Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2022:6618

2022-05-04 Civiel recht C/16/508239 / HA ZA 20-543
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2022-05-04
Publicatiedatum
2024-04-04
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/16/508239 / HA ZA 20-543
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Geschil n.a.v. samenwerking in zonnepanelen. Vordering tot betaling van facturen vs reconventionele vordering tot nakoming.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.917 tekens)
vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
handelskamer



locatie Utrecht



zaaknummer / rolnummer: C/16/508239 / HA ZA 20-543




Herstelvonnis van 4 mei 2022




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. J.R.M. Schravenmade te Maarssen,



tegen



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid


[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. E. Nijhof te 's-Gravenhage.




Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.





1Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij brief van30 maart 2022 is namens [gedaagde] de rechtbank verzocht om verbetering van het op 23 maart 2022 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de in rechtsoverweging 8.4 van het vonnis gemaakte berekening wordt verbeterd, door uit te gaan van 51 kalenderdagen in plaats van 41 kalenderdagen.



1.2.

De rechtbank heeft [eiseres] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten.

[eiseres] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.






2De beoordeling

2.1.
De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 23 maart 2022 sprake is van een kennelijke rekenfout, die zich voor eenvoudig herstel leent. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.





3De beslissing
De rechtbank


3.1.
bepaalt dat nr. 8.4. en 8.5. en 8.14.van het op 23 maart 2022 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis, waar onder meer staat


“8.4. [gedaagde] vordert schadevergoeding wegens te late oplevering. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat niet langer ter discussie staat dat de overeengekomen uiterste opleverdatum week 49 van 2016 is. Dat is de week die eindigt op 11 december 2016. Verder staat vast dat het werk pas op 18 april 2017 is opgeleverd. (…) De periode van overschrijding als bedoeld in artikel 15.6 van de TKSO loopt dus van 12 december 2016 tot en met 31 januari 2017. Dat zijn 41 kalenderdagen x € 500,00 = € 20.500,00




8.5. (…)

Deze schadevergoeding van € 20.500,00 zal worden toegewezen.




8.14.

De totaal toewijsbare hoofdsom in reconventie is dan € 124.999,10”


wordt gewijzigd in



“ 8.4. [gedaagde] vordert schadevergoeding wegens te late oplevering. Tijdens de mondelinge behandeling is vastgesteld dat niet langer ter discussie staat dat de overeengekomen uiterste opleverdatum week 49 van 2016 is. Dat is de week die eindigt op 11 december 2016. Verder staat vast dat het werk pas op 18 april 2017 is opgeleverd. (…) De periode van overschrijding als bedoeld in artikel 15.6 van de TKSO loopt dus van 12 december 2016 tot en met 31 januari 2017. Dat zijn 51 kalenderdagen x € 500,00 = € 25.500,00.




8.5.
Deze schadevergoeding van € 25.500,00 zal worden toegewezen.



8.14.
De totaal toewijsbare hoofdsom in reconventie is dan € 129.999,10.”


en bepaalt dat dientengevolge het dictum onder nr. 9.6. van het op 23 maart 2022 tussen [eiseres] en [gedaagde] gewezen vonnis, waar staat



“9.6. veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 124.999,10 (honderdvierentwintigduizend negenhonderdnegenennegentig euro en tien eurocent) vermeerderd met:




de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van € 20.500,00 met ingang van 1 februari 2017 tot de dag van volledige betaling,




de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van € 44.305,80 met ingang van 18 april 2018 tot de dag van volledige betaling,




de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van € 44.305,80 met ingang van 18 april 2019 tot de dag van volledige betaling,”




wordt gewijzigd in




“9.6. veroordeelt [eiseres] om aan [gedaagde] te betalen een bedrag van € 129.999,10 (honderdnegenentwintigduizend negenhonderdnegenennegentig euro en tien eurocent) vermeerderd met:



de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van € 25.500,00 met ingang van 1 februari 2017 tot de dag van volledige betaling,


de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van € 44.305,80 met ingang van 18 april 2018 tot de dag van volledige betaling,


de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het bedrag van € 44.305,80 met ingang van 18 april 2019 tot de dag van volledige betaling,”






3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 4 mei 2022 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 23 maart 2022,



3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 23 maart 2022 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren.


Dit vonnis is gewezen door mr. D.J. van Maanen en in het openbaar uitgesproken op 4 mei 2022.




type: DvM (4098)
coll: