Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:2706

2026-03-18 Civiel recht; Verbintenissenrecht 11975117
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-03-18
Publicatiedatum
2026-03-16
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11975117
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De vordering tot betaling van de factuur wordt afgewezen, omdat de handelaar onvoldoende heeft onderbouwd dat de consument de bestelling daadwerkelijk heeft ontvangen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.168 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem


Zaaknr./rolnr.: 11975117 \ CV EXPL 25-7768
Uitspraakdatum: 18 maart 2026




Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:




de rechtspersoon naar buitenlands rechtAlektum Capital II AG
te Zug, Zwitserland
de eisende partijhierna te noemen: Alektum
gemachtigde: [gemachtigde]



tegen





[gedaagde]


te [plaats]
de gedaagde partij
hierna te noemen: [gedaagde]procederend in persoon





1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De vordering


2.1.
Alektum vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 42,60 aan hoofdsom, te vermeerderen met de buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.



2.2.
Alektum legt – kort gezegd – het volgende aan de vordering ten grondslag. [gedaagde] heeft goederen gekocht via de website van Wish, waarbij hij heeft gekozen voor de achteraf betaalmethode van Klarna. Dat wil zeggen dat [gedaagde] de gekochte goederen later, namelijk binnen 30 dagen na de aankoop of binnen 14 dagen na verzending van de bestelling, zou betalen aan Klarna. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. Klarna heeft de vordering op [gedaagde] vervolgens verkocht aan Alektum.



2.3.

[gedaagde] betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.





3De beoordeling


3.1.
De vordering is mede gebaseerd op een overeenkomst op afstand tussen de webwinkel, zijnde een handelaar, en [gedaagde], zijnde een consument. Bij het sluiten daarvan moet ter bescherming van de consument aan de wettelijke (pre)contractuele informatieplichten van de artikelen 6:230m lid 1 en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) worden voldaan. Dit moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.



Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten





3.2.
De kantonrechter is van oordeel dat Alektum voldoende heeft toegelicht en onderbouwd dat de webwinkel heeft voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.



Beoordeling van bestelling en ontvangst





3.3.

[gedaagde] heeft erkend dat hij bij Wish een bestelling heeft geplaatst. Hij voert aan dat hij deze bestelling nooit heeft ontvangen. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van [gedaagde] dat hij zich op het standpunt stelt dat hij niet hoeft te betalen voor iets wat hij niet geleverd heeft gekregen.



3.4.
Alektum betwist het verweer van [gedaagde] en stelt hier tegenover dat [gedaagde] contact had dienen te zoeken met Wish, Klarna dan wel Alektum. [gedaagde] heeft niet eerder dan tijdens deze procedure Alektum op de hoogte gebracht dat hij de bestelling niet zou hebben ontvangen.



3.5.
Omdat [gedaagde] aanvoert dat hij de bestelling niet heeft ontvangen, zou hij op grond van de hoofdregels van artikel 150 Rv hiervan de bewijslast dragen. In dit geval geldt daar echter een uitzondering op. Op grond van artikel 7:11 BW gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Alektum rust daarom de bewijslast dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat hij de bestelling heeft ontvangen, betwist hij tevens de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Alektum om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling wel ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen. De enkele stelling van Alektum dat de producten naar het opgegeven adres zijn verzonden, zonder enige vorm van onderbouwing en bevestiging van aflevering van de bestelling, is daartoe onvoldoende. Zij laat na te stellen en onderbouwen wanneer aflevering heeft plaatsgevonden, op welke wijze en of en hoe zij [gedaagde] daarvan op de hoogte heeft gebracht. Om die reden volgt de kantonrechter Alektum niet in haar standpunt dat [gedaagde] eerder had moeten laten weten dat hij de bestelling niet heeft ontvangen en kan de vordering van Alektum niet slagen.



Proceskosten





3.6.
Alektum zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten. Aangezien [gedaagde] zich niet heeft laten bijstaan door een professioneel gemachtigde, en gesteld noch gebleken is dat hij anderszins kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen, zullen de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.





4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
wijst de vorderingen van Alektum af,



4.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, die worden vastgesteld op nihil.


Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op18 maart 2026.



De griffier De kantonrechter





Zie, onder meer, het arrest van de Hoge Raad van 12 november 2021,ECLI:NL:HR:2021:1677.