Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2023:10351

2023-10-20 Strafrecht 15/001562-20 (ontneming) (P)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2023-10-20
Publicatiedatum
2023-10-18
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
15/001562-20 (ontneming) (P)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Onderzoek Unanderra; ontneming, Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk na vrijspraak

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.214 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Team Straf, zittingsplaats Haarlemmermeer
Meervoudige strafkamer


Parketnummer: 15/001562-20 (ontneming) (P)
Uitspraakdatum : 20 oktober 2023




vonnis ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht




Deze beslissing heeft betrekking op de vordering van de officier van justitie d.d. 9 juni 2022, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e lid 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) in de zaak onder bovenstaand parketnummer tegen:





[de betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: [de betrokkene] .





1De vordering
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank het bedrag als bedoeld in artikel 36e, vijfde lid Sr zal vaststellen op € 881.813,16 en dat aan [de betrokkene] de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.


De officier van justitie baseert de vordering op het strafbare feit waarvoor [de betrokkene] is gedagvaard om op 12, 14 en 18 september 2023 te verschijnen voor de meervoudige strafkamer in deze rechtbank (artikel 36e, tweede lid Sr).





2Het verloop van de procedure
De officier van justitie heeft bovengenoemde vordering aanhangig gemaakt met de oproeping van [de betrokkene] om te verschijnen op de terechtzitting van deze rechtbank op 12, 14 en 18 september 2023.


De behandeling van de vordering heeft plaatsgevonden op 12, 14 en 18 september 2023. Daarbij zijn gehoord de raadsman van [de betrokkene] , mr. A. Jinghoer, advocaat te Rotterdam en de officier van justitie mr. J.J. van Bree.



De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder het met deze vordering samenhangende strafdossier.



Vervolgens is het onderzoek gesloten op 6 oktober 2023 en is de uitspraak bepaald op 20 oktober 2023.





3Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting de vordering voorgedragen en gelet op de in de strafzaak gevorderde vrijspraak, afwijzing van de ontnemingsvordering gevorderd.

4. Het standpunt van [de betrokkene] en zijn raadsman

De verdediging heeft, gelet op de in de strafzaak bepleite vrijspraak, verzocht de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering.





5De beoordeling van de rechtbank
Bij vonnis van 20 oktober 2023 van deze rechtbank is [de betrokkene] vrijgesproken van medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen.


Artikel 36e, eerste lid Sr houdt in dat op vordering van het Openbaar Ministerie bij een afzonderlijke rechterlijke beslissing aan degene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit, de verplichting kan worden opgelegd tot betaling van een geldbedrag aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. Uit het wettelijk systeem, meer in het bijzonder uit artikel 511e, eerste lid, in verbinding met artikel 348 van het Wetboek van Strafvordering, moet naar het oordeel van de Hoge Raad worden afgeleid dat het ontbreken van een veroordeling wegens een strafbaar feit aan de ontvankelijkheid van een ontnemingsvordering in de weg staat (HR 17 februari 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG4258). De rechtbank zal het Openbaar Ministerie daarom niet ontvangen in de vordering.





6Beslissing
De rechtbank:


Verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.





7Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door
mr. N. Boots, voorzitter,
mr. H.H.E. Boomgaart en mr. G.D. Kleijne, rechters,
in tegenwoordigheid van de griffiers mr. L.L. de Vries en mr. T.J.A. Krips,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 20 oktober 2023.