Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6072
2026-08-27
Bestuursrecht
UTR 26/6789
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Proceskostenveroordeling omdat het college tegemoet is gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2014:3263 Centrale Raad van Beroep 24-09-2014
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.055 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/6789
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2027 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. R.M. Vaalburg),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college
(gemachtigde: L. Buwalda-Alilouch).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen het besluit van het college van 20 juli 2026 tot afwijzing van haar aanvraag voor noodopvang.
1.1.
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 20 juli 2026 en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij heeft verzoekster aangevoerd dat het Rode Kruis de aan haar geboden opvang zou beëindigen en de voorzieningenrechter verzocht het college bij wijze van voorlopige voorziening op te dragen tijdelijke noodopvang te verlenen.
1.2.
Verzoekster heeft het verzoek ingetrokken omdat het college met de email van 13 augustus 2026 heeft laten weten de door het Rode Kruis aan verzoekster geboden opvang voor de duur van twee weken zal overnemen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een proceskostenveroordeling. Het college heeft de rechtbank meegedeeld in te stemmen met dat verzoek en de proceskosten te zullen vergoeden.
1.4.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3.1.
In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
4. Het college is met het bekostigen van de tijdelijke opvang in het hotel aan het verzoek van verzoekster tegemoetgekomen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe. Het college heeft hier ook mee ingestemd.
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 934,- bedragen.
6. Omdat het college tegemoet is gekomen aan het verzoek, dient het college ook het griffierecht aan verzoekster te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan verzoekster
- draagt het college op tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/6789
uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 augustus 2027 in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster
(gemachtigde: mr. R.M. Vaalburg),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Almere, het college
(gemachtigde: L. Buwalda-Alilouch).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek van verzoekster om een veroordeling van het college in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar verzoek tegen het besluit van het college van 20 juli 2026 tot afwijzing van haar aanvraag voor noodopvang.
1.1.
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen het besluit van 20 juli 2026 en tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Daarbij heeft verzoekster aangevoerd dat het Rode Kruis de aan haar geboden opvang zou beëindigen en de voorzieningenrechter verzocht het college bij wijze van voorlopige voorziening op te dragen tijdelijke noodopvang te verlenen.
1.2.
Verzoekster heeft het verzoek ingetrokken omdat het college met de email van 13 augustus 2026 heeft laten weten de door het Rode Kruis aan verzoekster geboden opvang voor de duur van twee weken zal overnemen.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het college in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om een proceskostenveroordeling. Het college heeft de rechtbank meegedeeld in te stemmen met dat verzoek en de proceskosten te zullen vergoeden.
1.4.
De voorzieningenrechter doet zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Zij legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
3. Als een verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoet gekomen, kan de voorzieningenrechter op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten.
3.1.
In een voorlopige voorzieningenprocedure is het antwoord op de vraag of geheel of gedeeltelijk is tegemoetgekomen in de zin van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb afhankelijk van het specifieke doel van die procedure, namelijk het voorkomen van onevenredig nadeel hangende een bezwaar- of beroepsprocedure. Dit betekent dat geheel of gedeeltelijk wordt tegemoetgekomen als bedoeld in dit artikel, indien het bestuursorgaan de tenuitvoerlegging van het besluit voorlopig opschort, dan wel een maatregel neemt waartoe het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening strekt.
4. Het college is met het bekostigen van de tijdelijke opvang in het hotel aan het verzoek van verzoekster tegemoetgekomen. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om het college in de proceskosten te veroordelen toe. Het college heeft hier ook mee ingestemd.
5. De proceskosten worden als volgt berekend. Verzoekster heeft zich laten bijstaan door haar gemachtigde. Deze gemachtigde heeft een proceshandeling verricht: het indienen van een verzoekschrift. Deze proceshandeling levert één punt op met een waarde van € 934,-. Dat betekent dat de totale proceskosten die het college moet vergoeden € 934,- bedragen.
6. Omdat het college tegemoet is gekomen aan het verzoek, dient het college ook het griffierecht aan verzoekster te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- veroordeelt het college tot betaling van € 934,- aan verzoekster
- draagt het college op tot vergoeding van het door verzoekster betaalde griffierecht.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 augustus 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met toepassing van 8:84, vijfde lid, in samenhang met artikel 8:75a en artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Artikel 8:75a van de Awb is op grond van artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb ook van toepassing op de voorlopige-voorzieningenprocedure.
Vergelijk CRvB 24 september 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:3263.