Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2022:2966
2022-03-30
Civiel recht; Verbintenissenrecht
9195942 \ CV EXPL 21-3023
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:RBNHO:2022:2966 → ECLI:NL:RBNHO:2021:10082
Inhoudsindicatie
Gedaagde in het verzet slaagt in bewijs van de door haar gestelde datum van tenuitvoerlegging. Op basis daarvan is het verzet te laat ingesteld en is eiser in het verzet niet-ontvankelijk.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.696 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9195942 \ CV EXPL 21-3023
Uitspraakdatum: 30 maart 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser in het verzet]
wonende te [woonplaats]
eisende partij in het verzet
verder te noemen: [eiser in het verzet]
gemachtigde: mr. A.C. Mens
tegen
V.O.F. [naam vof] .
gevestigd te [plaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde in het verzet]
gemachtigde: S. Baldinger
1Het verdere procesverloop
1.1.
[gedaagde in het verzet] heeft in het kader van het haar bij tussenvonnis van 10 november 2021 opgedragen bewijs stukken toegezonden. Hierop heeft [eiser in het verzet] schriftelijk gereageerd.
2De verdere beoordeling
2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. [gedaagde in het verzet] is daarbij in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat 25 februari 2021 de datum is waarop de Gemeente [gemeente] de eerste uitbetaling heeft gedaan uit hoofde van het onder de Gemeente [gemeente] gelegde derdenbeslag ten laste van [eiser in het verzet] .
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde in het verzet] geslaagd in de opgedragen bewijslevering omdat uit de overgelegde transactiedetails blijkt dat op 25 februari 2021 de eerste uitbetaling is gedaan na het gelegde derdenbeslag onder de Gemeente [gemeente] . Daarom is de verzettermijn op 25 februari 2021 ingegaan en is het verzet te laat gedaan.
2.3.
[eiser in het verzet] heeft nog aangevoerd dat het hanteren van die verzettermijn leidt tot strijd met zijn recht op een eerlijk proces. De inhoudelijke argumenten die [eiser in het verzet] in dat kader heeft aangevoerd kunnen niet leiden tot een ander oordeel, omdat het verstekvonnis in kracht van gewijsde is gegaan omdat het verzet te laat is gedaan. Ook het oplopen van de vordering en de stelling van [eiser in het verzet] dat zijn echtgenote – die nog wel op het GBA-adres van [eiser in het verzet] verbleef – de post van de deurwaarder waarschijnlijk heeft weggegooid kunnen niet leiden tot een ander oordeel. Mede gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen komen deze omstandigheden voor rekening en risico van [eiser in het verzet] .
2.4.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, concludeert de kantonrechter dat [eiser in het verzet] niet tijdig verzet heeft ingesteld en om die reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het verzet tegen het verstekvonnis.
2.5.
[eiser in het verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiser in het verzet] niet-ontvankelijk;
3.2.
veroordeelt [eiser in het verzet] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde in het verzet] worden vastgesteld op een bedrag van € 436,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde in het verzet] ;
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9195942 \ CV EXPL 21-3023
Uitspraakdatum: 30 maart 2022
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser in het verzet]
wonende te [woonplaats]
eisende partij in het verzet
verder te noemen: [eiser in het verzet]
gemachtigde: mr. A.C. Mens
tegen
V.O.F. [naam vof] .
gevestigd te [plaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde in het verzet]
gemachtigde: S. Baldinger
1Het verdere procesverloop
1.1.
[gedaagde in het verzet] heeft in het kader van het haar bij tussenvonnis van 10 november 2021 opgedragen bewijs stukken toegezonden. Hierop heeft [eiser in het verzet] schriftelijk gereageerd.
2De verdere beoordeling
2.1.
De kantonrechter blijft bij wat in het tussenvonnis is overwogen en beslist. [gedaagde in het verzet] is daarbij in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren van haar stelling dat 25 februari 2021 de datum is waarop de Gemeente [gemeente] de eerste uitbetaling heeft gedaan uit hoofde van het onder de Gemeente [gemeente] gelegde derdenbeslag ten laste van [eiser in het verzet] .
2.2.
Naar het oordeel van de kantonrechter is [gedaagde in het verzet] geslaagd in de opgedragen bewijslevering omdat uit de overgelegde transactiedetails blijkt dat op 25 februari 2021 de eerste uitbetaling is gedaan na het gelegde derdenbeslag onder de Gemeente [gemeente] . Daarom is de verzettermijn op 25 februari 2021 ingegaan en is het verzet te laat gedaan.
2.3.
[eiser in het verzet] heeft nog aangevoerd dat het hanteren van die verzettermijn leidt tot strijd met zijn recht op een eerlijk proces. De inhoudelijke argumenten die [eiser in het verzet] in dat kader heeft aangevoerd kunnen niet leiden tot een ander oordeel, omdat het verstekvonnis in kracht van gewijsde is gegaan omdat het verzet te laat is gedaan. Ook het oplopen van de vordering en de stelling van [eiser in het verzet] dat zijn echtgenote – die nog wel op het GBA-adres van [eiser in het verzet] verbleef – de post van de deurwaarder waarschijnlijk heeft weggegooid kunnen niet leiden tot een ander oordeel. Mede gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen komen deze omstandigheden voor rekening en risico van [eiser in het verzet] .
2.4.
Gelet op hetgeen hierboven is overwogen, concludeert de kantonrechter dat [eiser in het verzet] niet tijdig verzet heeft ingesteld en om die reden niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het verzet tegen het verstekvonnis.
2.5.
[eiser in het verzet] zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de kosten van de verzetprocedure.
3De beslissing
De kantonrechter:
3.1.
verklaart [eiser in het verzet] niet-ontvankelijk;
3.2.
veroordeelt [eiser in het verzet] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde in het verzet] worden vastgesteld op een bedrag van € 436,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde in het verzet] ;
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter