Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2026:5660
2026-05-01
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/15/376733
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huurder bedrijfsruimte vordert een verbod voor de verhuurder om een bankgarantie aan te spreken en een verbod van de bank om tot uitbetaling over te gaan. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af. Geen misbruik van bevoegdheid of strijd met maatstaven van redelijkheid en billijkheid.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2015:600 Hoge Raad 13-03-2015
- ECLI:NL:HR:2015:600 Hoge Raad 13-03-2015
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (30.366 tekens)
RECHTBANK Noord-Holland
Handel, Kanton en Insolventie
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/376733 / KG ZA 26-190
Vonnis in kort geding van 1 mei 2026
in de zaak van
BILAL GROUP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
hierna te noemen: Bilal Group,
advocaat: mr. Y. Moszkowicz,
tegen
1STAR EU PAS DUTCH II COÖPERATIEF U.A.,
gevestigd te Hoofddorp,
gedaagde,
hierna te noemen: Star,
advocaat: mr. M.A.M. Notkamp,
2
2. ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: ABN,
advocaat: mr. Y.D. van Noordenne.
De zaak in het kort
Bilal Group heeft een huurachterstand aan Star. Als zekerheid voor al hetgeen zij aan Star is verschuldigd heeft ABN namens Bilal Group een bankgarantie verstrekt. Star heeft vanwege de huurachterstand trekkingsverzoeken gedaan. Volgens Bilal Group is dat ten onrechte en zij wil dat de voorzieningenrechter Star verbiedt trekkingsverzoeken te doen en ABN verbiedt uit te betalen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 7 producties,- de conclusie van antwoord met een exceptie van onbevoegdheid namens Star, met 20 producties,- de akte namens ABN, met 4 producties,- de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van de advocaat van Bilal Group,- de pleitnota van de advocaat van Star,
- de pleitnota van de advocaat van ABN.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis komt.
2De feiten
2.1.
Bilal Group exploiteert een groothandel in pluimveeproducten. Tussen Bilal Group en Star is op 31 maart 2022 een huurovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de huurovereenkomst) voor de bedrijfsruimte aan de Scharenburg 10 in Amsterdam.
2.2.
In de huurovereenkomst staat voor zover relevant:
“(…)
4.1
The initial annual rent of the Leased Premises on the Commencement Date is EUR 345,000 (three hundred and forty-five thousand euros). This amount is exclusive of turnover tax.
(…)
6.1
On or prior to the Commencement Date, the Tenant shall pay a deposit into an account to be specified by the Landlord, in an amount equal to six months' rent plus VAT, which is EUR 208,725 (two hundred and eight thousand and seven hundred and twenty-five euro) in accordance with clause 24 of the General Conditions. No interest will be paid on the deposit.
6.2
During the Lease the Tenant will have the right to provide the Landlord with a transferrable bank guarantee for the same amount as the deposit in accordance with clause 24 of the General Conditions.
(…)
12.1
This Lease is governed by Dutch law and the competent court of Amsterdam, the Netherlands, shall have exclusive jurisdiction and each Party irrevocably submits to the jurisdiction of such court.
(…)”
2.3.
Op 15 augustus 2024 heeft ABN een bankgarantie verstrekt voor een bedrag van
€ 208.725,00 (hierna: de bankgarantie). In de bankgarantie staat voor zover relevant:
“ABN AMRO Bank N.V. (…) verklaart zich door deze,
bij wijze van zelfstandige verbintenis tegenover verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant te stellen voor al hetgeen huurder ingevolge de bovengenoemde huurovereenkomst, of een eventuele verlenging daarvan (ten laste van
huurder komende schadevergoedingen daaronder begrepen) of wegens voor huurder verrichte diensten aan verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) verschuldigd zal zijn.
(…)
De Bank verbindt zich op eerste schriftelijk verzoek van verhuurder of diens rechtverkrijgende(n), zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, aan verhuurder te zullen voldoen al hetgeen verhuurder volgens diens schriftelijke verklaring uit hoofde van deze garantie van de Bank vordert, met inachtneming van bovenvermeld(e) maximum bedrag, beperking en verklaring.”
2.4.
Op 22 januari 2026 heeft [betrokkene 1] van Star (hierna: [betrokkene 1]) aan Bilal Group geschreven:
“(…) I am contacting you regarding the outstanding rent payments. Find enclosed the outstanding invoices for November, December and January. There are also insurance and interest payments outstanding. The total arrears are € 142.188,71. These must be paid immediately to avoid any further escalation. You have already been contacted by Whitewood, and more recently by Leonard Böhmer (…). Leonard is instructed to escalate this legal matter if payments are not received. (…)”
2.5.
Op 29 januari 2026 heeft een bespreking over de huurachterstand plaatsgevonden tussen Star en Bilal Group, waarbij in ieder geval de heer [betrokkene 2], directeur van Bilal Group, en de heer [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]) aanwezig waren.
2.6.
Op 2 februari 2026 heeft [betrokkene 1] aan Bilal Group geschreven:
“Thank you for meeting with us on Thursday, it was good to catch up and discuss the current situation around your arrears.
As outlined in our conversation, we are happy to consider how we may be able to support you however, to proceed we will require confirmation of your financial distress so we can evidence this to our board to allow us to discuss any potential payment plan. Specifically, please can you provide:
Audited financial statements for the past three years
Management accounts for the past three years
Recent bank statements
Once these have been reviewed, we can advise on the appropriate next steps. Until this evidence has been discussed with the board
no agreement
has been made.”
2.7.
Bilal Group heeft de gevraagde documenten, ondanks herhaalde verzoeken van Star, tot op heden niet aangeleverd.
2.8.
Op 3 april 2026 heeft mr. Böhmer namens Star Bilal Group gesommeerd tot betaling vóór 8 april 2026 van € 201.017,79, het op dat moment openstaande bedrag, met aanzegging dat Star de bankgarantie zou aanspreken als er niet tijdig en volledig zou zijn betaald. Bilal Group heeft in een brief gedateerd 3 april 2026 de sommatie betwist en een beroep gedaan op mondelinge afspraken die volgens Bilal Group op 29 januari 2026 zijn gemaakt en het volgende inhouden:
“
Vervanging van de bankgarantie bij ABN AMRO door een bankgarantie via ING;
Het inlopen van een eventuele achterstand via een betalingsregeling van € 25.000 per maand;
Het gezamenlijk creëren van financiële ruimte om deze regeling uitvoerbaar te maken;
Het doen van een concreet voorstel inzake terugkoop van de huurpositie/ROZrechten.”
2.9.
Op 7 april 2026 heeft Bilal Group een bedrag van € 41.274,50 betaald aan Star onder de vermelding ‘Huur Scharenburg 10, 1046 BB, Amsterdam’.
2.10.
Bij brief van 8 april 2026 heeft de advocaat van Star namens Star een trekkingsverzoek gedaan aan ABN voor een bedrag van € 201.017,79.
2.11.
Bilal Group heeft op 8 april 2026 € 50.000,00 betaald aan Star en op 9 april 2026
€ 25.000,00, beide keren onder vermelding van ‘Deel betaling Scharenburg 10, 1046 BB Amsterdam’.
2.12. (
De advocaat van) Star heeft na ontvangst van deze betalingen op 9 april 2026 een tweede (aangepast) trekkingsverzoek aan ABN gedaan voor een bedrag van € 109.743,92.
2.13.
ABN heeft dit tweede verzoek op 13 april 2026 afgewezen, omdat Star geen verklaring had bijgevoegd dat de vorderingen geen betrekking hebben op vorderingen onder a en b als bedoeld in de bankgarantie (schadevergoeding voor gemis van de huur die verschuldigd zou zijn na beëindiging van de huurovereenkomst door opzegging op grond van artikel 39, artikel 238 of artikel 305 van de Faillissementswet, of tussen Star en Bilal Group overeengekomen (schade)vergoedingsvorderingen in dat kader).
2.14.
Daarop heeft (de advocaat van) Star op 13 april 2026 een derde trekkingsverzoek gedaan voor een bedrag van € 84.743,29 (welk bedrag opnieuw was vastgesteld naar aanleiding van inmiddels ontvangen en verwerkte betalingen), voorzien van de door ABN vereiste verklaring.
3Het geschil
3.1.
Bilal Group vordert, samengevat:
Star te verbieden ABN te verzoeken tot uitbetaling onder de bankgarantie over te gaan, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Star in strijd handelt met dit gebod;
ABN te verbieden een uitbetaling te doen onder de bankgarantie totdat in een bodemprocedure over de aanspraken van Star is beslist,
Star te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Bilal Group legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid (in de zin van artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) door de bankgarantie in te roepen en dat dit bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (in de zin van artikel 6:2 lid 2 BW). Er is ten eerste sprake van de door de Hoge Raad, in het geval van een abstracte bankgarantie, vereiste willekeur om een beroep op een bankgarantie te blokkeren. Star heeft namelijk drie trekkingsverzoeken gedaan, telkens voor een ander bedrag zonder voldoende zekerheid te hebben over de juistheid van de hoogte van haar vordering. Daarmee handelt Star niet met de vereiste zorgvuldigheid die van een professionele verhuurder mag worden verwacht. Bovendien houdt Star zich niet aan op 29 januari 2026 gemaakte afspraken en heeft zij de bankgarantie ingeroepen terwijl er tegelijk substantiële betalingen binnenkwamen. Daarnaast bestaat er een onevenredigheid tussen het belang van Star bij het inroepen van de bankgarantie en de schade die Bilal Group hierdoor lijdt (in de zin van artikel 3:13 lid 2 BW). Star verliest door uitbetaling onder de bankgarantie haar zekerheid voor alle toekomstige verplichtingen terwijl Bilal Group wordt geconfronteerd met een regresvordering van ABN, waarvoor ABN de door haar bedongen zekerheden zal inroepen, dit naast de nog openstaande huurverplichtingen. Bovendien dreigt bij uitbetaling directe liquiditeitsschade voor Bilal Group. Tot slot heeft Star tussen 29 januari 2026 en 8 april 2026 nooit ondubbelzinnig aangezegd dat zij de bankgarantie zou inroepen, aldus nog steeds Bilal Group.
3.3.
Star voert primair aan dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord‑Holland relatief onbevoegd is om van dit geschil kennis te nemen, omdat partijen in artikel 12.1 van de huurovereenkomst een exclusieve forumkeuze zijn overeengekomen. Subsidiair voert Star aan dat de voorzieningenrechter de vorderingen moet afwijzen. Star betwist dat zij door de trekkingsverzoeken te doen misbruik maakt van haar bevoegdheid. Het staat namelijk vast dat Bilal Group een huurachterstand heeft van (ten minste) € 84.743,29 en partijen hebben juist bedoeld dat de bankgarantie tot zekerheid strekt van een huurachterstand. Verder betwist Star dat partijen enige afspraken hebben gemaakt op 29 januari 2026. Dat er geen onvoorwaardelijke afspraken zijn gemaakt blijkt ook uit de correspondentie van na die datum; Bilal Group heeft geen financiële bescheiden overgelegd die Star nodig heeft om een eventuele regeling te treffen. Daarnaast is er door de verschillende trekkingsverzoeken juist geen sprake van willekeur, omdat Star de verzoeken naar aanleiding van gedane betalingsverzoeken steeds heeft herzien met opgave van de actuele huurachterstand. Ook betwist Star het spoedeisend belang, aangezien het niet vaststaat dat ABN direct zal overgaan tot het uitwinnen van haar regresvordering en de daaraan gekoppelde zekerheden.
3.4.
ABN betoogt dat zij overbodig in dit geschil is betrokken omdat zij buiten de rechtsverhouding tussen Bilal Group en Star staat. Ten aanzien van het bevoegdheidsincident refereert ABN zich aan het oordeel van de rechtbank. Verder betwist ABN de vordering tegenover haar. ABN stelt dat het derde trekkingsverzoek van Star voldoet aan de voorwaarden van de bankgarantie, zodat zij dit in beginsel moet toewijzen. Het is voor ABN immers niet zonder onderzoek en zonder enige twijfel onmiddellijk kenbaar dat het trekkingsverzoek kennelijk willekeurig of bedrieglijk is. Daarnaast onderbouwt Bilal Group haar vordering niet met specifiek aan ABN gerichte stellingen en verwijten. Aangezien ABN zich aan een vonnis zal houden is er tot slot geen noodzaak tot het opleggen van een dwangsom, aldus nog steeds ABN.
3.5.
Op de stellingen van partijen gaat de voorzieningenrechter hierna, voor zover van belang, nader in.
4De beoordeling
De voorzieningenrechter is bevoegd
4.1.
Voor alle weren heeft Star een beroep gedaan op relatieve onbevoegdheid van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, omdat Bilal Group en Star in artikel 12.1 van de huurovereenkomst een exclusieve forumkeuze hebben gemaakt voor de (voorzieningen)rechter van de rechtbank Amsterdam. Bilal Group is het daarmee oneens, omdat het forumkeuzebeding alleen ziet op geschillen over de rechtsverhouding tussen partijen uit de huurovereenkomst en niet op voorlopige, bewarende maatregelen ten aanzien van de bankgarantie. Daarnaast geldt het forumkeuzebeding hoe dan ook niet in de verhouding tussen Bilal Group en ABN, omdat ABN geen partij is bij de huurovereenkomst. Tot slot stelt Bilal Group dat het beroep op het forumkeuzebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. ABN refereert zich met betrekking tot de incidentele vordering van Star aan het oordeel van de voorzieningenrechter en is ook vrijwillig verschenen in de procedure.
4.2.
De voorzieningenrechter verklaart zich bevoegd om van de vorderingen van Bilal Group kennis te nemen. Ten eerste is relevant dat Bilal Group en Star in de huurovereenkomst, zoals Bilal Group stelt, niets specifiek zijn overeengekomen over een forumkeuze ten aanzien van een ordemaatregel in kort geding. Voor zover Star betoogt dat dit volgt uit de bewoordingen ‘exclusive jurisdiction’, wat Bilal Group betwist, verzetten artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de aard van het kort geding zich in dit geval tegen een door partijen gekozen exclusieve bevoegdheid voor de rechtbank Amsterdam. Uit artikel 254 Rv en de aard van een kort geding volgt namelijk dat de voorzieningenrechter van de plaats waar de voorlopige voorziening moet worden gegeven altijd bevoegd is. Aangezien Bilal Group een verbod vordert van een door Star, gevestigd te Hoofddorp, te verrichten handeling, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd. Deze regel gaat als bijzondere regel van relatieve bevoegdheid in kort geding voor op de regeling van de relatieve bevoegdheid in de artikelen 99 tot en met 109 Rv die in kort geding slechts aanvullend kan worden toegepast. Dat geldt dus ook voor het forumkeuzebeding, zoals geregeld in artikel 108 Rv, dat overigens in de verhouding tussen Bilal Group en ABN hoe dan ook geen werking heeft. Daar komt bij dat het spoedeisende belang van een kort geding en het algemene belang van een efficiënte geschilbeslechting niet te rijmen zijn met een onbevoegdverklaring en verwijzing naar een andere rechtbank. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat zowel Star als ABN in dit kort geding zijn verschenen, in de gelegenheid zijn verweer te voeren, verweer hebben gevoerd en niet is gesteld of gebleken dat zij op enige wijze zijn benadeeld door een behandeling ten overstaan van de voorzieningenrechter van deze rechtbank in plaats van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam.
Bilal Group heeft spoedeisend belang bij haar vorderingen
4.3.
Bilal Group heeft het spoedeisend belang bij haar vorderingen tegenover de betwisting daarvan door Star voldoende onderbouwd. Zij heeft immers betoogd dat er een reële kans bestaat dat zij in financiële moeilijkheden komt als de bankgarantie komt te vervallen. Bilal Group heeft namelijk gesteld dat er een grote kans bestaat dat zij in dat geval onder bijzonder beheer zal worden geplaatst en dat daarmee de kans bestaat dat de verdere samenwerking met ABN zal worden gestaakt. Dat heeft vervolgens weer effect op de financieringsmogelijkheden van Bilal Group bij andere banken. Ter zitting heeft ABN dat niet ontkracht. Het spoedeisend belang van Bilal Group bij haar vorderingen is daarmee voldoende aangetoond.
Star maakt geen sprake van misbruik van recht door de bankgarantie in te roepen
4.4.
Bilal Group betoogt dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid de bankgarantie in te roepen, als bedoeld in artikel 3:13 BW. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat een bevoegdheid onder meer kan worden misbruikt door haar (1) uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of (2) met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of (3) in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.
4.5.
Star heeft vanwege de (onbetwiste) huurachterstand van Bilal Group in beginsel de bevoegdheid de bankgarantie in te roepen. De bankgarantie is abstract van aard. Dat, en de functie die dergelijke garanties in het handelsverkeer vervullen, brengt mee dat een strikte toepassing van de voorwaarden van de bankgarantie door ABN is geboden, mede gelet op de positie van ABN en de wederzijdse belangen van Bilal Group en Star. Het betekent ook dat de bankgarantie een betalingsverplichting van ABN betreft die zelfstandig is ten opzichte van de onderliggende rechtsverhouding tussen Bilal Group en Star. Verweren die ontleend zijn aan de onderliggende rechtsverhouding staan daarom in beginsel niet in de weg aan de vordering tot betaling uit hoofde van de bankgarantie, als aan de in de bankgarantie gestelde voorwaarden voor betaling is voldaan. Op het hiervoor bepaalde over de strike toepassing van de voorwaarden en de relevantie van de verweren die Bilal Group tegenover Star voert is op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid een uitzondering mogelijk als sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van Bilal Group of Star. Dat bedrog of die willekeur kan ook betrekking hebben op de onderliggende rechtsverhouding. Daarbij is niet vereist dat Star als degene die de garantie inroept, op het moment van inroepen wetenschap heeft van het gestelde bedrog of van de beweerde willekeur.
4.6.
De willekeur van Star blijkt volgens Bilal Group uit het feit dat Star drie trekkingsverzoeken heeft gedaan voor telkens een ander bedrag. De voorzieningenrechter volgt Bilal Group hierin niet. Hoewel slechts het derde trekkingsverzoek ter discussie staat in dit kort geding, geldt het volgende. Star heeft met een overzicht van openstaande posten voldoende onderbouwd dat de betalingsachterstand van Bilal Group op 2 april 2026 € 201.017,79 bedroeg. Star heeft vervolgens Bilal Group gesommeerd tot betaling van dit bedrag, waarna zij op 8 april 2026 het eerste trekkingsverzoek heeft gedaan. Bilal Group verwijt Star dat ze daarbij ABN onjuist heeft geïnformeerd over de hoogte van de openstaande vordering, omdat zij de betaling van 7 april 2026 nog niet van de vordering had afgeboekt. Dit getuigt evenwel niet van willekeur en het heeft er de schijn van dat de trekkingsverzoeken en (de verwerking van) de betalingen elkaar hebben gekruist. Bilal Group heeft onvoldoende weerlegd dat Star aangepaste verzoeken heeft gedaan aan ABN zodra zij op de hoogte raakte van de betalingen van Bilal Group, namelijk eerst op 9 april en later op 13 april 2026. Dit heeft zij de eerste keer uit eigen beweging gedaan en de tweede keer hebben de betalingen van Bilal Group kennelijk het trekkingsverzoek gekruist. Star heeft dus niet pas na klachten van Bilal Group gehandeld, zoals Bilal Group suggereert. Daarnaast speelt mee dat Bilal Group de betalingen heeft verricht zonder aankondiging, op onregelmatige momenten en zonder specifieke referentie. Het is dan niet vreemd dat Star de betalingen niet direct heeft kunnen verwerken. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat Star bij het doen van de trekkingsverzoeken met de vereiste zorgvuldigheid en voortvarendheid heeft geacteerd.
4.7.
Ten tweede beroept Bilal Group zich op mondelinge afspraken die zij op 29 januari 2026 met Star zou hebben gemaakt. Door ondanks deze afspraken de bankgarantie in te roepen handelt Star onrechtmatig tegenover Bilal Group, althans is zij tekortgeschoten in de nakoming van deze afspraken en maakt zij daarom misbruik van haar bevoegdheid, aldus Bilal Group. Ook dat volgt de voorzieningenrechter niet, omdat Bilal Group in dit kort geding tegenover de betwisting van Star onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er (betalings)afspraken zijn gemaakt. Star betwist namelijk de totstandkoming van die afspraken en onderbouwt dat met e-mailcorrespondentie van [betrokkene 1] waaruit juist blijkt dat er op 29 januari 2026 uitdrukkelijk nog geen afspraken zijn gemaakt. In deze e-mails stelt [betrokkene 1] namelijk als voorwaarde voor verder overleg over afspraken dat Bilal Group financiële stukken aanlevert, maar dit is nooit gebeurd. Op basis van deze correspondentie neemt de voorzieningenrechter voorshands aan dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt op 29 januari 2026. Weliswaar betoogt Bilal Group dat de inhoud van de e-mails een eigen interpretatie is geweest van [betrokkene 1] en beroept zij zich op een schriftelijke verklaring van [betrokkene 3], maar dat is tegenover de gemotiveerde betwisting van Star onvoldoende. Als Bilal Group werkelijk dacht dat er al onvoorwaardelijke en bindende afspraken waren gemaakt, dan was het te verwachten dat Bilal Group of [betrokkene 3] eerder een beroep op deze afspraken had gedaan en was opgekomen tegen de herhaalde verzoeken van Star om stukken. Dat hebben zij niet gedaan. Integendeel: op basis van de verzoeken heeft Bilal Group bereidheid getoond om mee te werken om zo tot afspraken te komen. Verder is niet gebleken dat partijen op enige wijze uitvoering hebben gegeven aan de gestelde afspraken. Aan nadere bewijsvoering wordt niet toegekomen, omdat een kortgedingprocedure zich daarvoor niet leent.
4.8.
Tot slot stelt Bilal Group dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid vanwege de onevenredigheid tussen het belang van Star bij het inroepen van de bankgarantie en de belangen van Bilal Group die daardoor worden geschaad. Star heeft gemotiveerd toegelicht dat Bilal Group een structurele huurachterstand heeft laten ontstaan en dat zij zich constructief heeft opgesteld om tot een alternatieve oplossing te komen. Inmiddels is de maat vol en heeft zij de zekerheid ingeroepen die juist bij uitstek is overeengekomen om de huurachterstand te dekken. Dat belang weegt naar oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan de belangen die Bilal Group heeft opgevoerd. Zo is niet aannemelijk geworden dat de bankgarantie in het geheel komt te vervallen als ABN het trekkingsverzoek zal goedkeuren. Star heeft in haar trekkingsverzoek immers uitdrukkelijk verzocht het resterende deel van de bankgarantie van € 123.981,71 in stand te houden. Ook is niet aannemelijk geworden dat Bilal Group in acute financiële problemen komt door de uitbetaling van ABN omdat ABN per direct haar regresvordering zal incasseren en/of zekerheden zal uitwinnen. De dreigende plaatsing in bijzonder beheer door ABN is wel een reëel belang, maar alleen dat gegeven weegt niet op tegen het belang van Star haar zekerheid uit te winnen. Bijzonder beheer wil nog niet zonder meer betekenen dat ABN de geldkraan volledig dichtdraait. Tot slot benadrukt de voorzieningenrechter nogmaals dat hier sprake is van een abstracte bankgarantie en dat aan de voorwaarden voor het inroepen daarvan is voldaan.
4.9.
Concluderend maakt Star in de gegeven omstandigheden geen misbruik van haar bevoegdheid door de bankgarantie in te roepen.
Beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid slaagt ook niet
4.10.
Daarnaast heeft Bilal Group nog een beroep gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, omdat het inroepen van de bankgarantie voor haar uit de lucht kwam vallen. Dit vanwege de aanhoudende verzoeken van [betrokkene 1] om financiële stukken om een regeling te treffen en het feit dat Bilal Group haar betalingsachterstand recentelijk significant heeft ingelopen. Hoewel Star tot 3 april 2026 niet met zoveel woorden het inroepen van de bankgarantie heeft aangezegd, heeft zij wel de incasso van de huurachterstand aangekondigd. Zo is in de e-mail van 22 januari 2026 van [betrokkene 1] aan Bilal Group “escalation” aangezegd bij gebreke van betaling. Nadat overleg in de opvolgende maanden tot niets leidde, heeft mr. Böhmer vervolgens op 3 april 2026 in zijn sommatiebrief het aanspreken van de bankgarantie expliciet aangezegd. Verder geldt dat Bilal Group een ervaren professionele partij is, die er rekening mee had moeten houden dat schuldeisers zekerheden uitwinnen bij grote betalingsachterstanden. Ook het beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid gaat dus ook niet op.
Afwijzing vorderingen; Bilal Group moet de proceskosten van Star en ABN betalen
4.11.
De conclusie is dat er geen reden is om Star te verbieden ABN te verzoeken tot uitbetaling over te gaan onder de bankgarantie noch om ABN te verbieden een uitbetaling te doen onder de bankgarantie totdat in een bodemprocedure over de aanspraken van Star is beslist. Daarom zal de voorzieningenrechter de gevraagde voorzieningen afwijzen. Bilal Group is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van zowel Star als ABN betalen. De proceskosten van Star en ABN worden ieder afzonderlijk begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
4.12.
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Bilal Group af,
5.2.
veroordeelt Bilal Group in de proceskosten, aan de zijde van zowel Star als ABN afzonderlijk begroot op € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Bilal Group niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Bilal Group tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.
1949
HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600 (Amstelpark).
Vgl. Asser Procesrecht 6 Het kort geding/Boonekamp 2024/53.
Vgl. HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600 (Amstelpark).
Handel, Kanton en Insolventie
Locatie Haarlem
Zaaknummer: C/15/376733 / KG ZA 26-190
Vonnis in kort geding van 1 mei 2026
in de zaak van
BILAL GROUP B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
eiseres,
hierna te noemen: Bilal Group,
advocaat: mr. Y. Moszkowicz,
tegen
1STAR EU PAS DUTCH II COÖPERATIEF U.A.,
gevestigd te Hoofddorp,
gedaagde,
hierna te noemen: Star,
advocaat: mr. M.A.M. Notkamp,
2
2. ABN AMRO BANK N.V.,
gevestigd te Amsterdam,
gedaagde,
hierna te noemen: ABN,
advocaat: mr. Y.D. van Noordenne.
De zaak in het kort
Bilal Group heeft een huurachterstand aan Star. Als zekerheid voor al hetgeen zij aan Star is verschuldigd heeft ABN namens Bilal Group een bankgarantie verstrekt. Star heeft vanwege de huurachterstand trekkingsverzoeken gedaan. Volgens Bilal Group is dat ten onrechte en zij wil dat de voorzieningenrechter Star verbiedt trekkingsverzoeken te doen en ABN verbiedt uit te betalen. De voorzieningenrechter wijst de vorderingen af.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met 7 producties,- de conclusie van antwoord met een exceptie van onbevoegdheid namens Star, met 20 producties,- de akte namens ABN, met 4 producties,- de mondelinge behandeling van 17 april 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van de advocaat van Bilal Group,- de pleitnota van de advocaat van Star,
- de pleitnota van de advocaat van ABN.
1.2.
Ten slotte is bepaald dat er een vonnis komt.
2De feiten
2.1.
Bilal Group exploiteert een groothandel in pluimveeproducten. Tussen Bilal Group en Star is op 31 maart 2022 een huurovereenkomst tot stand gekomen (hierna: de huurovereenkomst) voor de bedrijfsruimte aan de Scharenburg 10 in Amsterdam.
2.2.
In de huurovereenkomst staat voor zover relevant:
“(…)
4.1
The initial annual rent of the Leased Premises on the Commencement Date is EUR 345,000 (three hundred and forty-five thousand euros). This amount is exclusive of turnover tax.
(…)
6.1
On or prior to the Commencement Date, the Tenant shall pay a deposit into an account to be specified by the Landlord, in an amount equal to six months' rent plus VAT, which is EUR 208,725 (two hundred and eight thousand and seven hundred and twenty-five euro) in accordance with clause 24 of the General Conditions. No interest will be paid on the deposit.
6.2
During the Lease the Tenant will have the right to provide the Landlord with a transferrable bank guarantee for the same amount as the deposit in accordance with clause 24 of the General Conditions.
(…)
12.1
This Lease is governed by Dutch law and the competent court of Amsterdam, the Netherlands, shall have exclusive jurisdiction and each Party irrevocably submits to the jurisdiction of such court.
(…)”
2.3.
Op 15 augustus 2024 heeft ABN een bankgarantie verstrekt voor een bedrag van
€ 208.725,00 (hierna: de bankgarantie). In de bankgarantie staat voor zover relevant:
“ABN AMRO Bank N.V. (…) verklaart zich door deze,
bij wijze van zelfstandige verbintenis tegenover verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) onherroepelijk en onvoorwaardelijk garant te stellen voor al hetgeen huurder ingevolge de bovengenoemde huurovereenkomst, of een eventuele verlenging daarvan (ten laste van
huurder komende schadevergoedingen daaronder begrepen) of wegens voor huurder verrichte diensten aan verhuurder of zijn rechtverkrijgende(n) verschuldigd zal zijn.
(…)
De Bank verbindt zich op eerste schriftelijk verzoek van verhuurder of diens rechtverkrijgende(n), zonder opgaaf van redenen te verlangen of nader bewijs te vragen, aan verhuurder te zullen voldoen al hetgeen verhuurder volgens diens schriftelijke verklaring uit hoofde van deze garantie van de Bank vordert, met inachtneming van bovenvermeld(e) maximum bedrag, beperking en verklaring.”
2.4.
Op 22 januari 2026 heeft [betrokkene 1] van Star (hierna: [betrokkene 1]) aan Bilal Group geschreven:
“(…) I am contacting you regarding the outstanding rent payments. Find enclosed the outstanding invoices for November, December and January. There are also insurance and interest payments outstanding. The total arrears are € 142.188,71. These must be paid immediately to avoid any further escalation. You have already been contacted by Whitewood, and more recently by Leonard Böhmer (…). Leonard is instructed to escalate this legal matter if payments are not received. (…)”
2.5.
Op 29 januari 2026 heeft een bespreking over de huurachterstand plaatsgevonden tussen Star en Bilal Group, waarbij in ieder geval de heer [betrokkene 2], directeur van Bilal Group, en de heer [betrokkene 3] (hierna: [betrokkene 3]) aanwezig waren.
2.6.
Op 2 februari 2026 heeft [betrokkene 1] aan Bilal Group geschreven:
“Thank you for meeting with us on Thursday, it was good to catch up and discuss the current situation around your arrears.
As outlined in our conversation, we are happy to consider how we may be able to support you however, to proceed we will require confirmation of your financial distress so we can evidence this to our board to allow us to discuss any potential payment plan. Specifically, please can you provide:
Audited financial statements for the past three years
Management accounts for the past three years
Recent bank statements
Once these have been reviewed, we can advise on the appropriate next steps. Until this evidence has been discussed with the board
no agreement
has been made.”
2.7.
Bilal Group heeft de gevraagde documenten, ondanks herhaalde verzoeken van Star, tot op heden niet aangeleverd.
2.8.
Op 3 april 2026 heeft mr. Böhmer namens Star Bilal Group gesommeerd tot betaling vóór 8 april 2026 van € 201.017,79, het op dat moment openstaande bedrag, met aanzegging dat Star de bankgarantie zou aanspreken als er niet tijdig en volledig zou zijn betaald. Bilal Group heeft in een brief gedateerd 3 april 2026 de sommatie betwist en een beroep gedaan op mondelinge afspraken die volgens Bilal Group op 29 januari 2026 zijn gemaakt en het volgende inhouden:
“
Vervanging van de bankgarantie bij ABN AMRO door een bankgarantie via ING;
Het inlopen van een eventuele achterstand via een betalingsregeling van € 25.000 per maand;
Het gezamenlijk creëren van financiële ruimte om deze regeling uitvoerbaar te maken;
Het doen van een concreet voorstel inzake terugkoop van de huurpositie/ROZrechten.”
2.9.
Op 7 april 2026 heeft Bilal Group een bedrag van € 41.274,50 betaald aan Star onder de vermelding ‘Huur Scharenburg 10, 1046 BB, Amsterdam’.
2.10.
Bij brief van 8 april 2026 heeft de advocaat van Star namens Star een trekkingsverzoek gedaan aan ABN voor een bedrag van € 201.017,79.
2.11.
Bilal Group heeft op 8 april 2026 € 50.000,00 betaald aan Star en op 9 april 2026
€ 25.000,00, beide keren onder vermelding van ‘Deel betaling Scharenburg 10, 1046 BB Amsterdam’.
2.12. (
De advocaat van) Star heeft na ontvangst van deze betalingen op 9 april 2026 een tweede (aangepast) trekkingsverzoek aan ABN gedaan voor een bedrag van € 109.743,92.
2.13.
ABN heeft dit tweede verzoek op 13 april 2026 afgewezen, omdat Star geen verklaring had bijgevoegd dat de vorderingen geen betrekking hebben op vorderingen onder a en b als bedoeld in de bankgarantie (schadevergoeding voor gemis van de huur die verschuldigd zou zijn na beëindiging van de huurovereenkomst door opzegging op grond van artikel 39, artikel 238 of artikel 305 van de Faillissementswet, of tussen Star en Bilal Group overeengekomen (schade)vergoedingsvorderingen in dat kader).
2.14.
Daarop heeft (de advocaat van) Star op 13 april 2026 een derde trekkingsverzoek gedaan voor een bedrag van € 84.743,29 (welk bedrag opnieuw was vastgesteld naar aanleiding van inmiddels ontvangen en verwerkte betalingen), voorzien van de door ABN vereiste verklaring.
3Het geschil
3.1.
Bilal Group vordert, samengevat:
Star te verbieden ABN te verzoeken tot uitbetaling onder de bankgarantie over te gaan, op straffe van de verbeurte van een dwangsom van € 10.000,00 per dag of gedeelte van een dag dat Star in strijd handelt met dit gebod;
ABN te verbieden een uitbetaling te doen onder de bankgarantie totdat in een bodemprocedure over de aanspraken van Star is beslist,
Star te veroordelen in de proceskosten.
3.2.
Bilal Group legt aan haar vorderingen ten grondslag dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid (in de zin van artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW)) door de bankgarantie in te roepen en dat dit bovendien naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (in de zin van artikel 6:2 lid 2 BW). Er is ten eerste sprake van de door de Hoge Raad, in het geval van een abstracte bankgarantie, vereiste willekeur om een beroep op een bankgarantie te blokkeren. Star heeft namelijk drie trekkingsverzoeken gedaan, telkens voor een ander bedrag zonder voldoende zekerheid te hebben over de juistheid van de hoogte van haar vordering. Daarmee handelt Star niet met de vereiste zorgvuldigheid die van een professionele verhuurder mag worden verwacht. Bovendien houdt Star zich niet aan op 29 januari 2026 gemaakte afspraken en heeft zij de bankgarantie ingeroepen terwijl er tegelijk substantiële betalingen binnenkwamen. Daarnaast bestaat er een onevenredigheid tussen het belang van Star bij het inroepen van de bankgarantie en de schade die Bilal Group hierdoor lijdt (in de zin van artikel 3:13 lid 2 BW). Star verliest door uitbetaling onder de bankgarantie haar zekerheid voor alle toekomstige verplichtingen terwijl Bilal Group wordt geconfronteerd met een regresvordering van ABN, waarvoor ABN de door haar bedongen zekerheden zal inroepen, dit naast de nog openstaande huurverplichtingen. Bovendien dreigt bij uitbetaling directe liquiditeitsschade voor Bilal Group. Tot slot heeft Star tussen 29 januari 2026 en 8 april 2026 nooit ondubbelzinnig aangezegd dat zij de bankgarantie zou inroepen, aldus nog steeds Bilal Group.
3.3.
Star voert primair aan dat de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord‑Holland relatief onbevoegd is om van dit geschil kennis te nemen, omdat partijen in artikel 12.1 van de huurovereenkomst een exclusieve forumkeuze zijn overeengekomen. Subsidiair voert Star aan dat de voorzieningenrechter de vorderingen moet afwijzen. Star betwist dat zij door de trekkingsverzoeken te doen misbruik maakt van haar bevoegdheid. Het staat namelijk vast dat Bilal Group een huurachterstand heeft van (ten minste) € 84.743,29 en partijen hebben juist bedoeld dat de bankgarantie tot zekerheid strekt van een huurachterstand. Verder betwist Star dat partijen enige afspraken hebben gemaakt op 29 januari 2026. Dat er geen onvoorwaardelijke afspraken zijn gemaakt blijkt ook uit de correspondentie van na die datum; Bilal Group heeft geen financiële bescheiden overgelegd die Star nodig heeft om een eventuele regeling te treffen. Daarnaast is er door de verschillende trekkingsverzoeken juist geen sprake van willekeur, omdat Star de verzoeken naar aanleiding van gedane betalingsverzoeken steeds heeft herzien met opgave van de actuele huurachterstand. Ook betwist Star het spoedeisend belang, aangezien het niet vaststaat dat ABN direct zal overgaan tot het uitwinnen van haar regresvordering en de daaraan gekoppelde zekerheden.
3.4.
ABN betoogt dat zij overbodig in dit geschil is betrokken omdat zij buiten de rechtsverhouding tussen Bilal Group en Star staat. Ten aanzien van het bevoegdheidsincident refereert ABN zich aan het oordeel van de rechtbank. Verder betwist ABN de vordering tegenover haar. ABN stelt dat het derde trekkingsverzoek van Star voldoet aan de voorwaarden van de bankgarantie, zodat zij dit in beginsel moet toewijzen. Het is voor ABN immers niet zonder onderzoek en zonder enige twijfel onmiddellijk kenbaar dat het trekkingsverzoek kennelijk willekeurig of bedrieglijk is. Daarnaast onderbouwt Bilal Group haar vordering niet met specifiek aan ABN gerichte stellingen en verwijten. Aangezien ABN zich aan een vonnis zal houden is er tot slot geen noodzaak tot het opleggen van een dwangsom, aldus nog steeds ABN.
3.5.
Op de stellingen van partijen gaat de voorzieningenrechter hierna, voor zover van belang, nader in.
4De beoordeling
De voorzieningenrechter is bevoegd
4.1.
Voor alle weren heeft Star een beroep gedaan op relatieve onbevoegdheid van de voorzieningenrechter van deze rechtbank, omdat Bilal Group en Star in artikel 12.1 van de huurovereenkomst een exclusieve forumkeuze hebben gemaakt voor de (voorzieningen)rechter van de rechtbank Amsterdam. Bilal Group is het daarmee oneens, omdat het forumkeuzebeding alleen ziet op geschillen over de rechtsverhouding tussen partijen uit de huurovereenkomst en niet op voorlopige, bewarende maatregelen ten aanzien van de bankgarantie. Daarnaast geldt het forumkeuzebeding hoe dan ook niet in de verhouding tussen Bilal Group en ABN, omdat ABN geen partij is bij de huurovereenkomst. Tot slot stelt Bilal Group dat het beroep op het forumkeuzebeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. ABN refereert zich met betrekking tot de incidentele vordering van Star aan het oordeel van de voorzieningenrechter en is ook vrijwillig verschenen in de procedure.
4.2.
De voorzieningenrechter verklaart zich bevoegd om van de vorderingen van Bilal Group kennis te nemen. Ten eerste is relevant dat Bilal Group en Star in de huurovereenkomst, zoals Bilal Group stelt, niets specifiek zijn overeengekomen over een forumkeuze ten aanzien van een ordemaatregel in kort geding. Voor zover Star betoogt dat dit volgt uit de bewoordingen ‘exclusive jurisdiction’, wat Bilal Group betwist, verzetten artikel 254 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en de aard van het kort geding zich in dit geval tegen een door partijen gekozen exclusieve bevoegdheid voor de rechtbank Amsterdam. Uit artikel 254 Rv en de aard van een kort geding volgt namelijk dat de voorzieningenrechter van de plaats waar de voorlopige voorziening moet worden gegeven altijd bevoegd is. Aangezien Bilal Group een verbod vordert van een door Star, gevestigd te Hoofddorp, te verrichten handeling, is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd. Deze regel gaat als bijzondere regel van relatieve bevoegdheid in kort geding voor op de regeling van de relatieve bevoegdheid in de artikelen 99 tot en met 109 Rv die in kort geding slechts aanvullend kan worden toegepast. Dat geldt dus ook voor het forumkeuzebeding, zoals geregeld in artikel 108 Rv, dat overigens in de verhouding tussen Bilal Group en ABN hoe dan ook geen werking heeft. Daar komt bij dat het spoedeisende belang van een kort geding en het algemene belang van een efficiënte geschilbeslechting niet te rijmen zijn met een onbevoegdverklaring en verwijzing naar een andere rechtbank. Hierbij neemt de voorzieningenrechter in aanmerking dat zowel Star als ABN in dit kort geding zijn verschenen, in de gelegenheid zijn verweer te voeren, verweer hebben gevoerd en niet is gesteld of gebleken dat zij op enige wijze zijn benadeeld door een behandeling ten overstaan van de voorzieningenrechter van deze rechtbank in plaats van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam.
Bilal Group heeft spoedeisend belang bij haar vorderingen
4.3.
Bilal Group heeft het spoedeisend belang bij haar vorderingen tegenover de betwisting daarvan door Star voldoende onderbouwd. Zij heeft immers betoogd dat er een reële kans bestaat dat zij in financiële moeilijkheden komt als de bankgarantie komt te vervallen. Bilal Group heeft namelijk gesteld dat er een grote kans bestaat dat zij in dat geval onder bijzonder beheer zal worden geplaatst en dat daarmee de kans bestaat dat de verdere samenwerking met ABN zal worden gestaakt. Dat heeft vervolgens weer effect op de financieringsmogelijkheden van Bilal Group bij andere banken. Ter zitting heeft ABN dat niet ontkracht. Het spoedeisend belang van Bilal Group bij haar vorderingen is daarmee voldoende aangetoond.
Star maakt geen sprake van misbruik van recht door de bankgarantie in te roepen
4.4.
Bilal Group betoogt dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid de bankgarantie in te roepen, als bedoeld in artikel 3:13 BW. Lid 2 van dit artikel bepaalt dat een bevoegdheid onder meer kan worden misbruikt door haar (1) uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of (2) met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of (3) in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.
4.5.
Star heeft vanwege de (onbetwiste) huurachterstand van Bilal Group in beginsel de bevoegdheid de bankgarantie in te roepen. De bankgarantie is abstract van aard. Dat, en de functie die dergelijke garanties in het handelsverkeer vervullen, brengt mee dat een strikte toepassing van de voorwaarden van de bankgarantie door ABN is geboden, mede gelet op de positie van ABN en de wederzijdse belangen van Bilal Group en Star. Het betekent ook dat de bankgarantie een betalingsverplichting van ABN betreft die zelfstandig is ten opzichte van de onderliggende rechtsverhouding tussen Bilal Group en Star. Verweren die ontleend zijn aan de onderliggende rechtsverhouding staan daarom in beginsel niet in de weg aan de vordering tot betaling uit hoofde van de bankgarantie, als aan de in de bankgarantie gestelde voorwaarden voor betaling is voldaan. Op het hiervoor bepaalde over de strike toepassing van de voorwaarden en de relevantie van de verweren die Bilal Group tegenover Star voert is op grond van de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid een uitzondering mogelijk als sprake is van bedrog of willekeur aan de zijde van Bilal Group of Star. Dat bedrog of die willekeur kan ook betrekking hebben op de onderliggende rechtsverhouding. Daarbij is niet vereist dat Star als degene die de garantie inroept, op het moment van inroepen wetenschap heeft van het gestelde bedrog of van de beweerde willekeur.
4.6.
De willekeur van Star blijkt volgens Bilal Group uit het feit dat Star drie trekkingsverzoeken heeft gedaan voor telkens een ander bedrag. De voorzieningenrechter volgt Bilal Group hierin niet. Hoewel slechts het derde trekkingsverzoek ter discussie staat in dit kort geding, geldt het volgende. Star heeft met een overzicht van openstaande posten voldoende onderbouwd dat de betalingsachterstand van Bilal Group op 2 april 2026 € 201.017,79 bedroeg. Star heeft vervolgens Bilal Group gesommeerd tot betaling van dit bedrag, waarna zij op 8 april 2026 het eerste trekkingsverzoek heeft gedaan. Bilal Group verwijt Star dat ze daarbij ABN onjuist heeft geïnformeerd over de hoogte van de openstaande vordering, omdat zij de betaling van 7 april 2026 nog niet van de vordering had afgeboekt. Dit getuigt evenwel niet van willekeur en het heeft er de schijn van dat de trekkingsverzoeken en (de verwerking van) de betalingen elkaar hebben gekruist. Bilal Group heeft onvoldoende weerlegd dat Star aangepaste verzoeken heeft gedaan aan ABN zodra zij op de hoogte raakte van de betalingen van Bilal Group, namelijk eerst op 9 april en later op 13 april 2026. Dit heeft zij de eerste keer uit eigen beweging gedaan en de tweede keer hebben de betalingen van Bilal Group kennelijk het trekkingsverzoek gekruist. Star heeft dus niet pas na klachten van Bilal Group gehandeld, zoals Bilal Group suggereert. Daarnaast speelt mee dat Bilal Group de betalingen heeft verricht zonder aankondiging, op onregelmatige momenten en zonder specifieke referentie. Het is dan niet vreemd dat Star de betalingen niet direct heeft kunnen verwerken. De voorzieningenrechter oordeelt dan ook dat Star bij het doen van de trekkingsverzoeken met de vereiste zorgvuldigheid en voortvarendheid heeft geacteerd.
4.7.
Ten tweede beroept Bilal Group zich op mondelinge afspraken die zij op 29 januari 2026 met Star zou hebben gemaakt. Door ondanks deze afspraken de bankgarantie in te roepen handelt Star onrechtmatig tegenover Bilal Group, althans is zij tekortgeschoten in de nakoming van deze afspraken en maakt zij daarom misbruik van haar bevoegdheid, aldus Bilal Group. Ook dat volgt de voorzieningenrechter niet, omdat Bilal Group in dit kort geding tegenover de betwisting van Star onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er (betalings)afspraken zijn gemaakt. Star betwist namelijk de totstandkoming van die afspraken en onderbouwt dat met e-mailcorrespondentie van [betrokkene 1] waaruit juist blijkt dat er op 29 januari 2026 uitdrukkelijk nog geen afspraken zijn gemaakt. In deze e-mails stelt [betrokkene 1] namelijk als voorwaarde voor verder overleg over afspraken dat Bilal Group financiële stukken aanlevert, maar dit is nooit gebeurd. Op basis van deze correspondentie neemt de voorzieningenrechter voorshands aan dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt op 29 januari 2026. Weliswaar betoogt Bilal Group dat de inhoud van de e-mails een eigen interpretatie is geweest van [betrokkene 1] en beroept zij zich op een schriftelijke verklaring van [betrokkene 3], maar dat is tegenover de gemotiveerde betwisting van Star onvoldoende. Als Bilal Group werkelijk dacht dat er al onvoorwaardelijke en bindende afspraken waren gemaakt, dan was het te verwachten dat Bilal Group of [betrokkene 3] eerder een beroep op deze afspraken had gedaan en was opgekomen tegen de herhaalde verzoeken van Star om stukken. Dat hebben zij niet gedaan. Integendeel: op basis van de verzoeken heeft Bilal Group bereidheid getoond om mee te werken om zo tot afspraken te komen. Verder is niet gebleken dat partijen op enige wijze uitvoering hebben gegeven aan de gestelde afspraken. Aan nadere bewijsvoering wordt niet toegekomen, omdat een kortgedingprocedure zich daarvoor niet leent.
4.8.
Tot slot stelt Bilal Group dat Star misbruik maakt van haar bevoegdheid vanwege de onevenredigheid tussen het belang van Star bij het inroepen van de bankgarantie en de belangen van Bilal Group die daardoor worden geschaad. Star heeft gemotiveerd toegelicht dat Bilal Group een structurele huurachterstand heeft laten ontstaan en dat zij zich constructief heeft opgesteld om tot een alternatieve oplossing te komen. Inmiddels is de maat vol en heeft zij de zekerheid ingeroepen die juist bij uitstek is overeengekomen om de huurachterstand te dekken. Dat belang weegt naar oordeel van de voorzieningenrechter zwaarder dan de belangen die Bilal Group heeft opgevoerd. Zo is niet aannemelijk geworden dat de bankgarantie in het geheel komt te vervallen als ABN het trekkingsverzoek zal goedkeuren. Star heeft in haar trekkingsverzoek immers uitdrukkelijk verzocht het resterende deel van de bankgarantie van € 123.981,71 in stand te houden. Ook is niet aannemelijk geworden dat Bilal Group in acute financiële problemen komt door de uitbetaling van ABN omdat ABN per direct haar regresvordering zal incasseren en/of zekerheden zal uitwinnen. De dreigende plaatsing in bijzonder beheer door ABN is wel een reëel belang, maar alleen dat gegeven weegt niet op tegen het belang van Star haar zekerheid uit te winnen. Bijzonder beheer wil nog niet zonder meer betekenen dat ABN de geldkraan volledig dichtdraait. Tot slot benadrukt de voorzieningenrechter nogmaals dat hier sprake is van een abstracte bankgarantie en dat aan de voorwaarden voor het inroepen daarvan is voldaan.
4.9.
Concluderend maakt Star in de gegeven omstandigheden geen misbruik van haar bevoegdheid door de bankgarantie in te roepen.
Beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid slaagt ook niet
4.10.
Daarnaast heeft Bilal Group nog een beroep gedaan op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid, omdat het inroepen van de bankgarantie voor haar uit de lucht kwam vallen. Dit vanwege de aanhoudende verzoeken van [betrokkene 1] om financiële stukken om een regeling te treffen en het feit dat Bilal Group haar betalingsachterstand recentelijk significant heeft ingelopen. Hoewel Star tot 3 april 2026 niet met zoveel woorden het inroepen van de bankgarantie heeft aangezegd, heeft zij wel de incasso van de huurachterstand aangekondigd. Zo is in de e-mail van 22 januari 2026 van [betrokkene 1] aan Bilal Group “escalation” aangezegd bij gebreke van betaling. Nadat overleg in de opvolgende maanden tot niets leidde, heeft mr. Böhmer vervolgens op 3 april 2026 in zijn sommatiebrief het aanspreken van de bankgarantie expliciet aangezegd. Verder geldt dat Bilal Group een ervaren professionele partij is, die er rekening mee had moeten houden dat schuldeisers zekerheden uitwinnen bij grote betalingsachterstanden. Ook het beroep op de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid gaat dus ook niet op.
Afwijzing vorderingen; Bilal Group moet de proceskosten van Star en ABN betalen
4.11.
De conclusie is dat er geen reden is om Star te verbieden ABN te verzoeken tot uitbetaling over te gaan onder de bankgarantie noch om ABN te verbieden een uitbetaling te doen onder de bankgarantie totdat in een bodemprocedure over de aanspraken van Star is beslist. Daarom zal de voorzieningenrechter de gevraagde voorzieningen afwijzen. Bilal Group is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van zowel Star als ABN betalen. De proceskosten van Star en ABN worden ieder afzonderlijk begroot op:
- griffierecht
€
735,00
- salaris advocaat
€
1.177,00
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.101,00
4.12.
De voorzieningenrechter wijst de gevorderde wettelijke rente over de proceskosten toe zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
wijst de vorderingen van Bilal Group af,
5.2.
veroordeelt Bilal Group in de proceskosten, aan de zijde van zowel Star als ABN afzonderlijk begroot op € 2.101,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Bilal Group niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Bilal Group tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker en in het openbaar uitgesproken op 1 mei 2026.
1949
HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600 (Amstelpark).
Vgl. Asser Procesrecht 6 Het kort geding/Boonekamp 2024/53.
Vgl. HR 13 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:600 (Amstelpark).