Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Nationaliteitsrecht en IPR. Verkrijging van rechtswege van Nederlanderschap door kind uit polygaam huwelijk (art. 3 lid 1 RWN)? Erkenning van buitenslands tot stand gekomen rechtsfeit waarbij familierechtelijke betrekking is vastgesteld (Marokka
Burgerlijk Wetboek
Art. 1:207 BW
Genoemd in 360 uitspraken · Officiële wettekst
360 uitspraken, gesorteerd op gezag pagina 1 · live
Prejudiciële vragen (art. 392 Rv). Personen- en familierecht; procesrecht. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv en art. 806 lid 1 Rv bij beëindiging van door ouders gezamenlijk uitgeoefend ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Mogelijkheid van principaal en incid
Verzoek tot gegrondverklaring ontkenning vaderschap (art. 1:200 BW) en tot vaststelling vaderschap van een ander (art. 1:207 BW). Kring van belanghebbenden en recht van hoger beroep van broer of zuster; art. 358, 798 en 806 Rv. Procesreglement overige (Boek 1) zaken (Stcrt 2005,
Gevolgen voor erfgenaamschap en rechten van derden van terugwerkende kracht van de in art. 1:207 lid 5 bedoelde gerechtelijke vaststelling van het vaderschap.
25 maart 2005 Eerste Kamer Rek.nr. R03/139HR JMH/RM Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: 1. [Verzoekster 1], in haar hoedanigheid van moeder en als zodanig wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige [dochter], wonende te [woonplaats], 2. [Verzoekster 2], wo
Personen- en familierecht. Beëindiging ouderlijk gezag (art. 1:266 BW). Processuele positie van de niet met ouderlijk gezag beklede ouder. Begrip belanghebbende in art. 798 lid 1, eerste volzin, Rv. Begrip ‘ouder’ in art. 798 lid 1, tweede volzin, Rv. Recht op contra-expertise va
27 februari 2004 Eerste Kamer Rek.nr. R03/034HR JMH/AT Hoge Raad der Nederlanden Beschikking in de zaak van: [De man], wonende te [woonplaats], VERZOEKER tot cassatie, advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand, t e g e n [De vrouw], wonende te [woonplaats], VERWEERSTER in cassatie,
Personen- en familierecht. Art. 8 EVRM. Geschil over vraag of A verwekker is van kind dat geboren is tijdens huwelijk van de moeder en B. A verzoekt een omgangsregeling en informatie over de minderjarige en een DNA-onderzoek. Belangenafweging.
Procesrecht. Afstamming. Is de vrouw belanghebbende bij verzoek tot vaststelling van vaderschap van haar overleden man (art. 798 lid 1 Rv, art. 1:207 BW?
Betreft vaststellen geboortegegevens, gerechtelijke vaststelling vaderschap, gezag en adoptie van uit draagmoederschap geboren tweeling waarvan één kindje drie weken na de geboorte is overleden.
inzake de verklaring voor recht dat tussen man en jongmeerderjarige een familierechtelijke relatie bestaat die voor erkenning in Nederland in aanmerking komt; beantwoording van de vraag of/onder welke voorwaarden(n) het in het buitenland tot stand gekomen rechtsfeit (de geboorte
Naamrecht. Geschil tussen vader en moeder van een minderjarig kind over de wijziging van de bij geboorte verkregen geslachtsnaam van de moeder; toepassing van art. 1:5 lid 2 BW, strijd met art. 7 lid 1 IVRK en art. 8 en 14 EVRM?; mogelijkheid wijziging geslachtsnaam bij meerderja
Personen- en familierecht. Verzoek moeder tot gerechtelijke vaststelling vaderschap (art. 1:207 lid 1 BW); maatstaf voor gelasten van DNA-onderzoek (HR 22 september 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA7204). Motiveringsklachten.
Vervangende toestemming erkenning. De verwijzingsregels leiden tot een resultaat waarin de vader geen rechtsingang zou hebben en waardoor de belangen van het kind, de moeder en de vader niet zouden kunnen worden onderzocht en worden afgewogen. Dit is in strijd met artikel 8 EVRM.
Verzoek van de beweerde biologische vader om een regeling vast te stellen voor de omgang tussen hem en het kind. Toetsing aan art. 8 EVRM wat betreft family life en private life. Criteria hiervoor in de jurisprudentie van het EHRM.
afstamming van een in Oekraine via hoogtechnologisch draagmoederschap verwekt kind; afwijzing verklaring voor recht van ontstaan van familierechtelijke betrekkingen in Oekraine + vaststelling geboortegegevens en benoeming bijzondere curator ogv 1:212 BW
Arubaanse zaak. Vaststelling Nederlanderschap; kind van niet-Nederlandse moeder dat na zijn geboorte door Nederlander wordt erkend; postnatale erkenning in combinatie met gerechtelijk bewijs van het verwekkerschap met het oog op de toepassing van art. 4 Rijkswet (2003) is gelijk
Vaderschapsactie, bevel tot medewerking aan een DNA-onderzoek, vereisten (art. 1:207 BW); rechtskracht beschikking betreffende persoonlijke staat, werking ‘erga omnes’; bewijskracht in deze procedure van in een buiten de beweerde verwekker om gehouden voorlopig getuigenverhoor af
Personen- en familierecht. Ontvankelijkheid verzoek omgangsregeling verwekker; Private life en family life verwekker; gezag van gewijsde van omgangsbeschikkingen.
Gerchtelijke vaststelling vaderschap
Art. 81 RO. Familierecht. Verzoek biologische vader om omgang en informatie; art. 1:377a, 377b BW. Art. 8 EVRM.
Successiewet; het begrip ‘kind’ in art. 32(1)4°(c) SW en het begrip ‘afstammeling’ in art. 24(1) SW; uitleg van art. 2(3)i AWR; is het kind dat family life heeft met de biologische vader, maar met wie geen familierechtelijke rechtsbetrekking in juridische zin bestaat, een kind en
Het hof volgt het procesreglement voor wat betreft de kring van belanghebbenden en merkt de partner van een overleden man in het kader van een procedure tot gerechtelijke vaststelling van diens vaderschap (op de voet van artikel 1:207 lid 1 BW) niet als belanghebbende aan.
Verzoekers kunnen niet worden beschouwd als belanghebbenden in de zin van artikel 798, lid 1, eerste volzin, Rv. Volgens artikel 1:207 lid 1 BW kan het ouderschap van een persoon, ook indien deze is overleden, op de grond dat deze de verwekker is van het kind door de rechtbank wo
vaststelling vaderschap, vader overleden, artikel 1:207 BW, artikel 1:5 BW, alleen verklaring van de moeder over de naamskeuze is voldoende.