Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1561
2026-01-14
Civiel recht
11311417 \ UC EXPL 24-6329
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Formele procesketen
- tussenuitspraak ECLI:NL:RBMNE:2026:1561 → ECLI:NL:RBMNE:2025:7815
Inhoudsindicatie
Eindvonnis. Artikel 3:185 BW. Vaststellen wijze van verdeling, gedaagde dient mee te werken aan taxatie woning in verhuurde staat en overdracht eigendomsaandeel van eiser in de gezamenlijke woning.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.442 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11311417 \ UC EXPL 24-6329
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[procesdeelnemer 1] Q.Q., handelend in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van [procesdeelnemer 2],
wonende in [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie en in de tussenkomst,
hierna afzonderlijk te noemen: [procesdeelnemer 1 (voornaam)] respectievelijk [procesdeelnemer 2 (voornaam)] ,
en gezamenlijk te noemen: [achternaam] q.q.
gemachtigde: mr. J.E. Sondorp
tegen
[procesdeelnemer 3]
,
wonende in [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
verwerende partij in de tussenkomst,
hierna te noemen: [procesdeelnemer 3 (voornaam)] ,
gemachtigde: mr. T.J. Roest Crollius
en
[procesdeelneemster 4]
,
wonende in [plaats 2] ,
eisende partij in de tussenkomst,
hierna te noemen: [procesdeelneemster 4 (voornaam)] ,
advocaat: mr. G.P. Raats.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 augustus 2025- de akte van [achternaam] q.q.- de akte van [procesdeelnemer 3 (voornaam)]- de akte van [procesdeelneemster 4 (voornaam)] .
1.2
De kantonrechter heeft daarna bepaald dat vandaag het eindvonnis wordt uitgesproken.
2De verdere beoordeling
Inleiding
2.1
[procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] zijn broers en zijn sinds 1988 gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres] in [plaats 2] . Dit is een zogenoemde eenvoudige gemeenschap (van woning). Zij hebben altijd samen in de woning gewoond. In 1989 is hun zus [procesdeelneemster 4 (voornaam)] bij hen ingetrokken. [procesdeelnemer 2 (voornaam)] woont sinds eind 2021 niet meer in de woning. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] is daarna in de woning blijven wonen, samen met [procesdeelneemster 4 (voornaam)] . [achternaam] q.q. vordert dat de kantonrechter de verdeling van de eenvoudige gemeenschap tussen [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] vaststelt of de wijze van de verdeling daarvan gelast. De verdeling moet volgens [achternaam] q.q. plaatsvinden door de woning te verkopen. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] wil dat de verdeling tijdelijk wordt uitgesloten, zodat [procesdeelneemster 4 (voornaam)] en hij in de woning kunnen blijven wonen. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat er tussen [procesdeelneemster 4 (voornaam)] enerzijds en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] en [procesdeelnemer 2 (voornaam)] anderzijds sprake is van een huurovereenkomst.
2.2
Partijen hebben zich daarna uitgelaten over de manier waarop de rechtszaak moet worden voortgezet. [procesdeelnemer 2 (voornaam)] heeft in zijn akte gevraagd om uitspraak te doen omdat hij er geen vertrouwen in heeft dat alsnog een onderlinge oplossing kan worden bereikt. Uit de akte van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] blijkt dat hij verwacht met [procesdeelnemer 2 (voornaam)] nog een oplossing te kunnen bereiken, waarbij [procesdeelnemer 2 (voornaam)] wordt uitgekocht. Als dit niet mogelijk is, verzoekt [procesdeelnemer 3 (voornaam)] om uitspraak te doen, de door [achternaam] q.q. gewenste verdeling af te wijzen en de vordering tot verdeling gedurende drie jaar na dit vonnis uit te sluiten, zoals hij in reconventie had gevorderd. [procesdeelneemster 4 (voornaam)] sluit zich aan bij dit verweer en deze tegenvordering van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] . [procesdeelneemster 4 (voornaam)] stelt verder dat in de tussenkomst nog beslist moet worden over de proceskosten. De kantonrechter geeft hieronder de eindbeslissingen in deze zaak.
in conventie, in reconventie en in de tussenkomst
2.3
De kantonrechter zal de vorderingen in conventie, in reconventie en in de tussenkomst samen behandelen omdat ze onderling met elkaar samenhangen. Alle drie de vorderingen gaan namelijk over de verdeling van de woning. De kantonrechter overweegt hierbij dat [procesdeelneemster 4 (voornaam)] geen deelgenoot is en (dus) geen tijdelijke uitsluiting van de verdeling kan vorderen.
Samenvatting beslissing
2.4
De kantonrechter wijst de vordering tot verdeling toe. De tegenvordering om de verdeling tijdelijk uit te sluiten, wordt afgewezen. De kantonrechter geeft [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] een instructie over de manier waarop zij de eenvoudige gemeenschap moeten verdelen. Als eerste stap moeten [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] de woning laten taxeren door een onafhankelijk makelaar. Die makelaar moet bepalen wat de waarde van de woning is in verhuurde staat. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] krijgt daarna de tijd om (i) financiering te regelen zodat hij [procesdeelnemer 2 (voornaam)] kan uitkopen en (ii) er voor te zorgen dat het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de eigendom van de woning aan hem wordt overgedragen via de notaris en (iii) [procesdeelnemer 2 (voornaam)] de helft van de taxatiewaarde te betalen. Alle drie de partijen moeten hun eigen proceskosten dragen.
Hoofdregel: verdeling
2.5
In de wet staat dat ieder van de deelgenoten altijd verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. De bedoeling daarvan is dat in principe niemand in een onverdeelde gemeenschap hoeft te blijven als hij dat niet (meer) wil. Deze bepaling is de hoofdregel waar [procesdeelnemer 2 (voornaam)] zich op beroept. Maar, [procesdeelnemer 2 (voornaam)] moet zich daarbij wel naar redelijkheid en billijkheid gedragen. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] stelt dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] zich onredelijk opstelt door de woning te willen verkopen. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] doet een beroep op de mogelijkheid de verdeling tijdelijk uit te sluiten.
2.6
De kantonrechter kan de verdeling tijdelijk uitsluiten als blijkt dat de belangen van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] bij uitstel van de verdeling aanmerkelijk groter zijn dan die van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] bij verdeling nú. De kantonrechter moet dus een afweging maken tussen hun belangen. De belangen van [procesdeelneemster 4 (voornaam)] spelen hierbij geen rol, want zij is geen deelgenoot.
Belangenafweging
2.7
De kantonrechter oordeelt dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn belangen om de eenvoudige gemeenschap (tijdelijk) onverdeeld te laten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] bij verdeling. De vordering van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] in reconventie om de verdeling tijdelijk uit te sluiten, wordt daarom afgewezen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
2.8
Zoals hiervoor al is overwogen, heeft [procesdeelnemer 2 (voornaam)] volgens de hoofdregel in principe recht op verdeling. De kantonrechter overweegt verder dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] zijn (financiële) belang bij verdeling van de eenvoudige gemeenschap voldoende heeft onderbouwd. Het is zijn goed recht om bevrijd te zijn van de financiële aansprakelijkheid voor de woning waar hij niet meer woont. Daarbij speelt ook een rol dat niet is gebleken dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] aan [procesdeelnemer 2 (voornaam)] een vergoeding betaalt voor het gebruik van de gezamenlijke woning. Dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] volgens [procesdeelnemer 3 (voornaam)] niet over extra geld hoeft te beschikken, betekent niet dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] geen belang heeft om uit de onverdeeldheid te raken. Verder heeft [procesdeelnemer 2 (voornaam)] al begin 2023 laten weten dat hij wil verdelen. Inmiddels is ongeveer drie jaar verstreken. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft dus ruim de tijd gehad om naar een oplossing te zoeken. Dat heeft hij blijkbaar niet gedaan.
2.9
Tegenover het belang van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] staat dat van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] . Hij stelt dat hij na verkoop van de woning onvoldoende middelen heeft om een andere woning te kopen of op de particuliere markt te huren. Maar, [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft geen stukken ingediend waar dit uit blijkt. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft daarom onvoldoende onderbouwd dat hij na verdeling door verkoop van de woning geen andere woonruimte kan krijgen.
2.10
[procesdeelnemer 3 (voornaam)] stelt ook dat hij [procesdeelnemer 2 (voornaam)] niet kan uitkopen als de verdeling plaatsvindt op basis van een waarde in onverhuurde staat. Dit argument gaat niet (meer) op. Omdat de kantonrechter in het tussenvonnis heeft geoordeeld dat [procesdeelneemster 4 (voornaam)] huurder is, moet [procesdeelnemer 2 (voornaam)] bij verdeling namelijk uitgaan van een waarde in verhuurde staat. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft tijdens de zitting uitgelegd dat hij op basis van verhuurde staat wel financiering kan krijgen om [procesdeelnemer 2 (voornaam)] uit te kopen. Dit alles betekent trouwens ook dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] na deze verdeling samen met [procesdeelneemster 4 (voornaam)] in de woning zou kunnen blijven wonen.
Conclusie
2.11
De conclusie is dat de vordering in conventie tot verdeling van de eenvoudige gemeenschap, wordt toegewezen. Omdat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] stelt dat hij bij een waarde in verhuurde staat financiering kan krijgen om het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] over te nemen, zal de kantonrechter [procesdeelnemer 3 (voornaam)] daartoe in de gelegenheid stellen. Omdat er nog geen taxatie van de waarde van de woning heeft plaatsgevonden, zal de kantonrechter de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschap vaststellen zoals hierna in 2.12 en volgende wordt beschreven. De kantonrechter benadrukt hierbij dat van beide partijen als gezamenlijke eigenaren onderling overleg en medewerking mag worden verwacht.
De wijze van verdeling
2.121. [procesdeelnemer 2 (voornaam)] (althans: [achternaam] q.q.) en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] moeten binnen een termijn van vier weken na dit vonnis, in onderling overleg een makelaar/taxateur naar keuze de opdracht geven tot taxatie van de woning in verhuurde staat. Lukt het niet om binnen deze termijn samen een makelaar/taxateur te kiezen, dan moeten beide partijen binnen twee weken daarna ieder één makelaar/taxateur aanwijzen, die dan gezamenlijk een derde makelaar/taxateur aanwijzen die vervolgens de taxatie zal verrichten.
2.12.2.
Na ontvangst van het taxatierapport krijgt [procesdeelnemer 3 (voornaam)] drie maanden de tijd om:(i) financiering te regelen om [procesdeelnemer 2 (voornaam)] uit te kopen, en(ii) te zorgen voor notariële overdracht van het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de woning aan hem, en (iii) aan [procesdeelnemer 2 (voornaam)] de helft van de taxatiewaarde te betalen.
2.13
[procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] zijn verplicht om aan de uitkoop en de overdracht/levering van het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de woning mee te werken. De kosten van de makelaar(s)/taxateur(s) en de notaris en de overige kosten voor de uitkoop en de levering moeten door [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] elk voor de helft worden betaald.
Geen machtiging
2.14
[procesdeelnemer 2 (voornaam)] heeft gevorderd hem te machtigen om de woning te verkopen voor het geval [procesdeelnemer 3 (voornaam)] niet meewerkt aan de verdeling. De kantonrechter wijst deze vordering van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] af bij gebrek aan voldoende belang. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft op de zitting en in zijn akte van 22 oktober 2025 uitdrukkelijk gesteld dat hij verwacht met [procesdeelnemer 2 (voornaam)] tot een oplossing te komen op basis van een waarde van de woning in verhuurde staat. Daaruit blijkt voldoende dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] bereid is mee te werken aan de verdeling door het eigendomsaandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] over te nemen. De kantonrechter heeft ook geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] onderling niet tot een verdeling kunnen komen op basis van een waarde in verhuurde staat. Het is onder deze omstandigheden daarom te vroeg om [procesdeelnemer 2 (voornaam)] te machtigen de woning, waarvan [procesdeelnemer 3 (voornaam)] mede-eigenaar is, te gelde te maken. De kantonrechter merkt daarbij wel op dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] recht en belang heeft bij een zo spoedig mogelijke afwikkeling van de verdeling van de woning. Zowel [procesdeelnemer 2 (voornaam)] als [procesdeelnemer 3 (voornaam)] worden daarom in de beslissing veroordeeld binnen de gestelde termijnen mee te werken aan verdeling.
Proceskosten
2.15
Omdat partijen broers en zus zijn en de zaak gaat over de verdeling van de woning waarin [procesdeelnemer 3 (voornaam)] en [procesdeelneemster 4 (voornaam)] wonen, worden de proceskosten in conventie, in reconventie en in de tussenkomst gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.16
De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad, zoals partijen hebben gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
3De beslissing
De kantonrechter
in conventie en in reconventie
3.1
veroordeelt [procesdeelnemer 3 (voornaam)] om met [achternaam] q.q. over te gaan tot verdeling van de eenvoudige gemeenschap van woning waarin [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] deelgenoot zijn;
3.2
bepaalt daarover het volgende:
a. [achternaam] q.q. en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] moeten binnen vier weken na dit vonnis gezamenlijk een makelaar/taxateur opdracht geven tot taxatie van de woning aan het adres [adres] in [plaats 2] in verhuurde staat;
b. als [achternaam] q.q. en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] niet binnen vier weken na dit vonnis gezamenlijk een makelaar/taxateur opdracht hebben gegeven tot de taxatie, moeten zij ieder afzonderlijk binnen twee weken daarna één makelaar/taxateur aanwijzen, die dan gezamenlijk een derde makelaar/taxateur zullen aanwijzen;
c. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft na ontvangst van het taxatierapport van de hiervoor bedoelde makelaar/taxateur drie maanden de gelegenheid om op basis van de taxatiewaarde in verhuurde staat die in dit rapport wordt genoemd: (i) financiering te regelen om het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de eigendom van de woning over te nemen, en (ii) te zorgen voor de notariële overdracht van dit aandeel, waarbij (iii) de helft van de taxatiewaarde aan [achternaam] q.q. te betalen, te verminderen met de helft van de kosten zoals bedoeld in 2.13;
3.3
bepaalt dat [achternaam] q.q. en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] elk verplicht zijn de helft van de kosten van de makelaar(s)/taxateur(s), de notaris en de overige kosten van de uitkoop en de levering te dragen;
in conventie, reconventie en in de tussenkomst
3.4
compenseert de kosten van de procedure tussen alle drie de partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.1. tot en met 3.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op
14 januari 2026.
40160
Artikel 3:178 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikelen 3:166 lid 3 BW en 6:2 lid 1 BW.
Artikel 3:178 lid 3 BW.
Artikel 3:185 BW.
Op grond van artikel 3:174 BW.
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11311417 \ UC EXPL 24-6329
Vonnis van 14 januari 2026
in de zaak van
[procesdeelnemer 1] Q.Q., handelend in zijn hoedanigheid van gevolmachtigde van [procesdeelnemer 2],
wonende in [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie en in de tussenkomst,
hierna afzonderlijk te noemen: [procesdeelnemer 1 (voornaam)] respectievelijk [procesdeelnemer 2 (voornaam)] ,
en gezamenlijk te noemen: [achternaam] q.q.
gemachtigde: mr. J.E. Sondorp
tegen
[procesdeelnemer 3]
,
wonende in [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
verwerende partij in de tussenkomst,
hierna te noemen: [procesdeelnemer 3 (voornaam)] ,
gemachtigde: mr. T.J. Roest Crollius
en
[procesdeelneemster 4]
,
wonende in [plaats 2] ,
eisende partij in de tussenkomst,
hierna te noemen: [procesdeelneemster 4 (voornaam)] ,
advocaat: mr. G.P. Raats.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 augustus 2025- de akte van [achternaam] q.q.- de akte van [procesdeelnemer 3 (voornaam)]- de akte van [procesdeelneemster 4 (voornaam)] .
1.2
De kantonrechter heeft daarna bepaald dat vandaag het eindvonnis wordt uitgesproken.
2De verdere beoordeling
Inleiding
2.1
[procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] zijn broers en zijn sinds 1988 gezamenlijk eigenaar van de woning aan de [adres] in [plaats 2] . Dit is een zogenoemde eenvoudige gemeenschap (van woning). Zij hebben altijd samen in de woning gewoond. In 1989 is hun zus [procesdeelneemster 4 (voornaam)] bij hen ingetrokken. [procesdeelnemer 2 (voornaam)] woont sinds eind 2021 niet meer in de woning. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] is daarna in de woning blijven wonen, samen met [procesdeelneemster 4 (voornaam)] . [achternaam] q.q. vordert dat de kantonrechter de verdeling van de eenvoudige gemeenschap tussen [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] vaststelt of de wijze van de verdeling daarvan gelast. De verdeling moet volgens [achternaam] q.q. plaatsvinden door de woning te verkopen. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] wil dat de verdeling tijdelijk wordt uitgesloten, zodat [procesdeelneemster 4 (voornaam)] en hij in de woning kunnen blijven wonen. In het tussenvonnis heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat er tussen [procesdeelneemster 4 (voornaam)] enerzijds en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] en [procesdeelnemer 2 (voornaam)] anderzijds sprake is van een huurovereenkomst.
2.2
Partijen hebben zich daarna uitgelaten over de manier waarop de rechtszaak moet worden voortgezet. [procesdeelnemer 2 (voornaam)] heeft in zijn akte gevraagd om uitspraak te doen omdat hij er geen vertrouwen in heeft dat alsnog een onderlinge oplossing kan worden bereikt. Uit de akte van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] blijkt dat hij verwacht met [procesdeelnemer 2 (voornaam)] nog een oplossing te kunnen bereiken, waarbij [procesdeelnemer 2 (voornaam)] wordt uitgekocht. Als dit niet mogelijk is, verzoekt [procesdeelnemer 3 (voornaam)] om uitspraak te doen, de door [achternaam] q.q. gewenste verdeling af te wijzen en de vordering tot verdeling gedurende drie jaar na dit vonnis uit te sluiten, zoals hij in reconventie had gevorderd. [procesdeelneemster 4 (voornaam)] sluit zich aan bij dit verweer en deze tegenvordering van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] . [procesdeelneemster 4 (voornaam)] stelt verder dat in de tussenkomst nog beslist moet worden over de proceskosten. De kantonrechter geeft hieronder de eindbeslissingen in deze zaak.
in conventie, in reconventie en in de tussenkomst
2.3
De kantonrechter zal de vorderingen in conventie, in reconventie en in de tussenkomst samen behandelen omdat ze onderling met elkaar samenhangen. Alle drie de vorderingen gaan namelijk over de verdeling van de woning. De kantonrechter overweegt hierbij dat [procesdeelneemster 4 (voornaam)] geen deelgenoot is en (dus) geen tijdelijke uitsluiting van de verdeling kan vorderen.
Samenvatting beslissing
2.4
De kantonrechter wijst de vordering tot verdeling toe. De tegenvordering om de verdeling tijdelijk uit te sluiten, wordt afgewezen. De kantonrechter geeft [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] een instructie over de manier waarop zij de eenvoudige gemeenschap moeten verdelen. Als eerste stap moeten [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] de woning laten taxeren door een onafhankelijk makelaar. Die makelaar moet bepalen wat de waarde van de woning is in verhuurde staat. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] krijgt daarna de tijd om (i) financiering te regelen zodat hij [procesdeelnemer 2 (voornaam)] kan uitkopen en (ii) er voor te zorgen dat het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de eigendom van de woning aan hem wordt overgedragen via de notaris en (iii) [procesdeelnemer 2 (voornaam)] de helft van de taxatiewaarde te betalen. Alle drie de partijen moeten hun eigen proceskosten dragen.
Hoofdregel: verdeling
2.5
In de wet staat dat ieder van de deelgenoten altijd verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. De bedoeling daarvan is dat in principe niemand in een onverdeelde gemeenschap hoeft te blijven als hij dat niet (meer) wil. Deze bepaling is de hoofdregel waar [procesdeelnemer 2 (voornaam)] zich op beroept. Maar, [procesdeelnemer 2 (voornaam)] moet zich daarbij wel naar redelijkheid en billijkheid gedragen. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] stelt dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] zich onredelijk opstelt door de woning te willen verkopen. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] doet een beroep op de mogelijkheid de verdeling tijdelijk uit te sluiten.
2.6
De kantonrechter kan de verdeling tijdelijk uitsluiten als blijkt dat de belangen van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] bij uitstel van de verdeling aanmerkelijk groter zijn dan die van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] bij verdeling nú. De kantonrechter moet dus een afweging maken tussen hun belangen. De belangen van [procesdeelneemster 4 (voornaam)] spelen hierbij geen rol, want zij is geen deelgenoot.
Belangenafweging
2.7
De kantonrechter oordeelt dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn belangen om de eenvoudige gemeenschap (tijdelijk) onverdeeld te laten aanmerkelijk groter zijn dan de belangen van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] bij verdeling. De vordering van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] in reconventie om de verdeling tijdelijk uit te sluiten, wordt daarom afgewezen. Dit oordeel wordt hierna uitgelegd.
2.8
Zoals hiervoor al is overwogen, heeft [procesdeelnemer 2 (voornaam)] volgens de hoofdregel in principe recht op verdeling. De kantonrechter overweegt verder dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] zijn (financiële) belang bij verdeling van de eenvoudige gemeenschap voldoende heeft onderbouwd. Het is zijn goed recht om bevrijd te zijn van de financiële aansprakelijkheid voor de woning waar hij niet meer woont. Daarbij speelt ook een rol dat niet is gebleken dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] aan [procesdeelnemer 2 (voornaam)] een vergoeding betaalt voor het gebruik van de gezamenlijke woning. Dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] volgens [procesdeelnemer 3 (voornaam)] niet over extra geld hoeft te beschikken, betekent niet dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] geen belang heeft om uit de onverdeeldheid te raken. Verder heeft [procesdeelnemer 2 (voornaam)] al begin 2023 laten weten dat hij wil verdelen. Inmiddels is ongeveer drie jaar verstreken. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft dus ruim de tijd gehad om naar een oplossing te zoeken. Dat heeft hij blijkbaar niet gedaan.
2.9
Tegenover het belang van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] staat dat van [procesdeelnemer 3 (voornaam)] . Hij stelt dat hij na verkoop van de woning onvoldoende middelen heeft om een andere woning te kopen of op de particuliere markt te huren. Maar, [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft geen stukken ingediend waar dit uit blijkt. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft daarom onvoldoende onderbouwd dat hij na verdeling door verkoop van de woning geen andere woonruimte kan krijgen.
2.10
[procesdeelnemer 3 (voornaam)] stelt ook dat hij [procesdeelnemer 2 (voornaam)] niet kan uitkopen als de verdeling plaatsvindt op basis van een waarde in onverhuurde staat. Dit argument gaat niet (meer) op. Omdat de kantonrechter in het tussenvonnis heeft geoordeeld dat [procesdeelneemster 4 (voornaam)] huurder is, moet [procesdeelnemer 2 (voornaam)] bij verdeling namelijk uitgaan van een waarde in verhuurde staat. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft tijdens de zitting uitgelegd dat hij op basis van verhuurde staat wel financiering kan krijgen om [procesdeelnemer 2 (voornaam)] uit te kopen. Dit alles betekent trouwens ook dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] na deze verdeling samen met [procesdeelneemster 4 (voornaam)] in de woning zou kunnen blijven wonen.
Conclusie
2.11
De conclusie is dat de vordering in conventie tot verdeling van de eenvoudige gemeenschap, wordt toegewezen. Omdat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] stelt dat hij bij een waarde in verhuurde staat financiering kan krijgen om het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] over te nemen, zal de kantonrechter [procesdeelnemer 3 (voornaam)] daartoe in de gelegenheid stellen. Omdat er nog geen taxatie van de waarde van de woning heeft plaatsgevonden, zal de kantonrechter de wijze van verdeling van de eenvoudige gemeenschap vaststellen zoals hierna in 2.12 en volgende wordt beschreven. De kantonrechter benadrukt hierbij dat van beide partijen als gezamenlijke eigenaren onderling overleg en medewerking mag worden verwacht.
De wijze van verdeling
2.121. [procesdeelnemer 2 (voornaam)] (althans: [achternaam] q.q.) en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] moeten binnen een termijn van vier weken na dit vonnis, in onderling overleg een makelaar/taxateur naar keuze de opdracht geven tot taxatie van de woning in verhuurde staat. Lukt het niet om binnen deze termijn samen een makelaar/taxateur te kiezen, dan moeten beide partijen binnen twee weken daarna ieder één makelaar/taxateur aanwijzen, die dan gezamenlijk een derde makelaar/taxateur aanwijzen die vervolgens de taxatie zal verrichten.
2.12.2.
Na ontvangst van het taxatierapport krijgt [procesdeelnemer 3 (voornaam)] drie maanden de tijd om:(i) financiering te regelen om [procesdeelnemer 2 (voornaam)] uit te kopen, en(ii) te zorgen voor notariële overdracht van het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de woning aan hem, en (iii) aan [procesdeelnemer 2 (voornaam)] de helft van de taxatiewaarde te betalen.
2.13
[procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] zijn verplicht om aan de uitkoop en de overdracht/levering van het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de woning mee te werken. De kosten van de makelaar(s)/taxateur(s) en de notaris en de overige kosten voor de uitkoop en de levering moeten door [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] elk voor de helft worden betaald.
Geen machtiging
2.14
[procesdeelnemer 2 (voornaam)] heeft gevorderd hem te machtigen om de woning te verkopen voor het geval [procesdeelnemer 3 (voornaam)] niet meewerkt aan de verdeling. De kantonrechter wijst deze vordering van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] af bij gebrek aan voldoende belang. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft op de zitting en in zijn akte van 22 oktober 2025 uitdrukkelijk gesteld dat hij verwacht met [procesdeelnemer 2 (voornaam)] tot een oplossing te komen op basis van een waarde van de woning in verhuurde staat. Daaruit blijkt voldoende dat [procesdeelnemer 3 (voornaam)] bereid is mee te werken aan de verdeling door het eigendomsaandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] over te nemen. De kantonrechter heeft ook geen aanknopingspunten gevonden om aan te nemen dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] onderling niet tot een verdeling kunnen komen op basis van een waarde in verhuurde staat. Het is onder deze omstandigheden daarom te vroeg om [procesdeelnemer 2 (voornaam)] te machtigen de woning, waarvan [procesdeelnemer 3 (voornaam)] mede-eigenaar is, te gelde te maken. De kantonrechter merkt daarbij wel op dat [procesdeelnemer 2 (voornaam)] recht en belang heeft bij een zo spoedig mogelijke afwikkeling van de verdeling van de woning. Zowel [procesdeelnemer 2 (voornaam)] als [procesdeelnemer 3 (voornaam)] worden daarom in de beslissing veroordeeld binnen de gestelde termijnen mee te werken aan verdeling.
Proceskosten
2.15
Omdat partijen broers en zus zijn en de zaak gaat over de verdeling van de woning waarin [procesdeelnemer 3 (voornaam)] en [procesdeelneemster 4 (voornaam)] wonen, worden de proceskosten in conventie, in reconventie en in de tussenkomst gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
Uitvoerbaar bij voorraad
2.16
De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad, zoals partijen hebben gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
3De beslissing
De kantonrechter
in conventie en in reconventie
3.1
veroordeelt [procesdeelnemer 3 (voornaam)] om met [achternaam] q.q. over te gaan tot verdeling van de eenvoudige gemeenschap van woning waarin [procesdeelnemer 2 (voornaam)] en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] deelgenoot zijn;
3.2
bepaalt daarover het volgende:
a. [achternaam] q.q. en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] moeten binnen vier weken na dit vonnis gezamenlijk een makelaar/taxateur opdracht geven tot taxatie van de woning aan het adres [adres] in [plaats 2] in verhuurde staat;
b. als [achternaam] q.q. en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] niet binnen vier weken na dit vonnis gezamenlijk een makelaar/taxateur opdracht hebben gegeven tot de taxatie, moeten zij ieder afzonderlijk binnen twee weken daarna één makelaar/taxateur aanwijzen, die dan gezamenlijk een derde makelaar/taxateur zullen aanwijzen;
c. [procesdeelnemer 3 (voornaam)] heeft na ontvangst van het taxatierapport van de hiervoor bedoelde makelaar/taxateur drie maanden de gelegenheid om op basis van de taxatiewaarde in verhuurde staat die in dit rapport wordt genoemd: (i) financiering te regelen om het aandeel van [procesdeelnemer 2 (voornaam)] in de eigendom van de woning over te nemen, en (ii) te zorgen voor de notariële overdracht van dit aandeel, waarbij (iii) de helft van de taxatiewaarde aan [achternaam] q.q. te betalen, te verminderen met de helft van de kosten zoals bedoeld in 2.13;
3.3
bepaalt dat [achternaam] q.q. en [procesdeelnemer 3 (voornaam)] elk verplicht zijn de helft van de kosten van de makelaar(s)/taxateur(s), de notaris en de overige kosten van de uitkoop en de levering te dragen;
in conventie, reconventie en in de tussenkomst
3.4
compenseert de kosten van de procedure tussen alle drie de partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;
3.5
verklaart dit vonnis wat betreft de onder 3.1. tot en met 3.3. genoemde beslissingen uitvoerbaar bij voorraad;
3.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op
14 januari 2026.
40160
Artikel 3:178 lid 1 Burgerlijk Wetboek (BW).
Artikelen 3:166 lid 3 BW en 6:2 lid 1 BW.
Artikel 3:178 lid 3 BW.
Artikel 3:185 BW.
Op grond van artikel 3:174 BW.