Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Noord-Holland

ECLI:NL:RBNHO:2016:3969

2016-05-18 Civiel recht 4419451
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Uitspraakdatum
2016-05-18
Publicatiedatum
2016-05-12
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
4419451
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Gedaagde onder beschermingsbewind. Kantonrechter heeft eiser in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder bij aangetekende brief in het geding op te roepen. De bewindvoerder heeft vervolgens gereageerd en daarmee de procedure overgenomen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.093 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton – locatie Haarlem



zaak/rolnr.: 4419451 \ CV EXPL 15-7929
datum uitspraak: 18 mei 2016




VONNIS VAN DE KANTONRECHTER


inzake




Lindorff B.V.

te Zwolle
eiseres
hierna te noemen Lindorff
gemachtigde M.G. de Jong Gerechtsdeurwaarders- & Incassokantoor



tegen





[bewindvoerder] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder voor



[gedaagde]


te [plaats]
gedaagde
hierna te noemen [bewindvoerder q.q.]





De procedure
Lindorff heeft [gedaagde] gedagvaard op 21 augustus 2015. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord. Lindorff heeft daarop schriftelijk gereageerd.


Op 8 augustus is ten behoeve van [gedaagde] een beschermingsbewind in de zin van artikel 1:431 BW ingesteld. Dit brengt mee dat hij op grond van artikel 1:441 BW niet bevoegd is om zelf in rechte op te treden. Bij arrest van 7 maart 2014 heeft de Hoge Raad bepaald dat in een procedure met betrekking tot een onder bewind gesteld goed niet de rechthebbende, maar de bewindvoerder moet worden gedagvaard. Indien het geding echter aanhangig is gemaakt jegens de rechthebbende kan de bewindvoerder op ieder moment in de procedure – zolang nog geen eindvonnis is gewezen – in de procedure verschijnen om het geding over te nemen. Bij rolbeschikking van 10 februari 2016 heeft de kantonrechter Lindorff in de gelegenheid gesteld om de bewindvoerder van [gedaagde] bij aangetekende brief in het geding op te roepen.
De bewindvoerder van [gedaagde] , [bewindvoerder] , heeft op 21 maart 2016 een reactie verzonden. De bewindvoerder heeft daarmee de procedure overgenomen en is daarom aangemerkt als formele procespartij.




De feiten


KPN B.V., handelende onder de naam Hi (hierna: KPN) heeft op 4 september 2012 een overeenkomst gesloten met [gedaagde] . Het betrof een telefoonabonnement met een lease abonnement. Dit hield in dat [gedaagde] een telefoontoestel van KPN huurde.



[gedaagde] heeft in de periode van 7 januari 2013 tot en met 7 mei 2013 meerdere facturen onbetaald gelaten.


KPN heeft de overeenkomst met [gedaagde] ontbonden op 27 april 2013.



[gedaagde] heeft het gehuurde telefoontoestel niet aan KPN geretourneerd en [gedaagde] heeft het door KPN voorgestelde overnamebedrag niet betaald.


Op 23 mei 2013 heeft KPN de vordering op [gedaagde] verkocht en gecedeerd aan Lindorff.





De vordering

Lindorff vordert (samengevat) veroordeling van [bewindvoerder q.q.] tot betaling van € 709,47, vermeerderd met de wettelijke rente over € 585,37 vanaf 19 augustus 2015 tot de dag der algehele voldoening.
Lindorff legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de betalingsachterstand dient te betalen en op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden de door KPN geleden schade dient te vergoeden.




Het verweer

[bewindvoerder q.q.] heeft de vordering van KPN erkend. Zij voert echter aan dat [gedaagde] geen financiële ruimte heeft om de vordering te voldoen.



De beoordeling
Nu [bewindvoerder q.q.] de verschuldigdheid van de door KPN gevorderde hoofdsom heeft erkend, zal deze vordering worden toegewezen. Dat [gedaagde] thans geen afbetalingsmogelijkheden heeft, kan niet tot een ander oordeel leiden. Wel kunnen partijen na dit vonnis in onderling overleg indien gewenst nog een betalingsregeling overeenkomen.


Lindorff maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat aan de vereisten zoals gesteld in artikel 6:96 BW is voldaan. Daarmee is de vergoeding verschuldigd en zal het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen.



De kantonrechter zal de vordering van Lindorff toewijzen.



De proceskosten komen voor rekening van [bewindvoerder q.q.] omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.





De beslissing
De kantonrechter:

- veroordeelt [bewindvoerder q.q.] tot betaling aan Lindorff van € 709,47 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 585,37 vanaf 19 augustus 2015 tot aan de dag van de algehele voldoening;

- veroordeelt [bewindvoerder q.q.] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Lindorff tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 100,10
griffierecht € 466,00
salaris gemachtigde € 200,00

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.



Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.