Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6614
2026-09-16
Civiel recht
12204529 \ MC EXPL 26-2223
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Huurachterstand van ruim 15 maanden. Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde. Betaling huurachterstand en gebruiksvergoeding.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:1810 Hoge Raad 28-09-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (8.814 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12204529 \ MC EXPL 26-2223
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[eiseres] C.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. R.A. Stoks,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
De volgende stukken zitten in het procesdossier:
- de dagvaarding van 16 april 2026 met 7 producties;- de conclusie van antwoord van 29 april 2026.
1.2
Op 13 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling was namens [eiseres] aanwezig mr. R.A. Stoks. [gedaagde] was niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken. De kantonrechter heeft bepaald dat hij vandaag schriftelijk uitspraak zal doen.
2De kern
2.1
[gedaagde] huurt van [eiseres] de onroerende zaak aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats 2] (hierna: het gehuurde). [gedaagde] drijft in het gehuurde een horecaonderneming onder de naam [handelsnaam] . De huurprijs bedraagt € 2.483,31 per maand en moet worden vooruitbetaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. [eiseres] vordert in deze procedure de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van het gehuurde. Ook vordert zij betaling door [gedaagde] van de huurachterstand met rente en een gebruiksvergoeding. [gedaagde] erkent (de hoogte van) de huurachterstand. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe.
3De beoordeling
De huurovereenkomst wordt ontbonden en het gehuurde moet worden ontruimd
3.1
De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). Bij huurachterstanden wordt in de kantonrechtspraak, mede gelet op het belang van behoud van bedrijfsruimte, veelal geen ontbinding uitgesproken als deze is gevorderd op grond van (uitsluitend) een huurachterstand van minder dan drie maanden. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
3.2
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 15 maanden. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de huurachterstand inmiddels verder is opgelopen. De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden kunnen de instandhouding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigen. De kantonrechter zal de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst dan ook toewijzen.
3.3
Omdat de ontbindingsvordering wordt toegewezen, zal de ontruimingsvordering ook worden toegewezen. Een huurder is tenslotte verplicht het gehuurde bij het einde van de huur weer ter beschikking van de verhuurder te stellen (artikel 7:224 lid 1 BW). De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde ontruimingstermijn van veertien dagen een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
[gedaagde] moet de betalingsachterstand en een gebruiksvergoeding betalen
3.4
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de huurachterstand berekend tot en met april 2026 € 37.421,46 bedraagt. [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat zij op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst recht heeft op 1,5% rente per maand over dit achterstallige bedrag. [eiseres] vordert deze rente vanaf het moment van dagvaarden tot aan de dag van volledige betaling van de huurachterstand. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om € 37.421,46 aan [eiseres] te betalen met daarover de contractuele rente vanaf de vervaldata van de respectievelijke huurtermijnen tot de dag van volledige betaling.
3.5
[eiseres] wil dat [gedaagde] ook wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 2.483,31 te rekenen vanaf de maand mei 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft (artikel 7:225 BW). De kantonrechter zal deze vordering ook toewijzen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,08
- griffierecht
€
1.504,00
- salaris gemachtigde
€
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.929,08
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats 2] ,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiseres] ,
4.3
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiseres] :
- € 37.421,46 aan achterstallige huur tot en met april 2026, te vermeerderen met de rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 2.483,31 per maand vanaf mei 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.929,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
4.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Lelystad
Zaaknummer: 12204529 \ MC EXPL 26-2223
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[eiseres] C.V.,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. R.A. Stoks,
tegen
[gedaagde] , H.O.D.N. [handelsnaam],
te [plaats 2] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
De volgende stukken zitten in het procesdossier:
- de dagvaarding van 16 april 2026 met 7 producties;- de conclusie van antwoord van 29 april 2026.
1.2
Op 13 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Tijdens de mondelinge behandeling was namens [eiseres] aanwezig mr. R.A. Stoks. [gedaagde] was niet aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken. De kantonrechter heeft bepaald dat hij vandaag schriftelijk uitspraak zal doen.
2De kern
2.1
[gedaagde] huurt van [eiseres] de onroerende zaak aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats 2] (hierna: het gehuurde). [gedaagde] drijft in het gehuurde een horecaonderneming onder de naam [handelsnaam] . De huurprijs bedraagt € 2.483,31 per maand en moet worden vooruitbetaald. [gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. [eiseres] vordert in deze procedure de ontbinding van de huurovereenkomst met ontruiming van het gehuurde. Ook vordert zij betaling door [gedaagde] van de huurachterstand met rente en een gebruiksvergoeding. [gedaagde] erkent (de hoogte van) de huurachterstand. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseres] toe.
3De beoordeling
De huurovereenkomst wordt ontbonden en het gehuurde moet worden ontruimd
3.1
De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt (artikel 6:265 BW). Bij huurachterstanden wordt in de kantonrechtspraak, mede gelet op het belang van behoud van bedrijfsruimte, veelal geen ontbinding uitgesproken als deze is gevorderd op grond van (uitsluitend) een huurachterstand van minder dan drie maanden. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
3.2
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 15 maanden. [eiseres] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat de huurachterstand inmiddels verder is opgelopen. De huurachterstand is ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden. De door [gedaagde] aangevoerde persoonlijke omstandigheden kunnen de instandhouding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigen. De kantonrechter zal de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst dan ook toewijzen.
3.3
Omdat de ontbindingsvordering wordt toegewezen, zal de ontruimingsvordering ook worden toegewezen. Een huurder is tenslotte verplicht het gehuurde bij het einde van de huur weer ter beschikking van de verhuurder te stellen (artikel 7:224 lid 1 BW). De kantonrechter is van oordeel dat de gevorderde ontruimingstermijn van veertien dagen een redelijke termijn is om aan de veroordeling te voldoen.
[gedaagde] moet de betalingsachterstand en een gebruiksvergoeding betalen
3.4
Tussen partijen staat niet ter discussie dat de huurachterstand berekend tot en met april 2026 € 37.421,46 bedraagt. [eiseres] heeft onweersproken gesteld dat zij op grond van de tussen partijen gesloten huurovereenkomst recht heeft op 1,5% rente per maand over dit achterstallige bedrag. [eiseres] vordert deze rente vanaf het moment van dagvaarden tot aan de dag van volledige betaling van de huurachterstand. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen om € 37.421,46 aan [eiseres] te betalen met daarover de contractuele rente vanaf de vervaldata van de respectievelijke huurtermijnen tot de dag van volledige betaling.
3.5
[eiseres] wil dat [gedaagde] ook wordt veroordeeld tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 2.483,31 te rekenen vanaf de maand mei 2026 tot het moment dat [gedaagde] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [gedaagde] nog in het gehuurde verblijft (artikel 7:225 BW). De kantonrechter zal deze vordering ook toewijzen.
[gedaagde] moet de proceskosten betalen
3.6
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,08
- griffierecht
€
1.504,00
- salaris gemachtigde
€
1.154,00
(2 punten × € 577,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.929,08
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats 2] ,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eiseres] zijn, en de sleutels af te geven aan [eiseres] ,
4.3
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan [eiseres] :
- € 37.421,46 aan achterstallige huur tot en met april 2026, te vermeerderen met de rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening,
- € 2.483,31 per maand vanaf mei 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden,
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.929,08, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald
4.6
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810.