Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:3668
2026-05-27
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/600423 / FO RK 25-1220
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De rechtbank beveelt een DNA-onderzoek om vast te stellen of de man de biologische vader van het kind is. Daarnaast wordt onderzocht of er een familieband bestaat tussen de man en de vrouw, om te bepalen of er een huwelijksbeletsel is.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.157 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600423 / FO RK 25-1220
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Tussenbeschikking van 27 mei 2026
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
en [de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
hierna samen te noemen: de ouders of verzoekers,
advocaat mr. H.M. Schurink-Smit,
met als belanghebbenden
mr. A.E. Kievit,
kantoorhoudende in Houten,
als bijzondere curator over het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Veenendaal,
hierna te noemen: de ABS.
1De procedure
1.1
De rechtbank heeft op 18 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
1.2
In de beschikking van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. Kievit benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor haar belang.
1.3
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
de brief van de ABS van 23 oktober 2025;
de brief van verzoekers van 29 oktober 2025 met wijziging van de verzoeken;
het bericht van verzoekers van 6 november 2025 met bijlage;
het advies van de bijzondere curator van 27 november 2025 met bijlagen;
de brief van verzoekers van 10 december 2025 met bijlage;
het bericht van de ABS van 30 december 2025;
het bericht van de ABS van 16 januari 2026;
het bericht van de ABS van 11 februari 2026.
1.4
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
verzoekers met hun advocaat;
de bijzondere curator;
de heer Y. Igielski als tolk voor de ouders.
1.5
De ABS was door de rechtbank niet uitgenodigd voor de zitting op 25 maart 2026.
2De belangrijke feiten
2.1
De moeder en de man hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2
De moeder is tijdens deze relatie bevallen van een dochter:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .
2.3
Op het moment van het indienen van het verzoek hadden de moeder en het kind de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft vermoedelijk ook de Congolese nationaliteit.
2.4
De man heeft de Nigeriaanse nationaliteit. De man heeft niet de asielstatus in Nederland en staat ook niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
2.5
De ABS heeft tot op heden geweigerd om een akte van erkenning op te maken van [minderjarige] door de man, omdat de door de man overgelegde bescheiden ongenoegzaam zijn.
3Het verzoek
3.1
Verzoekers vragen de rechtbank om het ouderschap van de man over [minderjarige] vast te stellen. Dat wil zeggen dat de man in juridische zin voortaan als de vader van [minderjarige] wordt aangemerkt. Volgens verzoekers is namelijk de man de biologische vader van [minderjarige] .
3.2
Voor het geval verzoekers dit verzoek niet (meer) kunnen doen, verzoekt de bijzondere curator ook de vaststelling van het ouderschap van [minderjarige] . De bijzondere curator vindt het in het belang van [minderjarige] dat het verzoek wordt toegewezen.
4De beoordeling
Conclusie
4.1
De rechtbank zal een DNA-onderzoek gelasten naar de vraag of de man en de moeder aan elkaar verwant zijn en of de man de vader is van [minderjarige] . [deskundige] wordt benoemd als deskundige. De rechtbank zal de beslissing hierna toelichten.
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
4.2
De man heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
4.3
De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de moeder, de man en [minderjarige] in Nederland wonen. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, omdat de moeder en de man hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
Ontvankelijkheid
4.4
De rechtbank zal de moeder ontvankelijk verklaren in haar verzoek, omdat zij het verzoek op tijd heeft ingediend. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de moeder inhoudelijk kan beoordelen.
Het wettelijk kader
4.5
In de wet is (kort samengevat) bepaald dat een man die een kind erkent of een persoon die gerechtelijke vaststelling van het ouderschap verzoekt (gezamenlijk hierna: de aspirant ouder), aantoont dat de aspirant ouder mag trouwen met de moeder, dus dat er geen huwelijksbeletsel is. De gedachte en ratio van dat verbod is de bescherming van de goede zeden en het belang van het kind dat geboren is uit ouders die te nauw verwant zijn. In de literatuur wordt betoogd dat een algeheel verbod tot het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen tussen een kind met een te nauw verwante ouder soms te vergaand zou kunnen zijn. Er zal afweging moeten plaatsvinden in elke concrete situatie.
Toelichting
4.6
De rechtbank zal gelet op het voorgaande allereerst dienen na te gaan of er sprake is van een huwelijksbeletsel. De rechtbank ziet twee mogelijkheden om dit vast te stellen. Door middel van documenten of door middel van DNA-onderzoek.
4.7
De ABS heeft aangegeven dat de door de man eerder overgelegde stukken niet voldoen, omdat zij onbevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De man heeft aangegeven dat het aanvragen van een nieuwe geboorteakte in Nigeria tot eenzelfde soort document zal leiden en dus evenmin zal worden geaccepteerd.
4.8
Door een DNA onderzoek zal duidelijkheid ontstaan of de man en de moeder te nauw verwant zijn en of de man de vader is van [minderjarige] . Indien er geen te nauwe verwantschap is en de man de vader is, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Indien de man niet de vader is zal het verzoek worden afgewezen. Indien er een te nauwe verwantschap is, zal de rechtbank een zitting bepalen waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming zal worden uitgenodigd.
DNA-onderzoek
4.9
De rechtbank zal [deskundige] als deskundige benoemen, want [deskundige] voert rechtsgeldige DNA-onderzoeken uit. Dit betekent dat aan alle eisen wordt voldaan, ook voor de identificatie van de testpersonen en de afname en verzending van het DNA-materiaal.
De deskundige zal bij het onderzoek DNA-materiaal afnemen bij de man, de moeder en [minderjarige] . De rechtbank houdt de behandeling van de zaak aan voor de duur van vier maanden, in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek.
4.10
Voor een spoedig verloop van het onderzoek kunnen partijen alvast zelf contact opnemen met [deskundige] om af te spreken waar en wanneer de afname van het DNA-materiaal zal plaatsvinden.
De contactgegevens van [deskundige] zijn:
E-mail : [e-mailadres]
Telefoon : [telefoonnummer]
4.11
De rechtbank zal de kosten van het DNA-onderzoek voorschieten, want de moeder procedeert op basis van een toevoeging. De kosten van het onderzoek bedragen in beginsel € 877,50. Als de betrokkenen niet tegelijk aanwezig zijn voor de afname van DNA-materiaal dan zijn de kosten hoger. In de eindbeschikking zal de rechtbank vermelden wat de definitieve kosten van het DNA-onderzoek zijn en wie deze kosten uiteindelijk aan de rechtbank moet(en) betalen. De rechtbank (of de bijzondere curator) zal de definitieve kosten niet betalen.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1
houdt iedere verdere beslissing aan;
5.2
benoemt als deskundige:
de deskundige van [deskundige] , [adres] , [postcode] [plaats] ;
5.3
geeft opdracht aan de deskundige voor een DNA-onderzoek naar de vragen:
of [de man], geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Nigeria) de biologische ouder is van het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ;
of [de man], geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Nigeria) en [de moeder], geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] (Zaïre) aan elkaar verwant zijn;
5.4
verzoekt de deskundige om onderzoek te doen en schriftelijk te rapporteren binnen vier maanden na deze beschikking;
5.5
bepaalt dat de rechtbank voorlopig de kosten van de deskundige betaalt, omdat aan de moeder een toevoeging is verleend;
5.6
verzoekt partijen en de bijzondere curator om na binnenkomst van het rapport schriftelijk te reageren op de inhoud van het rapport;
5.7
houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot 25 september 2026, in afwachting van de uitkomst van het DNA-onderzoek.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 18 lid 3 jo. 18c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 3 Rv jo. artikel 265 Rv
Artikel 10:97 BW.
Artikel 1:207 lid 3 BW
Artikel 195 jo. 199 lid 3 Rv.
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/600423 / FO RK 25-1220
Gerechtelijke vaststelling ouderschap
Tussenbeschikking van 27 mei 2026
in de zaak van:
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder,
en [de man],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de man,
hierna samen te noemen: de ouders of verzoekers,
advocaat mr. H.M. Schurink-Smit,
met als belanghebbenden
mr. A.E. Kievit,
kantoorhoudende in Houten,
als bijzondere curator over het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND,
van de gemeente Veenendaal,
hierna te noemen: de ABS.
1De procedure
1.1
De rechtbank heeft op 18 september 2025 een verzoekschrift met bijlagen ontvangen.
1.2
In de beschikking van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank mr. Kievit benoemd als bijzondere curator over [minderjarige] . De bijzondere curator vertegenwoordigt [minderjarige] in deze procedure en komt op voor haar belang.
1.3
Daarna heeft de rechtbank de volgende stukken ontvangen:
de brief van de ABS van 23 oktober 2025;
de brief van verzoekers van 29 oktober 2025 met wijziging van de verzoeken;
het bericht van verzoekers van 6 november 2025 met bijlage;
het advies van de bijzondere curator van 27 november 2025 met bijlagen;
de brief van verzoekers van 10 december 2025 met bijlage;
het bericht van de ABS van 30 december 2025;
het bericht van de ABS van 16 januari 2026;
het bericht van de ABS van 11 februari 2026.
1.4
Het verzoek is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 25 maart 2026. Daarbij waren aanwezig:
verzoekers met hun advocaat;
de bijzondere curator;
de heer Y. Igielski als tolk voor de ouders.
1.5
De ABS was door de rechtbank niet uitgenodigd voor de zitting op 25 maart 2026.
2De belangrijke feiten
2.1
De moeder en de man hebben een relatie met elkaar gehad.
2.2
De moeder is tijdens deze relatie bevallen van een dochter:
- [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .
2.3
Op het moment van het indienen van het verzoek hadden de moeder en het kind de Nederlandse nationaliteit. De moeder heeft vermoedelijk ook de Congolese nationaliteit.
2.4
De man heeft de Nigeriaanse nationaliteit. De man heeft niet de asielstatus in Nederland en staat ook niet ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP).
2.5
De ABS heeft tot op heden geweigerd om een akte van erkenning op te maken van [minderjarige] door de man, omdat de door de man overgelegde bescheiden ongenoegzaam zijn.
3Het verzoek
3.1
Verzoekers vragen de rechtbank om het ouderschap van de man over [minderjarige] vast te stellen. Dat wil zeggen dat de man in juridische zin voortaan als de vader van [minderjarige] wordt aangemerkt. Volgens verzoekers is namelijk de man de biologische vader van [minderjarige] .
3.2
Voor het geval verzoekers dit verzoek niet (meer) kunnen doen, verzoekt de bijzondere curator ook de vaststelling van het ouderschap van [minderjarige] . De bijzondere curator vindt het in het belang van [minderjarige] dat het verzoek wordt toegewezen.
4De beoordeling
Conclusie
4.1
De rechtbank zal een DNA-onderzoek gelasten naar de vraag of de man en de moeder aan elkaar verwant zijn en of de man de vader is van [minderjarige] . [deskundige] wordt benoemd als deskundige. De rechtbank zal de beslissing hierna toelichten.
Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
4.2
De man heeft niet de Nederlandse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
4.3
De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat de moeder, de man en [minderjarige] in Nederland wonen. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, omdat de moeder en de man hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.
Ontvankelijkheid
4.4
De rechtbank zal de moeder ontvankelijk verklaren in haar verzoek, omdat zij het verzoek op tijd heeft ingediend. Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de moeder inhoudelijk kan beoordelen.
Het wettelijk kader
4.5
In de wet is (kort samengevat) bepaald dat een man die een kind erkent of een persoon die gerechtelijke vaststelling van het ouderschap verzoekt (gezamenlijk hierna: de aspirant ouder), aantoont dat de aspirant ouder mag trouwen met de moeder, dus dat er geen huwelijksbeletsel is. De gedachte en ratio van dat verbod is de bescherming van de goede zeden en het belang van het kind dat geboren is uit ouders die te nauw verwant zijn. In de literatuur wordt betoogd dat een algeheel verbod tot het ontstaan van familierechtelijke betrekkingen tussen een kind met een te nauw verwante ouder soms te vergaand zou kunnen zijn. Er zal afweging moeten plaatsvinden in elke concrete situatie.
Toelichting
4.6
De rechtbank zal gelet op het voorgaande allereerst dienen na te gaan of er sprake is van een huwelijksbeletsel. De rechtbank ziet twee mogelijkheden om dit vast te stellen. Door middel van documenten of door middel van DNA-onderzoek.
4.7
De ABS heeft aangegeven dat de door de man eerder overgelegde stukken niet voldoen, omdat zij onbevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. De man heeft aangegeven dat het aanvragen van een nieuwe geboorteakte in Nigeria tot eenzelfde soort document zal leiden en dus evenmin zal worden geaccepteerd.
4.8
Door een DNA onderzoek zal duidelijkheid ontstaan of de man en de moeder te nauw verwant zijn en of de man de vader is van [minderjarige] . Indien er geen te nauwe verwantschap is en de man de vader is, zal de rechtbank het verzoek toewijzen. Indien de man niet de vader is zal het verzoek worden afgewezen. Indien er een te nauwe verwantschap is, zal de rechtbank een zitting bepalen waarbij ook de Raad voor de Kinderbescherming zal worden uitgenodigd.
DNA-onderzoek
4.9
De rechtbank zal [deskundige] als deskundige benoemen, want [deskundige] voert rechtsgeldige DNA-onderzoeken uit. Dit betekent dat aan alle eisen wordt voldaan, ook voor de identificatie van de testpersonen en de afname en verzending van het DNA-materiaal.
De deskundige zal bij het onderzoek DNA-materiaal afnemen bij de man, de moeder en [minderjarige] . De rechtbank houdt de behandeling van de zaak aan voor de duur van vier maanden, in afwachting van de resultaten van het DNA-onderzoek.
4.10
Voor een spoedig verloop van het onderzoek kunnen partijen alvast zelf contact opnemen met [deskundige] om af te spreken waar en wanneer de afname van het DNA-materiaal zal plaatsvinden.
De contactgegevens van [deskundige] zijn:
E-mail : [e-mailadres]
Telefoon : [telefoonnummer]
4.11
De rechtbank zal de kosten van het DNA-onderzoek voorschieten, want de moeder procedeert op basis van een toevoeging. De kosten van het onderzoek bedragen in beginsel € 877,50. Als de betrokkenen niet tegelijk aanwezig zijn voor de afname van DNA-materiaal dan zijn de kosten hoger. In de eindbeschikking zal de rechtbank vermelden wat de definitieve kosten van het DNA-onderzoek zijn en wie deze kosten uiteindelijk aan de rechtbank moet(en) betalen. De rechtbank (of de bijzondere curator) zal de definitieve kosten niet betalen.
5De beslissing
De rechtbank:
5.1
houdt iedere verdere beslissing aan;
5.2
benoemt als deskundige:
de deskundige van [deskundige] , [adres] , [postcode] [plaats] ;
5.3
geeft opdracht aan de deskundige voor een DNA-onderzoek naar de vragen:
of [de man], geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Nigeria) de biologische ouder is van het kind [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ;
of [de man], geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] (Nigeria) en [de moeder], geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] (Zaïre) aan elkaar verwant zijn;
5.4
verzoekt de deskundige om onderzoek te doen en schriftelijk te rapporteren binnen vier maanden na deze beschikking;
5.5
bepaalt dat de rechtbank voorlopig de kosten van de deskundige betaalt, omdat aan de moeder een toevoeging is verleend;
5.6
verzoekt partijen en de bijzondere curator om na binnenkomst van het rapport schriftelijk te reageren op de inhoud van het rapport;
5.7
houdt de behandeling van de zaak pro forma aan tot 25 september 2026, in afwachting van de uitkomst van het DNA-onderzoek.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Artikel 18 lid 3 jo. 18c lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)
Artikel 3 Rv jo. artikel 265 Rv
Artikel 10:97 BW.
Artikel 1:207 lid 3 BW
Artikel 195 jo. 199 lid 3 Rv.