Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:8270

2026-06-10 Civiel recht K/4101/11943829
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-07-07
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
K/4101/11943829
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Consumentenkrediet. Ambtshalve toetsing. Kredietverstrekker vordert van consument terugbetaling van de volledige lening en rente uit hoofde van een consumentenkredietovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de kredietverstrekker niet heeft voldaan aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 7:60 BW en vernietigt de kredietovereenkomst. Een deel van de vordering wordt toegewezen op grond van onverschuldigde betaling.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.505 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Alkmaar



Zaaknummer: 11943829 \ CV EXPL 25-4038




Vonnis van 10 juni 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar buitenlands recht

ESTLAND BONDORA AS,
gevestigd te Tallin, Estland,
eisende partij,
hierna te noemen: Bondora,
gemachtigde: Inkassier,



tegen





[gedaagde]
,
wonende te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





De zaak in het kort

Kredietverstrekker vordert van consument terugbetaling van de volledige lening en rente uit hoofde van een consumentenkredietovereenkomst. De kantonrechter oordeelt dat de kredietverstrekker niet heeft voldaan aan de informatieplicht zoals bedoeld in artikel 7:60 BW en vernietigt de kredietovereenkomst. Een deel van de vordering wordt toegewezen op grond van onverschuldigde betaling.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding met producties van 24 oktober 2025;


het schriftelijk verweer met bijlagen van 27 november 2025;


de mondelinge behandeling van 12 mei 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.







2De feiten


2.1.
Partijen zijn op 12 mei 2023 een kredietovereenkomst aangegaan. [gedaagde] heeft de kredietovereenkomst digitaal ondertekend. Bondora heeft een lening verstrekt ter hoogte van € 7.070,00 tegen een rentepercentage van 9,2% per jaar en met een looptijd van 60 maanden. [gedaagde] diende maandelijks een vast bedrag aan rente en aflossing te betalen.



2.2.
Bondora heeft een bedrag van € 7.000, - overgemaakt op het door [gedaagde] opgegeven bankrekeningnummer. Het resterende bedrag van € 70,- diende ter financiering van de administratiekosten voor de totstandkoming van de lening.



2.3.
Partijen zijn daarnaast op 12 mei 2023 drie overeenkomsten aangegaan voor aanvullende diensten “B on Track” (€ 2,99 per maand), “B Secure” (€ 14,99 per maand) en “B Secure +” (€ 10,00 per maand). De overeenkomsten zijn aangegaan voor de duur van de looptijd van de kredietovereenkomst.



2.4.
Bondora heeft [gedaagde] op 3 oktober 2023 aangemaand tot betaling van een bedrag van € 543,46 en aangezegd dat als [gedaagde] dit bedrag niet binnen 30 dagen betaalt, de gehele lening inclusief rente opeisbaar wordt.



2.5.
Op 3 november 2023 heeft Bondora de kredietovereenkomst per e-mail opgezegd en aanspraak gemaakt op een totaal te betalen bedrag van € 7.214,38, bestaande uit “de hoofdsom van de lening, het rentebedrag en eventuele incassokosten”.



2.6.

[gedaagde] heeft niet betaald en is op 24 oktober 2025 door Bondora gedagvaard.





3Het geschil


3.1.
Bondora vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 8.388,12 bestaande uit een hoofdsom van € 7.208,09 en € 1.180,03 aan vertragingsrente tot en met 15 september 2025, te vermeerderen met vertragingsrente over de hoofdsom vanaf 15 september 2025 tot de dag van volledige betaling, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.



3.2.
De hoofdsom is als volgt opgebouwd:


krediet (resterend): € 6.864,60;


rente op de niet betaalde maandtermijnen (voor opeising): € 207,82;


administratiekosten (resterend): € 23,75;


B on track: € 11,96;


B Secure: € 59,96;


B Secure +: € 40,00;


Totaal: € 7.208,09



3.3.
Bondora legt primair aan haar vordering ten grondslag, nakoming van de betalingsverplichting uit de kredietovereenkomst en de drie overeenkomsten voor aanvullende diensten. Subsidiair legt Bondora aan de vordering ten grondslag dat het totaalbedrag dat is uitgeleend en het totaalbedrag dat in rekening is gebracht voor de aanvullende diensten onverschuldigd is betaald door Bondora.



3.4.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van Bondora, met veroordeling van Bondora in de kosten van deze procedure. [gedaagde] verzoekt de kantonrechter om de overeenkomsten nietig, vernietigbaar of anderszins ongeldig te verklaren. [gedaagde] stelt dat Bondora heeft verzaakt in haar wettelijke en maatschappelijke zorgplicht bij het verstrekken van het krediet en dat de informatieverstrekking voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten gebrekkig is geweest. Bondora heeft daarnaast misleidend gehandeld bij de totstandkoming van de overeenkomsten voor aanvullende diensten; deze diensten zijn onnodig en leiden tot een aanzienlijke verhoging van de totale kredietkosten. [gedaagde] maakt ten slotte bezwaar tegen het ontbreken van een minnelijk traject voorafgaand aan de procedure; [gedaagde] betwist aanmaningen te hebben ontvangen van Bondora of de deurwaarder.



3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Internationaal karakter




4.1.
Bondora is gevestigd in Estland en de procedure draagt daarom een internationaal karakter. De kantonrechter dient allereerst te beoordelen of de Nederlandse rechter bevoegd is van de onderhavige vordering kennis te nemen. De vordering van Bondora is gebaseerd op de tussen partijen gesloten kredietovereenkomst. In artikel 16.3 van de op deze kredietovereenkomst toepasselijke algemene voorwaarden is bepaald dat de rechtbanken van Estland ‘niet-exclusief’ bevoegd zijn. Deze bepaling sluit de bevoegdheid van de Nederlandse rechter dus niet uit. De kantonrechter ontleent zijn bevoegdheid aan artikel 4 lid 1 herschikte EEX Verordening (EU) nr. 1215/2012, aangezien [gedaagde] is opgeroepen voor het gerecht van de lidstaat waarin hij woonplaats heeft. Gelet op de woonplaats van [gedaagde] is de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Alkmaar bevoegd van de vordering kennis te nemen.



4.2.
Met betrekking tot het toepasselijke recht overweegt de kantonrechter als volgt. Op grond van artikel 3 Rome I Verordening (EG) 593/2008 (hierna: Rome I) wordt de overeenkomst beheerst door het recht dat partijen hebben gekozen. In artikel 16.1 van de algemene voorwaarden is een rechtskeuze opgenomen voor de wetgeving van de Republiek Estland. De kredietovereenkomst kwalificeert echter als een consumentenovereenkomst, want is aangegaan tussen Bondora als handelaar en [gedaagde] als consument. Artikel 6 lid 2 Rome I bepaalt dat een rechtskeuze er niet toe mag leiden dat de consument de bescherming verliest welke hij geniet op grond van bepalingen waarvan niet bij overeenkomst kan worden afgeweken volgens het Nederlandse recht. Op grond van lid 1 van artikel 6 Rome I zou het Nederlands recht namelijk van toepassing zijn geweest op de kredietovereenkomst als geen rechtskeuze was gemaakt.



4.3.

De wettelijke bepalingen over consumentenkredieten in titel 2A van Boek 7 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en artikel 4:34 Wet financieel toezicht (hierna: Wft) zijn van (semi)dwingend recht. De kantonrechter zal de vordering van Bondora daarom ambtshalve toetsen aan deze (semi)dwingende bepalingen.

(Pre)contractuele verplichtingen ex artikel 7:60 BW





4.4.
De kantonrechter dient te beoordelen of Bondora geruime tijd vóór het sluiten van de kredietovereenkomst, de op grond van de wet vereiste informatie aan [gedaagde] heeft verstrekt. De kantonrechter is van oordeel dat niet aan deze informatieplicht is voldaan en licht dit als volgt toe.



4.5.
Artikel 7:60 BW schrijft voor dat de consument tijdig en volledig geïnformeerd moet worden. Als uitgangspunt geldt dat de kredietverstrekker ervoor moet zorgen dat de consument in staat is om op basis van duidelijke, begrijpelijke criteria de economische gevolgen te beoordelen van de overeenkomst. Wat onder ‘geruime tijd’ wordt verstaan, moet van geval tot geval beoordeeld worden. In de rechtspraak is echter bepaald dat onder geruime tijd niet wordt verstaan, het overhandigen van de precontractuele informatie op de dag waarop de kredietovereenkomst wordt gesloten. Het is aan Bondora om gemotiveerd en onderbouwd te stellen dat aan deze informatieplicht is voldaan.



4.6.

Bondora heeft toegelicht hoe een kredietovereenkomst met haar in een online omgeving tot stand komt. Daaruit volgt dat de door haar te verstrekken informatie voor [gedaagde] zichtbaar werd op het moment waarop hem een aanbod is gedaan door Bondora. De volgende stap in het online-proces is dat [gedaagde] het aanbod accepteert door middel van een digitale ondertekening. Op dat moment is de overeenkomst tot stand gekomen. Dat het hele proces erop is gericht om zo snel mogelijk een kredietovereenkomst tot stand te brengen, volgt ook uit de tekst op het online bestelformulier: ‘Hallo! Ik ben Bondora, en ik ga je een lening helpen te krijgen in slechts enkele eenvoudige stappen. Het duurt maar een paar minuten!’
Uit de toelichting in de dagvaarding en de overgelegde printscreens blijkt dus niet dat de betreffende informatie geruime tijd vóór het sluiten van de kredietovereenkomst is verstrekt of dat [gedaagde] enige tijd heeft gekregen om een weloverwogen besluit te nemen.



4.7.
Bondora heeft tijdens de zitting ook geen feiten en omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan de eis dat de verplichte informatie geruime tijd voor het aangaan van de overeenkomst aan [gedaagde] is verstrekt. Bondora heeft daarentegen bevestigd dat het proces snel gaat. [gedaagde] heeft op zijn beurt bevestigd dat het online-proces enkele minuten heeft geduurd en dat hij een uur na de digitale ondertekening van de overeenkomst het bedrag van € 7.000, - op zijn bankrekening heeft ontvangen.



4.8.
De kantonrechter oordeelt op basis hiervan dat de precontractuele informatie niet geruime tijd voor het sluiten van de kredietovereenkomst is overhandigd, maar op dezelfde dag, en dat Bondora daarmee niet heeft voldaan aan (de doelstelling van) artikel 7:60 BW. Artikel 7:60 lid 3 BW bepaalt dat Bondora daarmee een oneerlijke handelspraktijk als bedoeld in artikel 6:193b BW heeft verricht.



Vernietiging van de kredietovereenkomst




4.9.
Artikel 7:60 BW is een omzetting van de Richtlijn Consumentenkrediet 2008/48/EU. Nationale consument-beschermende bepalingen die voortvloeien uit Europese richtlijnen, moeten gelijkgesteld worden aan regels die naar nationaal recht van openbare orde zijn. Dat betekent dat, nu artikel 7:60 BW niet is nageleefd, niet is voldaan aan een regel van openbare orde die zich richt op de bescherming van de consument. De kantonrechter vernietigt daarom ambtshalve de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW.



4.10.
Als gevolg van deze vernietiging van de kredietovereenkomst, kan de vordering van Bondora niet worden toegewezen op grond van nakoming van de kredietovereenkomst. Aan de beoordeling van de kredietwaardigheidstoets in artikel 4:34 Wft komt de kantonrechter niet meer toe.



Overeenkomsten aanvullende diensten





4.11.
De drie overeenkomsten die zien op de aanvullende diensten, zijn naar het oordeel van de kantonrechter niet los te zien van de kredietovereenkomst. De drie overeenkomsten worden in hetzelfde onlineproces aangegaan als de kredietovereenkomst. Desgevraagd heeft Bondora bevestigd dat de aanvullende diensten zonder een kredietovereenkomst niet kunnen worden afgenomen. Met de vernietiging van de kredietovereenkomst, komt daarom ook de grondslag voor de betaling van de maandelijkse vergoedingen uit hoofde van de aanvullende diensten te vervallen.



Subsidiaire grondslag: onverschuldigde betaling





4.12.
Voor het geval de overeenkomsten zouden worden vernietigd, heeft Bondora subsidiair aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij recht heeft op terugbetaling van de aan [gedaagde] geleende bedragen en op de vergoeding van de aanvullende diensten op grond van onverschuldigde betaling. Op dat punt krijgt Bondora deels gelijk.



4.13.
Op grond van artikel 3:53 BW juncto artikel 6:203 BW moet [gedaagde] bij vernietiging van de overeenkomst in beginsel het geleende geld dat aan hem is uitgekeerd (zonder rentevergoeding en kosten) terugbetalen aan Bondora. Bondora moet de al door [gedaagde] betaalde aflossingen en rente terugbetalen aan [gedaagde] . Bondora moet daarnaast de door [gedaagde] betaalde maandelijkse vergoedingen voor de aanvullende diensten terugbetalen.



4.14.
Het staat vast dat Bondora een bedrag van € 7.000, - aan [gedaagde] heeft betaald. [gedaagde] heeft verklaard dat hij twee aflossingstermijnen heeft betaald. Bondora heeft dit bevestigd onder verwijzing naar het resterende bedrag dat wordt gevorderd uit hoofde van de kredietovereenkomst. Op grond van deze verklaringen van partijen en op basis van het overgelegde betaalschema, zal de kantonrechter een bedrag van € 284,55 verrekenen met het aan [gedaagde] uitgekeerde bedrag van € 7.000, -. De kantonrechter zal daarnaast een bedrag van € 55,96 verrekenen, dit bedrag staat gelijk aan het totaal van twee maandelijkse betalingen voor de aanvullende diensten. Dat [gedaagde] dit bedrag aan Bondora heeft betaald, leidt de kantonrechter af uit het gevorderde bedrag voor de verleende diensten (€ 111,92), dat gelijk staat aan vier maanden en de totale looptijd van de kredietovereenkomst van zes maanden. Het toe te wijzen bedrag komt dan uit op € 6.659,49.


4.15.
Voor wat betreft het gevorderde bedrag voor de verleende diensten (in totaal: € 111,92) heeft Bondora uitsluitend aangevoerd dat dit het totaalbedrag is van wat voor de verleende diensten in rekening is gebracht. Voor zover Bondora een beroep doet op artikel 6:203 lid 3 BW, namelijk dat Bondora een prestatie van andere aard dan een betaling van een geldsom heeft verricht, heeft Bondora onvoldoende gesteld om deze vordering toe te wijzen. Dit bedrag zal daarom worden afgewezen. De verder gevorderde bedragen aan rente en kosten zoals weergegeven in r.o. 3.2 zullen eveneens worden afgewezen.



Vertragingsrente





4.16.
De gevorderde contractuele vertragingsrente zal wordt afgewezen omdat de kredietovereenkomst wordt vernietigd en Bondora dus geen aanspraak toekomt op deze contractuele vertragingsrente.



Proceskosten





4.17.
De uitkomst van de procedure geeft aanleiding om de proceskosten te compenseren. Dit houdt in dat iedere partij zijn eigen proceskosten draagt.



Betalingsregeling





4.18.
Tijdens de zitting is tussen partijen een betalingsregeling afgesproken, inhoudende dat [gedaagde] maandelijks een bedrag van € 100,- zal betalen aan Bondora. Het totale bedrag dat [gedaagde] dient terug te betalen, wilden partijen bij vonnis laten bepalen. De gemachtigde van Bondora heeft toegezegd dat als [gedaagde] zich aan deze betalingsregeling houdt, het vonnis niet geëxecuteerd zal worden.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Bondora te betalen een bedrag van € 6.659,49,



5.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen proceskosten draagt,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. L. Broers en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.




Vgl. HvJ EU 16 november 2010, C-76/10, ECLI:EU:C:2010:685 en HR 12 februari 2016, ECLI:NL:HR: 2016:23


Artikel 7:60 BW juncto artikel 5 en 6 van de Richtlijn Consumentenkrediet 2008/48


HvJ EU 23 april 2015, ECLI:EU:C:2015:262, par. 41 (Van Hove)


Hof Arnhem-Leeuwarden 9 juli 2019, ECLI:NL:GHARL:2019:5655


De eerste twee termijnen bedragen volgens het betaalschema zoals overgelegd als productie 7 bij dagvaarding: € 131,27 en € 153,28.


(€2,99 + € 14,99 + € 10,00) *2.