Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:11599

2026-08-05 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12159150 \ CV EXPL 26-1891
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-08-05
Publicatiedatum
2026-09-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12159150 \ CV EXPL 26-1891
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huurachterstand. Geen oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.365 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Haarlem



Zaaknummer: 12159150 \ CV EXPL 26-1891




Vonnis van 5 augustus 2026




in de zaak van




STICHTING DUWO,
te Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Stichting DUWO,
gemachtigde: [gemachtigde],



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats 1],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 16 maart 2026, met producties; - de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek.




1.2.
Hoewel daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [gedaagde] niet meer gereageerd.



1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[gedaagde] huurde van Stichting DUWO de onzelfstandige woonruimte gelegen aan het adres [adres] te [plaats 2]. Op de overeenkomst waren algemene voorwaarden van toepassing.



2.2.
De huurovereenkomst is op 1 juni 2024 geëindigd.



2.3.


[gedaagde] heeft de afrekening servicekosten ter hoogte van € 271,65 over het jaar 2024 onbetaald gelaten.

3. Het geschil





3.1.
Stichting DUWO vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 322,08, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag en de proceskosten.



3.2.
Stichting DUWO legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de huurovereenkomst.



3.3.

[gedaagde] erkent de hoofdsom, maar betwist de buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd te zijn. [gedaagde] betoogt dat zij de aanmaning niet heeft ontvangen.





4De beoordeling



Ambtshalve toetsing van:
de Huurovereenkomst en Huurvoorwaarden februari 2021
(hierna: de algemene voorwaarden)




4.1.
Gelet op de hoogte van de huur bij aanvang van de huurovereenkomsten is sprake van sociale huur.



4.2.
Omdat het hier gaat om een professionele verhuurder en een consument-huurder, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of in de algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die oneerlijk zijn ten opzichte van een consument (in de zin van artikel 3 van de Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (hierna: de richtlijn)). Dit kan immers gevolgen hebben voor (de hoogte van) de vordering. Artikel 6:233 onder a van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat een beding dat onredelijk bezwarend is, vernietigbaar is.



4.3.
Bedingen waaraan de huurder gebonden is zonder dat daarover afzonderlijk is onderhandeld, zijn oneerlijk als deze in strijd met de goede trouw het evenwicht tussen de rechten en plichten die de huurder op grond van de overeenkomst heeft, aanzienlijk verstoren in het nadeel van de huurder. Het gaat om een beoordeling van de bedingen op het moment dat de overeenkomst werd gesloten. Of de verhuurder de huurder ook daadwerkelijk aan die bedingen houdt, of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is niet relevant. Als een beding wegens onredelijkheid wordt vernietigd, kan de verhuurder niet terugvallen op een eventuele wettelijke regeling over het zelfde onderwerp.



4.4.
Gelet op het voorgaande heeft de kantonrechter het huurprijswijzigingsbeding, het servicekostenbeding, het beding betreffende de buitengerechtelijke incassokosten en de rente getoetst en deze zijn niet oneerlijk.



De hoofdsom is toewijsbaar





4.5.

[gedaagde] heeft de kantonrechter verzocht om de zaak aan te houden in afwachting van een betalingsregeling. De kantonrechter gaat hier niet in mee. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om hierover eerder contact op te nemen met Stichting DUWO. Daarbij heeft Stichting DUWO aangegeven dat zij niet akkoord kan gaan met de door [gedaagde] voorgestelde regeling.



4.6.
De hoofdsom is toewijsbaar, omdat [gedaagde] deze heeft erkend. De omstandigheid dat [gedaagde] de hoofdsom vanwege haar financiële situatie niet kan betalen, maakt het voorgaande niet anders.



Buitengerechtelijke incassokosten en rente





4.7.
Stichting DUWO vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Stichting DUWO heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze aanmaning betwist. Stichting DUWO heeft het hiervoor genoemde gemotiveerd weersproken en ter onderbouwing een uitdraai van haar systeem overgelegd waaruit blijkt dat de aanmaning (ook) per e-mail is verstuurd en dat deze e-mail [gedaagde] heeft bereikt. [gedaagde] heeft het voorgaande niet meer weersproken, zodat er vanuit mag worden gegaan dat de aanmaning [gedaagde] (tijdig) heeft bereikt. Mocht het e-mailadres van [gedaagde] zijn veranderd, dan was het aan haar om dit tijdig Stichting DUWO door te geven. Dit komt voor haar rekening en risico. Daarom zal – nu voldaan is aan het bepaalde in artikel 6:96 lid 6 BW – een bedrag van € 49,30 aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De gevorderde rente hierover is eveneens toewijsbaar.



4.8.
De gevorderde wettelijke rente is op grond van de wet niet toewijsbaar over al berekende rente voor zover deze niet over een geheel jaar verschuldigd is. De verdere rente zal worden toegewezen, zoals hierna zal worden vermeld.



Regeling





4.9.

[gedaagde] verzoekt om een regeling. De kantonrechter kan hierover geen beslissing nemen en de kantonrechter kan partijen ook niet verplichten om een regeling met elkaar te treffen. Als [gedaagde] afspraken met Stichting DUWO wil maken, dan moet zij contact opnemen met Stichting DUWO.



Proceskosten





4.10.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Stichting DUWO is terecht tot dagvaarden overgegaan. De proceskosten van Stichting DUWO worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


153,75







- griffierecht


€


139,00







- salaris gemachtigde


€


174,00


(2 punten × € 87,00)




- nakosten


€


43,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


510,25













5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting DUWO te betalen een bedrag van € 322,08, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 320,95, met ingang van 12 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,



5.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 510,25, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



5.4.
wijst de vordering voor het overige af.









Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en in het openbaar uitgesproken op
5 augustus 2026.
















































Hoge Raad 10 februari 2023, ECLI:NL:HR:2023:198, r.o. 3.8.2.