Rechtbank Noord-Holland
ECLI:NL:RBNHO:2015:465
2015-01-15
Bestuursrecht
AWB - 14 _ 3998
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
beroep tegen invorderingsbesluit is ongegrond. Last onder bestuursdwang is op geschikte wijze bekend gemaakt en derhalve onherroepelijk. Kosten van toepassen van bestuursdwang zijn niet onredelijk hoog.
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2013:BZ9037 Raad van State 01-05-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.312 tekens)
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 14/3998
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 15 januari 2015 in de zaak tussen
[eiser], te[woonplaats], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder
(gemachtigden: mr. R. Braeken en P.J. Boukes).
Procesverloop
Bij besluit van 6 mei 2014 (het handhavingsbesluit) heeft verweerder eiser een last onder bestuursdwang opgelegd.
Bij besluit van 23 juni 2014 (het invorderingsbesluit) heeft verweerder de hoogte van de kosten van het toepassen van bestuursdwang ten laste van eiser vastgesteld op € 223,75.
Bij besluit van 23 september 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft bij drie afzonderlijke brieven een nadere schriftelijke toelichting gegeven bij het beroep en gereageerd op het verweerschrift. Eiser heeft daarbij nadere stukken overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Gronden van de beslissing
1. Ingevolge artikel 3:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt bekendmaking van een besluit, in het geval dat niet kan geschieden door toezending of uitreiking aan de belanghebbende, op een andere geschikte wijze. Verweerder heeft het handhavingsbesluit van 6 mei 2014 aangeplakt op de boottrailer, omdat hij niet bekend was met de eigenaar van de boottrailer. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij wel een document van de gemeente Haarlem op de boottrailer heeft aangetroffen, maar dat hij dit document niet heeft gelezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat hij geen nader onderzoek behoefde te verrichten naar de eigenaar van de boottrailer. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 mei 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ9037). Het handhavingsbesluit is derhalve op 6 mei 2014 door aanplakking op geschikte wijze bekend gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar van 7 juli 2014 terecht als tardief aangemerkt.
2. Nu vaststaat dat de boottrailer op 14 mei 2014 op de parkeerplaats aan de [locatie] is aangetroffen en verweerder om die reden daadwerkelijk bestuursdwang heeft toegepast, komen de kosten daarvan, inclusief de kosten van voorbereiding, op grond van artikel 5:25 Awb ten laste van eiser als overtreder. De rechtbank acht de door verweerder bij het invorderingsbesluit vastgestelde ambtelijke kosten van € 75,-- niet onredelijk hoog.
3. Eisers stellingen omtrent schade aan de boottrailer blijven buiten bespreking. De gestelde schadeoorzaak is gelegen in feitelijk handelen bij de toepassing van bestuursdwang. In dat geval is niet de bestuursrechter, maar de burgerlijke rechter, bevoegd kennis te nemen van een eventuele aldaar in te dienen schadevordering van eiser.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
5. De rechtbank deelt mee dat tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2015 door mr. H. Brouwer, voorzitter, en mr. J.M. Janse van Mantgem en mr. M. Duin, leden, in aanwezigheid van mr. M. Dittmer, griffier.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 14/3998
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de meervoudige kamer van 15 januari 2015 in de zaak tussen
[eiser], te[woonplaats], eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder
(gemachtigden: mr. R. Braeken en P.J. Boukes).
Procesverloop
Bij besluit van 6 mei 2014 (het handhavingsbesluit) heeft verweerder eiser een last onder bestuursdwang opgelegd.
Bij besluit van 23 juni 2014 (het invorderingsbesluit) heeft verweerder de hoogte van de kosten van het toepassen van bestuursdwang ten laste van eiser vastgesteld op € 223,75.
Bij besluit van 23 september 2014 (het bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eiser tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Eiser heeft bij drie afzonderlijke brieven een nadere schriftelijke toelichting gegeven bij het beroep en gereageerd op het verweerschrift. Eiser heeft daarbij nadere stukken overgelegd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 januari 2015. Eiser is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigden.
Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Gronden van de beslissing
1. Ingevolge artikel 3:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geschiedt bekendmaking van een besluit, in het geval dat niet kan geschieden door toezending of uitreiking aan de belanghebbende, op een andere geschikte wijze. Verweerder heeft het handhavingsbesluit van 6 mei 2014 aangeplakt op de boottrailer, omdat hij niet bekend was met de eigenaar van de boottrailer. Ter zitting heeft eiser verklaard dat hij wel een document van de gemeente Haarlem op de boottrailer heeft aangetroffen, maar dat hij dit document niet heeft gelezen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat hij geen nader onderzoek behoefde te verrichten naar de eigenaar van de boottrailer. De rechtbank verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 mei 2013 (ECLI:NL:RVS:2013:BZ9037). Het handhavingsbesluit is derhalve op 6 mei 2014 door aanplakking op geschikte wijze bekend gemaakt. Verweerder heeft het bezwaar van 7 juli 2014 terecht als tardief aangemerkt.
2. Nu vaststaat dat de boottrailer op 14 mei 2014 op de parkeerplaats aan de [locatie] is aangetroffen en verweerder om die reden daadwerkelijk bestuursdwang heeft toegepast, komen de kosten daarvan, inclusief de kosten van voorbereiding, op grond van artikel 5:25 Awb ten laste van eiser als overtreder. De rechtbank acht de door verweerder bij het invorderingsbesluit vastgestelde ambtelijke kosten van € 75,-- niet onredelijk hoog.
3. Eisers stellingen omtrent schade aan de boottrailer blijven buiten bespreking. De gestelde schadeoorzaak is gelegen in feitelijk handelen bij de toepassing van bestuursdwang. In dat geval is niet de bestuursrechter, maar de burgerlijke rechter, bevoegd kennis te nemen van een eventuele aldaar in te dienen schadevordering van eiser.
4. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.
5. De rechtbank deelt mee dat tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van dit proces-verbaal hoger beroep kan worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2015 door mr. H. Brouwer, voorzitter, en mr. J.M. Janse van Mantgem en mr. M. Duin, leden, in aanwezigheid van mr. M. Dittmer, griffier.
griffier voorzitter
Afschrift verzonden aan partijen op: