Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9854
2026-09-22
Civiel recht; Arbeidsrecht
12169317 \ AZ VERZ 26-53
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Werkgever zegt arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW op, nadat werknemer heeft opgezegd. Vernietiging ontslag. Doorbetaling salaris.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.791 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12169317 \ AZ VERZ 26-53
Beschikking van 22 september 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. M.W. Kok,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2026,
- het aanvullend verzoekschrift met producties,
- de oproeping van [werkgever] bij deurwaardersexploit van 24 augustus 2026,
- de voortgezette mondeling behandeling van 10 september 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is sinds 1 januari 2026 in dienst bij [werkgever] voor 32 uur per week, op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden. De functie van [werknemer] is medewerker bediening met een loon van € 1.950,00 netto per maand (productie 1 van [werknemer] ).
2.2.
In artikel 2.1 van de arbeidsovereenkomst staat vermeld dat voor de beëindiging van het dienstverband een opzeggingstermijn geldt van één maand.
2.3.
[werknemer] heeft per e-mailbericht van 23 januari 2026 de arbeidsovereenkomst met [werkgever] opgezegd met inachtneming van één maand opzegtermijn (productie 2 van [werknemer] ).
2.4.
Bij e-mailbericht heeft [werkgever] als volgt op de opzegging van [werknemer] gereageerd: “Ik aanvaard je opzegging, je uitwerkperiode is tot vrijdag 29-01-2026. Contract wordt op 31 januari 2026 ontbonden. Succes met je verdere toekomst.” (productie 3 van [werknemer] ).
2.5.
[werknemer] heeft zich op 29 januari 2026 ziekgemeld.
2.6.
[werkgever] heeft het salaris over de maanden januari en februari 2026 niet betaald aan [werknemer] .
3Het verzoek
3.1.
[werknemer] verzoekt de kantonrechter;
het ontslag van 31 januari 2026 te vernietigen,
de veroordeling van [werkgever] tot betaling van het loon over de maanden januari en februari 2026 van € 1.950,00 netto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld,
de veroordeling van [werkgever] tot betaling van de vergoeding gelijk aan het loon ter zake de niet-genoten snipperdagen van januari en februari 2026,
de veroordeling van [werkgever] tot het verstrekken van een deugdelijke bruto-netto specificatie,
de veroordeling van [werkgever] in de proceskosten
3.2.
[werkgever] heeft geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
Geen verweer van [werkgever]
4.1.
[werkgever] is bij brief van de rechtbank van 14 april 2026 (aan het [adres] ) opgeroepen om te verschijnen voor de mondelinge behandeling op woensdag 17 juni 2026 om 13.00 uur, op het adres van de rechtbank in Roermond.
[werknemer] heeft het aanvullende verzoekschrift op het genoemde adres per deurwaarders-exploot laten betekenen op 24 augustus 2026 en [werkgever] opgeroepen voor de mondelinge behandeling op donderdag 10 september 2026 om 11.00 uur.
Dat betekent dat [werkgever] op de hoogte was, danwel had kunnen zijn, van de mondelinge behandeling van het verzoekschrift. [werkgever] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren.
Vernietiging van de opzegging
4.2.
Uit het e-mailbericht van [werkgever] volgt dat zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd met ingang van 31 januari 2026. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of deze opzegging van [werkgever] moet worden vernietigd en van [werknemer] recht heeft op betaling van haar loon over de maanden januari en februari 2026.
4.3.
[werknemer] stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst voortduurt tot en met 28 februari 2026, omdat een maand opzegtermijn in acht moet worden genomen en zij niet heeft ingestemd met een eerdere opzegging. Daarnaast is er geen ontslagvergunning aan [werkgever] verleend en is er sprake van een opzegverbod wegens ziekte.
Volgens [werknemer] dient de opzegging van [werkgever] vernietigd dient te worden. Dit is niet weersproken door [werkgever] .
In artikel 7:671, lid 1 BW is bepaald dat een werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij er sprake is van een van de genoemde gevallen die zijn opgesomd onder a tot en met h.
Daar is in dit geval geen sprake van, althans dat is niet gesteld of gebleken.
Dat betekent dat [werkgever] de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd en het verzoek tot vernietiging van het met ingang van 31 januari 2026 gegeven ontslag wordt toegewezen.
Loon over januari en februari 2026 en vakantiebijslag
4.4.
[werknemer] heeft recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst voortduurt tot en met 28 februari 2026. [werknemer] heeft onweersproken gesteld dat [werkgever] het salaris over de maanden januari en februari 2026 van € 1.950,00 netto per maand en het vakantiegeld van 8% hierover niet heeft betaald. Deze vordering is toewijsbaar, zij het dat het salaris en het vakantiegeld van 8% wordt toegewezen over het netto equivalent van het brutosalaris over deze maanden, zijnde € 1.950,00 netto per maand, nu de kantonrechter de vordering op deze wijze heeft begrepen.
Overige vorderingen
4.5.
[werknemer] heeft onweersproken gesteld dat zij recht heeft op een vergoeding gelijk aan het loon voor niet-genoten snipperdagen over de maanden januari en februari 2026, zodat deze vordering eveneens toewijsbaar is. Datzelfde geldt voor de vordering tot het verstrekken van een deugdelijke bruto-netto specificatie, zij het dat deze wordt toegewezen over de maanden januari en februari 2026. [werknemer] heeft niet gesteld dat deze vordering ook ziet op eerdere loonperiodes.
Proceskosten
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] , omdat [werkgever] (overwegend) ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 814,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
vernietigt het ontslag van 31 januari 2026,
5.2.
veroordeelt [werkgever] tot betaling aan [werknemer] van het netto equivalent van het brutosalaris over de maanden januari en februari 2026, zijnde € 1.950,00 netto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag hierover,
5.3.
veroordeelt [werkgever] tot betaling van een vergoeding gelijk aan het loon voor de niet-genoten snipperdagen van januari en februari 2026,
5.4.
veroordeelt [werkgever] tot het verstrekken van deugdelijke bruto-netto specificaties over de maanden januari en februari 2026,
5.5.
veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werkgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12169317 \ AZ VERZ 26-53
Beschikking van 22 september 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. M.W. Kok,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: [werkgever] ,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties,
- de mondelinge behandeling van 17 juni 2026,
- het aanvullend verzoekschrift met producties,
- de oproeping van [werkgever] bij deurwaardersexploit van 24 augustus 2026,
- de voortgezette mondeling behandeling van 10 september 2026.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is sinds 1 januari 2026 in dienst bij [werkgever] voor 32 uur per week, op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van twaalf maanden. De functie van [werknemer] is medewerker bediening met een loon van € 1.950,00 netto per maand (productie 1 van [werknemer] ).
2.2.
In artikel 2.1 van de arbeidsovereenkomst staat vermeld dat voor de beëindiging van het dienstverband een opzeggingstermijn geldt van één maand.
2.3.
[werknemer] heeft per e-mailbericht van 23 januari 2026 de arbeidsovereenkomst met [werkgever] opgezegd met inachtneming van één maand opzegtermijn (productie 2 van [werknemer] ).
2.4.
Bij e-mailbericht heeft [werkgever] als volgt op de opzegging van [werknemer] gereageerd: “Ik aanvaard je opzegging, je uitwerkperiode is tot vrijdag 29-01-2026. Contract wordt op 31 januari 2026 ontbonden. Succes met je verdere toekomst.” (productie 3 van [werknemer] ).
2.5.
[werknemer] heeft zich op 29 januari 2026 ziekgemeld.
2.6.
[werkgever] heeft het salaris over de maanden januari en februari 2026 niet betaald aan [werknemer] .
3Het verzoek
3.1.
[werknemer] verzoekt de kantonrechter;
het ontslag van 31 januari 2026 te vernietigen,
de veroordeling van [werkgever] tot betaling van het loon over de maanden januari en februari 2026 van € 1.950,00 netto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiegeld,
de veroordeling van [werkgever] tot betaling van de vergoeding gelijk aan het loon ter zake de niet-genoten snipperdagen van januari en februari 2026,
de veroordeling van [werkgever] tot het verstrekken van een deugdelijke bruto-netto specificatie,
de veroordeling van [werkgever] in de proceskosten
3.2.
[werkgever] heeft geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
Geen verweer van [werkgever]
4.1.
[werkgever] is bij brief van de rechtbank van 14 april 2026 (aan het [adres] ) opgeroepen om te verschijnen voor de mondelinge behandeling op woensdag 17 juni 2026 om 13.00 uur, op het adres van de rechtbank in Roermond.
[werknemer] heeft het aanvullende verzoekschrift op het genoemde adres per deurwaarders-exploot laten betekenen op 24 augustus 2026 en [werkgever] opgeroepen voor de mondelinge behandeling op donderdag 10 september 2026 om 11.00 uur.
Dat betekent dat [werkgever] op de hoogte was, danwel had kunnen zijn, van de mondelinge behandeling van het verzoekschrift. [werkgever] heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om verweer te voeren.
Vernietiging van de opzegging
4.2.
Uit het e-mailbericht van [werkgever] volgt dat zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd met ingang van 31 januari 2026. Kern van het geschil tussen partijen is de vraag of deze opzegging van [werkgever] moet worden vernietigd en van [werknemer] recht heeft op betaling van haar loon over de maanden januari en februari 2026.
4.3.
[werknemer] stelt zich op het standpunt dat de arbeidsovereenkomst voortduurt tot en met 28 februari 2026, omdat een maand opzegtermijn in acht moet worden genomen en zij niet heeft ingestemd met een eerdere opzegging. Daarnaast is er geen ontslagvergunning aan [werkgever] verleend en is er sprake van een opzegverbod wegens ziekte.
Volgens [werknemer] dient de opzegging van [werkgever] vernietigd dient te worden. Dit is niet weersproken door [werkgever] .
In artikel 7:671, lid 1 BW is bepaald dat een werkgever de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig kan opzeggen zonder schriftelijke instemming van de werknemer, tenzij er sprake is van een van de genoemde gevallen die zijn opgesomd onder a tot en met h.
Daar is in dit geval geen sprake van, althans dat is niet gesteld of gebleken.
Dat betekent dat [werkgever] de arbeidsovereenkomst in strijd met artikel 7:671 BW heeft opgezegd en het verzoek tot vernietiging van het met ingang van 31 januari 2026 gegeven ontslag wordt toegewezen.
Loon over januari en februari 2026 en vakantiebijslag
4.4.
[werknemer] heeft recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst voortduurt tot en met 28 februari 2026. [werknemer] heeft onweersproken gesteld dat [werkgever] het salaris over de maanden januari en februari 2026 van € 1.950,00 netto per maand en het vakantiegeld van 8% hierover niet heeft betaald. Deze vordering is toewijsbaar, zij het dat het salaris en het vakantiegeld van 8% wordt toegewezen over het netto equivalent van het brutosalaris over deze maanden, zijnde € 1.950,00 netto per maand, nu de kantonrechter de vordering op deze wijze heeft begrepen.
Overige vorderingen
4.5.
[werknemer] heeft onweersproken gesteld dat zij recht heeft op een vergoeding gelijk aan het loon voor niet-genoten snipperdagen over de maanden januari en februari 2026, zodat deze vordering eveneens toewijsbaar is. Datzelfde geldt voor de vordering tot het verstrekken van een deugdelijke bruto-netto specificatie, zij het dat deze wordt toegewezen over de maanden januari en februari 2026. [werknemer] heeft niet gesteld dat deze vordering ook ziet op eerdere loonperiodes.
Proceskosten
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van [werkgever] , omdat [werkgever] (overwegend) ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [werknemer] worden begroot op € 814,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 577,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
vernietigt het ontslag van 31 januari 2026,
5.2.
veroordeelt [werkgever] tot betaling aan [werknemer] van het netto equivalent van het brutosalaris over de maanden januari en februari 2026, zijnde € 1.950,00 netto per maand, te vermeerderen met 8% vakantiebijslag hierover,
5.3.
veroordeelt [werkgever] tot betaling van een vergoeding gelijk aan het loon voor de niet-genoten snipperdagen van januari en februari 2026,
5.4.
veroordeelt [werkgever] tot het verstrekken van deugdelijke bruto-netto specificaties over de maanden januari en februari 2026,
5.5.
veroordeelt [werkgever] in de proceskosten van € 814,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werkgever] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend,
5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.
Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.