Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2015:9580

2015-06-09 Strafrecht; Materieel strafrecht 07.662741-11 (ontneming)
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2015-06-09
Publicatiedatum
2016-03-03
Rechtsgebied
Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Zaaknummer
07.662741-11 (ontneming)
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Afgewezen ontnemingsvordering.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.758 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Afdeling Strafrecht
Zittingslocatie Utrecht



Parketnummer: 07.662741-11 (ontneming)




Vonnis van de meervoudige kamer van 9 juni 2015




in de ontnemingszaak tegen





[niet-veroordeelde] ,

geboren [1975] te [geboorteplaats] IJsselmeerpolder,
wonende te [postcode] [woonplaats] , [adres] ,
hierna te noemen: [niet-veroordeelde] .





1PROCEDURE


De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken van het voorbereidend onderzoek, te weten:



de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van 14 juni 2012 ten bedrage van € 114.576,--;


een Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel van 27 april 2012, opgemaakt door [A] , buitengewoon opsporingsambtenaar, werkzaam als financieel deskundige bij de Financiële Recherche Dienst van Politie Flevoland;


- de overige stukken behorende tot het ontnemingsdossier met parketnummer 07.662741-11, waartoe onder meer behoren:


een nadere conclusie van 31 maart 2015 van het openbaar ministerie;


een brief van 20 april 2015 van mr. V.C. van der Velde en mr. T.S.S. Overes, advocaten te Almere;


- de stukken behorende tot het strafdossier met parketnummer 07.662741-11, waartoe onder meer behoort het vonnis van de meervoudige strafkamer van deze rechtbank van 16 februari 2015.


Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgevonden op 9 juni 2015, waarbij zijn gehoord



mr. C.J. Zweers, officier van justitie;


mr. T.S.S. Overes, raadsvrouw van [niet-veroordeelde] .






2BEOORDELING


De ontnemingsvordering is gebaseerd op vermeend wederrechtelijk verkregen voordeel, bestaande uit de opbrengsten uit verhuur van woningen en/of de overwaarde van deze woningen.




[niet-veroordeelde] is bij vonnis van deze rechtbank van 16 februari 2015 vrijgesproken van de haar ten laste gelegde feiten, te weten valsheid in geschrift (feit 1.) en witwassen van woningen, hypothecaire geldleningen en inkomsten uit verhuur van een woning (feit 2.).
De officier van justitie heeft gevorderd het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de ontnemingsvordering. Zij heeft daartoe verwezen naar een arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BG4258).



De raadsvrouw heeft primair bepleit de vordering van de officier van justitie af te wijzen althans op nihil te stellen en subsidiair om het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de vordering.



De rechtbank overweegt dat het arrest van de Hoge Raad van 17 februari 2009 ziet op de situatie waarbij de dagvaarding in de onderliggende strafzaak nietig is verklaard. In de strafzaak tegen [niet-veroordeelde] is echter geen sprake van nietigverklaring van de dagvaarding, maar is [niet-veroordeelde] vrijgesproken van het haar ten laste gelegde.



De vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel moet, gelet op voornoemde vrijspraak, worden afgewezen.





3BESLISSING


De rechtbank wijst de vordering ingevolge artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht af.




Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Maanen, voorzitter, mrs. M.C. Oostendorp en E.M. de Stigter, rechters, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Horst, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2015.