Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2021:2309

2021-06-01 Civiel recht; Personen- en familierecht 522091 / HA RK 21-108
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2021-06-01
Publicatiedatum
2021-06-02
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
522091 / HA RK 21-108
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek, omdat de rechter haar (eind)beslissing al genomen heeft.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.877 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


WRAKINGSKAMER



Zaaknummer/rekestnummer: 522091 / HA RK 21-108




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


1 juni 2021




op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (verder: Rv) van:




[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats]
(verder te noemen: verzoeker),






1De procedure


1.1.
Verzoeker heeft op 18 mei 2021 een verzoek ingediend tot wraking van mr. M.A.A.T. Engbers (verder: de rechter) in de zaak met zaaknummer C/16/521415 / JE RK 21-855.



1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.






2De ontvankelijkheid van het verzoek


2.1.
Op grond van artikel 36 Rv kan elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.



2.2.
Het middel van wraking is toegekend aan een procespartij die wenst te voorkomen dat een rechter die tegenover een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans aan een procespartij die daarvoor vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter een einduitspraak heeft gedaan, omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. De wet voorziet daarom niet in de mogelijkheid om wraking te verzoeken van een rechter nadat er een einduitspraak is gedaan.



2.3.
De hiervoor genoemde zaak met zaaknummer C/16/521415 / JE RK 21-855 betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland (hierna: de GI) tot wijziging van de omgangsregeling op grond van artikel 1:265g BW. Bij beschikking van 4 mei 2021 heeft kinderrechter mr. A.C. Schroten dit verzoek toegewezen en beslist dat de omgangsregeling tussen vader (verzoeker) en de kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] , met ingang van 4 mei 2021 voor de duur van vier weken wordt geschorst. Overeenkomstig het door de Nederlandse kinderrechters gevoerde beleid heeft vervolgens een hoorzitting als omschreven in artikel 800, derde lid, Rv plaatsgevonden op 14 mei 2021. Tijdens de hoorzitting heeft de rechter mr. A.C. Schroten vervangen. De rechter had ter gelegenheid van de hoorzitting de keuze om de schorsing in stand te laten dan wel deze ongedaan te maken. In deze zaak heeft de rechter op de zitting van 14 mei 2021 mondeling beslist de schorsing in stand te laten. Die beslissing is een eindbeslissing, waarmee de behandeling van de zaak is geëindigd. Het wrakingsverzoek is gedaan nadat de rechter de mondelinge beslissing had genomen. Hieruit volgt dat de rechter de zaak niet meer behandelde op het moment dat het onderhavige wrakingsverzoek werd gedaan. Volledigheidshalve merkt de wrakingskamer op dat het dossier betreffende het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] waar de behandeling van voornoemd verzoek van de GI deel van uitmaakt toegedeeld is aan mr. E.A.A. van Kalveen zodat die rechter aangewezen is om verdere beslissingen over dat gezag te nemen.



2.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het wrakingsverzoek.



2.5.
Op grond van deze kennelijke niet-ontvankelijkheid kan, overeenkomstig het bepaalde in onderdeel 4.2.d, van het wrakingsprotocol van deze rechtbank, een mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek achterwege blijven.






3De beslissing


De wrakingskamer:



3.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;



3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te zenden aan verzoeker, de rechter tegen wie het verzoek tot wraking is gericht, andere betrokken partijen, alsmede aan de voorzitter van het team familierecht, waarin de rechter werkzaam is en de president van deze rechtbank.



Deze beslissing is gegeven door mr. C.A. de Beaufort, voorzitter, en mr. R.M. Berendsen en mr. G.A. Bos, als leden van de verschoningskamer, bijgestaan door mr. F.G.T. Russcher-Jansen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 juni 2021.



de griffier de voorzitter






Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.