Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2020:11874

2020-06-03 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht 8337697 \ CV EXPL 20-1873
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2020-06-03
Publicatiedatum
2022-12-01
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
8337697 \ CV EXPL 20-1873
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

ambtshalve getoetst aan het dwingende consumentenrecht. Daarbij overweegt de kantonrechter dat de eisende partij geen handelaar is in de zin van Afdeling 2b van Titel 5 van Boek 6 BW.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.924 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem



Zaaknr./rolnr.: 8337697 \ CV EXPL 20-1873
Uitspraakdatum: 27 mei 2020




Verstekvonnis in de zaak van:



Stichting Hogeschool van [plaats 1]

gevestigd te [plaats 1]
de eisende partij
gemachtigde: Swier cs gerechtsdeurwaarders



tegen





[gedaagde]

wonende te [plaats 2]
de gedaagde partij
niet verschenen




De procedure


De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.




De beoordeling


De vordering wordt toegewezen, omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt. De kantonrechter heeft bij de beoordeling van de vordering ook ambtshalve getoetst aan het dwingende consumentenrecht. Deze toets geeft geen aanleiding de vordering af te wijzen. Daarbij overweegt de kantonrechter dat de eisende partij geen handelaar is in de zin van Afdeling 2b van Titel 5 van Boek 6 BW.



De eisende partij maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu niet gebleken is dat in de aanmaning aan de gedaagde partij een betalingstermijn van 14 dagen is gegeven ingaande de dag na ontvangst daarvan, zoals vereist door artikel 6:96 lid 6 BW. In dit verband wordt verwezen naar de uitspraak van de Hoge Raad van 25 november 2016, ECLI:NL:HR:2016:2704.



De gedaagde partij wordt in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de te nemen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, aangezien het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze extra akte op te stellen.





De beslissing


De kantonrechter:



veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 687,54, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 631,63 vanaf 30 januari 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;



veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:



€ 105,09 wegens dagvaardingskosten,
€ 499,00 wegens griffierecht en
€ 120,00 wegens salaris gemachtigde;



verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;



wijst af het meer of anders gevorderde.



Dit vonnis is gewezen door mr. I. de Greef en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.



De griffier De kantonrechter