Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:8274
2026-07-01
Civiel recht
K/4101/11974378
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Non-conformiteit tweedehandsauto. Consumentenkoop. Consument vordert van autohandelaar de koopprijs terug van een tweedehandsauto omdat de auto binnen een jaar na levering verschillende gebreken heeft. De kantonrechter oordeelt dat consument de koopovereenkomst heeft mogen ontbinden omdat autohandelaar geen herstel heeft aangeboden. De kantonrechter wijst de koopprijs en aanvullende schadevergoedingen toe.
Citeert (2)
- ECLI:NL:GHARL:2016:3985 Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24-05-2016
- ECLI:NL:HR:2005:AR6460 Hoge Raad 28-01-2005
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (26.889 tekens)
+RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11974378 \ CV EXPL 25-4445
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Acikgöz en mr. S. Yadegari
toevoegingsnummer: 4QX5761
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [naam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [naam] ,
gemachtigde: mr. R. Odink.
Kern van de zaak:
Consument vordert van autohandelaar de koopprijs terug van een tweedehandsauto omdat de auto binnen een jaar na levering verschillende gebreken heeft. De kantonrechter oordeelt dat consument de koopovereenkomst heeft mogen ontbinden omdat autohandelaar geen herstel heeft aangeboden. De kantonrechter wijst de koopprijs en aanvullende schadevergoedingen toe.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 17 november 2025 met producties;
de conclusie van antwoord van 21 januari 2026 met producties;
de aanvullende producties, tevens eisvermeerdering namens [eiser] ;
de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De gemachtigde van [eiser] heeft op zitting een tweede eisvermeerdering ingesteld van € 29,10 als vergoeding voor het schorsen van de auto. De kantonrechter heeft deze eisvermeerdering na bezwaar van [naam] toegestaan, omdat de eisvermeerdering schriftelijk is gedaan en tijdig is ingesteld. [naam] heeft er daarnaast op kunnen reageren. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
[naam] drijft een eenmanszaak [naam] en verkoopt tweedehandsauto’s.
2.2.
[eiser] heeft op 17 maart 2025 van [naam] een tweedehands Mitsubishi met automaat gekocht uit het jaar 2008 en met een kilometerstand van 116.730, voor een koopprijs van € 3.995,00. [eiser] heeft haar vorige auto bij [naam] ingeruild voor een bedrag van € 250,00, welk bedrag van de koopprijs is afgetrokken.
2.3.
[naam] heeft de Mitsubishi (hierna: de auto) via verschillende online platforms als volgt aangeprezen: “Algemene staat: goed” en “Dit is echt nog een keurige en zeer goed rijdende Mitsubishi Colt 1.3 Automaat met slechts 116.720km (NAP)!!”.
2.4.
Op 19 maart 2025 heeft [eiser] via Whatsapp contact met een automonteur over verschillende lampjes die in de auto zijn gaan branden. [eiser] heeft de auto vervolgens voor onderzoek naar de Kwikfit gebracht. Kwikfit heeft als diagnose gesteld dat de koppeling vervangen moest worden.
2.5.
[eiser] en [naam] hebben contact gehad over de koppeling en zijn tot de regeling gekomen dat [eiser] de koppeling zou laten vervangen door Pikeur Auto en Vrachtwagenservice voor een bedrag van € 953,55 en dat [naam] een bijdrage aan deze kosten zou leveren van € 300,00. [naam] heeft op 7 april 2025 het bedrag van € 300,00 aan [eiser] overgemaakt.
2.6.
Op 26 juni 2025 heeft [eiser] weer Whatsappcontact met een automonteur over een foutcode P1710.
2.7.
Op 2 augustus 2025 stuurt [eiser] het volgende bericht aan [naam] : “1e probleem was kapotte koppeling, 2e probleem is een kapotte trommelpositiesensor. Onze monteur heeft samen met ons gezocht naar een oplossing. De sensor wordt niet meer geproduceerd. Dit hebben wij telefonisch gemeld. Helaas werkt u niet mee aan een oplossing”. [eiser] heeft [naam] in hetzelfde bericht verzocht om kosteloos herstel van de auto.
2.8.
De gemachtigde van [eiser] heeft op 3 september 2025 een ingebrekestelling gestuurd aan [naam] , met daarin onder andere de volgende mededeling over de geconstateerde gebreken aan de auto: “Op 26 juni 2025 viel de auto stil met foutcode P1710. Diagnose door de garage wees uit dat de koppelingactuator bleef hangen en vervangen moest worden, samen met de hulpcilinder. Tijdens de reparatie bleek de trommelpositiesensor defect. Dit onderdeel wordt door Mitsubishi niet meer geproduceerd. Pogingen met een tweedehands onderdeel zijn mislukt. De auto is sindsdien niet meer te rijden”. [naam] wordt verzocht om binnen veertien dagen te bevestigen dat hij meewerkt aan kosteloos herstel van deze gebreken.
2.9.
Op 10 september 2025 heeft [naam] het verzoek tot herstel afgewezen. [naam] schrijft onder andere: “Voorts merken wij op dat cliënt medio juni 2026 telefonisch contact met ons heeft opgenomen met betrekking tot nieuwe problemen met de auto. Tijdens dat gesprek is aan cliënt duidelijk meegedeeld dat hij zich diende te wenden tot de garage waar de andere reparatie heeft plaatsgevonden, aangezien verdere aanspraken jegens ons niet aan de orde waren.”
2.10.
[eiser] heeft de koopovereenkomst vervolgens bij brief van 15 oktober 2025 ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopsom van de auto. Daarnaast heeft [eiser] verzocht om de auto terug te nemen.
2.11.
[naam] heeft de auto niet teruggenomen en de koopprijs niet terugbetaald.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – primair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen op 15 oktober 2025 buitengerechtelijk is ontbonden en terugbetaling van de koopsom van € 3.995,00. Subsidiair vordert [eiser] gerechtelijke ontbinding bij vonnis, danwel vernietiging van de overeenkomst vanwege dwaling. [eiser] vordert in alle gevallen transportkosten van € 599,00 voor het heenbrengen van de auto naar [naam] en het verschaffen van een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag en een maximum van € 20.000,00. [eiser] vordert tevens vergoeding van verschillende aanvullende schadeposten, buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de tweedehandsauto die zij van [naam] heeft gekocht niet voldoet aan de koopovereenkomst. [naam] heeft de gebreken aan de auto niet willen herstellen, op grond waarvan [eiser] de koopovereenkomst heeft ontbonden. [eiser] heeft recht op terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van de schade die zij heeft geleden omdat zij een non-conforme auto geleverd heeft gekregen. Ten slotte stelt [eiser] dat als zij van de gebreken aan de auto had geweten, zij de koopovereenkomst niet was aangegaan.
3.3.
[naam] voert verweer. [naam] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [naam] betwist de gestelde gebreken. [naam] voert aan dat hij geen garantie heeft gegeven. Gelet op het bouwjaar van de auto en het aantal gereden kilometers kon [eiser] onderhoud aan de auto verwachten. [naam] stelt dat de gebreken niet aanwezig waren ten tijde van de levering en dat hij geen verplichting had om de gebreken te herstellen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Consumentenkoop
4.1.
De koopovereenkomst tussen [eiser] en [naam] is een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat de dwingendrechtelijke bepalingen uit boek 7 BW van toepassing zijn. Daarnaast moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of aan de informatieverplichtingen uit artikel 6:230l BW is voldaan. Het betreft namelijk een overeenkomst anders dan op afstand of buiten verkoopruimte, omdat [eiser] naar [naam] is toegegaan om een proefrit te maken en zij vervolgens tot de koop van de auto is overgegaan. De kantonrechter moet ten slotte ambtshalve toetsen of de overeenkomst geen oneerlijke bedingen bevat in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat aan de informatieverplichtingen is voldaan en stelt dit vast op basis van de stellingen van partijen en de overgelegde koopovereenkomst. Na beoordeling van deze overeenkomst, oordeelt de kantonrechter ook dat er geen oneerlijke bedingen in staan.
De auto beantwoordt niet aan de overeenkomst
4.3.
[eiser] beroept zich op non-conformiteit van de auto. Voor de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, moet de kantonrechter beoordelen of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. In het geval een tweedehandsauto wordt gekocht, moet als regel worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Dat sprake is van non-conformiteit moet in beginsel door [eiser] als koper van de auto worden aangetoond. [eiser] heeft echter als consument-koper op grond van artikel 7:18 lid 2 BW een wettelijke bescherming. Die bescherming houdt in dat als zich binnen een jaar na de aflevering een gebrek openbaart, de zaak wordt vermoed al bij de aflevering niet aan de overeenkomst te hebben beantwoord.
4.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] voldoende onderbouwd dat sprake is van gebreken aan de automaatbak, de koppeling, koppelingactuator en de trommelpositiesensor, waardoor de auto zonder herstel niet meer rijdt. Het staat daarnaast vast dat deze gebreken zich binnen een jaar na levering hebben geopenbaard. [eiser] heeft als onderbouwing van de gebreken een verklaring overgelegd van de monteur die de koppeling van de auto heeft vervangen. Daarnaast zijn verschillende whatsappberichten overgelegd, waarin de foutcode P1710 wordt besproken met de monteur en waarin deze monteur het gebrek aan de koppelingactuator meldt aan [eiser] .
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] deze gebreken niet had hoeven verwachten. De auto komt weliswaar uit 2008, maar had in vergelijking met soortgelijke auto’s een relatief lage kilometerstand. [naam] heeft hiermee ook geadverteerd (“slechts 116.720km (NAP)!!”) en de auto bovendien aangeprezen als in “goede staat” en als “keurige en zeer goed rijdende” auto. [eiser] mocht er op grond hiervan vanuit gaan dat zij na aankoop van de auto veilig aan het verkeer kon deelnemen, zonder dat daarvoor (kostbare) reparaties nodig zouden zijn. Nu dat niet het geval is, is aan [eiser] niet de auto geleverd waarop zij had mogen rekenen.
4.6.
Omdat de gebreken zich binnen een jaar na de levering van de auto hebben voorgedaan, is het aan [naam] om te bewijzen dat deze gebreken aan de auto nog niet bestonden op het moment van aflevering van de auto. [naam] heeft dit niet, althans onvoldoende gedaan. [naam] voert aan dat de gebreken zijn veroorzaakt door de monteur die de koppeling van de auto heeft vervangen. Dit wordt door [eiser] gemotiveerd betwist. Volgens [eiser] verhouden de onderdelen die vervangen moeten worden zich tot de koppeling, maar is het niet de koppeling zelf die stuk is. De monteur heeft de gebreken tijdens het vervangen van de koppeling daarom niet geconstateerd. [naam] legt ter onderbouwing van zijn stelling een verklaring over van een eigen deskundige. Deze deskundige verklaart echter dat zijn bevindingen zijn gebaseerd op informatie die hij “hoort en leest” en dat de auto voor een “juiste diagnose” door de deskundige gezien moet worden. Dit is, mede gelet op de betwisting van [eiser] , onvoldoende om als tegenbewijs aan te nemen. Dat [eiser] de auto zonder garantie heeft gekocht, maakt dit niet anders. Ook in dat geval dient de auto te beantwoorden aan de overeenkomst. De kantonrechter oordeelt dan ook dat moet worden aangenomen dat de gebreken al bij levering aanwezig waren en dat de auto dus niet aan de overeenkomst beantwoordt.
Herstelplicht van [naam]
4.7.
Artikel 7:21 lid 1 BW bepaalt dat [eiser] herstel of vervanging van de auto kan vorderen. [eiser] heeft [naam] op 3 september 2025 schriftelijk gesommeerd om de gebreken te herstellen. [naam] verkeert in verzuim met het nakomen van die verplichting, omdat hij niet is overgegaan tot kosteloos herstel van de auto.
4.8.
Volgens [naam] is hij niet meer verplicht tot herstel, omdat de koppeling eerder is vervangen door een derde monteur. [eiser] had zich tot niet tot [naam] , maar tot deze monteur moeten wenden voor kosteloos herstel van de nieuwe gebreken, zo begrijpt de kantonrechter het verweer. Dit verweer wordt verworpen om de volgende redenen. Ter zitting heeft [naam] op vragen van de kantonrechter verklaard dat [eiser] met hem contact heeft opgenomen over het probleem met de koppeling en dat hij heeft ingestemd met de reparatie door een derde monteur. [naam] heeft daarnaast op zitting verklaard niet te hebben aangeboden om de koppeling zelf te vervangen. De kantonrechter stelt vast dat [naam] op dat moment dus al niet aan zijn verplichting tot herstel heeft voldaan. Gelet op deze omstandigheden, kan [naam] niet aan [eiser] tegenwerpen dat de auto door een derde monteur is hersteld. [naam] blijft als verkoper van de auto verantwoordelijk voor het herstel van de gebreken.
De koopovereenkomst is op 15 oktober 2025 buitengerechtelijk ontbonden
4.9.
Artikel 7:22 lid 1 onder a en lid 2 BW biedt de mogelijkheid aan [eiser] om de koopovereenkomst te ontbinden. [eiser] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt in de brief van 15 oktober 2025. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] rechtsgeldig de koopovereenkomst heeft ontbonden en dat de gevorderde verklaring voor recht daarom toewijsbaar is.
[naam] moet de koopprijs terugbetalen aan [eiser]
4.10.
Het rechtsgevolg van de ontbinding is dat [naam] de verplichting heeft om de koopprijs terug te betalen. In geval van ontbinding wegens non-conformiteit bij een consumentenkoop, betaalt de verkoper de prijs terug bij ontvangst van de zaak of bij ontvangst van het door de koper verstrekte bewijs dat hij de zaak heeft teruggezonden. Daartoe zal de kantonrechter [naam] veroordelen.
4.11.
De kantonrechter stelt de terug te betalen koopprijs vast op € 3.995,00. [naam] voert aan dat op de koopprijs een gebruiksvergoeding in mindering moet worden gebracht. Het enkele gebruik van de auto is echter onvoldoende voor toewijsbaarheid van een gebruiksvergoeding. [naam] heeft bovendien geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die dit zouden rechtvaardigen. Er is daarom geen grond om een gebruiksvergoeding van de koopprijs af te trekken.
[naam] moet € 599,00 betalen voor het terug laten sturen van de auto door [eiser]
4.12.
Op grond van artikel 7:22 lid 7 BW is de koper in geval van gehele of gedeeltelijke ontbinding gehouden de zaak op kosten van de verkoper terug te zenden. [naam] is dus niet verplicht om de auto zelf op te halen. [eiser] vordert een vergoeding van € 599,00 transportkosten voor het terugzenden van de auto. Dit bedrag wordt als onbetwist toegewezen.
4.13.
De kantonrechter wijst de vordering af waarin [eiser] verzoekt te bepalen dat zij de terug levering van de auto mag opschorten of de auto in onderpand mag houden, totdat [naam] aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. De kantonrechter ziet geen grond om af te wijken van artikel 7:22 lid 7 BW. De hierna te bepalen uitvoerbaarverklaring bij voorraad biedt bovendien voldoende zekerheid voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis.
Vrijwaringsbewijs
4.14.
Het kenteken kan na terug levering van de auto niet langer op naam van [eiser] blijven staan. [naam] moet [eiser] daarom een vrijwaringsbewijs verschaffen. Deze vordering zal als niet weersproken worden toegewezen, de kantonrechter acht een termijn van vijf dagen redelijk. Daarbij zal de gevorderde dwangsom op de hierna te noemen wijze worden gematigd en gemaximeerd. De kantonrechter gaat er verder vanuit dat [eiser] vrijwillig aan [naam] zal verstrekken dat wat hij nodig heeft voor de vrijwaring of overschrijving van het kenteken.
[naam] moet [eiser] schadevergoeding betalen, maar niet alle gevorderde kosten
4.15.
[eiser] vordert vergoeding van de door haar betaalde motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies, omdat zij geen ongestoord gebruik heeft kunnen maken van de auto. Tussen partijen staat vast dat de auto na 26 juni 2025 niet meer is gebruikt. De hoogte van de gestelde premies wordt niet betwist. De kantonrechter wijst de gevorderde maandelijkse premies op grond hiervan toe vanaf de datum van verzuim. Als onbetwist staat vast dat [eiser] op 3 september 2025 een ingebrekestelling heeft verstuurd aan [naam] en dat [naam] niet binnen de daarin gestelde termijn van veertien dagen tot herstel is overgegaan. Dit betekent dat de gevorderde maandelijkse premiekosten worden toegewezen met ingang van 17 september 2025. Het gaat om een bedrag van in totaal € 107,42 per maand. [eiser] heeft bewijs overgelegd van een aanvraag tot schorsing van het kenteken op 25 mei 2026. De kantonrechter zal van deze datum uitgaan voor de vaststelling van deze schadepost en wijst een bedrag van € 966,78 toe.
4.16.
[eiser] vordert bij eisvermeerdering een boete van € 199,00 die zij opgelegd heeft gekregen omdat de keuringstermijn van de APK was verlopen. [eiser] vordert daarnaast bij eisvermeerdering de kosten die zij heeft betaald om het kenteken van de auto te schorsen van € 29,10. [eiser] voert aan dat zij deze kosten niet had hoeven maken, als [naam] de auto had hersteld of teruggenomen. Zij heeft het kenteken daarnaast niet eerder geschorst, omdat [eiser] alleen aan de openbare weg kan parkeren. De kantonrechter oordeelt dat de schadeposten voldoende onderbouwd zijn en wijst de vorderingen toe.
4.17.
De gevorderde onderzoekskosten van € 84,17 komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor rekening van [naam] en worden als onbetwist toegewezen.
4.18.
Ten slotte vordert [eiser] de kosten van € 953,55 terug die zij heeft gemaakt voor de vervanging van de koppeling. De kantonrechter wijst deze vordering af. Partijen hebben over deze kosten namelijk een aparte overeenkomst gesloten, op grond waarvan [naam] een bedrag van € 300,00 heeft bijgedragen en [eiser] dus heeft aanvaard dat zij de rest van de kosten zou dragen. [eiser] heeft geen grondslag aangevoerd om deze overeenkomst terug te draaien. Dit deel van de vordering is daarom niet toewijsbaar.
Wettelijke rente
4.19.
Zoals in paragraaf 4.15 overwogen, is [naam] vanaf 17 september 2025 in verzuim. De gevorderde wettelijke rente over de koopprijs zal vanaf deze datum toegewezen worden. [eiser] vordert geen wettelijke rente over de boete en de schorsing van het kenteken. De wettelijke rente over de overige toegewezen schadevergoedingen wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding (17 november 2025).
Buitengerechtelijke kosten
4.20.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelt dat voldoende is gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht om de hoofdvordering te verhalen. De hoofdvordering betreft de koopprijs en de vergoeding van de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw zal worden afgewezen, omdat hiervoor niet is aangemaand als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 621,18 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Voor het overige wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke kosten af.
Proceskosten
4.21.
[naam] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [naam] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
954,00
Uitvoerbaar bij voorraad
4.22.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [naam] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst op 15 oktober 2025 buitengerechtelijk is ontbonden,
5.2.
veroordeelt [naam] om de koopprijs van € 3.995,00 aan [eiser] te betalen bij ontvangst van de auto of, als dat eerder is, bij ontvangst van het door [eiser] verstrekte bewijs dat zij de auto heeft teruggezonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 17 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [naam] om de transportkosten van € 599,00 aan [eiser] te betalen, ten behoeve van het terugzenden van de auto aan [naam] ,
5.4.
veroordeelt [naam] om binnen vijf dagen na ontvangst van de auto of, als dat eerder is, bij ontvangst van het door [eiser] verstrekte bewijs dat zij de auto heeft teruggezonden [eiser] een deugdelijk vrijwaringsbewijs te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (een deel van een dag daaronder begrepen) dat […] dat niet doet, met een maximum van € 5.000,00,
5.5.
veroordeelt [naam] om aan [eiser] de volgende bedragen te betalen:
een bedrag van € 966,78 aan motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 17 november 2025, tot de dag van volledige betaling;
een bedrag van € 84,17 aan onderzoekskosten, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 17 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 228,10 aan boete en schorsingskosten,
5.6.
veroordeelt [naam] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 621,18 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 17 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.7.
veroordeelt [naam] in de proceskosten van € 954,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [naam] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door L. Broers en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
Productie 13 eiseres
Artikel 7:17 BW
Artikel 7:22 lid 7 BW
Zie Hof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3985, r.o. 2.3
In lijn met: Hoge Raad 28 januari 2005 ECLI:NL:HR:2005:AR6460, r.o. 3.3.1 en Hoge Raad 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008 BF1042, r.o. 3.5-3.7
Motorrijtuigenbelasting: € 29,22 en overige verzekeringspremies: € 78,20
9 maanden (september 2025 tot en met mei 2026) * 107,42
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11974378 \ CV EXPL 25-4445
Vonnis van 1 juli 2026
in de zaak van
[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. S. Acikgöz en mr. S. Yadegari
toevoegingsnummer: 4QX5761
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [naam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [naam] ,
gemachtigde: mr. R. Odink.
Kern van de zaak:
Consument vordert van autohandelaar de koopprijs terug van een tweedehandsauto omdat de auto binnen een jaar na levering verschillende gebreken heeft. De kantonrechter oordeelt dat consument de koopovereenkomst heeft mogen ontbinden omdat autohandelaar geen herstel heeft aangeboden. De kantonrechter wijst de koopprijs en aanvullende schadevergoedingen toe.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding van 17 november 2025 met producties;
de conclusie van antwoord van 21 januari 2026 met producties;
de aanvullende producties, tevens eisvermeerdering namens [eiser] ;
de mondelinge behandeling van 4 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
De gemachtigde van [eiser] heeft op zitting een tweede eisvermeerdering ingesteld van € 29,10 als vergoeding voor het schorsen van de auto. De kantonrechter heeft deze eisvermeerdering na bezwaar van [naam] toegestaan, omdat de eisvermeerdering schriftelijk is gedaan en tijdig is ingesteld. [naam] heeft er daarnaast op kunnen reageren. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1.
[naam] drijft een eenmanszaak [naam] en verkoopt tweedehandsauto’s.
2.2.
[eiser] heeft op 17 maart 2025 van [naam] een tweedehands Mitsubishi met automaat gekocht uit het jaar 2008 en met een kilometerstand van 116.730, voor een koopprijs van € 3.995,00. [eiser] heeft haar vorige auto bij [naam] ingeruild voor een bedrag van € 250,00, welk bedrag van de koopprijs is afgetrokken.
2.3.
[naam] heeft de Mitsubishi (hierna: de auto) via verschillende online platforms als volgt aangeprezen: “Algemene staat: goed” en “Dit is echt nog een keurige en zeer goed rijdende Mitsubishi Colt 1.3 Automaat met slechts 116.720km (NAP)!!”.
2.4.
Op 19 maart 2025 heeft [eiser] via Whatsapp contact met een automonteur over verschillende lampjes die in de auto zijn gaan branden. [eiser] heeft de auto vervolgens voor onderzoek naar de Kwikfit gebracht. Kwikfit heeft als diagnose gesteld dat de koppeling vervangen moest worden.
2.5.
[eiser] en [naam] hebben contact gehad over de koppeling en zijn tot de regeling gekomen dat [eiser] de koppeling zou laten vervangen door Pikeur Auto en Vrachtwagenservice voor een bedrag van € 953,55 en dat [naam] een bijdrage aan deze kosten zou leveren van € 300,00. [naam] heeft op 7 april 2025 het bedrag van € 300,00 aan [eiser] overgemaakt.
2.6.
Op 26 juni 2025 heeft [eiser] weer Whatsappcontact met een automonteur over een foutcode P1710.
2.7.
Op 2 augustus 2025 stuurt [eiser] het volgende bericht aan [naam] : “1e probleem was kapotte koppeling, 2e probleem is een kapotte trommelpositiesensor. Onze monteur heeft samen met ons gezocht naar een oplossing. De sensor wordt niet meer geproduceerd. Dit hebben wij telefonisch gemeld. Helaas werkt u niet mee aan een oplossing”. [eiser] heeft [naam] in hetzelfde bericht verzocht om kosteloos herstel van de auto.
2.8.
De gemachtigde van [eiser] heeft op 3 september 2025 een ingebrekestelling gestuurd aan [naam] , met daarin onder andere de volgende mededeling over de geconstateerde gebreken aan de auto: “Op 26 juni 2025 viel de auto stil met foutcode P1710. Diagnose door de garage wees uit dat de koppelingactuator bleef hangen en vervangen moest worden, samen met de hulpcilinder. Tijdens de reparatie bleek de trommelpositiesensor defect. Dit onderdeel wordt door Mitsubishi niet meer geproduceerd. Pogingen met een tweedehands onderdeel zijn mislukt. De auto is sindsdien niet meer te rijden”. [naam] wordt verzocht om binnen veertien dagen te bevestigen dat hij meewerkt aan kosteloos herstel van deze gebreken.
2.9.
Op 10 september 2025 heeft [naam] het verzoek tot herstel afgewezen. [naam] schrijft onder andere: “Voorts merken wij op dat cliënt medio juni 2026 telefonisch contact met ons heeft opgenomen met betrekking tot nieuwe problemen met de auto. Tijdens dat gesprek is aan cliënt duidelijk meegedeeld dat hij zich diende te wenden tot de garage waar de andere reparatie heeft plaatsgevonden, aangezien verdere aanspraken jegens ons niet aan de orde waren.”
2.10.
[eiser] heeft de koopovereenkomst vervolgens bij brief van 15 oktober 2025 ontbonden en aanspraak gemaakt op terugbetaling van de koopsom van de auto. Daarnaast heeft [eiser] verzocht om de auto terug te nemen.
2.11.
[naam] heeft de auto niet teruggenomen en de koopprijs niet terugbetaald.
3Het geschil
3.1.
[eiser] vordert – samengevat en na vermeerdering van eis – primair een verklaring voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen op 15 oktober 2025 buitengerechtelijk is ontbonden en terugbetaling van de koopsom van € 3.995,00. Subsidiair vordert [eiser] gerechtelijke ontbinding bij vonnis, danwel vernietiging van de overeenkomst vanwege dwaling. [eiser] vordert in alle gevallen transportkosten van € 599,00 voor het heenbrengen van de auto naar [naam] en het verschaffen van een deugdelijk vrijwaringsbewijs aan [eiser] , op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag en een maximum van € 20.000,00. [eiser] vordert tevens vergoeding van verschillende aanvullende schadeposten, buitengerechtelijke kosten, wettelijke rente en de proceskosten.
3.2.
[eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de tweedehandsauto die zij van [naam] heeft gekocht niet voldoet aan de koopovereenkomst. [naam] heeft de gebreken aan de auto niet willen herstellen, op grond waarvan [eiser] de koopovereenkomst heeft ontbonden. [eiser] heeft recht op terugbetaling van de koopprijs en vergoeding van de schade die zij heeft geleden omdat zij een non-conforme auto geleverd heeft gekregen. Ten slotte stelt [eiser] dat als zij van de gebreken aan de auto had geweten, zij de koopovereenkomst niet was aangegaan.
3.3.
[naam] voert verweer. [naam] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. [naam] betwist de gestelde gebreken. [naam] voert aan dat hij geen garantie heeft gegeven. Gelet op het bouwjaar van de auto en het aantal gereden kilometers kon [eiser] onderhoud aan de auto verwachten. [naam] stelt dat de gebreken niet aanwezig waren ten tijde van de levering en dat hij geen verplichting had om de gebreken te herstellen.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Consumentenkoop
4.1.
De koopovereenkomst tussen [eiser] en [naam] is een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 Burgerlijk Wetboek (BW). Dit betekent dat de dwingendrechtelijke bepalingen uit boek 7 BW van toepassing zijn. Daarnaast moet de kantonrechter ambtshalve toetsen of aan de informatieverplichtingen uit artikel 6:230l BW is voldaan. Het betreft namelijk een overeenkomst anders dan op afstand of buiten verkoopruimte, omdat [eiser] naar [naam] is toegegaan om een proefrit te maken en zij vervolgens tot de koop van de auto is overgegaan. De kantonrechter moet ten slotte ambtshalve toetsen of de overeenkomst geen oneerlijke bedingen bevat in de zin van de Richtlijn oneerlijke bedingen.
4.2.
De kantonrechter oordeelt dat aan de informatieverplichtingen is voldaan en stelt dit vast op basis van de stellingen van partijen en de overgelegde koopovereenkomst. Na beoordeling van deze overeenkomst, oordeelt de kantonrechter ook dat er geen oneerlijke bedingen in staan.
De auto beantwoordt niet aan de overeenkomst
4.3.
[eiser] beroept zich op non-conformiteit van de auto. Voor de beantwoording van de vraag of hiervan sprake is, moet de kantonrechter beoordelen of de auto beantwoordt aan de koopovereenkomst. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. In het geval een tweedehandsauto wordt gekocht, moet als regel worden aangenomen dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. Dat sprake is van non-conformiteit moet in beginsel door [eiser] als koper van de auto worden aangetoond. [eiser] heeft echter als consument-koper op grond van artikel 7:18 lid 2 BW een wettelijke bescherming. Die bescherming houdt in dat als zich binnen een jaar na de aflevering een gebrek openbaart, de zaak wordt vermoed al bij de aflevering niet aan de overeenkomst te hebben beantwoord.
4.4.
Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] voldoende onderbouwd dat sprake is van gebreken aan de automaatbak, de koppeling, koppelingactuator en de trommelpositiesensor, waardoor de auto zonder herstel niet meer rijdt. Het staat daarnaast vast dat deze gebreken zich binnen een jaar na levering hebben geopenbaard. [eiser] heeft als onderbouwing van de gebreken een verklaring overgelegd van de monteur die de koppeling van de auto heeft vervangen. Daarnaast zijn verschillende whatsappberichten overgelegd, waarin de foutcode P1710 wordt besproken met de monteur en waarin deze monteur het gebrek aan de koppelingactuator meldt aan [eiser] .
4.5.
De kantonrechter oordeelt dat [eiser] deze gebreken niet had hoeven verwachten. De auto komt weliswaar uit 2008, maar had in vergelijking met soortgelijke auto’s een relatief lage kilometerstand. [naam] heeft hiermee ook geadverteerd (“slechts 116.720km (NAP)!!”) en de auto bovendien aangeprezen als in “goede staat” en als “keurige en zeer goed rijdende” auto. [eiser] mocht er op grond hiervan vanuit gaan dat zij na aankoop van de auto veilig aan het verkeer kon deelnemen, zonder dat daarvoor (kostbare) reparaties nodig zouden zijn. Nu dat niet het geval is, is aan [eiser] niet de auto geleverd waarop zij had mogen rekenen.
4.6.
Omdat de gebreken zich binnen een jaar na de levering van de auto hebben voorgedaan, is het aan [naam] om te bewijzen dat deze gebreken aan de auto nog niet bestonden op het moment van aflevering van de auto. [naam] heeft dit niet, althans onvoldoende gedaan. [naam] voert aan dat de gebreken zijn veroorzaakt door de monteur die de koppeling van de auto heeft vervangen. Dit wordt door [eiser] gemotiveerd betwist. Volgens [eiser] verhouden de onderdelen die vervangen moeten worden zich tot de koppeling, maar is het niet de koppeling zelf die stuk is. De monteur heeft de gebreken tijdens het vervangen van de koppeling daarom niet geconstateerd. [naam] legt ter onderbouwing van zijn stelling een verklaring over van een eigen deskundige. Deze deskundige verklaart echter dat zijn bevindingen zijn gebaseerd op informatie die hij “hoort en leest” en dat de auto voor een “juiste diagnose” door de deskundige gezien moet worden. Dit is, mede gelet op de betwisting van [eiser] , onvoldoende om als tegenbewijs aan te nemen. Dat [eiser] de auto zonder garantie heeft gekocht, maakt dit niet anders. Ook in dat geval dient de auto te beantwoorden aan de overeenkomst. De kantonrechter oordeelt dan ook dat moet worden aangenomen dat de gebreken al bij levering aanwezig waren en dat de auto dus niet aan de overeenkomst beantwoordt.
Herstelplicht van [naam]
4.7.
Artikel 7:21 lid 1 BW bepaalt dat [eiser] herstel of vervanging van de auto kan vorderen. [eiser] heeft [naam] op 3 september 2025 schriftelijk gesommeerd om de gebreken te herstellen. [naam] verkeert in verzuim met het nakomen van die verplichting, omdat hij niet is overgegaan tot kosteloos herstel van de auto.
4.8.
Volgens [naam] is hij niet meer verplicht tot herstel, omdat de koppeling eerder is vervangen door een derde monteur. [eiser] had zich tot niet tot [naam] , maar tot deze monteur moeten wenden voor kosteloos herstel van de nieuwe gebreken, zo begrijpt de kantonrechter het verweer. Dit verweer wordt verworpen om de volgende redenen. Ter zitting heeft [naam] op vragen van de kantonrechter verklaard dat [eiser] met hem contact heeft opgenomen over het probleem met de koppeling en dat hij heeft ingestemd met de reparatie door een derde monteur. [naam] heeft daarnaast op zitting verklaard niet te hebben aangeboden om de koppeling zelf te vervangen. De kantonrechter stelt vast dat [naam] op dat moment dus al niet aan zijn verplichting tot herstel heeft voldaan. Gelet op deze omstandigheden, kan [naam] niet aan [eiser] tegenwerpen dat de auto door een derde monteur is hersteld. [naam] blijft als verkoper van de auto verantwoordelijk voor het herstel van de gebreken.
De koopovereenkomst is op 15 oktober 2025 buitengerechtelijk ontbonden
4.9.
Artikel 7:22 lid 1 onder a en lid 2 BW biedt de mogelijkheid aan [eiser] om de koopovereenkomst te ontbinden. [eiser] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt in de brief van 15 oktober 2025. De kantonrechter oordeelt dat [eiser] rechtsgeldig de koopovereenkomst heeft ontbonden en dat de gevorderde verklaring voor recht daarom toewijsbaar is.
[naam] moet de koopprijs terugbetalen aan [eiser]
4.10.
Het rechtsgevolg van de ontbinding is dat [naam] de verplichting heeft om de koopprijs terug te betalen. In geval van ontbinding wegens non-conformiteit bij een consumentenkoop, betaalt de verkoper de prijs terug bij ontvangst van de zaak of bij ontvangst van het door de koper verstrekte bewijs dat hij de zaak heeft teruggezonden. Daartoe zal de kantonrechter [naam] veroordelen.
4.11.
De kantonrechter stelt de terug te betalen koopprijs vast op € 3.995,00. [naam] voert aan dat op de koopprijs een gebruiksvergoeding in mindering moet worden gebracht. Het enkele gebruik van de auto is echter onvoldoende voor toewijsbaarheid van een gebruiksvergoeding. [naam] heeft bovendien geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die dit zouden rechtvaardigen. Er is daarom geen grond om een gebruiksvergoeding van de koopprijs af te trekken.
[naam] moet € 599,00 betalen voor het terug laten sturen van de auto door [eiser]
4.12.
Op grond van artikel 7:22 lid 7 BW is de koper in geval van gehele of gedeeltelijke ontbinding gehouden de zaak op kosten van de verkoper terug te zenden. [naam] is dus niet verplicht om de auto zelf op te halen. [eiser] vordert een vergoeding van € 599,00 transportkosten voor het terugzenden van de auto. Dit bedrag wordt als onbetwist toegewezen.
4.13.
De kantonrechter wijst de vordering af waarin [eiser] verzoekt te bepalen dat zij de terug levering van de auto mag opschorten of de auto in onderpand mag houden, totdat [naam] aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. De kantonrechter ziet geen grond om af te wijken van artikel 7:22 lid 7 BW. De hierna te bepalen uitvoerbaarverklaring bij voorraad biedt bovendien voldoende zekerheid voor de tenuitvoerlegging van dit vonnis.
Vrijwaringsbewijs
4.14.
Het kenteken kan na terug levering van de auto niet langer op naam van [eiser] blijven staan. [naam] moet [eiser] daarom een vrijwaringsbewijs verschaffen. Deze vordering zal als niet weersproken worden toegewezen, de kantonrechter acht een termijn van vijf dagen redelijk. Daarbij zal de gevorderde dwangsom op de hierna te noemen wijze worden gematigd en gemaximeerd. De kantonrechter gaat er verder vanuit dat [eiser] vrijwillig aan [naam] zal verstrekken dat wat hij nodig heeft voor de vrijwaring of overschrijving van het kenteken.
[naam] moet [eiser] schadevergoeding betalen, maar niet alle gevorderde kosten
4.15.
[eiser] vordert vergoeding van de door haar betaalde motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies, omdat zij geen ongestoord gebruik heeft kunnen maken van de auto. Tussen partijen staat vast dat de auto na 26 juni 2025 niet meer is gebruikt. De hoogte van de gestelde premies wordt niet betwist. De kantonrechter wijst de gevorderde maandelijkse premies op grond hiervan toe vanaf de datum van verzuim. Als onbetwist staat vast dat [eiser] op 3 september 2025 een ingebrekestelling heeft verstuurd aan [naam] en dat [naam] niet binnen de daarin gestelde termijn van veertien dagen tot herstel is overgegaan. Dit betekent dat de gevorderde maandelijkse premiekosten worden toegewezen met ingang van 17 september 2025. Het gaat om een bedrag van in totaal € 107,42 per maand. [eiser] heeft bewijs overgelegd van een aanvraag tot schorsing van het kenteken op 25 mei 2026. De kantonrechter zal van deze datum uitgaan voor de vaststelling van deze schadepost en wijst een bedrag van € 966,78 toe.
4.16.
[eiser] vordert bij eisvermeerdering een boete van € 199,00 die zij opgelegd heeft gekregen omdat de keuringstermijn van de APK was verlopen. [eiser] vordert daarnaast bij eisvermeerdering de kosten die zij heeft betaald om het kenteken van de auto te schorsen van € 29,10. [eiser] voert aan dat zij deze kosten niet had hoeven maken, als [naam] de auto had hersteld of teruggenomen. Zij heeft het kenteken daarnaast niet eerder geschorst, omdat [eiser] alleen aan de openbare weg kan parkeren. De kantonrechter oordeelt dat de schadeposten voldoende onderbouwd zijn en wijst de vorderingen toe.
4.17.
De gevorderde onderzoekskosten van € 84,17 komen op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b BW voor rekening van [naam] en worden als onbetwist toegewezen.
4.18.
Ten slotte vordert [eiser] de kosten van € 953,55 terug die zij heeft gemaakt voor de vervanging van de koppeling. De kantonrechter wijst deze vordering af. Partijen hebben over deze kosten namelijk een aparte overeenkomst gesloten, op grond waarvan [naam] een bedrag van € 300,00 heeft bijgedragen en [eiser] dus heeft aanvaard dat zij de rest van de kosten zou dragen. [eiser] heeft geen grondslag aangevoerd om deze overeenkomst terug te draaien. Dit deel van de vordering is daarom niet toewijsbaar.
Wettelijke rente
4.19.
Zoals in paragraaf 4.15 overwogen, is [naam] vanaf 17 september 2025 in verzuim. De gevorderde wettelijke rente over de koopprijs zal vanaf deze datum toegewezen worden. [eiser] vordert geen wettelijke rente over de boete en de schorsing van het kenteken. De wettelijke rente over de overige toegewezen schadevergoedingen wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding (17 november 2025).
Buitengerechtelijke kosten
4.20.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter oordeelt dat voldoende is gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht om de hoofdvordering te verhalen. De hoofdvordering betreft de koopprijs en de vergoeding van de motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremies. De hoofdvordering valt niet onder het toepassingsbereik van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter zal daarom de gevorderde vergoeding toetsen aan de oriëntatiepunten voor de beoordeling van dergelijke vorderingen uit het Rapport BGK-integraal, maar met toepassing van de wettelijke tarieven die geacht worden redelijk te zijn. [eiser] heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. De gevorderde btw zal worden afgewezen, omdat hiervoor niet is aangemaand als bedoeld in artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal een bedrag van € 621,18 worden toegewezen. De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen. Voor het overige wijst de kantonrechter de gevorderde buitengerechtelijke kosten af.
Proceskosten
4.21.
[naam] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [naam] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
€
90,00
- salaris gemachtigde
€
720,00
(2 punten × € 360,00)
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
954,00
Uitvoerbaar bij voorraad
4.22.
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiser] dat eist en [naam] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
verklaart voor recht dat de koopovereenkomst op 15 oktober 2025 buitengerechtelijk is ontbonden,
5.2.
veroordeelt [naam] om de koopprijs van € 3.995,00 aan [eiser] te betalen bij ontvangst van de auto of, als dat eerder is, bij ontvangst van het door [eiser] verstrekte bewijs dat zij de auto heeft teruggezonden, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 17 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.3.
veroordeelt [naam] om de transportkosten van € 599,00 aan [eiser] te betalen, ten behoeve van het terugzenden van de auto aan [naam] ,
5.4.
veroordeelt [naam] om binnen vijf dagen na ontvangst van de auto of, als dat eerder is, bij ontvangst van het door [eiser] verstrekte bewijs dat zij de auto heeft teruggezonden [eiser] een deugdelijk vrijwaringsbewijs te verstrekken op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag (een deel van een dag daaronder begrepen) dat […] dat niet doet, met een maximum van € 5.000,00,
5.5.
veroordeelt [naam] om aan [eiser] de volgende bedragen te betalen:
een bedrag van € 966,78 aan motorrijtuigenbelasting en verzekeringspremie, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 17 november 2025, tot de dag van volledige betaling;
een bedrag van € 84,17 aan onderzoekskosten, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 17 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
een bedrag van € 228,10 aan boete en schorsingskosten,
5.6.
veroordeelt [naam] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 621,18 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf 17 november 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.7.
veroordeelt [naam] in de proceskosten van € 954,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [naam] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.9.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door L. Broers en in het openbaar uitgesproken op 1 juli 2026.
Productie 13 eiseres
Artikel 7:17 BW
Artikel 7:22 lid 7 BW
Zie Hof Arnhem-Leeuwarden 24 mei 2016, ECLI:NL:GHARL:2016:3985, r.o. 2.3
In lijn met: Hoge Raad 28 januari 2005 ECLI:NL:HR:2005:AR6460, r.o. 3.3.1 en Hoge Raad 5 december 2008, ECLI:NL:HR:2008 BF1042, r.o. 3.5-3.7
Motorrijtuigenbelasting: € 29,22 en overige verzekeringspremies: € 78,20
9 maanden (september 2025 tot en met mei 2026) * 107,42