Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:8452
2026-07-09
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12262063 \ CV EXPL 26-1984
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huur. Ambtshalve toetsing van het huurprijswijzigingsbeding. Tussenvonnis.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2023:198 Hoge Raad 10-02-2023
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.779 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 12262063 \ CV EXPL 26-1984
Uitspraakdatum: 9 juli 2026
Tussenvonnis in de zaak van:
de stichting Stichting Parteon
te Wormerveer
verhuurder
de eisende partij, hierna: de verhuurder
gemachtigde: [gemachtigde], gerechtsdeurwaarder
tegen
[gedaagde 1]
, te [plaats 1]
[gedaagde 2], te [plaats 2]
huurders
de gedaagde partijen, hierna: de huurders
niet verschenen
1De procedure
1.1.
De verhuurder heeft de huurders gedagvaard. Tegen de huurders is verstek verleend.
2De vordering
2.1.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan de huurders verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en hoofdelijke veroordeling van de huurders tot betaling van de huurachterstand inclusief servicekosten tot en met juni 2026, vermeerderd met een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De verhuurder legt aan de vordering ten grondslag dat de huurders tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.
3De beoordeling
Ambtshalve toetsing van:
de Huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte januari 2007
(hierna: de algemene voorwaarden)
3.1.
Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van geliberaliseerde huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
3.2.
Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.3.
Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp.
3.4.
Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het servicekostenbeding getoetst en deze is niet oneerlijk.
Huurprijswijzigingsbeding
3.5.
Artikel IV van de huurovereenkomst betreft een huurprijswijzigingsbeding en luidt als volgt: “(…) De huurprijs wordt jaarlijks gewijzigd overeenkomstig de bij of krachtens de wet bepaalde wijze. Voor geliberaliseerde huurovereenkomsten geldt dat de jaarlijkse huurprijsaanpassing door de verhuurder wordt bepaald.(…)”
3.6.
Dit beding is dusdanig ruim en algemeen geformuleerd dat de mogelijkheid tot het wijzigen van de huurprijs in feite onbegrensd is. Uit dit artikel blijkt namelijk niet met welk percentage de verhuurder de huur zal gaan verhogen. Hierbij is van belang dat voor de (jaarlijkse) wijziging van de huurprijs van geliberaliseerde huurwoningen, anders dan voor die van niet-geliberaliseerde huurwoningen, geen wettelijke regeling bestaat. Artikel 7:248 lid 2 BW is bovendien ingegaan op 1 mei 2021, zodat op het moment van totstandkoming van de huurovereenkomst niet beoogd kan zijn daarnaar te verwijzen. Op basis van het beding is de huurder aldus niet in staat de economische gevolgen van dit beding te begrijpen en met kennis van zaken te beslissen of hij zich contractueel wil verbinden. Daardoor is het evenwicht in strijd met de goede trouw ten nadele van huurder als consument aanzienlijk verstoord. Daar komt bij dat in het beding de gronden op basis waarvan en de wijze waarop de huurprijs kan worden aangepast ontbreken, waardoor de huurder (ook) op dit punt aan de willekeur van de verhuurder is overgeleverd.
3.7.
De kantonrechter is daarom voornemens om dit artikel, voor zover dat ziet op de wijziging van de huurprijs, te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. Alvorens daartoe over te gaan, wordt de verhuurder in de gelegenheid gesteld zich bij akte over dat voornemen en de eventuele gevolgen voor de vordering uit te laten. Voor zover sprake is van een oneerlijk huurprijswijzigingsbeding moet de verhuurder een aangepaste berekening van de vordering overleggen.
Gevolgen van deze toetsing
3.8.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om het huurprijswijzigingsbeding in artikel IV van de huurovereenkomst te vernietigen. De verhuurder krijgt de gelegenheid zich hierover uit te laten. De verhuurder zal in verband met het voornemen om het huurprijswijzigingsbeding te vernietigen ook een aangepaste berekening van de vordering over moeten leggen.
3.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van 6 augustus 2026 om 10:00 uur om de verhuurder de gelegenheid te geven zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 12262063 \ CV EXPL 26-1984
Uitspraakdatum: 9 juli 2026
Tussenvonnis in de zaak van:
de stichting Stichting Parteon
te Wormerveer
verhuurder
de eisende partij, hierna: de verhuurder
gemachtigde: [gemachtigde], gerechtsdeurwaarder
tegen
[gedaagde 1]
, te [plaats 1]
[gedaagde 2], te [plaats 2]
huurders
de gedaagde partijen, hierna: de huurders
niet verschenen
1De procedure
1.1.
De verhuurder heeft de huurders gedagvaard. Tegen de huurders is verstek verleend.
2De vordering
2.1.
De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst met betrekking tot de aan de huurders verhuurde woonruimte, ontruiming van het gehuurde en hoofdelijke veroordeling van de huurders tot betaling van de huurachterstand inclusief servicekosten tot en met juni 2026, vermeerderd met een gebruiksvergoeding voor iedere maand dat het gehuurde in gebruik blijft en de proceskosten.
2.2.
De verhuurder legt aan de vordering ten grondslag dat de huurders tekortschieten in de nakoming van de huurovereenkomst, welke tekortkoming ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde rechtvaardigt.
3De beoordeling
Ambtshalve toetsing van:
de Huurovereenkomst en de Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte januari 2007
(hierna: de algemene voorwaarden)
3.1.
Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomst is sprake van geliberaliseerde huur. In de huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing verklaard.
3.2.
Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.
3.3.
Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp.
3.4.
Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het servicekostenbeding getoetst en deze is niet oneerlijk.
Huurprijswijzigingsbeding
3.5.
Artikel IV van de huurovereenkomst betreft een huurprijswijzigingsbeding en luidt als volgt: “(…) De huurprijs wordt jaarlijks gewijzigd overeenkomstig de bij of krachtens de wet bepaalde wijze. Voor geliberaliseerde huurovereenkomsten geldt dat de jaarlijkse huurprijsaanpassing door de verhuurder wordt bepaald.(…)”
3.6.
Dit beding is dusdanig ruim en algemeen geformuleerd dat de mogelijkheid tot het wijzigen van de huurprijs in feite onbegrensd is. Uit dit artikel blijkt namelijk niet met welk percentage de verhuurder de huur zal gaan verhogen. Hierbij is van belang dat voor de (jaarlijkse) wijziging van de huurprijs van geliberaliseerde huurwoningen, anders dan voor die van niet-geliberaliseerde huurwoningen, geen wettelijke regeling bestaat. Artikel 7:248 lid 2 BW is bovendien ingegaan op 1 mei 2021, zodat op het moment van totstandkoming van de huurovereenkomst niet beoogd kan zijn daarnaar te verwijzen. Op basis van het beding is de huurder aldus niet in staat de economische gevolgen van dit beding te begrijpen en met kennis van zaken te beslissen of hij zich contractueel wil verbinden. Daardoor is het evenwicht in strijd met de goede trouw ten nadele van huurder als consument aanzienlijk verstoord. Daar komt bij dat in het beding de gronden op basis waarvan en de wijze waarop de huurprijs kan worden aangepast ontbreken, waardoor de huurder (ook) op dit punt aan de willekeur van de verhuurder is overgeleverd.
3.7.
De kantonrechter is daarom voornemens om dit artikel, voor zover dat ziet op de wijziging van de huurprijs, te vernietigen vanwege het oneerlijke karakter. Alvorens daartoe over te gaan, wordt de verhuurder in de gelegenheid gesteld zich bij akte over dat voornemen en de eventuele gevolgen voor de vordering uit te laten. Voor zover sprake is van een oneerlijk huurprijswijzigingsbeding moet de verhuurder een aangepaste berekening van de vordering overleggen.
Gevolgen van deze toetsing
3.8.
Gelet op het voorgaande is de kantonrechter voornemens om het huurprijswijzigingsbeding in artikel IV van de huurovereenkomst te vernietigen. De verhuurder krijgt de gelegenheid zich hierover uit te laten. De verhuurder zal in verband met het voornemen om het huurprijswijzigingsbeding te vernietigen ook een aangepaste berekening van de vordering over moeten leggen.
3.9.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
verwijst de zaak naar de rol van 6 augustus 2026 om 10:00 uur om de verhuurder de gelegenheid te geven zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel zoals hiervoor is overwogen;
4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.