Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Middelburg

ECLI:NL:RBMID:2009:BL5557

2009-11-16 Civiel recht 181918
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Middelburg
Uitspraakdatum
2009-11-16
Publicatiedatum
2013-04-05
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
181918
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

gedaagde staat onder bewind, maar bewindvoeder niet gedagvaard. eiser n.o.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.847 tekens)
Uitspraak


zaak/rolnr.: 09-1371 blad 2
RECHTBANK MIDDELBURG
Sector kanton


Locatie Middelburg

zaak/rolnr.: 181918/09-1371

vonnis van de kantonrechter d.d. 16 november 2009

inzake


de besloten vennootschap
Intrum Justitia Nederland B.V.,
gevestigd te ’s-Gravenhage,
eisende partij,
verder te noemen: Intrum Justitia,
gemachtigde: PVU Gerechtsdeurwaarders,


t e g e n :


[X],
wonende te [adres],
gedaagde partij,
verder te noemen: [partij X],
in persoon.


het verloop van de procedure


De procedure is als volgt verlopen:
- dagvaarding van 25 februari 2009,
- mondeling antwoord,
- conclusies van repliek,
- mondelinge toelichting,
- tussenvonnis van 24 augustus 2009,
- nadere conclusies of akten.



de verdere beoordeling van de zaak

1. De kantonrechter handhaaft hetgeen is overwogen en beslist bij het tussenvonnis. De inhoud van dat vonnis moet als hier ingelast worden beschouwd. De kantonrechter heeft in dat vonnis geconstateerd dat ten aanzien van [partij X] een beschermingsbewind ex art. 1:431 BW is uitgesproken en heeft Intrum Justitia verzocht aan te geven, nu [partij X] zich op die onderbewindstelling beroept, wat de uitgesproken onderbewindstelling voor gevolgen heeft voor haar vordering jegens [partij X], zulks gelet op art. 1:441 BW. De kantonrechter heeft daarbij gewezen op het arrest van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 14 september 2006, NJF 2007, 237 en het vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch van 24 april 2008, NJF 2008, 263. De kantonrechter heeft verder overwogen dat, indien Intrum Justitia haar vordering tegen [partij X] handhaaft, zij in ieder geval ook in het geding dient te brengen de onderhavige overeenkomst en de facturen, waarvan betaling wordt gevorderd en ook dient aan te geven waarom haar algemene voorwaarden geen oneerlijk beding bevatten in de zin van Richtlijn nummer 93/13/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.

2. Intrum Justitia heeft een akte genomen en daarbij de gevraagde stukken niet in het geding gebracht. Wel heeft zij onder meer gesteld dat de overeenkomst met [partij X] is gesloten voordat de onderbewindstelling is uitgesproken, zodat de bewindvoerder niet behoefde te worden gedagvaard. Met [partij X], die overigens betwist dat de overeenkomst tussen partijen is gesloten voordat de onderbewindstelling van kracht is geworden, is de kantonrechter echter van oordeel dat Intrum Justitia ten onrechte niet de bewindvoerder ter zake van de onderhavige vordering in het geding heeft betrokken. De vordering heeft betrekking op de zaken die behartigd moeten worden door de bewindvoerder, die krachtens art. 1:441 BW bij de uitoefening van zijn taak tijdens het bewind de rechthebbende [partij X] in en buiten rechte vertegenwoordigt. Intrum Justitia had dan ook de bewindvoerder als formele procespartij moeten dagvaarden, of alsnog in het geding moeten betrekken, maar heeft dit nagelaten. Intrum Justitia zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. De overige stellingen van partijen behoeven dan ook geen verdere beoordeling.

3. De kantonrechter acht termen aanwezig de proceskosten tussen partijen te compenseren.

DE BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart Intrum Justitia niet-ontvankelijk in haar vordering;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitge¬spro¬ken ter open¬bare terechtzitting van 16 november 2009, in tegenwoordigheid van de grif¬fier.