Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2022:2682
2022-03-25
Civiel recht
9575569 \ MB VERZ 21-719
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afwijzing verzoek benoeming andere mentor. Mentorschap opgeheven omdat daartoe geen noodzaak meer bestaat.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.621 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 9575569 \ MB VERZ 21-719 GS
Uitspraakdatum: 25 maart 2022
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [land] , op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
van wie de mentor is:
Theodorus Maria de Boer,
geboren te Edam op 22 juli 1965,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna te noemen: De Boer,
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek van [xxx] , hierna te noemen: [xxx] , ter griffie ingekomen op 10 november 2021;
het verzoek van betrokkene, ingekomen op 7 december 2021;
de reactie van De Boer, ingekomen op 22 december 2021;
de reactie van Veerman Bewindvoering, bewindvoerder van betrokkene, ingekomen op 28 december 2021;
een aanvullende reactie van De Boer, ingekomen op 21 januari 2022;
de reactie van [yyy] , moeder van betrokkene, ingekomen op 25 januari 2022;
de reactie van [zzz] , zus van betrokkene, ingekomen op 25 januari 2022;
de reactie van betrokkene, ingekomen op 3 februari 2022.
Op 14 maart 2022 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
beoordeling
Bij beschikking van 9 november 2016 is De Boer benoemd tot mentor van betrokkene.
Het verzoek strekt tot ontslag van De Boer en tot benoeming van [xxx] tot opvolgend mentor.
[xxx] dient in haar verzoek niet ontvankelijk te worden verklaard nu zij niet behoort tot de in artikel 1:461, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW), genoemde personen die een verzoek kunnen doen tot ontslag van de mentor.
Betrokkene heeft het verzoek, zakelijk weergegeven, als volgt toegelicht. De huidige mentor laat niets van zich horen en is onbetrouwbaar. [xxx] helpt betrokkene al ruim een jaar op allerlei gebieden.
De mentor en de bewindvoerder van betrokkene hebben verklaard dat betrokkene geen mentor nodig heeft. Zij hebben beide geen vertrouwen in de voorgestelde mentor. Bewindvoering biedt voldoende bescherming aan betrokkene. Een mentor heeft geen enkele toegevoegde waarde. De mentor heeft verzocht ontslagen te worden.
De moeder en de zus van betrokkene hebben verklaard dat betrokkene geen mentor nodig heeft. Betrokkene wordt op een negatieve wijze beïnvloed door [xxx] . Sinds zij in het leven van betrokkene is gekomen, heeft betrokkene het contact met zijn familie verbroken.
Op grond van artikel 1:461, tweede lid BW kan de kantonrechter het mentorschap opheffen indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat in de praktijk nooit invulling is gegeven aan het mentorschap. De mentor verkeerde in de veronderstelling dat het mentorschap enkele jaren geleden was opgeheven. Betrokkene heeft zijn belangen op niet-vermogensrechtelijk gebied daarom zelf behartigd en is daarbij niet tegen problemen aangelopen. De mentor, de bewindvoerder en de familie van betrokkene hebben allemaal verklaard dat betrokkene geen mentor nodig heeft. Betrokkene heeft ter zitting geen redenen aangevoerd waaruit het tegendeel zou blijken. Hij heeft alleen verklaard dat alles altijd beter kan. Dat vormt voor de kantonrechter onvoldoende aanleiding om het mentorschap voort te zetten. Gelet op het hiervoor overwogene is de kantonrechter van oordeel dat niet is gebleken van een noodzaak tot mentorschap. De kantonrechter zal het mentorschap daarom opheffen.
beslissing
De kantonrechter:
verklaart [xxx] niet ontvankelijk in haar verzoek;
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 9 november 2016 ingestelde mentorschap over [betrokkene] ;
wijst af, het meer of anders verzochte;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Handel, Kanton en Bewind
locatie Zaanstad
Zaaknummer: 9575569 \ MB VERZ 21-719 GS
Uitspraakdatum: 25 maart 2022
Beschikking van de kantonrechter
op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats] , [land] , op [geboortedatum] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene,
van wie de mentor is:
Theodorus Maria de Boer,
geboren te Edam op 22 juli 1965,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna te noemen: De Boer,
procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
het verzoek van [xxx] , hierna te noemen: [xxx] , ter griffie ingekomen op 10 november 2021;
het verzoek van betrokkene, ingekomen op 7 december 2021;
de reactie van De Boer, ingekomen op 22 december 2021;
de reactie van Veerman Bewindvoering, bewindvoerder van betrokkene, ingekomen op 28 december 2021;
een aanvullende reactie van De Boer, ingekomen op 21 januari 2022;
de reactie van [yyy] , moeder van betrokkene, ingekomen op 25 januari 2022;
de reactie van [zzz] , zus van betrokkene, ingekomen op 25 januari 2022;
de reactie van betrokkene, ingekomen op 3 februari 2022.
Op 14 maart 2022 heeft een mondelinge behandeling van het verzoek plaatsgevonden.
beoordeling
Bij beschikking van 9 november 2016 is De Boer benoemd tot mentor van betrokkene.
Het verzoek strekt tot ontslag van De Boer en tot benoeming van [xxx] tot opvolgend mentor.
[xxx] dient in haar verzoek niet ontvankelijk te worden verklaard nu zij niet behoort tot de in artikel 1:461, tweede lid van het Burgerlijk Wetboek (BW), genoemde personen die een verzoek kunnen doen tot ontslag van de mentor.
Betrokkene heeft het verzoek, zakelijk weergegeven, als volgt toegelicht. De huidige mentor laat niets van zich horen en is onbetrouwbaar. [xxx] helpt betrokkene al ruim een jaar op allerlei gebieden.
De mentor en de bewindvoerder van betrokkene hebben verklaard dat betrokkene geen mentor nodig heeft. Zij hebben beide geen vertrouwen in de voorgestelde mentor. Bewindvoering biedt voldoende bescherming aan betrokkene. Een mentor heeft geen enkele toegevoegde waarde. De mentor heeft verzocht ontslagen te worden.
De moeder en de zus van betrokkene hebben verklaard dat betrokkene geen mentor nodig heeft. Betrokkene wordt op een negatieve wijze beïnvloed door [xxx] . Sinds zij in het leven van betrokkene is gekomen, heeft betrokkene het contact met zijn familie verbroken.
Op grond van artikel 1:461, tweede lid BW kan de kantonrechter het mentorschap opheffen indien de noodzaak daartoe niet meer bestaat. Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat in de praktijk nooit invulling is gegeven aan het mentorschap. De mentor verkeerde in de veronderstelling dat het mentorschap enkele jaren geleden was opgeheven. Betrokkene heeft zijn belangen op niet-vermogensrechtelijk gebied daarom zelf behartigd en is daarbij niet tegen problemen aangelopen. De mentor, de bewindvoerder en de familie van betrokkene hebben allemaal verklaard dat betrokkene geen mentor nodig heeft. Betrokkene heeft ter zitting geen redenen aangevoerd waaruit het tegendeel zou blijken. Hij heeft alleen verklaard dat alles altijd beter kan. Dat vormt voor de kantonrechter onvoldoende aanleiding om het mentorschap voort te zetten. Gelet op het hiervoor overwogene is de kantonrechter van oordeel dat niet is gebleken van een noodzaak tot mentorschap. De kantonrechter zal het mentorschap daarom opheffen.
beslissing
De kantonrechter:
verklaart [xxx] niet ontvankelijk in haar verzoek;
heft op, met ingang van twee weken na heden, het bij beschikking van 9 november 2016 ingestelde mentorschap over [betrokkene] ;
wijst af, het meer of anders verzochte;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter