Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:2181

2026-04-24 Civiel recht 12137952 \ UE VERZ 26-105
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-24
Publicatiedatum
2026-05-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12137952 \ UE VERZ 26-105
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl | VAAN-AR-Updates.nl 2026-0717 | AR-Updates.nl 2026-0717

Inhoudsindicatie

Verwijzingsbeschikking, relatief onbevoegd in arbeidszaak

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.472 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer / rekestnummer: 12137952 \ UE VERZ 26-105




Beschikking van
24
april 2026




in de zaak van





[verzoeker]
,
wonende in [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
gemachtigde: mr. C.T. de Jong-Boersma,



tegen





[verweerder] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [verweerder] ,
gemachtigde: mr. S.J.A. Jansen.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties van [verzoeker] ;


de brief van [verweerder] van 24 maart 2026;


het e-mailbericht van [verzoeker] van 9 april 2026.





1.2
Daarna is een beschikking bepaald op vandaag.





2De rechtbank Midden-Nederland is niet bevoegd


2.1
De gemachtigde van [verweerder] heeft bij brief van 24 maart 2026 gesteld dat [verzoeker] woonachtig is in [woonplaats] , dat [verweerder] gevestigd is in [vestigingsplaats] en dat [verzoeker] de werkzaamheden altijd in [vestigingsplaats] heeft verricht, zodat de rechtbank Oost-Brabant bevoegd is in deze zaak. Bij e-mailbericht van 9 april 2026 heeft de gemachtigde van [verzoeker] erkend dat de rechtbank Midden-Nederland niet bevoegd is en dat ze de verwijzing naar de rechtbank Oost-Brabant tegemoet ziet.



2.2
Het verzoek van [verzoeker] heeft betrekking op het einde van een (individuele) arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in Titel 10 afdeling 9 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: ‘BW’). Op grond van artikel 7:686a lid 9 BW worden zulke verzoeken – in afwijking van wat is bepaald in artikel 262 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: ‘Rv’) – gedaan aan de kantonrechter die volgens de artikelen 99, 100 en 107 tot en met 109 Rv bevoegd is. Gelet op artikel 99 en artikel 100 Rv is de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd, dan wel de rechter van de plaats waar de arbeid gewoonlijk wordt of laatstelijk werd verricht.



2.3
Gebleken is dat [verweerder] gevestigd is in [vestigingsplaats] en dat [verzoeker] zijn werkzaamheden verrichtte in Vught. Aangezien Vught binnen het arrondissement van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch valt, is de kantonrechter van die rechtbank bevoegd. De kantonrechter te Utrecht zal zich daarom onbevoegd verklaren van het geschil kennis te nemen en de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch.





3De beslissing


De kantonrechter



3.1
verklaart zich onbevoegd om van de zaak kennis te nemen,



3.2
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 24 april 2026.