Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5955

2026-06-15 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht UTR 26/2726
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-15
Publicatiedatum
2026-08-27
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 26/2726
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

BNT WOO

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.669 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 26/2726


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juni 2026 in de zaak tussen
RTL Nieuws, gevestigd te Hilversum, verzoekster
(gemachtigde: R. Mooijekind),


en


de minister van Buitenlandse zaken, verweerder(gemachtigde: mr. S. Raterink).




Procesverloop


In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het verzoek van verzoekster om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. Verzoekster heeft dit verzoek gedaan bij de intrekking van haar beroep, dat zij heeft ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar Woo-verzoek van 29 januari 2025.




Overwegingen
1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoekster) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).

3. Verzoekster heeft beroep ingesteld omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar Woo-verzoek. Verweerder heeft vervolgens alsnog een besluit genomen op het verzoek. Daarmee is verweerder tegemoet gekomen aan verzoekster. Verzoekster heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een proceskostenvergoeding.

4. In artikel 1 van het Bpb is bepaald welke kosten voor vergoeding in aanmerking komen. Dit betreft een limitatieve opsomming. De rechtbank is van oordeel dat niet gebleken is dat sprake is van beroepsmatig verleende rechtsbijstand door een derde als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb, dan wel dat verzoekster andere kosten heeft gemaakt als genoemd in het Bpb. Uit het dossier blijkt dat de gemachtigde van verzoekster in dienst is bij verzoekster zelf. Hierdoor is geen sprake van door een derde verleende rechtsbijstand.

5. Artikel 8:41, zevende lid, van de Awb bepaalt dat verweerder verplicht is het door verzoekster betaalde griffierecht van € 397,- te vergoeden. Dit volgt rechtstreeks uit de wet. Verzoekster zal zich hiervoor tot verweerder moeten wenden.




Beslissing


De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.




Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.



Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


ECLI:NL:HR:2019:1319.