Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2024:7818

2024-08-07 Civiel recht C/16/561419 / HA ZA 23-521
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2024-08-07
Publicatiedatum
2026-03-11
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/16/561419 / HA ZA 23-521
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Verzoek tot het openstellen van tussentijds appel tegen gegeven bewijsopdracht wordt afgewezen. Zie ook: tussenuitspraken: ECLI:NL:RBMNE:2024:7819 d.d. 12-6-2024 en ECLI:NL:RBMNE:2024:7820 d.d. 9-10-2024

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (2.958 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland


Civiel recht



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer: C/16/561419 / HA ZA 23-521




Vonnis van 7 augustus 2024




in de zaak van





[eisende partij]
,
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
advocaat: mr. E. Köse te Rotterdam,



tegen





[gedaagde partij]
,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
advocaat: mr. H.F.C. Hoogendoorn te Amsterdam.






1De procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 juni 2024,
- het verzoek tot het openstellen van tussentijds appel van [gedaagde partij] , ingekomen op 3 juli 2024,
- de antwoordakte van [eisende partij] , ingekomen op 16 juli 2024.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De verdere beoordeling


2.1.

[gedaagde partij] heeft op 3 juli 2024 aan de rechtbank verzocht tussentijds hoger beroep toe te staan van haar tussenvonnis van 12 juni 2024. [eisende partij] heeft daar bezwaar tegen.



2.2.
De rechtbank ziet in hetgeen [gedaagde partij] heeft aangevoerd geen reden af te wijken van de hoofdregel en tussentijds hoger beroep toe te staan. Het verzoek van [gedaagde partij] wordt afgewezen.



2.3.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.






3De beslissing


De rechtbank



3.1.
wijst af het verzoek van [gedaagde partij] om tussentijds hoger beroep open te stellen van het tussenvonnis van 12 juni 2024,



3.2.
verwijst de zaak naar de rolzitting van 28 augustus 2024 voor uitlating door [gedaagde partij] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,



3.3.

bepaalt dat, als [gedaagde partij] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar
wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen,




3.4.

bepaalt dat, als [gedaagde partij] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de
verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden september tot en met december 2024 dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor
zullen worden bepaald,




3.5.
houdt haar beslissing voor het overige aan.


Dit vonnis is gewezen door T.M. Sanders en in het openbaar uitgesproken op 7 augustus 2024.