zorgfraude. Belangrijke oorzaak van faillissement. Aansprakelijkheid voor boedeltekort. Geen grond voor matigin
IPR. Ambtshalve toepassing conflictregels, zonder grief tegen oordeel rechtbank over toepasselijk recht, door devolutieve werking hoger beroep. Bestuurdersaansprakelijkheid te beoordelen naar Nederlands recht op grond van kennelijk nauwere band. Beklamel. Betalingsonwil. Bewijslastverdeling. Art. 4
Bestuurdersaansprakelijkheid ex artikel 2:248 BW in Megahome-faillissementen. De rechtbank oordeelt over de (reikwijdte van) de administratieplicht ex artikel 2:10 BW en komt tot de conclusie dat deze in casu niet is geschonden. De rechtbank neemt echter wel bestuurdersaansprakelijkheid aan wegens o
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid, art. 6:162 BW. Verkoop octrooien waarvan opbrengst door bank wordt verrekend, vordering wegens benadeling. Trad curator op voor vennootschap of voor gezamenlijke crediteuren (Peeters/Gatzen)? Uitleg stellingen.
Deze zaak omvat eigenlijk twee te onderscheiden geschillen. Beide hebben te maken met de verkoop van Rendo Energie aan een buitenlandse koper (Electrabel). Rendo is de groep van vennootschappen binnen welke een aantal in het noorden van Nederland gelegen gemeenten de energievoorziening (gas en licht
Bestuurdersaansprakelijkheid. De rechtbank oordeelt dat twee van de drie gedaagden hun taak als bestuurder van een zorgstichting onbehoorlijk hebben vervuld en dat dit een belangrijke oorzaak is geweest van het faillissement. Derde gedaagde geen feitelijk beleidsbepaler en dus niet met een bestuurde
Bestuurdersaansprakelijkheid. Ernstig persoonlijk verwijt. Beëindiging huur door vennootschap gevolgd door beëindiging activiteiten en liquidatie, waarna blijkt dat huur niet rechtsgeldig is beëindigd, maar geen middelen meer resteren om huur te voldoen. Bestuurder te goeder trouw? Vennootschap 'lee
Prospectusaansprakelijkheid. Bestuurdersaansprakelijkheid in verband met misleidende brochures voor uitgifte van obligaties. Wetenschap van benadeling obligatiehouders. Voorzienbaarheid van de schade.
Faillissement. Aansprakelijkheid (indirect) bestuurder? Niet wegens kennelijk onbehoorlijke taakvervulling; wel wegens overdracht van activa voor te geringe prijs. Analoge toepassing van art. 2:23a BW. Ook de verkrijgende partij, die dezelfde (indirecte) bestuurder heeft, is aansprakelijk.
Onrechtmatig handelen bestuurder van stichting die gelden beheert voor investeerders. Aanwending van gelden voor andere doeleinden. Sprake van groepsaansprakelijkheid in de zin van artikel 6:166 BW? Bewijsopdracht ten aanzien van groepsvereiste.
Verzekeraar Ennia. Aansprakelijkheid (feitelijk) bestuurders en commissarissen. Veronachtzaming belangen vennootschappen en polishouders ook na waarschuwingen. Ernstig verwijt.
Belanghebbende, een Nederlandse vennootschap opgericht als onderdeel van een project van een Franse en een Nederlandse financiële instelling, heeft in de boekjaren 2007/08 en 2008/09 preferente aandelen (prefs) verworven in een Luxemburgse deelneming; daarnaast heeft zij een omvangrijke obligatiepor
Bestuurdersaansprakelijkheid in verband met lagere waarde participaties? Niet voldaan aan Ontvanger/Roelofsen-criteria. Geen Spaanse Villa-situatie.
Bestuurdersaansprakelijkheid. Misleidende brochures. Ernstig verwijt. Wezenlijke informatie voor obligatiehouders. Causaliteit. Schade. Niet nodig dat uitgevende vennootschap betrokken is in procedure. Eigen schuld.
verduistering in dienstbetrekking / onrechtmatige publicatie / computervredebreuk? Opzet / bewuste roekeloosheid ex artikel 7:661 BW; toepassing ECLI:NL:HR:2007:AZ3535 ; stelplicht / bewijslast / artikel 21 Rv en verplichting om gegevens in het geding te brengen.
Onbehoorlijke taakvervulling bestuurder (art. 2:248). Aandeelhouder wordt als medebeleidsbepaler in de zin van lid 7 van art. 2:248 BW aangemerkt.
Ondernemingsrecht. Bestuurdersaansprakelijkheid wegens schending boekhoudplicht (art. 2:10 BW). Kan bewijsvermoeden van art. 2:248 lid 2 BW ontzenuwd worden door aannemelijk te maken dat handelingen van een bestuurder die op zichzelf geen kennelijk onbehoorlijk bestuur opleveren, een belangrijke oor
Onrechtmatige concurrentie. Verjaring. Finale kwijting. Werknemers beginnen voor zichzelf en richten concurrerende onderneming op. De concurrentie is onrechtmatig indien de ex-werknemers het duurzaam bedrijfsdebiet van de ex-werkgever stelselmatig en substantieel afbreken en daarbij gebruik maken va
Vennootschapsrecht. Verbintenissenrecht. Arbeidsrecht. Functie van bestuurder (statutair directeur) en van vestigingsmanager/patiëntbehandelaar. Grondslag van aanvullende vergoedingen voor verrichte invalwerkzaamheden. Bij uitsluiting RvC bevoegd tot vaststelling? Tegenstrijdig belang?
Art. 81 lid 1 RO. Verbintenissenrecht. Koopovereenkomst. Handelen in strijd met boetebeding. Matiging boete; art. 6:94 lid 1 BW.
Niet is komen vast te staan dat de activa van de failliete vennootschap voor een te laag bedrag zijn verkocht. Daardoor is schade of benadeling van schuldeisers in hun verhaalsmogelijkheden niet komen vast te staan. Ook overigens is in dit verband onvoldoende gesteld om daaraan de door de curator be
Grondaankoop ten behoeve van verwezenlijking zorgconcept ketst af door niet doorgaan financiering, welke door bemiddeling van Turkse partij met gelden afkomstig uit ‘trading” had dienen plaats te vinden. Verkoper stelt (middellijk) bestuurders van koper aansprakelijk op basis van Beklamelgrond. Indi
Bestuurders zijn op grond van de Beklamel-norm persoonlijk aansprakelijk jegens derde nu zij niet hebben kunnen verklaren waarom de bankrekening van de door hen bestuurde vennootschappen geen verhaal biedt voor de vordering van die derde.
Ontslag statutair bestuurder. Nietigheid vennootschapsrechtelijke ontslag brengt nietigheid arbeidsrechtelijke ontslag op staande voet mee. Opzegverbod tijdens ziekte staat in de weg aan 2e arbeidsrechtelijke ontslag. Ziekte aanvang voor uitnodiging ava.
Uitleg statuten
Claimstichting stelt, mede als lasthebber, namens gedupeerde obligatiehouders vorderingen in tegen de (indirect) bestuurder van een vastgoedfonds en tegen de voorzitter van de stichting die daarbij als trustee opereerde. Ontvankelijkheid van de claimstichting. Uitleg privatieve lastgeving. Misleiden