Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4303
2026-06-24
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/612753
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ondertoezichtstelling ongeboren kind
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.434 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/612753 / JE RK 26-842
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
het nog ongeboren kind [naam],
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juni 2026;
het bericht met bijlagen van de Raad van 17 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
mevrouw [A.] en mevrouw [B.] namens de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI);
mevrouw [C.] namens de Raad.
1.3.
Aan mevrouw [D.] , woonbegeleidster van de moeder van [zorginstelling] , is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.
2De belangrijke feiten
2.1.
De moeder is zwanger van een dochter en uitgerekend om te bevallen op 30 juni 2026.
2.2.
De vader van het nog ongeboren kind is onbekend.
2.3.
De moeder woont met 24-uurs begeleiding bij [zorginstelling] in [plaats] .
2.4.
De moeder heeft nog een ander kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] .
2.5.
[minderjarige] staat onder toezicht van de GI en woont in [gezinshuis] .
2.6.
Moeder stemt in met een ondertoezichtstelling en vrijwillige uithuisplaatsing van de baby na de geboorte in hetzelfde gezinshuis als halfzusje [minderjarige] .
3Het verzoek en de standpunten
3.1.
De Raad verzoekt het nog ongeboren kind onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt naar het ingediende verzoekschrift verwezen. Er is (nog) geen verzoek ingediend om de baby na de geboorte uit huis te plaatsen.
3.2.
De moeder is het eens met het verzoek om de nog ongeboren baby onder toezicht te stellen. Haar oudere dochter [minderjarige] staat ook onder toezicht en de moeder ervaart veel steun van de gezinsvoogd. Deze gezinsvoogd van [minderjarige] zal ook de gezinsvoogd worden van het nu nog ongeboren kindje van de moeder. De moeder vindt dit erg fijn.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad toe en stelt het nog ongeboren kind onder toezicht van de GI voor de duur van één jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
4.2.
De kinderrechter kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.
Ernstige ontwikkelingsbedreiging
4.3.
Het (nog ongeboren) kindje wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd omdat de moeder niet in staat is om zelfstandig voor een baby te kunnen zorgen. Om die reden is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Na de geboorte zal de baby niet bij de moeder blijven, maar naar het gezinshuis gaan waar ook het andere kind van de moeder woont. Deze procedure gaat over de ondertoezichtstelling en niet over de uithuisplaatsing.
4.4.
De moeder heeft een verstandelijke beperking met een IQ van 61 en woont met 24-uurs begeleiding bij [zorginstelling] . De GI is al geruime tijd betrokken bij de moeder vanwege haar oudste dochter [minderjarige] . Alhoewel veel hulp en steun is en wordt ingezet, is het niet gelukt om de leefomgeving en opvoedvaardigheden van de moeder te verbeteren. De behandeling van de moeder is inmiddels ook gestopt omdat zij niet meer naar de afspraken kwam. Daarnaast is in het verleden gebleken dat de moeder een beperkte draagkracht heeft en dat zij snel overbelast raakt. Als de moeder overvraagd wordt kan zij snel de controle verliezen en uit balans raken. In het verleden heeft dat geleid tot fysiek en emotioneel geweld en verwaarlozing van haar oudste kindje [minderjarige] , dat vervolgens onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst.
4.5.
De moeder is nu in verwachting van haar tweede kindje. Dit kindje zal ergens eind juni/begin juli geboren worden. Een pasgeboren baby is kwetsbaar en volledig afhankelijk van een volwassene. Het kind heeft daarom te allen tijde een verzorger nodig die kan voorzien in de veiligheid en basisbehoeften. De moeder kan dit, ondanks haar liefde voor de baby, onvoldoende bieden. De kinderrechter is het met de Raad en de GI eens dat het kindje daarom onder toezicht gesteld moet worden en ook uit huis zal worden geplaatst na de geboorte.
4.6.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de problematiek die speelt te complex is. Het is voor de moeder vaak ook te moeilijk om hulpverlening te accepteren of, als ze dit wel doet, dit met goed resultaat af te ronden. Het is ook daarom nodig dat een GI betrokken is om moeder aangesloten te houden in het belang van het kindje.
4.7.
De kinderrechter heeft een liefdevolle moeder gezien die haar best doet, maar ook haar beperkingen onder ogen durft te zien. De kinderrechter vindt het knap van de moeder dat zij in het belang van het nog ongeboren kind hulp en steun van de gezinsvoogd toelaat en dat zij heeft beslist dat het voor haar kinderen het beste is om ergens anders op te groeien. Dat vraagt veel moed. De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling en ook met een plaatsing van de baby in het gezinshuis waar [minderjarige] woont. De kinderrechter vindt het ook belangrijk dat de zusjes bij elkaar kunnen wonen en dat er de komende periode van de ondertoezichtstelling gewerkt wordt aan onderstaande doelen.
4.8.
De doelen voor de komende periode luiden voor het (nog ongeboren) kind als volgt:
• het groeit op in een rustige, voorspelbare en leefbare omgeving;
• het heeft, passend bij haar leeftijd, te allen tijde een (emotioneel) beschikbare volwassene in haar buurt;
• het wordt voorzien in de basisbehoeften om zich volgens haar leeftijd te kunnen ontwikkelen;
• er komt duidelijkheid over welke rol moeder kan krijgen in het contact met het kind.
4.9.
De kinderrechter stelt het nog ongeboren kind onder toezicht voor de duur van een jaar en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
beschouwt het ongeboren kind als geboren;
5.2.
stelt het nog ongeboren kind onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 24 juni 2026 tot 24 juni 2027;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 door mr. A.M.J. van der Weide, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is op schrift gesteld op 8 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:2 BW
Artikel 1:255 BW
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/612753 / JE RK 26-842
Datum uitspraak: 24 juni 2026
Beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van
de Raad voor de Kinderbescherming,
locatie Utrecht,
hierna te noemen de Raad,
over
het nog ongeboren kind [naam],
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 8 juni 2026;
het bericht met bijlagen van de Raad van 17 juni 2026.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 24 juni 2026. Daarbij waren aanwezig:
de moeder;
mevrouw [A.] en mevrouw [B.] namens de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (hierna: de GI);
mevrouw [C.] namens de Raad.
1.3.
Aan mevrouw [D.] , woonbegeleidster van de moeder van [zorginstelling] , is bijzondere toegang tot de zittingszaal verleend.
2De belangrijke feiten
2.1.
De moeder is zwanger van een dochter en uitgerekend om te bevallen op 30 juni 2026.
2.2.
De vader van het nog ongeboren kind is onbekend.
2.3.
De moeder woont met 24-uurs begeleiding bij [zorginstelling] in [plaats] .
2.4.
De moeder heeft nog een ander kind: [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2021 in [geboorteplaats] .
2.5.
[minderjarige] staat onder toezicht van de GI en woont in [gezinshuis] .
2.6.
Moeder stemt in met een ondertoezichtstelling en vrijwillige uithuisplaatsing van de baby na de geboorte in hetzelfde gezinshuis als halfzusje [minderjarige] .
3Het verzoek en de standpunten
3.1.
De Raad verzoekt het nog ongeboren kind onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Voor de onderbouwing van het verzoek wordt naar het ingediende verzoekschrift verwezen. Er is (nog) geen verzoek ingediend om de baby na de geboorte uit huis te plaatsen.
3.2.
De moeder is het eens met het verzoek om de nog ongeboren baby onder toezicht te stellen. Haar oudere dochter [minderjarige] staat ook onder toezicht en de moeder ervaart veel steun van de gezinsvoogd. Deze gezinsvoogd van [minderjarige] zal ook de gezinsvoogd worden van het nu nog ongeboren kindje van de moeder. De moeder vindt dit erg fijn.
4De beoordeling
4.1.
De kinderrechter wijst het verzoek van de Raad toe en stelt het nog ongeboren kind onder toezicht van de GI voor de duur van één jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
4.2.
De kinderrechter kan een ongeboren kind als geboren beschouwen als dit in zijn belang is. De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan.
Ernstige ontwikkelingsbedreiging
4.3.
Het (nog ongeboren) kindje wordt ernstig in haar ontwikkeling bedreigd omdat de moeder niet in staat is om zelfstandig voor een baby te kunnen zorgen. Om die reden is een ondertoezichtstelling noodzakelijk. Na de geboorte zal de baby niet bij de moeder blijven, maar naar het gezinshuis gaan waar ook het andere kind van de moeder woont. Deze procedure gaat over de ondertoezichtstelling en niet over de uithuisplaatsing.
4.4.
De moeder heeft een verstandelijke beperking met een IQ van 61 en woont met 24-uurs begeleiding bij [zorginstelling] . De GI is al geruime tijd betrokken bij de moeder vanwege haar oudste dochter [minderjarige] . Alhoewel veel hulp en steun is en wordt ingezet, is het niet gelukt om de leefomgeving en opvoedvaardigheden van de moeder te verbeteren. De behandeling van de moeder is inmiddels ook gestopt omdat zij niet meer naar de afspraken kwam. Daarnaast is in het verleden gebleken dat de moeder een beperkte draagkracht heeft en dat zij snel overbelast raakt. Als de moeder overvraagd wordt kan zij snel de controle verliezen en uit balans raken. In het verleden heeft dat geleid tot fysiek en emotioneel geweld en verwaarlozing van haar oudste kindje [minderjarige] , dat vervolgens onder toezicht is gesteld en uit huis is geplaatst.
4.5.
De moeder is nu in verwachting van haar tweede kindje. Dit kindje zal ergens eind juni/begin juli geboren worden. Een pasgeboren baby is kwetsbaar en volledig afhankelijk van een volwassene. Het kind heeft daarom te allen tijde een verzorger nodig die kan voorzien in de veiligheid en basisbehoeften. De moeder kan dit, ondanks haar liefde voor de baby, onvoldoende bieden. De kinderrechter is het met de Raad en de GI eens dat het kindje daarom onder toezicht gesteld moet worden en ook uit huis zal worden geplaatst na de geboorte.
4.6.
De ernstige ontwikkelingsbedreiging kan niet of onvoldoende worden weggenomen met vrijwillige hulpverlening, omdat de problematiek die speelt te complex is. Het is voor de moeder vaak ook te moeilijk om hulpverlening te accepteren of, als ze dit wel doet, dit met goed resultaat af te ronden. Het is ook daarom nodig dat een GI betrokken is om moeder aangesloten te houden in het belang van het kindje.
4.7.
De kinderrechter heeft een liefdevolle moeder gezien die haar best doet, maar ook haar beperkingen onder ogen durft te zien. De kinderrechter vindt het knap van de moeder dat zij in het belang van het nog ongeboren kind hulp en steun van de gezinsvoogd toelaat en dat zij heeft beslist dat het voor haar kinderen het beste is om ergens anders op te groeien. Dat vraagt veel moed. De moeder stemt in met de ondertoezichtstelling en ook met een plaatsing van de baby in het gezinshuis waar [minderjarige] woont. De kinderrechter vindt het ook belangrijk dat de zusjes bij elkaar kunnen wonen en dat er de komende periode van de ondertoezichtstelling gewerkt wordt aan onderstaande doelen.
4.8.
De doelen voor de komende periode luiden voor het (nog ongeboren) kind als volgt:
• het groeit op in een rustige, voorspelbare en leefbare omgeving;
• het heeft, passend bij haar leeftijd, te allen tijde een (emotioneel) beschikbare volwassene in haar buurt;
• het wordt voorzien in de basisbehoeften om zich volgens haar leeftijd te kunnen ontwikkelen;
• er komt duidelijkheid over welke rol moeder kan krijgen in het contact met het kind.
4.9.
De kinderrechter stelt het nog ongeboren kind onder toezicht voor de duur van een jaar en verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
5De beslissing
De kinderrechter:
5.1.
beschouwt het ongeboren kind als geboren;
5.2.
stelt het nog ongeboren kind onder toezicht van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering met ingang van 24 juni 2026 tot 24 juni 2027;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2026 door mr. A.M.J. van der Weide, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is op schrift gesteld op 8 juli 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:2 BW
Artikel 1:255 BW