Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:9533

2026-09-23 Civiel recht; Verbintenissenrecht 12090661 \ CV EXPL 26-707
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-09-23
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
12090661 \ CV EXPL 26-707
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Consumentenkoop. Vordering is verjaard. Niet gesteld of gebleken dat verjaring na 2021 nog is gestuit.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.458 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: 12090661 \ CV EXPL 26-707




Vonnis van 23 september 2026




in de zaak van




ALEKTUM CAPITAL II AG,
te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,



tegen





[gedaagde partij]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 4;
- de conclusie van antwoord met bijlagen;
- de conclusie van repliek met producties 5 en 6;
- de conclusie van dupliek met bijlagen.




1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
Op 6 januari 2021 heeft [gedaagde partij] in de webwinkel van Megekko elektrische apparatuur besteld voor een totaalbedrag van € 345,00.



2.2.
Bj het plaatsen van de bestelling heeft [gedaagde partij] gekozen voor betaling achteraf via Klarna. Direct na het sluiten van de koopovereenkomst heeft Megekko haar vordering op [gedaagde partij] middels cessie aan Klarna overgedragen.



2.3.

[gedaagde partij] heeft de factuur niet betaald. Klarna heeft vervolgens op haar beurt de vordering op [gedaagde partij] middels cessie overgedragen aan haar incassogemachtigde Alektum.



2.4.
Op 10 december 2021 heeft de gemachtigde van Alektum aan [gedaagde partij] een schriftelijke aanmaning gestuurd.





3Het geschil


3.1.
Alektum vordert – samengevat – [gedaagde partij] te veroordelen tot betaling van het onbetaalde factuurbedrag van € 345,00, vermeerderd met de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, in totaal een bedrag van € 475,56, nog te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van dagvaarding en de proceskosten.



3.2.

[gedaagde partij] heeft de vordering van Alektum betwist. [gedaagde partij] voert aan dat hij tevergeefs heeft geprobeerd om de bestelling te annuleren. Hij heeft de bestelling nooit in ontvangst genomen maar meteen retour afzender laten sturen. Volgens [gedaagde partij] heeft hij hierover in 2021 zowel per e-mail als telefonisch contact gehad met (de gemachtigde van) Alektum en is telefonisch aan hem meegedeeld dat hij niets meer hoefde te betalen. Daarna heeft hij nooit meer iets over deze vordering vernomen. [gedaagde partij] is het er niet mee eens dat Alektum na vijf jaar alsnog de onderhavige vordering heeft ingesteld.



3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



Bevoegdheid en toepasselijk recht




4.1.
Omdat Alektum gevestigd is in Zwitserland, heeft deze procedure een internationaal karakter. Daarom moet eerst beoordeeld worden of de Nederlandse rechter bevoegd is om van de vordering van Alektum kennis te nemen en of Nederlands recht van toepassing is op deze zaak.



4.2.
Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano van 30 oktober 2007 (PbEU 2007, L 339/3, hierna: ‘EVEX II’). Aangezien [gedaagde partij] in Nederland woont, is op grond van artikel 15 en 16 van EVEX II de Nederlandse rechter bevoegd.



4.3.
Op grond van artikel 14 lid 2 van de in deze zaak toepasselijke Verordening Rome I wordt de betrekking tussen Alektum en [gedaagde partij] beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. Gelet op hetgeen in artikel 6 lid 1 Verordening Rome I is bepaald, is dat in dit geval Nederlands recht.



Verjaring





4.4.
De kantonrechter begrijpt uit hetgeen [gedaagde partij] naar voren heeft gebracht dat hij een beroep doet op verjaring als meest verstrekkend verweer. Alektum is hier niet op ingegaan in haar conclusie van repliek.



4.5.
De kantonrechter stelt voorop dat de tussen partijen gesloten koopovereenkomst dient te worden aangemerkt als een consumentenkoop (artikel 7:5 BW). Op grond van artikel 7:28 BW verjaart de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop door het verloop van twee jaar. Wanneer de consument door de verkoper schriftelijk wordt aangemaand tot betaling van de koopprijs, wordt de verjaring gestuit en gaat een nieuwe verjaringstermijn lopen (artikel 3:319 BW).



4.6.
De factuur waarvan Alektum betaling vordert, dateert van 6 januari 2021. De gemachtigde van Alektum heeft op 10 december 2021 een aanmaning aan [gedaagde partij] gestuurd. Niet gesteld of gebleken is dat Alektum ook daarna nog aanmaningen naar [gedaagde partij] heeft gestuurd. De kantonrechter neemt daarom als vaststaand aan dat Alektum na 2021 geen aanmaningen meer naar [gedaagde partij] heeft gestuurd. Dit betekent dat de verjaring van deze vordering voor het laatst in december 2021 is gestuit. Een eventuele vordering van Alektum uit hoofde van de koopovereenkomst was daarmee ten tijde van de dagvaarding van 27 januari 2026 al geruime tijd verjaard. De vordering van Alektum is daarom niet toewijsbaar. Nu de vordering van Alektum reeds om deze reden wordt afgewezen, komt de kantonrechter niet meer toe aan de beoordeling van de verdere stellingen van partijen.



Wettelijke rente en incassokosten





4.7.
Omdat de door Alektum gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, bestaat er geen aanleiding voor toewijzing van de daaraan gekoppelde rente en buitengerechtelijke incassokosten. Ook dit deel van de vordering van Alektum zal daarom worden afgewezen.



Proceskosten





4.8.
Alektum dient als de in het ongelijk gestelde partij de proceskosten van [gedaagde partij] te vergoeden. Omdat [gedaagde partij] in persoon procedeert zou hij op grond van artikel 238 lid 1 Rv aanspraak kunnen maken op reis-, verblijf- en verletkosten. [gedaagde partij] heeft echter alleen schriftelijk geprocedeerd zodat niet gebleken is dat hij dergelijke kosten heeft moeten maken. Dit leidt ertoe dat Alektum weliswaar als de in het ongelijk gestelde partij zal worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde partij] maar dat die proceskosten worden begroot op nihil.





5De beslissing


De kantonrechter



5.1.
wijst de vorderingen van Alektum af,



5.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van [gedaagde partij] begroot op nihil.









Dit vonnis is gewezen door mr. Otto en in het openbaar uitgesproken op 23 september 2026.