Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:5035
2026-07-22
Bestuursrecht
UTR 24/4925
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Beroep tegen afwijzing verzoek om ambtshalve vermindering. Niet-ontvankelijk.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2013:1797 Hoge Raad 20-12-2013
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6827 Rechtbank Gelderland 20-12-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.998 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4925
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
(gemachtigde: A. Mulder)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D. Koopmans).
Procesverloop
1.1
In de beschikking van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor belastingjaar 2022 vastgesteld op € 592.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2021. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2
Eiser heeft op 15 februari 2023 een verzoek om ambtshalve vermindering ingediend. Eiser heeft de heffingsambtenaar in zijn brief van 25 mei 2024 in gebreke gesteld. In de uitspraak op bezwaar van 10 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser (deels) gegrond verklaard en de waarde van de woning verlaagd naar € 536.000,-.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 15 juni 2026. Gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
Feiten
2. Eiser heeft na vaststelling van de beschikking van 28 februari 2022 op 25 februari 2023 een verzoek gedaan om ambtshalve vermindering. Tegen een beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering staat geen bezwaar of beroep open.
3. De heffingsambtenaar heeft desondanks een uitspraak op bezwaar verzonden, waarin bovendien een beroepsclausule was opgenomen. Achteraf moet worden vastgesteld dat dit onjuist is geweest. De aanwezigheid van een beroepsclausule kan op zichzelf geen rechtsmiddel openen dat de wet uitsluit.
4. In beroep heeft eiser aanvankelijk gesteld dat het beroep alleen ziet op de gevraagde proceskosten. Later stelt eiser dat hij die beroepsgrond intrekt en alleen de WOZ-waarde van de woning wenst te betwisten.
5. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van het beroep.
6. Van een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht is geen sprake.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es – de Vries, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 65 AWR en de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797.
Uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6827, r.o. 5.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4925
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser,
(gemachtigde: A. Mulder)
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D. Koopmans).
Procesverloop
1.1
In de beschikking van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (wet WOZ) de waarde van onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor belastingjaar 2022 vastgesteld op € 592.000,- naar waardepeildatum 1 januari 2021. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van deze woning ook een aanslag onroerendzaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd, waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2
Eiser heeft op 15 februari 2023 een verzoek om ambtshalve vermindering ingediend. Eiser heeft de heffingsambtenaar in zijn brief van 25 mei 2024 in gebreke gesteld. In de uitspraak op bezwaar van 10 juni 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser (deels) gegrond verklaard en de waarde van de woning verlaagd naar € 536.000,-.
1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 15 juni 2026. Gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
Feiten
2. Eiser heeft na vaststelling van de beschikking van 28 februari 2022 op 25 februari 2023 een verzoek gedaan om ambtshalve vermindering. Tegen een beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering staat geen bezwaar of beroep open.
3. De heffingsambtenaar heeft desondanks een uitspraak op bezwaar verzonden, waarin bovendien een beroepsclausule was opgenomen. Achteraf moet worden vastgesteld dat dit onjuist is geweest. De aanwezigheid van een beroepsclausule kan op zichzelf geen rechtsmiddel openen dat de wet uitsluit.
4. In beroep heeft eiser aanvankelijk gesteld dat het beroep alleen ziet op de gevraagde proceskosten. Later stelt eiser dat hij die beroepsgrond intrekt en alleen de WOZ-waarde van de woning wenst te betwisten.
5. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van het beroep.
6. Van een vergoeding van de proceskosten of het griffierecht is geen sprake.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es – de Vries, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 65 AWR en de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797.
Uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6827, r.o. 5.