Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1412
2026-04-09
Bestuursrecht; Belastingrecht
UTR 24/4952
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
WOZ. Het beroep is niet-ontvankelijk, er staat geen rechtsmiddel open tegen een ambtshalve vermindering: ook niet als verweerder per abuis een uitspraak verstuurd met een beroepsclausule.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2013:1797 Hoge Raad 20-12-2013
- ECLI:NL:RBGEL:2021:6827 Rechtbank Gelderland 20-12-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.201 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4952
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
(gemachtigde: A. Mulder),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking van de gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)
Inleiding
1.1.
In de beschikking van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 615.000,-, naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaresse van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2.
Eiseres heeft tegen deze beschikking op 3 april 2023 een verzoek om ambtshalve vermindering ingediend en op 25 mei 2024 een ingebrekestelling gestuurd naar de heffingsambtenaar.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op 10 juni 2024 een uitspraak op bezwaar gestuurd en daarin heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 518.000,-.
1.3.
Tegen de uitspraak op bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld. De heffingsambtenaar
heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
Het beroep is behandeld per zitting van 25 februari 2026. De gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiseres heeft na vaststelling van de beschikking van 28 februari 2022 een verzoek gedaan om ambtshalve vermindering. Tegen een beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering staat geen bezwaar of beroep open.
3. De heffingsambtenaar heeft desondanks een uitspraak op bezwaar verzonden, waarin bovendien een beroepsclausule was opgenomen. Achteraf moet worden vastgesteld dat dit onjuist is geweest. De aanwezigheid van een beroepsclausule kan op zichzelf geen rechtsmiddel openen dat de wet uitsluit.
4. De gemachtigde van eiseres stelt kennis van zaken in belastingrecht te hebben. Van hem mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de wettelijke regeling omtrent ambtshalve vermindering en het ontbreken van een rechtsmiddel daartegen. Dat er ten onrechte een beroepsclausule in de uitspraak stond, doet hier niet aan af.
5. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van het beroep.
6. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 65 AWR en de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797.
Uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6827, r.o. 5.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4952
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
(gemachtigde: A. Mulder),
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking van de gemeenten en hoogheemraadschap [gemeente], verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans)
Inleiding
1.1.
In de beschikking van 28 februari 2022 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 615.000,-, naar de waardepeildatum 1 januari 2021. De heffingsambtenaar heeft bij deze beschikking aan eiseres als eigenaresse van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting en watersysteemheffing opgelegd waarbij deze waarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2.
Eiseres heeft tegen deze beschikking op 3 april 2023 een verzoek om ambtshalve vermindering ingediend en op 25 mei 2024 een ingebrekestelling gestuurd naar de heffingsambtenaar.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op 10 juni 2024 een uitspraak op bezwaar gestuurd en daarin heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 518.000,-.
1.3.
Tegen de uitspraak op bezwaar heeft eiseres beroep ingesteld. De heffingsambtenaar
heeft een verweerschrift ingediend.
1.4.
Het beroep is behandeld per zitting van 25 februari 2026. De gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Beoordeling door de rechtbank
2. Eiseres heeft na vaststelling van de beschikking van 28 februari 2022 een verzoek gedaan om ambtshalve vermindering. Tegen een beslissing op een verzoek om ambtshalve vermindering staat geen bezwaar of beroep open.
3. De heffingsambtenaar heeft desondanks een uitspraak op bezwaar verzonden, waarin bovendien een beroepsclausule was opgenomen. Achteraf moet worden vastgesteld dat dit onjuist is geweest. De aanwezigheid van een beroepsclausule kan op zichzelf geen rechtsmiddel openen dat de wet uitsluit.
4. De gemachtigde van eiseres stelt kennis van zaken in belastingrecht te hebben. Van hem mag worden verwacht dat hij op de hoogte is van de wettelijke regeling omtrent ambtshalve vermindering en het ontbreken van een rechtsmiddel daartegen. Dat er ten onrechte een beroepsclausule in de uitspraak stond, doet hier niet aan af.
5. Gelet hierop moet worden geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk is. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van de gronden van het beroep.
6. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, bestaat er geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding als bedoeld in artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. S. Vermeer, griffier. De uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 9 april 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 65 AWR en de uitspraak van de Hoge Raad van 20 december 2013, ECLI:NL:HR:2013:1797.
Uitspraak van de rechtbank Gelderland van 20 december 2021, ECLI:NL:RBGEL:2021:6827, r.o. 5.