Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:3546

2026-06-09 Civiel recht C/16/606926 / HA RK 26-20
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-09
Publicatiedatum
2026-06-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/16/606926 / HA RK 26-20
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Cryptofraude. Afgifte identificerende gegevens behorend bij depositadressen en transactiecodes. Atikel 197 Rv procedure

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.725 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland


Civiel recht



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer / rekestnummer: C/16/606926 / HA RK 26-20




Beschikking van
9
juni 2026




in de zaak van





[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat: mr. M.A. Hupkes,



tegen


1. de rechtspersoon naar het recht van Saint Vincent & The Grenadines



[verweerder sub 1] LTD.,
gevestigd te [vestigingsplaats] , Saint Vincent & The Grenadines,

2. de rechtspersoon naar Maltees recht



[verweerder sub 2] LTD.,
gevestigd in [vestigingsplaats] , Malta,
verweerders,
hierna gezamenlijk in enkelvoud te noemen: [verweerder] ,
niet verschenen.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 16 februari 2026;
- de mondelinge behandeling van 11 mei 2026.



1.2
Op de mondelinge behandeling zijn verschenen mevrouw [verzoekster] , vergezeld door haar advocaat, mr. M.A. Hupkes. [verweerder] is niet verschenen op de mondelinge behandeling, hoewel zij opgeroepen is. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.



1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.








2De kern van de zaak


2.1

[verzoekster] is in 2025 gaan beleggen via het digitale platform [website] .com. Haar inleg in cryptovaluta is zonder haar toestemming doorgesluisd naar accounts van het crypto exchange platform [verweerder] (hierna: het platform). [verzoekster] heeft de verweerders, exploitanten het platform, verzocht om de accounts van de fraudeurs te bevriezen en hun identiteitsgegevens te verstrekken. [verweerder] heeft hier niet op gereageerd. [verzoekster] verzoekt de rechtbank [verweerder] te bevelen dat [verweerder] gebruikersinformatie en mutatieoverzichten van de onderhavige accounts verstrekt, onder verbeurte van dwangsommen indien zij hier niet aan meewerkt. De rechtbank zal dit verzoek toewijzen.







3De beoordeling



De Nederlandse rechter is bevoegd




3.1

[verweerder sub 2] ( [verweerder sub 2] ) Ltd. is gevestigd in Malta (in de EU) en [verweerder] Ltd. is gevestigd in Saint Vincent & The Grenadines (buiten de EU). Omdat het verzoek daarmee een internationaal karakter heeft, dient eerst de vraag te worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft ten aanzien van dit verzoek.



3.2
De Nederlandse rechter is bevoegd om van het verzoek kennis te nemen. Er is sprake van een schadebrengend feit dat zich in Nederland heeft voorgedaan, in die zin dat de schade in Nederland is ingetreden. De Nederlandse rechter heeft daarom rechtsmacht ten aanzien van het verzoek gericht aan [verweerder sub 2] ( [verweerder sub 2] ) Ltd. en ten aanzien van het verzoek gericht aan [verweerder] Ltd.



Het Nederlandse recht is van toepassing





3.3
Het Nederlands recht is van toepassing, omdat de schade zich heeft voorgedaan in Nederland.




[verweerder] is behoorlijk opgeroepen





3.4
In afwijking van de hoofdregel in artikel 272 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) heeft de griffier van de rechtbank [verweerder] (als niet in de procedure verschenen belanghebbende) niet bij aangetekende brief opgeroepen, maar met gewone brieven. Artikel 272 Rv biedt de rechter ook de mogelijkheid om de oproeping op een alternatieve manier te laten plaatsvinden. De griffier van de rechtbank heeft op 9 maart 2026 en op 7 mei 2026 een oproeping via [emailadres] .com gedaan, met een afleverbewijs tot gevolg. Mr. Hupkes, advocaat van [verzoekster] , heeft verklaard dat [verweerder] goed bereikbaar is via het e-mailadres. Uit eerdere uitspraken blijkt dat [verweerder] via haar e-mailadres wél op te roepen was. De rechter bepaalt daarom dat [verweerder] behoorlijk is opgeroepen.


3.5
Ten overvloede overweegt de rechter als volgt. Op de mondelinge behandeling heeft mr. Hupkes verklaard dat hij recentelijk contact heeft gehad met mr. Peters van advocatenkantoor [naam] in Amsterdam (de huidige advocaten van [verweerder] ) over een verweer in deze procedure. Mr. Peters zou hierover contact opnemen met [verweerder] . Ook deze omstandigheid heeft niet geleid tot het verschijnen van [verweerder] in deze procedure. Verder heeft de rechtbank in het dossier een brief aangetroffen van een advocaat die in het verleden (ook in deze kwestie) voor [verweerder] heeft opgetreden. Deze advocaat is door de griffier benaderd, maar heeft aangegeven in deze procedure verwerende partijen niet (meer) bij te staan. Los van de formele oproepingen zijn er dus pogingen gedaan verwerende partijen actief in de procedure te betrekken, die niet tot resultaat hebben geleid.



Wat de rechtbank moet beoordelen





3.6
Uitgangspunt is dat de rechtbank een verzoek om inzage, afgifte of uittreksel van bepaalde gegevens toewijst indien verzoeker daarmee zekerheid of duidelijkheid wil krijgen over feiten en omstandigheden die voor de beslissing van een geschil van belang kunnen zijn dan wel daarmee (beter) inzicht wil krijgen of het beginnen van (of doorgaan met) een rechtszaak over het geschil wenselijk is.



3.7
De rechtbank moet het verzoek afwijzen als zich een of meer van de volgende redenen voordoen:


de informatie die verlangd wordt is niet voldoende bepaald;


er is onvoldoende belang bij een voorlopige bewijsverrichting;


het verzoek is in strijd met de eisen van een goede procesorde;


e bevoegdheid om voorlopige bewijsverrichting te verzoeken, wordt misbruikt;


r een belangrijk bezwaar bestaat dat zich verzet tegen voorlopige bewijsverrichting.





De rechtbank wijst het verzoek toe





3.8
Het verzoek tot het bevelen van afgifte van bepaalde gegevens voldoet aan de eisen van de wet en zal worden toegewezen. Niet gebleken is dat er sprake is van een uitzonderingsgrond. De rechtbank licht dat hieronder nader toe.



3.9
De rechtbank oordeelt dat [verzoekster] voldoende belang bij het verzoek heeft. [verzoekster] heeft gesteld en onderbouwd dat zij het slachtoffer is geworden van beleggingsfraude (of boilerroomfraude), waarbij haar inleg in cryptovaluta ter waarde van € 125.000,- is weggesluisd. Uit zogeheten blockchainanalyse van het bedrijf [bedrijf] is gebleken dat de overboekingen zijn gedaan naar cryptoplatform [verweerder] , waar cryptomunten verhandeld worden. Omdat [verzoekster] een civiele procedure wil starten tegen de (beweerde) onbekende fraudeurs en/of tegen [verweerder] heeft zij de verzochte identificerende gegevens nodig. De verzochte gegevens zijn concreet omschreven en zijn daarmee voldoende bepaald. Overige wettelijke afwijzingsgronden zijn niet gebleken.



3.10
De te verbeuren dwangsommen worden beperkt als na te melden.


3.11
Tegen de beslissing op het verzoek tot inzage, afschrift of uittreksel van bepaalde gegevens kan hoger beroep worden ingesteld.






4De beslissing


De rechtbank:



4.1
beveelt [verweerder] om binnen 14 dagen nadat deze beschikking aan haar is betekend, in digitale vorm de bij haar bekende identificerende gegevens bestaande uit de volledige voornamen en achternaam, de geboortedatum, het laatst bekende woonadres en het bij de “onboarding” gebruikte identificatiebewijs te verstrekken inzake het account dat is gekoppeld aan de volgende depositadressen:



[depositoadres]



en de transactiecodes




[transactiecode]




4.2
beveelt dat [verweerder] binnen 14 dagen nadat deze beschikking bij haar betekend is, in digitale vorm de bij haar bekende gegevens inzake het openen van het onder 4.1. bedoelde gebruikersaccount te verstrekken, te weten de gezichtsscan en/of foto, het IP-adres van het gebruikte apparaat en het telefoonnummer en e-mailadres,



4.3
beveelt dat [verweerder] binnen 14 dagen nadat deze beschikking bij haar betekend is, in in digitale vorm de mutatieoverzichten te verstrekken van het onder 4.1. bedoelde gebruikersaccount over de periode van 15 juli 2025 tot en met 9 juni 2026,



4.4
bepaalt dat [verweerder] een dwangsom verschuldigd is van € 20.000,- indien niet binnen de termijn aan de onder 4.1. tot en met 4.3. genoemde bevelen wordt voldaan, vermeerderd met € 10.000,- per dag zolang de overtreding voortduurt, tot een maximum van € 150.000,- is bereikt,



4.5
bepaalt dat geen dwangsommen zullen worden verbeurd voor zover dit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de maate waarin aan deze beschikking is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,



4.6
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2026.









4054




Op grond van artikel 7 lid 2 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (EEX-Vo 2012, Brussel I herschikking).


Op grond van artikel 6 aanhef en onder e Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv).


Op grond van artikel 4 lid 1 van Verordening (EG) nr. 864/2007 (Rome II) en artikel 10:159 BW.


Rechtbank Gelderland 21 maart 2024, ECLI:NL:RBGEL:2024:1564 en Rechtbank Overijssel 17 mei 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2578.


Artikel 196 lid 2 Rv.


Artikel 200 lid 1 Rv.