Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9659

2026-09-16 Civiel recht; Arbeidsrecht 11823434 \ CV EXPL 25-3118
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-16
Publicatiedatum
2026-09-10
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
11823434 \ CV EXPL 25-3118
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; AR-Updates.nl 2026-1512

Inhoudsindicatie

Is een uitzendovereenkomst tot stand gekomen? Welke werkzaamheden zijn afgesproken? Een grondwerker is geen allround medewerker. Loonvorderingen worden afgewezen. Reconventionele vordering tot terugbetaling van het uitbetaalde loon wordt deels toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (31.932 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 11823434 \ CV EXPL 25-3118




Vonnis van 16 september 2026




in de zaak van





[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. D.M. Gijzen,



tegen





[werkgever] B.V.,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [werkgever] ,
gemachtigde: mr. H. Mouselli.






1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie met eisvermeerdering- de conclusie van dupliek in reconventie.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.

[werkgever] is een uitzendonderneming en stelt arbeidskrachten ter beschikking aan derden om onder toezicht en leiding van die derden arbeid te verrichten.



2.2.

[werkgever] en [werknemer] hebben op 5 augustus 2022 een uitzendovereenkomst gesloten met uitzendbeding als bedoeld in artikel 7:690 lid 2 BW. Op de uitzendovereenkomst is de ABU cao van toepassing. Op grond van deze cao eindigt de uitzendovereenkomst met uitzendbeding wanneer de uitzendkracht arbeidsongeschikt wordt. Verder is in artikel 3.1 van deze uitzendovereenkomst - voor zover van belang - het volgende opgenomen:



“3 1 Aanvang en duur van de Uitzendovereenkomst


Je bent werkzaam in Fase A op grond van een Uitzendovereenkomst Fase A met uitzendbeding zoals bedoeld in de ABU-cao. De Uitzendovereenkomst gaat in op het tijdstip waarop je de overeengekomen werkzaamheden daadwerkelijk aanvangt, tenzij in deze Uitzendovereenkomst anders is overeengekomen.”





2.3.
In de uitzendbevestiging is opgenomen waar [werknemer] te werk gesteld zal worden. In deze bevestiging staat onder meer het volgende vermeld:



“Datum 05-08-2022


Betreft Uitzendbevestiging bij overeenkomst





(…)


Bedrijfsnaam [uitzendbureau]



[adres] , (…) [plaats 3]


(…)


Datum begin opdracht 01-07-2022


(…)


Functienaam Allround medewerker


(…)


Datum ingang loon 01-07-2022


(…)





De bepalingen van deze uitzendbevestiging gelden slechts voor zover je werkzaam bent en ten behoeve van voornoemde Opdrachtgever in voornoemde functie. (…)”





2.4.
Tussen [werkgever] en [uitzendbureau] (hierna te noemen: [uitzendbureau] ) is op 5 augustus 2022 een opdrachtbevestiging gesloten waarin - voor zover van belang - het volgende staat vermeld:



“Aanvang terbeschikkingstelling : 01-07-2022


Naam werknemer : Dhr. [werknemer]


(…)


In de functie van : Allround medewerker


(…)”





2.5.

Op 17 augustus 2022 heeft de eigenaar van [uitzendbureau] aan [werkgever] gevraagd om voor [werknemer] een vaste overeenkomst op te maken. “Dit omdat hij de het kantoor gaat leiden.” Verder schrijft hij:

“Ja hij gaat de leiding krijgen van [uitzendbureau] , daarvoor heb ik met hem gesproken en overeengekomen dat hij een vaste dienstverband krijgt.”





2.6.

[werknemer] heeft van [werkgever] loonstroken ontvangen vanaf week 26-2022 (1 juli 2022) tot en met week 35-2022 (2 september 2022) en de daarbij behorende betalingen. Op deze loonstroken staat bij functienaam “Allround medewerker” ingevuld.



2.7.

[werknemer] heeft zich op 7 september 2022 ziek gemeld waarna de uitzendovereenkomst per deze datum is geëindigd.



2.8.

[werkgever] is eigenrisicodrager voor de Ziektewet, waardoor zij zelf verantwoordelijk is voor de uitvoering van de Ziektewet voor werknemers van wie de dienstbetrekking eindigt tijdens ziekte.



2.9.
De bedrijfsarts heeft in zijn rapportage van 30 oktober 2022 - onder meer - het volgende vermeld:



“3. FUNCTIEOMSCHRIJVING


Niet meegeleverd bij aanvraag.


Volgens verzekerde/werknemer: grondwerker op uitzendkracht basis. Het graven van kabel goten in de grond, het trekken van kabels en het weer dicht en egaliseren van de grond. Dit zou handwerk zijn, met schop en andere werktuigen.


(…)



6. BEANTWOORDING VRAAGSTELLING



Verzekerde/werknemer kan met de geconstateerde aandoening en het door hem beschreven beroep het eigen werk niet verrichten.


(…)



7. ADVIES



Arbeidsongeschikt voor het beroep van grondwerker.


(…)”





2.10.
In de rapportage van het arbeidsdeskundig onderzoek van 5 december 2022 is het volgende opgenomen:



“
3.2 Gesprek met werknemer


(…)


Werknemer vertelt dat hij 1-7-2022 is gestart via [uitzendbureau] als grondwerker. Hij werd met een busje opgehaald en werd naar de werkplek gebracht. Daar gingen zij in een groepje van 4 personen grondwerk verrichten voor de aanleg van glasvezelkabels.


(…)




4.1


Beoordeling geschiktheid eigen werk


Werknemer is niet geschikt te achten voor het eigen werk als dat grondwerk is, hij is wel geschikt voor het werk als dit allround medewerker is.
”





2.11.
Omdat [werknemer] na zijn ziekmelding geen loon meer heeft ontvangen, is hij een kort geding gestart. Op 15 december 2022 heeft de kantonrechter geoordeeld dat de vorderingen van [werknemer] moeten worden afgewezen omdat in kort geding niet eenvoudig kon worden vastgesteld of er een arbeidsovereenkomst tussen partijen bestond op grond waarvan [werkgever] verplicht was [werknemer] te betalen.



2.12.
Toen bij [werknemer] geprobeerd werd om de proceskosten te verhalen, heeft hij de gemachtigde van [werkgever] op 18 januari 2023 een e-mail gestuurd waarin hij heeft aangegeven geen geld te hebben en binnenkort naar Israël te verhuizen.



2.13.
Het UWV heeft [werknemer] op 10 mei 2023 laten weten dat hij met terugwerkende kracht per 7 september 2022 een ziektewet-uitkering krijgt toegewezen. [werkgever] is hiertegen in bezwaar gegaan en heeft hiervoor aangevoerd dat de arbeidsongeschiktheid van [werknemer] is ontstaan vanuit een andere dienstbetrekking dan die bij [werkgever] . Het UWV heeft dit bezwaar op 26 juni 2023 gegrond verklaard en heeft [werkgever] laten weten dat de ziektewet-uitkering en uitvoeringskosten niet op haar verhaald zal worden.



2.14.
Op 22 april 2024 heeft het UWV aan [werknemer] laten weten dat zij de eerder toegekende ziektewet-uitkering over de periode 7 september 2022 tot en met 10 april 2024 intrekt omdat [werknemer] niet bij [werkgever] heeft gewerkt. Hiertegen is [werknemer] in bezwaar gegaan, maar dit heeft het UWV ongegrond verklaard omdat niet voldaan is aan de looncomponent die als voorwaarde geldt voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst. [werkgever] heeft bij de Belastingdienst, na een eerder opgegeven SV-loon van € 7.871,52, een negatief SV-loon van - € 7.871,52 opgegeven zodat het SV-loon van [werknemer] bij [werkgever] vanaf 1 juli 2022 € 0,00 bedraagt. [werknemer] heeft tegen deze beslissing beroep ingesteld, maar de uitkomst daarvan is lopende deze procedure (nog) niet bekend.



2.15.
Het UWV heeft bij [werknemer] het bedrag van € 59.443,33 teruggevorderd aan uitgekeerde ziektewet-uitkering.





3Het geschil



in conventie




3.1.

[werknemer] vordert - samengevat - :
a. een verklaring voor recht dat tussen partijen van 1 juli 2022 tot 7 september 2022 een arbeidsovereenkomst heeft bestaan voor 40 uur per week tegen een bruto uurloon van € 31,74 exclusief vakantietoeslag,
en [werkgever] te veroordelen tot:


een schriftelijke ongedaanmaking van de negatieve aangifte bij de Belastingdienst van € 7.871,52 op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag,


betaling van € 59.443,33 aan schadevergoeding, voor het geval voldoening onder a niet leidt tot herstel van de ziektewet-uitkering, te vermeerderen met schadevergoeding door het gemis van een uitkering vanaf 10 april 2024, nader op te maken bij staat,


betaling van loon van € 3.047,04 bruto voor de periode 22 augustus 2022 tot en met 7 september 2022,


betaling van de vakantietoeslag van € 1.079,99 bruto,


betaling van de opgebouwde, maar niet genoten vakantiedagen van € 1.284,41 bruto,


betaling van de toeslag op de ziektewet-uitkering op grond van de cao van € 19.805,76,


betaling van de wettelijke verhoging over vorderingen 3 tot en met 6 van € 12.608,60,


betaling van de wettelijke rente over vorderingen 2 tot en met 7,


en met veroordeling van [werkgever] in de proceskosten.



3.2.

[werknemer] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij op basis van een uitzendovereenkomst bij [werkgever] in dienst is geweest en werkzaamheden bij [uitzendbureau] heeft verricht. Deze werkzaamheden waren als allround medewerker en in die functie heeft hij voornamelijk werkzaamheden als grondwerker verricht, waarbij hij ook leiding gaf aan andere grondwerkers. Deze werkzaamheden verrichte hij in Nederland en Duitsland en bestonden uit het opgraven van het trottoir, het leggen van glasvezelkabels en het dichten van het gat. Dit heeft hij gedaan totdat hij op 7 september 2022 ziek is geworden. Volgens [werknemer] vallen deze werkzaamheden ook onder de werkzaamheden van een allround medewerker, zodat er uitvoering is gegeven aan de uitzendovereenkomst en [werkgever] [werknemer] over de gewerkte periode loon verschuldigd is. Vanaf zijn arbeidsongeschiktheid maakt [werknemer] op grond van de ABU cao aanspraak op de toeslag bovenop zijn ziektewet-uitkering. Doordat [werkgever] bij het UWV en de Belastingdienst heeft aangegeven dat [werknemer] niet voor haar werkte, is [werknemer] geconfronteerd met een terugvordering door het UWV van de uitbetaalde ziektewet-uitkering van totaal € 59.443,33. Door deze handelswijze heeft [werkgever] onrechtmatig gehandeld dan wel is zij toerekenbaar tekortgeschoten in haar verplichtingen die voortvloeien uit de arbeidsovereenkomst.



3.3.

[werkgever] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [werknemer] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [werknemer] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure.



3.4.

[werkgever] voert daartoe het volgende aan. De uitzendovereenkomst is niet van start gegaan omdat [werknemer] de werkzaamheden als allround medewerker niet heeft verricht. In plaats daarvan heeft hij voor [uitzendbureau] grondwerkzaamheden verricht, maar deze werkzaamheden zijn niet tussen [werkgever] en [werknemer] overeengekomen. Daardoor heeft [werknemer] geen recht op loon en de overige emolumenten. Bovendien heeft [werknemer] niet aangetoond dat hij daadwerkelijk werkzaamheden heeft verricht. Tot slot staat niet vast dat [werknemer] ook voor werkzaamheden als allround medewerker arbeidsongeschikt zou zijn en ontbreekt het in deze procedure aan een deskundigenoordeel.



3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.



in reconventie





3.6.

[werkgever] vordert - samengevat - en na vermeerdering van eis:


terugbetaling van € 9.876,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;


betaling van € 868,80 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;


betaling van € 10.946,47 aan daadwerkelijke proceskosten, dan wel proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.





3.7.

[werkgever] legt aan haar vordering ten grondslag dat [werknemer] geen werkzaamheden als allround medewerker heeft verricht zodat het door [werkgever] aan hem betaalde loon over de periode 1 juli 2022 tot 21 augustus 2022 niet verschuldigd is. Doordat [werkgever] aan [werknemer] wel € 9.876,00 heeft betaald, heeft [werkgever] dit bedrag onverschuldigd betaald, dan wel is [werknemer] door de ontvangst van dit bedrag ongerechtvaardigd verrijkt. Verder heeft [werkgever] behoorlijke proceskosten moeten maken doordat [werknemer] wederom een procedure tegen [werkgever] is begonnen. Deze kosten van totaal € 10.946,47 dient [werknemer] haar te vergoeden.



3.8.

[werknemer] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [werkgever] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [werkgever] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werkgever] in de kosten van deze procedure.



3.9.

[werknemer] voert daartoe aan dat onder de functie allround medewerker juist allerlei werkzaamheden vallen, waaronder grondwerkzaamheden, zodat [werkgever] hem wel loon verschuldigd is. Het door [werkgever] gevorderde bedrag van € 9.876,00 is niet onderbouwd en correspondeert ook niet met het ontvangen loon van in totaal € 7.871,52. Bovendien heeft [werkgever] dermate lang gewacht met haar vordering dat sprake is van rechtsverwerking. Ten aanzien van de daadwerkelijk gevorderde advocaatkosten voert [werknemer] aan dat een rechtsgrond daarvoor ontbreekt en dat deze kosten niet worden onderbouwd en buitenproportioneel hoog zijn.



3.10.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



in conventie en in reconventie




4.1.
Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen deze vorderingen gezamenlijk worden behandeld.



4.2.

[werknemer] ’ vorderingen zijn gebaseerd op het bestaan van een uitzendovereenkomst met [werkgever] op grond waarvan hij werkzaamheden heeft verricht bij [uitzendbureau] . [werkgever] betwist dit omdat [werknemer] andere werkzaamheden zou hebben uitgevoerd dan waarvoor partijen een uitzendovereenkomst hebben gesloten. Het gaat in deze procedure dan ook om de vraag welke werkzaamheden partijen hebben afgesproken die [werknemer] bij [uitzendbureau] zou uitvoeren.



Wat zijn de overeengekomen werkzaamheden?





4.3.

[werknemer] stelt dat hij grondwerkzaamheden heeft uitgevoerd maar dat deze werkzaamheden vallen onder de ruime werkzaamheden van een allround medewerker. Omdat [werknemer] zich op het rechtsgevolg van zijn stellingen beroept, is het aan hem om zijn stellingen nader te onderbouwen en, bij betwisting, te bewijzen. [werknemer] heeft zelf gesteld dat hij door [werkgever] is aangenomen om als allround medewerker werkzaamheden te verrichten bij [uitzendbureau] . Dit blijkt ook uit de uitzendbevestiging die partijen hebben afgesloten en de opdrachtbevestiging tussen [werkgever] en [uitzendbureau]. Verder heeft [werkgever] deze stelling bevestigd. Daarmee staat vast dat partijen hebben afgesproken dat [werknemer] werkzaamheden zou uitvoeren die bij een allround medewerker horen en dat hij voor die werkzaamheden betaald krijgt. Waar deze werkzaamheden als allround medewerker uit bestaan, is verder niet gespecificeerd of door partijen uitgelegd.



Welke werkzaamheden heeft [werknemer] uitgevoerd?





4.4.
Tegenover de bedrijfsarts heeft [werknemer] verklaard dat hij bij [uitzendbureau] als grondwerker heeft gewerkt en dat zijn werkzaamheden bestonden uit het graven van sleuven, het leggen van kabels en het vervolgens weer dichten van de grond. Op grond van die informatie heeft de bedrijfsarts [werknemer] arbeidsongeschikt bevonden voor werkzaamheden als grondwerker. Ook tegenover de arbeidsdeskundige heeft [werknemer] verklaard dat hij bij [uitzendbureau] als grondwerker heeft gewerkt en met een busje werd opgehaald, waarna hij naar de werkplek werd gebracht. In een groepje van vier personen werd het grondwerk verricht voor de aanleg van glasvezelkabels. Dat [werknemer] behalve grondwerkzaamheden nog andere werkzaamheden voor [uitzendbureau] uitvoerde, heeft hij in deze gesprekken niet kenbaar gemaakt. Pas in de bezwaar- en beroepsprocedure tegen de afgewezen ziektewet-uitkering maakt [werknemer] melding dat hij ook leiding heeft gegeven aan ploegen. Eerder is dit niet ter sprake gebracht. Wat dit leidinggeven inhield of waar dit uit bestond en hoe dit in verhouding stond met de werkzaamheden als grondwerker, is verder niet uitgelegd. Gelet op de eerst afgelegde verklaringen van [werknemer] bij de bedrijfsarts en de arbeidsdeskundige, is het aannemelijk dat de werkzaamheden van [werknemer] hoofdzakelijk bestonden uit grondwerkzaamheden.



Grondwerker valt niet onder allround medewerker





4.5.
De volgende vraag is dan of de werkzaamheden als grondwerker vallen onder de omschrijving van een allround medewerker. Deze stelling neemt [werknemer] namelijk in. Omdat in de uitzendbevestiging een functieomschrijving ontbreekt, zal de kantonrechter zelf invulling moeten geven aan wat er onder de werkzaamheden van een allround medewerker wordt verstaan. Hieronder kunnen allerlei werkzaamheden vallen, waaronder ook grondwerkzaamheden. Het is een soort verzamelnaam voor werkzaamheden die sterk gevarieerd van aard zijn en die, bij wijze van spreken, elke dag anders kunnen zijn. Een werknemer in een dergelijke functie kan op allerlei manieren in een bedrijf worden ingezet en springt bij waar nodig. Dit strookt met het verzoek van [uitzendbureau] om [werknemer] leiding te laten geven aan het uitzendbureau. Wanneer de hoofdmoot van de werkzaamheden echter bestaat uit eenzijdige werkzaamheden, wordt een dergelijke functie meestal niet allround medewerker genoemd. Zoals hiervoor reeds is overwogen, was [werknemer] voornamelijk aan de slag als grondwerker en bestonden zijn werkzaamheden steeds uit het graven van sleuven, het leggen van de kabels in deze sleuven en het dichten van deze sleuven. Daarin zit, behalve de plaats waar de werkzaamheden worden uitgevoerd, weinig variatie.



4.6.

[werknemer] stelt dat vooraf niet te voorzien was dat zijn werkzaamheden voornamelijk uit grondwerk zouden bestaan. Daaruit maakt de kantonrechter op dat [werknemer] stelt dat hij als allround medewerker is aangenomen maar werkzaamheden als grondwerker heeft moeten uitvoeren. De kantonrechter acht dit niet aannemelijk. Als dat namelijk het geval zou zijn, waarom heeft [werknemer] dan niet geprotesteerd bij [werkgever] ? Grondwerkzaamheden zijn namelijk fysiek veel zwaarder dan de werkzaamheden van een allround medewerker en waarschijnlijk ook minder uitdagend. Een werknemer kiest er niet voor niets voor om als allround medewerker te worden ingezet. Uit de beperkte informatie die is aangevoerd, maakt de kantonrechter op dat [werknemer] niet verbaasd was dat hij (bijna) alleen grondwerkzaamheden verrichtte. Bovendien is de uitzendbevestiging tussen [werkgever] en [werknemer] pas op 5 augustus 2022 opgemaakt, terwijl [werknemer] al vanaf 1 juli 2022 bij [uitzendbureau] werkzaam was. Dit was voor [werknemer] dan het uitgelezen moment geweest om aan te geven dat de functiebenaming niet klopte, temeer omdat daarin staat vermeld dat de bepalingen van de uitzendbevestiging - en dus ook de loonbetaling - alleen zouden gelden wanneer [werknemer] in de daarin genoemde functie werkzaam was.



4.7.
Tot slot kan ook het overeengekomen loon een indicatie zijn over de inhoud van de werkzaamheden. Niet in geschil is dat het overeengekomen bruto uurloon van [werknemer] als allround medewerker € 31,74 bedroeg. Evenmin heeft [werknemer] betwist dat het bruto uurloon van een grondwerker € 16,16 bedroeg en daarmee veel lager lag dan dat van een allround medewerker. Het is niet aannemelijk dat [werkgever] bereid was om het hogere uurloon te betalen als zij ervan op de hoogte was dat [werknemer] voornamelijk als grondwerker zou worden ingezet.



Conclusie





4.8.
Op grond van het voorgaande oordeelt de kantonrechter dat de (hoofdzakelijk) uitgevoerde grondwerkzaamheden niet vallen onder de werkzaamheden als allround medewerker. Deze werkzaamheden heeft [werknemer] niet voor [uitzendbureau] uitgevoerd. En dat was wel met [werkgever] overeengekomen. Doordat [werknemer] nooit is gestart met het uitvoeren van werkzaamheden die horen bij een allround medewerker, is de uitzendovereenkomst nooit ingegaan. Dit volgt immers uit artikel 3.1 van de uitzendovereenkomst. Daardoor had [werkgever] geen verplichting om [werknemer] voor de door hem uitgevoerde werkzaamheden te betalen. Daarvoor was namelijk vereist dat [werkgever] instemde met de wijziging van de functie van [werknemer] . Dat [werkgever] deze toestemming heeft gegeven, is niet komen vast te staan. Het gevolg hiervan is dat de door [werknemer] gevorderde verklaring voor recht dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst heeft bestaan, zal worden afgewezen.



Afwijzen nevenvorderingen





4.9.
Omdat de nevenvorderingen allen gerelateerd zijn aan het bestaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en hiervan, zoals hierboven is overwogen, geen sprake was, zullen die eveneens worden afgewezen.




Tegeneis [werkgever]





Onverschuldigde betaling





4.10.

[werkgever] vordert van [werknemer] een bedrag van € 9.876,00 dat zij aan hem heeft uitbetaald aan loon over de periode dat hij bij [uitzendbureau] werkzaamheden heeft uitgevoerd. Omdat in r.o. 4.8. is vastgesteld dat er geen sprake was van een uitzend- dan wel arbeidsovereenkomst tussen partijen, was [werkgever] geen loon verschuldigd aan [werknemer] . Het door haar aan [werknemer] betaalde bedrag is zonder rechtsgrond aan [werknemer] overgemaakt, en daarmee is sprake van een onverschuldigde betaling. [werknemer] is van mening dat sprake is van rechtsverwerking omdat [werkgever] pas na drie en een half jaar aanspraak maakt op terugbetaling.



Rechtsverwerking





4.11.
Van rechtsverwerking is slechts sprake als de schuldeiser zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het geldend maken van zijn aanspraken. Het enkele tijdsverloop of enkel stilzitten levert geen toereikende grond op voor het aannemen van rechtsverwerking. Daarvoor is de aanwezigheid vereist van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de schuldenaar ( [werknemer] ) het gerechtvaardigde vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser ( [werkgever] ) haar aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard ingeval de schuldeiser haar aanspraak alsnog geldend zou maken.



4.12.
Met zijn bericht van januari 2023 dat hij naar Israël ging verhuizen, heeft [werknemer] bij [werkgever] de indruk gewekt dat hij niet meer in Nederland woonde, zodat aan het instellen van een vordering nogal wat haken en ogen zouden zitten. Dat [werkgever] op dat moment geen vordering heeft ingesteld wil niet zeggen dat zij daarmee haar vordering heeft prijsgegeven. Hiervoor is immers overwogen dat enkel tijdsverloop of enkel stilzitten onvoldoende is voor een succesvol beroep daarop. Verder heeft [werknemer] geen bijzondere omstandigheden aangevoerd op grond waarvan hij wel dit gerechtvaardigd vertrouwen mocht hebben. Het beroep op rechtsverwerking zal dan ook worden verworpen.




[werknemer] moet € 7.871,52 terugbetalen





4.13.

[werkgever] vordert een bedrag van € 9.876,00, maar [werknemer] betwist dat hij dit bedrag heeft ontvangen. Volgens [werknemer] gaat het om € 7.871,52. Ondanks het verzoek van [werknemer] om het gevorderde bedrag te onderbouwen, heeft [werkgever] dit nagelaten. Nu [werknemer] stelt een bedrag van € 7.871,52 aan loon te hebben ontvangen en uit r.o. 4.10. volgt dat dit loon onverschuldigd aan [werknemer] is betaald, moet [werknemer] het bedrag van € 7.871,52 bruto aan [werkgever] terugbetalen. De vordering zal voor dit bedrag worden toegewezen.



4.14.
De gevorderde wettelijke rente over € 7.871,52 bruto is pas verschuldigd wanneer [werknemer] met de terugbetaling hiervan in verzuim is. Nu [werkgever] haar vordering pas op 1 oktober 2025 bij eis in reconventie heeft ingediend, zal de wettelijke rente worden toegewezen vanaf 1 oktober 2025, omdat [werknemer] in ieder geval vanaf deze datum in verzuim is.



Buitengerechtelijke incassokosten





4.15.

[werkgever] vordert € 868,80 aan buitengerechtelijke incassokosten. Omdat [werknemer] betwist heeft dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en [werkgever] dit niet nader heeft onderbouwd, zal deze vordering worden afgewezen.



Proceskosten





4.16.

[werknemer] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. [werkgever] vordert de door haar gemaakte proceskosten van in totaal € 10.946,47. Hiervan heeft zij deels een onderbouwing overgelegd.



4.17.

Vergoeding van alle daadwerkelijk gemaakte proceskosten kan alleen maar aan de orde zijn bij ‘buitengewone omstandigheden’, waarbij dient te worden gedacht aan misbruik van procesrecht en/of onrechtmatige daad. Hiervan is sprake indien diegene die in het ongelijk wordt gesteld de andere partij zonder enige noodzaak of redelijk belang tot procederen heeft gedwongen. Dat daarvan in dit geval sprake is, is niet komen vast te staan. De proceskosten moeten daarom op basis van het reguliere liquidatietarief worden begroot.
De proceskosten van [werkgever] worden begroot op:










- salaris gemachtigde


€


1.732,00


(2 punten × € 866,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


1.876,00











4.18.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing


De kantonrechter




in conventie




5.1.
wijst de vorderingen van [werknemer] af,



in reconventie





5.2.
veroordeelt [werknemer] om aan [werkgever] te betalen het bedrag van € 7.871,52 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 1 oktober 2025 tot de dag van volledige betaling,



5.3.
wijst het meer of anders gevorderde af,



in conventie en in reconventie





5.4.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 1.876,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



5.5.
veroordeelt [werknemer] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,



5.6.
verklaart de onderdelen 5.3. en 5.4. van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,










Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
















































Artikel 150 Rv.


Zie hiervoor onder 2.3.


Zie hiervoor onder 2.4.


Zie hiervoor onder 2.9.


Zie hiervoor onder 2.10.


Zie hiervoor onder 2.5.


Zie hiervoor onder 2.3.


Artikel 6:203 BW