Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2025:16300
2025-10-22
Civiel recht; Verbintenissenrecht
K/4102/11681606
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Vordering tot betaling van facturen op grond van een overeenkomst van een dochtermaatschappij met gedaagde. Het verweer van gedaagde dat eiseres niet zijn contractspartij is en de overeengekomen diensten niet (goed) zijn geleverd faalt, want de vorderingen van de dochter zijn overgedragen aan eiseres en gedaagde heeft niet onderbouwd dat de geleverde diensten tekortschoten.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.356 tekens)
RECHTBANK
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11681606 \ CV EXPL 25-2943
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
SIVO MEDIA HOLDING B.V.,
te Alkmaar,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: SiVo Holding,
gemachtigde: mr. J. Keekstra (Van der Meer Incasso & Gerechtsdeurwaarders),
tegen
[gedaagde] (mede) handelende onder de naam [bedrijf],
te [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [bedrijf],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Eiseres eist van gedaagde betaling van facturen op grond van een overeenkomst van haar dochtermaatschappij met gedaagde voor een internetmarketing-campagne. Gedaagde vindt dat hij niet hoeft te betalen, omdat eiseres niet zijn contractspartij is en omdat de overeengekomen diensten niet (goed) zijn geleverd. Gedaagde heeft op zijn beurt een tegenvordering ingesteld voor onder meer een schadevergoeding wegens wanprestatie.
De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres grotendeels toe, want de vorderingen van de dochtermaatschappij zijn overgedragen aan eiseres en gedaagde heeft niet onderbouwd dat de geleverde diensten tekortschoten. Om dezelfde reden wijst de kantonrechter de tegenvordering van gedaagde af.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 28 mei 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast
- de mondelinge behandeling van 25 september 2025, waarbij mr. Keekstra spreekaantekeningen heeft over gelegd en waarvan voor het overige de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de eisvermindering van [bedrijf] bij e-mail van 28 september 2025 om 10:42 uur.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
SiVo Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van SiVo Media Group B.V. (hierna: SiVo Group).
2.2.
Op 9 november 2021 heeft [bedrijf] ter ondersteuning van zijn eenmansbedrijf een overeenkomst gesloten met SiVo Group (hierna: de overeenkomst) voor het gedurende 24 maanden leveren van internetprestaties met een publicitair karakter, meer specifiek het plaatsen van banners, Google Display Network en Google Ads (hierna: de marketingcampagne). [bedrijf] was daarvoor een maandelijkse vergoeding aan SiVo Group verschuldigd.
2.3.
In artikel 6.3 van de overeenkomst is onder meer opgenomen dat SiVo Group is gehouden aan een inspanningsverplichting en niet een resultaatverplichting.
2.4.
SiVo Holding heeft [bedrijf] de volgende facturen verstuurd:
2.5.
Per 12 oktober 2023 dan wel 9 november 2023 is de overeenkomst geëindigd.
2.6.
Bij e-mail van 12 februari 2025 heeft een gemachtigde van SiVo Holding [bedrijf] aangemaand de hiervoor genoemde openstaande facturen te betalen en hem het volgende bericht:
De vordering die verband houdt met bovengenoemd dossier is van SiVO Media Group B.V. is overgegaan naar SiVo Media Holding B.V.. De betreffende vordering op u is gecedeerd.
In de cessie-overeenkomst is opgenomen dat SiVo Media Group B.V. (cedent) alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de gesloten duurovereenkomst(en) over draagt aan SIVO Media Holding B.V. (cessionaris) met overeenkomst nummer startende vanaf 7001 tot en met 8100, getekend vanaf de periode maart 2021 tot en met heden. SIVO Media Holding B.V. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de overeenkomst. Afgesproken is dat de dienstverlening voor een periode van 3 jaar startend vanaf 01-01-2023 uit besteed zal worden aan SiVo Media Group B.V..
Met dit schrijven wordt aan u medegedeeld dat de vordering van SIVO Media Group B.V. op u is overgedragen aan SIVO Media Holding B.V., overeenkomstig artikel 3:94 BW.
2.7.
Ook na betalingsherinneringen en aanmaning heeft [bedrijf] de openstaande facturen niet betaald.
3Het geschil
in conventie
3.1.
SiVo Media Holding vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [bedrijf] veroordeelt tot betaling van € 3.466,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2.548,27 te berekenen vanaf 1 april 2025 tot de dag van volledig betaling en [bedrijf] in de proceskosten veroordeelt.
3.2.
Het bedrag van € 3.466,45 bestaat uit een hoofdsom van € 2.548,27, wettelijke handelsrente t/m 31 maart 2025 van € 538,35 en buitengerechtelijke incassokosten van € 379,83.
3.3.
[bedrijf] voert verweer. Hij voert aan dat hij aan SiVo Holding geen betaling is verschuldigd, want hij had geen overeenkomst met SiVo Holding en de overeengekomen prestaties zijn niet geleverd.
3.4.
Op de stellingen van partijen gaat de kantonrechter hierna, voor zover nodig, verder in.
in reconventie
3.5.
[bedrijf] vordert – na vermindering van eis – dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad SiVo Holding veroordeelt tot betaling van € 24.999,99 en SiVo Holding in de proceskosten veroordeelt.
3.6.
[bedrijf] heeft zijn tegenvordering gebaseerd op terugbetaling van bedragen die hij aan SiVo Group, de deurwaarder en SiVo Holding heeft betaald, een vergoeding voor de door hem in de samenwerking geïnvesteerde uren en een schadevergoeding voor gemiste omzet vanwege wanprestatie. Hij heeft schade geleden doordat SiVo Holding/ SiVo Group de overeengekomen marketingcampagne niet dan wel gebrekkig heeft uitgevoerd waardoor hij niet de verwachte telefoontjes van potentiële klanten heeft ontvangen, aldus [bedrijf].
3.7.
SiVo Holding betwist de tegenvordering. Zij voert aan dat de marketingcampagne [bedrijf] overeengekomen is uitgevoerd en er (dus) geen grond bestaat voor de gevorderde vergoeding van gestelde bestede tijd en schade.
3.8.
Op de stellingen van partijen gaat de kantonrechter hierna, voor zover nodig, verder in.
4De beoordeling
in conventie
4.1.
Eerst moet worden beoordeeld of SiVo Holding een vorderingsrecht heeft op [bedrijf]. SiVo Holding stelt dat SiVo Group de vorderingen op [bedrijf] aan haar heeft overgedragen. [bedrijf] betwist iets te maken te hebben met SiVo Holding. De kantonrechter laat bij haar beoordeling buiten beschouwing of er mogelijk ook sprake is van overname van de hele overeenkomst door SiVo Holding – daarover schrijft de toenmalig gemachtigde van SiVo Holding in de e-mail van 12 februari 2025 ook – want daarop heeft SiVo Holding haar vorderingen niet gebaseerd.
4.2.
Voor het overdragen van (toekomstige) vorderingen aan een andere (rechts)persoon, ook wel cessie genoemd, zijn artikelen 3:94 en 3:97 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van belang. Daarin is bepaald dat vorderingen en toekomstige vorderingen gebaseerd op een bestaande rechtsverhouding kunnen worden overgedragen, op voorwaarde dat de partij die een vordering overdraagt en de partij die de vordering ontvangt daarvoor een akte opstellen en van de overdracht mededeling doen aan de betrokken personen; in dit geval [bedrijf].
4.3.
Tussen partijen staat vast dat bij e-mail van 12 februari 2025 een gemachtigde van SiVo Holding [bedrijf] heeft geïnformeerd over de overdracht van de vorderingen. [bedrijf] heeft voorts niet betwist dat SiVo Holding en SiVo Group voor de overdracht een geldige akte van cessie hebben opgesteld. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de vorderingen van SiVo Group op [bedrijf] rechtsgeldig zijn overgedragen aan SiVo Holding. SiVo Holding is daarmee de nieuwe schuldeiser van [bedrijf] geworden.
4.4.
[bedrijf] voert aan dat hij alsnog geen betaling is verschuldigd, omdat SiVo Holding de gefactureerde diensten niet kan hebben verricht. De nodige werkzaamheden zouden worden uitgevoerd door een Google-specialist en SiVo Holding heeft volgens gegevens van de Kamer van Koophandel geen werknemers in dienst. De marketingcampagne is ook niet of gebrekkig uitgevoerd, omdat [bedrijf] gedurende de samenwerking geen kwalitatief (de kantonrechter begrijpt ‘goede’) bezoekers op zijn website heeft ontvangen, waaruit telefoontjes zouden komen. Ook daarom is hij geen betaling zijn verschuldigd, aldus [bedrijf].
4.5.
Het verweer van [bedrijf] dat SiVo Holding geen werknemers heeft treft geen doel; SiVo Holding heeft toegelicht dat SiVo Group – zoals overeengekomen – de diensten heeft geleverd. Daarnaast is [bedrijf] ontevreden over de marketingcampagne van SiVo Group, maar zijn klachten kunnen niet [bedrijf] een tekortkoming in de nakoming worden aangemerkt. De kantonrechter licht dit [bedrijf] volgt toe.
4.6.
In de overeenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat op SiVo Group geen resultaatsverplichting rust en [bedrijf] heeft zijn standpunt dat hij alsnog [bedrijf] gevolg van de marketingcampagne mocht rekenen op telefoontjes van potentiële klanten – een resultaat – niet onderbouwd met bewijs, bijvoorbeeld met een toezegging op dit punt van SiVo Group. Daarop kan de kantonrechter SiVo Group dan ook niet afrekenen.
4.7.
Bij een inspanningsverplichting is een opdrachtnemer (in dit geval SiVo Group) slechts verplicht om zich voldoende, met de vereiste bekwaamheid, in te spannen om een gewenst resultaat te bereiken. Om te kunnen concluderen dat de opdrachtnemer in de nakoming tekortschiet is het dan niet voldoende dat het gewenste resultaat uitblijft. De opdrachtgever (in dit geval [bedrijf]) moet bewijzen dat dit aan de opdrachtnemer te wijten is doordat die zich onvoldoende heeft ingespannen en/of niet deskundig te werk is gegaan. Het lag dan ook op de weg van [bedrijf] om zijn verweer dat SiVo Group is tekortgeschoten te onderbouwen, bijvoorbeeld met stukken waaruit blijkt dat SiVo Group geen of onvoldoende advertenties, banners, Google Display Network, Google Ads of bel-extensie heeft geplaatst. Nergens blijkt uit dat de overeengekomen prestaties niet zijn geleverd. Uit de
e-mailcommunicatie tussen [bedrijf] en SiVo Group die in deze procedure is overgelegd blijkt juist dat partijen meerdere keren contact hebben gehad over de invulling en aanpassing van de lopende marketingcampagne.
4.8.
Dit betekent dat het verweer van [bedrijf] niet slaagt en hij de openstaande facturen moet betalen.
Wettelijke handelsrente
4.9.
De kantonrechter zal de over de hoofdsom van € 2.548,27 gevorderde wettelijke handelsrente niet zoals gevorderd vanaf de vervaldata van de facturen toewijzen, maar vanaf de datum van de mededeling van de cessie op 12 februari 2025. Immers, vóór die mededeling kon [bedrijf] slechts rechtsgeldig aan SiVo Group betalen, ook [bedrijf] was hij mogelijk op de hoogte van de cessie. Pas na de mededeling moest [bedrijf] aan SiVo Holding betalen.
Buitengerechtelijke kosten
4.10.
SiVo Holding vordert verder vergoeding van € 379,83 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst dit bedrag toe omdat SiVo Holding voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en het gevorderde bedrag in overeenstemming is met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Proceskosten
4.11.
[bedrijf] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SiVo Media Holding worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.232,73
in reconventie
4.12.
De kantonrechter heeft [bedrijf] op zitting voorgehouden dat zijn originele vordering van € 362.492,60 boven de competentiegrens van de kantonrechter ligt. Het hele geschil dan wel zijn vordering zou dan moeten worden verwezen. [bedrijf] heeft zijn vordering vervolgens beperkt tot een betaling van € 24.999,99. Daarmee is de kantonrechter ook bevoegd van de vordering van [bedrijf] kennis te nemen.
4.13.
[bedrijf] heeft zijn vordering gegrond op de stelling dat SiVo Holding/ SiVo Group geen dan wel een gebrekkig werk heeft geleverd en hij daardoor schade heeft geleden. Maar, hij heeft deze stellingen tegenover de gemotiveerde betwisting door SiVo Holding, niet nader onderbouwd. In conventie is [bedrijf] overwogen dat niet is gebleken dat de overeengekomen diensten niet zijn geleverd. De kantonrechter zal de vordering in reconventie daarom afwijzen.
4.14.
[bedrijf] zal [bedrijf] de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van SiVo Holding. Die kosten worden echter begroot op nihil, want de eis in reconventie vloeit voort uit het verweer in conventie, SiVo Holding heeft geen conclusie van antwoord in reconventie genomen en ook op zitting zijn in verhouding weinig woorden aan de eis in reconventie besteed.
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [bedrijf] om aan SiVo Holding te betalen een bedrag van € 2.548,27, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente [bedrijf] bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 12 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [bedrijf] om aan SiVo Holding te betalen een bedrag van € 379,83 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 1.232,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen af,
5.6.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten, welke begroot zijn op nihil,
in conventie en in reconventie
5.7.
veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de kosten van betekening [bedrijf] hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de beslissingen onder 5.1 tot en met 5.3, 5.6 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.
1680
akte is een schriftelijk ondertekend document dat [bedrijf] bewijs kan dienen
artikel 93 sub a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
NOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: 11681606 \ CV EXPL 25-2943
Vonnis van 22 oktober 2025
in de zaak van
SIVO MEDIA HOLDING B.V.,
te Alkmaar,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: SiVo Holding,
gemachtigde: mr. J. Keekstra (Van der Meer Incasso & Gerechtsdeurwaarders),
tegen
[gedaagde] (mede) handelende onder de naam [bedrijf],
te [plaats],
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [bedrijf],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Eiseres eist van gedaagde betaling van facturen op grond van een overeenkomst van haar dochtermaatschappij met gedaagde voor een internetmarketing-campagne. Gedaagde vindt dat hij niet hoeft te betalen, omdat eiseres niet zijn contractspartij is en omdat de overeengekomen diensten niet (goed) zijn geleverd. Gedaagde heeft op zijn beurt een tegenvordering ingesteld voor onder meer een schadevergoeding wegens wanprestatie.
De kantonrechter wijst de vorderingen van eiseres grotendeels toe, want de vorderingen van de dochtermaatschappij zijn overgedragen aan eiseres en gedaagde heeft niet onderbouwd dat de geleverde diensten tekortschoten. Om dezelfde reden wijst de kantonrechter de tegenvordering van gedaagde af.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge conclusie van antwoord
- het tussenvonnis van 28 mei 2025, waarin een mondelinge behandeling is gelast
- de mondelinge behandeling van 25 september 2025, waarbij mr. Keekstra spreekaantekeningen heeft over gelegd en waarvan voor het overige de griffier aantekeningen heeft gemaakt
- de eisvermindering van [bedrijf] bij e-mail van 28 september 2025 om 10:42 uur.
1.2.
Ten slotte is een datum voor vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
SiVo Holding is enig aandeelhouder en bestuurder van SiVo Media Group B.V. (hierna: SiVo Group).
2.2.
Op 9 november 2021 heeft [bedrijf] ter ondersteuning van zijn eenmansbedrijf een overeenkomst gesloten met SiVo Group (hierna: de overeenkomst) voor het gedurende 24 maanden leveren van internetprestaties met een publicitair karakter, meer specifiek het plaatsen van banners, Google Display Network en Google Ads (hierna: de marketingcampagne). [bedrijf] was daarvoor een maandelijkse vergoeding aan SiVo Group verschuldigd.
2.3.
In artikel 6.3 van de overeenkomst is onder meer opgenomen dat SiVo Group is gehouden aan een inspanningsverplichting en niet een resultaatverplichting.
2.4.
SiVo Holding heeft [bedrijf] de volgende facturen verstuurd:
2.5.
Per 12 oktober 2023 dan wel 9 november 2023 is de overeenkomst geëindigd.
2.6.
Bij e-mail van 12 februari 2025 heeft een gemachtigde van SiVo Holding [bedrijf] aangemaand de hiervoor genoemde openstaande facturen te betalen en hem het volgende bericht:
De vordering die verband houdt met bovengenoemd dossier is van SiVO Media Group B.V. is overgegaan naar SiVo Media Holding B.V.. De betreffende vordering op u is gecedeerd.
In de cessie-overeenkomst is opgenomen dat SiVo Media Group B.V. (cedent) alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de gesloten duurovereenkomst(en) over draagt aan SIVO Media Holding B.V. (cessionaris) met overeenkomst nummer startende vanaf 7001 tot en met 8100, getekend vanaf de periode maart 2021 tot en met heden. SIVO Media Holding B.V. is verantwoordelijk voor de uitvoering van de overeenkomst. Afgesproken is dat de dienstverlening voor een periode van 3 jaar startend vanaf 01-01-2023 uit besteed zal worden aan SiVo Media Group B.V..
Met dit schrijven wordt aan u medegedeeld dat de vordering van SIVO Media Group B.V. op u is overgedragen aan SIVO Media Holding B.V., overeenkomstig artikel 3:94 BW.
2.7.
Ook na betalingsherinneringen en aanmaning heeft [bedrijf] de openstaande facturen niet betaald.
3Het geschil
in conventie
3.1.
SiVo Media Holding vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad [bedrijf] veroordeelt tot betaling van € 3.466,45, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 2.548,27 te berekenen vanaf 1 april 2025 tot de dag van volledig betaling en [bedrijf] in de proceskosten veroordeelt.
3.2.
Het bedrag van € 3.466,45 bestaat uit een hoofdsom van € 2.548,27, wettelijke handelsrente t/m 31 maart 2025 van € 538,35 en buitengerechtelijke incassokosten van € 379,83.
3.3.
[bedrijf] voert verweer. Hij voert aan dat hij aan SiVo Holding geen betaling is verschuldigd, want hij had geen overeenkomst met SiVo Holding en de overeengekomen prestaties zijn niet geleverd.
3.4.
Op de stellingen van partijen gaat de kantonrechter hierna, voor zover nodig, verder in.
in reconventie
3.5.
[bedrijf] vordert – na vermindering van eis – dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad SiVo Holding veroordeelt tot betaling van € 24.999,99 en SiVo Holding in de proceskosten veroordeelt.
3.6.
[bedrijf] heeft zijn tegenvordering gebaseerd op terugbetaling van bedragen die hij aan SiVo Group, de deurwaarder en SiVo Holding heeft betaald, een vergoeding voor de door hem in de samenwerking geïnvesteerde uren en een schadevergoeding voor gemiste omzet vanwege wanprestatie. Hij heeft schade geleden doordat SiVo Holding/ SiVo Group de overeengekomen marketingcampagne niet dan wel gebrekkig heeft uitgevoerd waardoor hij niet de verwachte telefoontjes van potentiële klanten heeft ontvangen, aldus [bedrijf].
3.7.
SiVo Holding betwist de tegenvordering. Zij voert aan dat de marketingcampagne [bedrijf] overeengekomen is uitgevoerd en er (dus) geen grond bestaat voor de gevorderde vergoeding van gestelde bestede tijd en schade.
3.8.
Op de stellingen van partijen gaat de kantonrechter hierna, voor zover nodig, verder in.
4De beoordeling
in conventie
4.1.
Eerst moet worden beoordeeld of SiVo Holding een vorderingsrecht heeft op [bedrijf]. SiVo Holding stelt dat SiVo Group de vorderingen op [bedrijf] aan haar heeft overgedragen. [bedrijf] betwist iets te maken te hebben met SiVo Holding. De kantonrechter laat bij haar beoordeling buiten beschouwing of er mogelijk ook sprake is van overname van de hele overeenkomst door SiVo Holding – daarover schrijft de toenmalig gemachtigde van SiVo Holding in de e-mail van 12 februari 2025 ook – want daarop heeft SiVo Holding haar vorderingen niet gebaseerd.
4.2.
Voor het overdragen van (toekomstige) vorderingen aan een andere (rechts)persoon, ook wel cessie genoemd, zijn artikelen 3:94 en 3:97 van het Burgerlijk Wetboek (BW) van belang. Daarin is bepaald dat vorderingen en toekomstige vorderingen gebaseerd op een bestaande rechtsverhouding kunnen worden overgedragen, op voorwaarde dat de partij die een vordering overdraagt en de partij die de vordering ontvangt daarvoor een akte opstellen en van de overdracht mededeling doen aan de betrokken personen; in dit geval [bedrijf].
4.3.
Tussen partijen staat vast dat bij e-mail van 12 februari 2025 een gemachtigde van SiVo Holding [bedrijf] heeft geïnformeerd over de overdracht van de vorderingen. [bedrijf] heeft voorts niet betwist dat SiVo Holding en SiVo Group voor de overdracht een geldige akte van cessie hebben opgesteld. De kantonrechter gaat er dan ook van uit dat de vorderingen van SiVo Group op [bedrijf] rechtsgeldig zijn overgedragen aan SiVo Holding. SiVo Holding is daarmee de nieuwe schuldeiser van [bedrijf] geworden.
4.4.
[bedrijf] voert aan dat hij alsnog geen betaling is verschuldigd, omdat SiVo Holding de gefactureerde diensten niet kan hebben verricht. De nodige werkzaamheden zouden worden uitgevoerd door een Google-specialist en SiVo Holding heeft volgens gegevens van de Kamer van Koophandel geen werknemers in dienst. De marketingcampagne is ook niet of gebrekkig uitgevoerd, omdat [bedrijf] gedurende de samenwerking geen kwalitatief (de kantonrechter begrijpt ‘goede’) bezoekers op zijn website heeft ontvangen, waaruit telefoontjes zouden komen. Ook daarom is hij geen betaling zijn verschuldigd, aldus [bedrijf].
4.5.
Het verweer van [bedrijf] dat SiVo Holding geen werknemers heeft treft geen doel; SiVo Holding heeft toegelicht dat SiVo Group – zoals overeengekomen – de diensten heeft geleverd. Daarnaast is [bedrijf] ontevreden over de marketingcampagne van SiVo Group, maar zijn klachten kunnen niet [bedrijf] een tekortkoming in de nakoming worden aangemerkt. De kantonrechter licht dit [bedrijf] volgt toe.
4.6.
In de overeenkomst is uitdrukkelijk bepaald dat op SiVo Group geen resultaatsverplichting rust en [bedrijf] heeft zijn standpunt dat hij alsnog [bedrijf] gevolg van de marketingcampagne mocht rekenen op telefoontjes van potentiële klanten – een resultaat – niet onderbouwd met bewijs, bijvoorbeeld met een toezegging op dit punt van SiVo Group. Daarop kan de kantonrechter SiVo Group dan ook niet afrekenen.
4.7.
Bij een inspanningsverplichting is een opdrachtnemer (in dit geval SiVo Group) slechts verplicht om zich voldoende, met de vereiste bekwaamheid, in te spannen om een gewenst resultaat te bereiken. Om te kunnen concluderen dat de opdrachtnemer in de nakoming tekortschiet is het dan niet voldoende dat het gewenste resultaat uitblijft. De opdrachtgever (in dit geval [bedrijf]) moet bewijzen dat dit aan de opdrachtnemer te wijten is doordat die zich onvoldoende heeft ingespannen en/of niet deskundig te werk is gegaan. Het lag dan ook op de weg van [bedrijf] om zijn verweer dat SiVo Group is tekortgeschoten te onderbouwen, bijvoorbeeld met stukken waaruit blijkt dat SiVo Group geen of onvoldoende advertenties, banners, Google Display Network, Google Ads of bel-extensie heeft geplaatst. Nergens blijkt uit dat de overeengekomen prestaties niet zijn geleverd. Uit de
e-mailcommunicatie tussen [bedrijf] en SiVo Group die in deze procedure is overgelegd blijkt juist dat partijen meerdere keren contact hebben gehad over de invulling en aanpassing van de lopende marketingcampagne.
4.8.
Dit betekent dat het verweer van [bedrijf] niet slaagt en hij de openstaande facturen moet betalen.
Wettelijke handelsrente
4.9.
De kantonrechter zal de over de hoofdsom van € 2.548,27 gevorderde wettelijke handelsrente niet zoals gevorderd vanaf de vervaldata van de facturen toewijzen, maar vanaf de datum van de mededeling van de cessie op 12 februari 2025. Immers, vóór die mededeling kon [bedrijf] slechts rechtsgeldig aan SiVo Group betalen, ook [bedrijf] was hij mogelijk op de hoogte van de cessie. Pas na de mededeling moest [bedrijf] aan SiVo Holding betalen.
Buitengerechtelijke kosten
4.10.
SiVo Holding vordert verder vergoeding van € 379,83 aan buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter wijst dit bedrag toe omdat SiVo Holding voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht en het gevorderde bedrag in overeenstemming is met het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
Proceskosten
4.11.
[bedrijf] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SiVo Media Holding worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
123,73
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
- nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.232,73
in reconventie
4.12.
De kantonrechter heeft [bedrijf] op zitting voorgehouden dat zijn originele vordering van € 362.492,60 boven de competentiegrens van de kantonrechter ligt. Het hele geschil dan wel zijn vordering zou dan moeten worden verwezen. [bedrijf] heeft zijn vordering vervolgens beperkt tot een betaling van € 24.999,99. Daarmee is de kantonrechter ook bevoegd van de vordering van [bedrijf] kennis te nemen.
4.13.
[bedrijf] heeft zijn vordering gegrond op de stelling dat SiVo Holding/ SiVo Group geen dan wel een gebrekkig werk heeft geleverd en hij daardoor schade heeft geleden. Maar, hij heeft deze stellingen tegenover de gemotiveerde betwisting door SiVo Holding, niet nader onderbouwd. In conventie is [bedrijf] overwogen dat niet is gebleken dat de overeengekomen diensten niet zijn geleverd. De kantonrechter zal de vordering in reconventie daarom afwijzen.
4.14.
[bedrijf] zal [bedrijf] de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van SiVo Holding. Die kosten worden echter begroot op nihil, want de eis in reconventie vloeit voort uit het verweer in conventie, SiVo Holding heeft geen conclusie van antwoord in reconventie genomen en ook op zitting zijn in verhouding weinig woorden aan de eis in reconventie besteed.
5De beslissing
De kantonrechter
in conventie
5.1.
veroordeelt [bedrijf] om aan SiVo Holding te betalen een bedrag van € 2.548,27, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente [bedrijf] bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 12 februari 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [bedrijf] om aan SiVo Holding te betalen een bedrag van € 379,83 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten van € 1.232,73, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
in reconventie
5.5.
wijst de vorderingen af,
5.6.
veroordeelt [bedrijf] in de proceskosten, welke begroot zijn op nihil,
in conventie en in reconventie
5.7.
veroordeelt [bedrijf] tot betaling van de kosten van betekening [bedrijf] hij niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.8.
verklaart dit vonnis wat betreft de beslissingen onder 5.1 tot en met 5.3, 5.6 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.
1680
akte is een schriftelijk ondertekend document dat [bedrijf] bewijs kan dienen
artikel 93 sub a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering