Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2021:6842
2021-08-11
Civiel recht; Verbintenissenrecht
9219947 \ CV EXPL 21-3303
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Gedaagde erkent de vordering maar kan de facturen nog niet betalen. De vordering wordt toegewezen omdat de kantonrechter geen betalingsregeling kan opleggen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.550 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9219947 \ CV EXPL 21-3303
Uitspraakdatum: 11 augustus 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Incasso Federatie Nederland B.V.
gevestigd te Haarlem
eiseres
verder te noemen: IFN
gemachtigde: Incasso Federatie Nederland B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
1Het procesverloop
1.1.
IFN heeft bij dagvaarding van 6 mei 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
1.2.
IFN heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
2De feiten
2.1.
IFN heeft in een incasso-huurzaak werkzaamheden voor [gedaagde] verricht en een gerechtelijke procedure tegen een ex-huurder van [gedaagde] gevoerd. IFN en [gedaagde] hebben een ‘No Cure No Pay’ overeenkomst gesloten.
2.2.
Op 9 maart 2021 heeft IFN (tussentijds en na aftrek van voldane voorschotten) € 2.936,67 aan [gedaagde] gedeclareerd. Op 15 maart 2021 heeft IFN nog € 217,80 aan [gedaagde] gedeclareerd. Op beide declaraties staat het verzoek om binnen 14 dagen te betalen. [gedaagde] heeft niet betaald.
2.3.
Ten aanzien van de declaratie van 9 maart 2021 heeft IFN op 24 maart 2021 een ingebrekestelling gestuurd en [gedaagde] een betalingstermijn van 3 dagen gegeven. Bij brief van 31 maart 2021 heeft IFN [gedaagde] verzocht om beide openstaande declaraties binnen drie dagen te voldoen.
2.4.
Bij ingebrekestelling van 7 april 2021 heeft IFN [gedaagde] gesommeerd om binnen veertien dagen na ontvangst van de brief zorg te dragen voor de betaling van beide declaraties, onder aanzegging van de incassokosten en rente.
2.5.
Op 8 april 2021 heeft IFN [gedaagde] een restant sommatie gestuurd in verband met een deelbetaling van € 500,- door [gedaagde] . IFN heeft [gedaagde] gesommeerd het restant van € 2.654,47 uiterlijk 23 april 2021 aan IFN te voldoen.
3De vordering
3.1.
IFN vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 3.102,12. Dat bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 3.154,47, de wettelijke rente van € 7,20 en buitengerechtelijke incassokosten van € 440,45, verminderd met de deelbetaling van € 500,-. Daarnaast vordert IFN dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en de proceskosten.
3.2.
IFN legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat sprake is van een overeenkomst van opdracht en dat IFN aan haar verplichtingen heeft voldaan. [gedaagde] heeft nagelaten aan haar verplichting, namelijk betaling van de declaraties, te voldoen en is in verzuim geraakt op 23 april 2021.
4Het verweer
4.1.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij voert aan – samengevat – dat zij al een groot deel aan IFN heeft betaald. Zij kan IFN betalen, maar kan op dit moment niet bij haar geld omdat zij moet wachten tot de uitbetaling van haar erfenis uit Duitsland. Het is voor [gedaagde] een lastige situatie waar IFN rekening mee moet houden.
5De beoordeling
5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van de (restanten van) de declaraties en of zij moet worden veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
5.2.
De kantonrechter begrijpt uit het antwoord van [gedaagde] dat zij de verschuldigdheid van de hoofdsom erkent. Voor zover zij dit betwist, althans meent dat zij al een deel van de (nog openstaande) vordering heeft betaald, wordt dit als onvoldoende gemotiveerd buiten beschouwing gelaten. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom.
5.3.
[gedaagde] vindt dat IFN rekening had moeten houden met haar situatie aangezien zij momenteel niet, maar over ongeveer een half jaar wel kan betalen. Zij wil daarom geen bijkomende kosten – de kantonrechter begrijpt: rente en incassokosten – betalen. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij. IFN heeft [gedaagde] diverse betalingstermijnen gegeven en is niet verplicht [gedaagde] (verdere) uitstel van betaling te geven. De wet geeft ook de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen of om uitstel van betaling te geven. De wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen.
5.4.
[gedaagde] is in verzuim en IFN vordert buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. IFN heeft aan [gedaagde] op 7 april 2021 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
5.5.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van IFN zal toewijzen.
5.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt.
6De beslissing
De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan IFN van € 3.102,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 mei 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van IFN tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 89,37
griffierecht € 507,00
salaris gemachtigde € 436,00 ;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 9219947 \ CV EXPL 21-3303
Uitspraakdatum: 11 augustus 2021
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Incasso Federatie Nederland B.V.
gevestigd te Haarlem
eiseres
verder te noemen: IFN
gemachtigde: Incasso Federatie Nederland B.V.
tegen
[gedaagde]
wonende te [woonplaats]
gedaagde
verder te noemen: [gedaagde]
1Het procesverloop
1.1.
IFN heeft bij dagvaarding van 6 mei 2021 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord.
1.2.
IFN heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.
2De feiten
2.1.
IFN heeft in een incasso-huurzaak werkzaamheden voor [gedaagde] verricht en een gerechtelijke procedure tegen een ex-huurder van [gedaagde] gevoerd. IFN en [gedaagde] hebben een ‘No Cure No Pay’ overeenkomst gesloten.
2.2.
Op 9 maart 2021 heeft IFN (tussentijds en na aftrek van voldane voorschotten) € 2.936,67 aan [gedaagde] gedeclareerd. Op 15 maart 2021 heeft IFN nog € 217,80 aan [gedaagde] gedeclareerd. Op beide declaraties staat het verzoek om binnen 14 dagen te betalen. [gedaagde] heeft niet betaald.
2.3.
Ten aanzien van de declaratie van 9 maart 2021 heeft IFN op 24 maart 2021 een ingebrekestelling gestuurd en [gedaagde] een betalingstermijn van 3 dagen gegeven. Bij brief van 31 maart 2021 heeft IFN [gedaagde] verzocht om beide openstaande declaraties binnen drie dagen te voldoen.
2.4.
Bij ingebrekestelling van 7 april 2021 heeft IFN [gedaagde] gesommeerd om binnen veertien dagen na ontvangst van de brief zorg te dragen voor de betaling van beide declaraties, onder aanzegging van de incassokosten en rente.
2.5.
Op 8 april 2021 heeft IFN [gedaagde] een restant sommatie gestuurd in verband met een deelbetaling van € 500,- door [gedaagde] . IFN heeft [gedaagde] gesommeerd het restant van € 2.654,47 uiterlijk 23 april 2021 aan IFN te voldoen.
3De vordering
3.1.
IFN vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 3.102,12. Dat bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 3.154,47, de wettelijke rente van € 7,20 en buitengerechtelijke incassokosten van € 440,45, verminderd met de deelbetaling van € 500,-. Daarnaast vordert IFN dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding en de proceskosten.
3.2.
IFN legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat sprake is van een overeenkomst van opdracht en dat IFN aan haar verplichtingen heeft voldaan. [gedaagde] heeft nagelaten aan haar verplichting, namelijk betaling van de declaraties, te voldoen en is in verzuim geraakt op 23 april 2021.
4Het verweer
4.1.
[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij voert aan – samengevat – dat zij al een groot deel aan IFN heeft betaald. Zij kan IFN betalen, maar kan op dit moment niet bij haar geld omdat zij moet wachten tot de uitbetaling van haar erfenis uit Duitsland. Het is voor [gedaagde] een lastige situatie waar IFN rekening mee moet houden.
5De beoordeling
5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [gedaagde] moet worden veroordeeld tot betaling van de (restanten van) de declaraties en of zij moet worden veroordeeld tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente.
5.2.
De kantonrechter begrijpt uit het antwoord van [gedaagde] dat zij de verschuldigdheid van de hoofdsom erkent. Voor zover zij dit betwist, althans meent dat zij al een deel van de (nog openstaande) vordering heeft betaald, wordt dit als onvoldoende gemotiveerd buiten beschouwing gelaten. [gedaagde] zal worden veroordeeld tot betaling van de hoofdsom.
5.3.
[gedaagde] vindt dat IFN rekening had moeten houden met haar situatie aangezien zij momenteel niet, maar over ongeveer een half jaar wel kan betalen. Zij wil daarom geen bijkomende kosten – de kantonrechter begrijpt: rente en incassokosten – betalen. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij. IFN heeft [gedaagde] diverse betalingstermijnen gegeven en is niet verplicht [gedaagde] (verdere) uitstel van betaling te geven. De wet geeft ook de kantonrechter niet de mogelijkheid om een betalingsregeling op te leggen of om uitstel van betaling te geven. De wettelijke rente zal dan ook worden toegewezen.
5.4.
[gedaagde] is in verzuim en IFN vordert buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. IFN heeft aan [gedaagde] op 7 april 2021 een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.
5.5.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van IFN zal toewijzen.
5.6.
De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt.
6De beslissing
De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan IFN van € 3.102,12, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 6 mei 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van IFN tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 89,37
griffierecht € 507,00
salaris gemachtigde € 436,00 ;
6.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter