Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2026:10801

2026-08-20 Strafrecht 15/145505-26
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2026-08-20
Publicatiedatum
2026-08-19
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Rekestprocedure
Zaaknummer
15/145505-26
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Bezwaarschrift tegen beslissing RC tot afwijzing verzoek nader onderzoek door een deskundige bij een inbeslaggenomen hond door de rechtbank ongegrond verklaard.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.326 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, locatie Alkmaar
Meervoudige raadkamer


Parketnummer : 15/145505-26
Raadkamernummer: 26-021160
Uitspraakdatum : 20 augustus 2026




Beslissing van de meervoudige strafkamer op het bezwaar op grond van artikel 182, zesde lid, Wetboek van Strafvordering (Sv).






1Procedure
Op 26 juli 2026 is op de griffie van de rechtbank Noord-Holland, ingekomen een door mr. S. Meijer, advocaat te Beverwijk, ingediend bezwaarschrift van




[bezwaarde]

,

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres

[adres],



hierna te noemen: de bezwaarde.



De rechtbank heeft het bezwaarschrift op 6 augustus 2026 in besloten raadkamer behandeld. De bezwaarde is niet verschenen. De rechtbank heeft de raadsvrouw van de bezwaarde mr. S. Meijer en de officier van justitie mr. M. van der Most gehoord.





2Beslissing van de rechter-commissaris


Aanleiding

De hond ([naam]) van de bezwaarde is op 24 februari 2026 in beslag genomen naar aanleiding van een bijtincident, waarbij de hond een volwassen man in zijn bovenbeen heeft gebeten. Op 19 maart 2026 heeft het Riskassessment Team van de Universiteit Utrecht (hierna: het Riskassessmentteam) een risicoanalyse gepresenteerd, met als conclusies dat er een zeer hoog (naar andere dieren) tot hoog (naar mensen) risico bestaat op nieuwe bijtincidenten, dat de hond niet terug kan naar de bezwaarde, en onder voorwaarden moet worden herplaatst bij een kundig hondeneigenaar.




Verzoek

Namens de bezwaarde heeft de raadsvrouw op 17 juni 2026 een verzoek ingediend bij de rechter-commissaris tot het verrichten van een tegenonderzoek door de deskundige [deskundige]. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft de raadsvrouw een rapport van de deskundige [deskundige] van 16 juni 2026 overgelegd.




De beslissing

De rechter-commissaris heeft bij beslissing van 24 juli 2026 het verzoek afgewezen. De rechter-commissaris is van oordeel dat de uitkomsten van de gewenste onderzoekshandelingen redelijkerwijs niet van belang kunnen zijn voor enige in de zaak te nemen beslissing. Bij de beoordeling van de vraag of aan het verzoek tot het verrichten van tegenonderzoek gevolg moet worden gegeven, heeft de rechter-commissaris de volgende omstandigheden betrokken.
De hond heeft een man in zijn bovenbeen gebeten. De hond is agressief geweest naar kinderen. De hond heeft op zodanige wijze zeer hinderlijk dan wel gevaarlijk gedrag (op een openbare plaats/weg) vertoond, waardoor de openbare orde werd verstoord. Daarnaast is een jongetje van 5 door de hond in zijn bovenbeen gebeten en een man in zijn knieholte. Er zijn door de gemeente en de politie aan de bezwaarde diverse bekeuringen gegeven voor het laten loslopen van de hond daar waar dat niet mocht en is meerdere keren geconstateerd dat de verdachte zich niet aan het muilkorfgebod houdt.
De door het Riskassessmentteam gebruikte informatie en de gehanteerde onderzoeksmethode zijn niet onjuist of omstreden en de onderzoeksresultaten van het Riskassessmentteam worden uitgebreid gemotiveerd en zijn wetenschappelijk gedocumenteerd. Een andersluidende mening van de aangehaalde deskundige maakt op zichzelf niet dat aan de gebruikte onderzoeksmethode moet worden getwijfeld. Naar het oordeel van de rechter-commissaris is niet aannemelijk gemaakt dat aan de deskundigheid en de bevindingen van het Riskassessmentteam moet worden getwijfeld en zijn de door de raadsvrouw van de verdachte in het verzoek geplaatste kanttekeningen onvoldoende voor gerede twijfel aan de bevindingen uit de risico-analyse van het Riskassessmentteam. Het - gemotiveerde - advies om de hond niet terug te plaatsen bij de verdachte en de conclusie dat de hond wel herplaatsbaar is bij een kundige eigenaar komt de rechter-commissaris niet tegenstrijdig voor.





3Bezwaar

Op 26 juli 2026 heeft de raadsvrouw namens de bezwaarde tegen deze beslissing een bezwaarschrift ingediend.
Volgens de bezwaarde is de rechter-commissaris voorbij gegaan aan het uitvoerig gemotiveerd deskundigenrapport van een internationaal erkend gedragsbioloog, waarin de uitgevoerde risicoanalyse op wezenlijke methodologische punten wordt bekritiseerd.



Volgens de bezwaarde heeft de rechter-commissaris onvoldoende gewicht toegekend aan het fundamentele beginsel van equality of arms. Het Openbaar Ministerie beschikt over een belastend deskundigenrapport dat een centrale plaats inneemt binnen het dossier, waarbij de verdediging vervolgens de mogelijkheid wordt onthouden om de betrouwbaarheid van dat rapport door middel van een onafhankelijk deskundigenonderzoek te laten toetsen. Dat leidt tot een wezenlijke verstoring van het processuele evenwicht en doet afbreuk aan het recht op een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. Ook de uitzonderlijke belangen die in deze zaak op het spel staan zijn onvoldoende in de beoordeling betrokken. De uitkomsten van de risicoanalyse kunnen immers leiden tot een definitieve en feitelijk onomkeerbare beslissing ten aanzien van [naam]. De verdediging wijst er bovendien op dat het verzochte onderzoek geen onevenredige belasting vormt voor het strafrechtelijk onderzoek. [naam] is beschikbaar voor nader onderzoek en het verrichten van een contra-expertise is praktisch uitvoerbaar. Daartegenover staat een evident belang bij waarheidsvinding, controleerbaarheid en een evenwichtige bewijspositie..





4Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaar.




5Beoordeling
Vooropgesteld wordt dat de rechter-commissaris een verzoek als het onderhavige weigert indien de gevraagde onderzoekshandelingen niet kunnen bijdragen aan enige in de zaak te nemen beslissing. De rechtbank zal moeten toetsen of de beslissing van de rechter-commissaris in het licht daarvan stand kan houden.


Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad kan de eis van een eerlijke procesvoering meebrengen dat, afhankelijk van de omstandigheden van de zaak, aan een verzoek om tegenonderzoek gevolg behoort te worden gegeven. Daarbij kan worden gedacht aan onder meer (a) de gronden waarop het verzoek steunt, (b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat, (c) de omstandigheid dat het verzoek is gedaan op een zodanig tijdstip dat een dergelijk onderzoek nog mogelijk is, en (d) de omstandigheid dat het verzoek redelijkerwijs eerder had kunnen worden gedaan (HR 8 februari 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR7228).



(a) de gronden waarop het verzoek steunt

Het bezwaar komt er in de kern op neer dat de bezwaarde de conclusies van de risico-analyse van het Riskassessmentteam in twijfel trekt. In het stuk van drs. [deskundige] van 16 juni 2026 leest de rechtbank met name dat het Riskassessmentteam op grond van de onderzoeksresultaten niet tot de conclusie kon komen dat de hond [naam] herplaatst moet worden naar een kundig hondeneigenaar. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het bovenstaande onvoldoende grond voor een tegenonderzoek. Immers worden niet zozeer de onderzoeksresultaten, maar veeleer de daaraan verbonden conclusies betwist. De argumentatie daarvoor is al verwoord door drs. [deskundige] in haar rapport van 16 juni 2026.


Het ontbreken van beeldmateriaal van de door het Riskassessmentteam verrichte observaties en het ontbreken van observaties door het Riskassessmentteam van de relatie tussen hond en de bezwaarde maakt, zonder verdere onderbouwing, niet dat aan de betrouwbaarheid van het onderzoek en de kwaliteit van de deskundigen moet worden getwijfeld. In het rapport wordt immers verantwoord op welke wijze het onderzoek is verricht en worden de kwalificaties van de betrokken medewerkers van het Riskassessmentteam uiteengezet. Ook hierin ziet de rechtbank geen grond voor de noodzaak van een tegenonderzoek.



(b) het belang van het gevraagde tegenonderzoek in het licht van - bijvoorbeeld - de aanwezigheid van ander bewijsmateriaal dan wel de overtuigende kracht die pleegt te worden toegekend aan het bestreden onderzoeksresultaat

De rechtbank overweegt dat in zaken als de onderhavige onderzoeken naar risico’s en (her)plaatsbaarheid van een hond weliswaar van belang zijn in de beoordeling van de zaak, maar dat er in de onderhavige zaak ook ander bewijsmateriaal van belang is, zoals de feiten en omstandigheden die uit het dossier naar voren komen. Zo is de hond van de bezwaarde naast het bijtincident op 24 februari 2026 betrokken geweest bij eerdere bijtincidenten. Ook blijkt uit het dossier dat de bezwaarde zich meerdere malen niet aan het opgelegde muilkorfgebod heeft gehouden en haar hond regelmatig liet loslopen.



Conclusie

De rechtbank is van oordeel dat gezien het (a) ontbreken van gronden en (b) het beperkte belang, er geen noodzaak is voor een tegenonderzoek, en dat de rechter-commissaris terecht het verzoek heeft afgewezen, omdat het niet kan bijdragen in enige in de zaak te nemen beslissing. Zoals hiervoor is overwogen vindt de rechtbank niet dat aan de betrouwbaarheid van het onderzoek hoeft te worden getwijfeld. Bij gebrek aan een nadere onderbouwing ziet de rechtbank dan ook niet dat een tegenonderzoek van belang kan zijn voor enige in de zaak te nemen beslissing.





6De beslissing
De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond.




Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Deze beslissing is op 20 augustus 2026 gegeven door
mr. D.J. Straathof, voorzitter,
mr. C.S. Schoorl en mr. M. van Doesburg, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffier G.A.M. Delis.