Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6257
2026-08-13
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/616291 / JL RK 26-520 & C/16/616301 / JL RK 26-522
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling. Artikel 800 lid 3 Rv analoog van toepassing in het belang van de minderjarige (artikel 3 IVRK).
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.982 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummers: C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Zaaknummers: C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
Datum uitspraak: 13 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en een verlenging ondertoezichtstelling met toepassing van artikel 800 lid 3 Rv
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 13 augustus 2026;
de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 11 augustus 2026, ontvangen op 13 augustus 2026.
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
1.2.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 13 augustus 2026, mee in de beoordeling.
In beide zaken
1.3.
De kinderrechter heeft op 13 augustus 2026 telefonisch mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die beslissing.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp..
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 11 februari 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 14 augustus 2026.
3Het verzoek
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één maand en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In beide zaken
3.3.
Gezien de procedure die gevolgd is door de GI en de noodzakelijkheid van snelle beslissingen vanwege het aflopen van de ondertoezichtstelling en de machtiging gesloten jeugdhulp op 14 augustus 2026, verklaart de kinderrechter artikel 800 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing. Dit betekent dat de beslissingen worden genomen zonder de belanghebbenden te hebben gehoord. Deze zullen de mogelijkheid krijgen om alsnog hun mening te geven. Dat moet binnen twee weken gebeuren, anders vervallen de beslissingen.
4De beoordeling
De recente ontwikkelingen
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [minderjarige] en zijn ouders hebben de afgelopen periode positieve stappen gezet. [minderjarige] vertoont door zijn behandeling minder verbale en fysieke agressie en staat meer open voor het gezag van de mensen om hem heen. Toch kan hij deze agressie wel vertonen als hij niet zijn zin krijgt, vooral als hij niet de duidelijkheid krijgt die hij nodig heeft. [minderjarige] gaat inmiddels weer naar school, gaat tijdens de weekenden en vakanties naar huis en de vader en de moeder worden met behulp van [naam] ondersteund om rust en stabiliteit in de thuissituatie te creëren, zodat [minderjarige] weer veilig naar huis kan.
4.2.
Het ging dusdanig goed met [minderjarige] dat de Raad voor de Kinderbescherming op 13 juli 2026 akkoord heeft gegeven om de ondertoezichtstelling en de machtiging gesloten jeugdhulp te beëindigen. Echter, na deze positieve toetsing is de situatie rondom [minderjarige] opnieuw geëscaleerd. Hij vertoont weer meer zelfbepalend en agressief gedrag. Ook heeft hij bedreigende uitspraken gedaan naar zijn moeder en wilde hij met stenen door de ramen gooien. Tijdens de omgang tussen [minderjarige] en zijn vader op 29 juli 2026 is [minderjarige] opnieuw ontregeld. Hier is hij nachten wakker gebleven, heeft hij spullen op de camping waar zij verbleven vernield en heeft hij sigaretten gestolen. Hij luisterde tijdens deze gebeurtenissen niet meer naar zijn vader, waardoor zijn vader [minderjarige] niet meer kon corrigeren. Deze incidenten bevestigen volgens de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper dat [minderjarige] bij het wegvallen van structuur en intensieve begeleiding nog onvoldoende in staat is om zijn emoties en gedrag zelfstandig te reguleren.
De machtiging gesloten jeugdhulp
4.3.
Op basis van bovenstaande informatie is de kinderrechter van oordeel dat de verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. Er zijn namelijk ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
4.4.
Gezien de recente escalaties in de thuissituatie, kan een thuisplaatsing op dit moment niet gerealiseerd worden. [minderjarige] heeft laten zien dat hij nog behoefte heeft aan de structuur en duidelijkheid die er op de gesloten groep is. Om bij deze gesloten groep te verblijven is een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk. De huidige machtiging loopt tot 14 augustus 2026, de dag van het verzoek is dus de laatste dag van de huidige machtiging. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. De vader en de moeder stemmen – volgens het verzoekschrift – hiermee in.
De verlenging van de ondertoezichtstelling
4.5.
Artikel 800 lid 3 Rv is niet van toepassing op verzoeken die zien op het verlengen van een ondertoezichtstelling. Toch zal de kinderrechter dit artikel analoog toepassen op het onderhavige verzoek. Op basis van de informatie onder 4.1. en 4.2. is de kinderrechter namelijk van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig wordt bedreigd en de verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om deze ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Daarnaast zal de machtiging gesloten jeugdhulp binnen het kader van de kinderbeschermingsmaatregelen worden verleend. [minderjarige] is onder toezicht gesteld zodat de GI bevoegd is om een machtiging gesloten jeugdhulp te verzoeken. Volgens de GI zijn de ouders het eens met de machtiging. De kinderrechter heeft dat (nog) niet van de ouders kunnen horen. Omdat de huidige ondertoezichtstelling loopt tot 14 augustus 2026 en dus de dag na het verzoek zal zijn afgelopen, is de kinderrechter van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Omdat het belang van [minderjarige] bij iedere beslissing die over hem gaat de primaire overweging moet zijn, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom toch voor de duur van twee weken.
Het horen van de belanghebbenden
4.6.
De GI, [minderjarige] , zijn advocaat en de vader en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op hierna genoemde zitting.
5De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 augustus 2026 tot 27 augustus 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
5.3.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 27 augustus 2026;
5.4.
verklaart de beslissing onder 5.3. uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
In beide zaken
5.6.
roept de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. M. Weistra op 25 augustus 2026 om 15:45 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, aan Stationsplein 15 in Lelystad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026 door mr. M.M. Janssen-Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 17 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 6.1.2 lid 2 Jeugdwet (Jw).
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 6.1.2 lid 3.
Artikel 6.1.8 lid 2 Jw.
Artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Lelystad
Zaaknummers: C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
Zaaknummers: C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
Datum uitspraak: 13 augustus 2026
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en een verlenging ondertoezichtstelling met toepassing van artikel 800 lid 3 Rv
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER STICHTING JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd in Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),
over
[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2012 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] ,
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
1.1.
De kinderrechter neemt mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 13 augustus 2026;
de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper van 11 augustus 2026, ontvangen op 13 augustus 2026.
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
1.2.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 13 augustus 2026, mee in de beoordeling.
In beide zaken
1.3.
De kinderrechter heeft op 13 augustus 2026 telefonisch mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van die beslissing.
2De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp..
2.3.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 14 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 augustus 2026.
2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 11 februari 2026 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 14 augustus 2026.
3Het verzoek
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
3.1.
De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden.
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
3.2.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van één maand en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
In beide zaken
3.3.
Gezien de procedure die gevolgd is door de GI en de noodzakelijkheid van snelle beslissingen vanwege het aflopen van de ondertoezichtstelling en de machtiging gesloten jeugdhulp op 14 augustus 2026, verklaart de kinderrechter artikel 800 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van toepassing. Dit betekent dat de beslissingen worden genomen zonder de belanghebbenden te hebben gehoord. Deze zullen de mogelijkheid krijgen om alsnog hun mening te geven. Dat moet binnen twee weken gebeuren, anders vervallen de beslissingen.
4De beoordeling
De recente ontwikkelingen
4.1.
De kinderrechter heeft de volgende informatie ontvangen. [minderjarige] en zijn ouders hebben de afgelopen periode positieve stappen gezet. [minderjarige] vertoont door zijn behandeling minder verbale en fysieke agressie en staat meer open voor het gezag van de mensen om hem heen. Toch kan hij deze agressie wel vertonen als hij niet zijn zin krijgt, vooral als hij niet de duidelijkheid krijgt die hij nodig heeft. [minderjarige] gaat inmiddels weer naar school, gaat tijdens de weekenden en vakanties naar huis en de vader en de moeder worden met behulp van [naam] ondersteund om rust en stabiliteit in de thuissituatie te creëren, zodat [minderjarige] weer veilig naar huis kan.
4.2.
Het ging dusdanig goed met [minderjarige] dat de Raad voor de Kinderbescherming op 13 juli 2026 akkoord heeft gegeven om de ondertoezichtstelling en de machtiging gesloten jeugdhulp te beëindigen. Echter, na deze positieve toetsing is de situatie rondom [minderjarige] opnieuw geëscaleerd. Hij vertoont weer meer zelfbepalend en agressief gedrag. Ook heeft hij bedreigende uitspraken gedaan naar zijn moeder en wilde hij met stenen door de ramen gooien. Tijdens de omgang tussen [minderjarige] en zijn vader op 29 juli 2026 is [minderjarige] opnieuw ontregeld. Hier is hij nachten wakker gebleven, heeft hij spullen op de camping waar zij verbleven vernield en heeft hij sigaretten gestolen. Hij luisterde tijdens deze gebeurtenissen niet meer naar zijn vader, waardoor zijn vader [minderjarige] niet meer kon corrigeren. Deze incidenten bevestigen volgens de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper dat [minderjarige] bij het wegvallen van structuur en intensieve begeleiding nog onvoldoende in staat is om zijn emoties en gedrag zelfstandig te reguleren.
De machtiging gesloten jeugdhulp
4.3.
Op basis van bovenstaande informatie is de kinderrechter van oordeel dat de verlening van jeugdhulp noodzakelijk is. Er zijn namelijk ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten instelling noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
4.4.
Gezien de recente escalaties in de thuissituatie, kan een thuisplaatsing op dit moment niet gerealiseerd worden. [minderjarige] heeft laten zien dat hij nog behoefte heeft aan de structuur en duidelijkheid die er op de gesloten groep is. Om bij deze gesloten groep te verblijven is een machtiging gesloten jeugdhulp noodzakelijk. De huidige machtiging loopt tot 14 augustus 2026, de dag van het verzoek is dus de laatste dag van de huidige machtiging. De kinderrechter is daarom van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Daarom machtigt de kinderrechter de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twee weken. De vader en de moeder stemmen – volgens het verzoekschrift – hiermee in.
De verlenging van de ondertoezichtstelling
4.5.
Artikel 800 lid 3 Rv is niet van toepassing op verzoeken die zien op het verlengen van een ondertoezichtstelling. Toch zal de kinderrechter dit artikel analoog toepassen op het onderhavige verzoek. Op basis van de informatie onder 4.1. en 4.2. is de kinderrechter namelijk van oordeel dat de ontwikkeling van [minderjarige] ernstig wordt bedreigd en de verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is om deze ontwikkelingsbedreiging weg te nemen. Daarnaast zal de machtiging gesloten jeugdhulp binnen het kader van de kinderbeschermingsmaatregelen worden verleend. [minderjarige] is onder toezicht gesteld zodat de GI bevoegd is om een machtiging gesloten jeugdhulp te verzoeken. Volgens de GI zijn de ouders het eens met de machtiging. De kinderrechter heeft dat (nog) niet van de ouders kunnen horen. Omdat de huidige ondertoezichtstelling loopt tot 14 augustus 2026 en dus de dag na het verzoek zal zijn afgelopen, is de kinderrechter van oordeel dat een zitting niet kan worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige] . Omdat het belang van [minderjarige] bij iedere beslissing die over hem gaat de primaire overweging moet zijn, verlengt de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [minderjarige] daarom toch voor de duur van twee weken.
Het horen van de belanghebbenden
4.6.
De GI, [minderjarige] , zijn advocaat en de vader en de moeder worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op hierna genoemde zitting.
5De beslissing
De kinderrechter:
In de zaak C/16/616291 / JL RK 26-520 (machtiging gesloten jeugdhulp)
5.1.
verleent een spoedmachtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 13 augustus 2026 tot 27 augustus 2026;
5.2.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
In de zaak C/16/616301 / JL RK 26-522 (verlenging ondertoezichtstelling)
5.3.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 27 augustus 2026;
5.4.
verklaart de beslissing onder 5.3. uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan;
In beide zaken
5.6.
roept de GI, de vader, de moeder en [minderjarige] en zijn advocaat op voor de zitting van mr. M. Weistra op 25 augustus 2026 om 15:45 uur in het gerechtsgebouw van de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, aan Stationsplein 15 in Lelystad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 13 augustus 2026 door mr. M.M. Janssen-Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 17 augustus 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 6.1.2 lid 2 Jeugdwet (Jw).
Artikel 1:260 van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikel 6.1.2 lid 3.
Artikel 6.1.8 lid 2 Jw.
Artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.