Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9380
2026-09-09
Civiel recht; Verbintenissenrecht
C/03/345431 / HA ZA 25-401
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Aannemingsovereenkomst. Aanleg tuin. Geschil of er sprake is van gebreken bij de uitvoering van het werk, verzuim, schuldeisersverzuim, rechtsgeldige omzettingsverklaring. Aankondiging bewijsopdrachten en deskundigenbericht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (50.982 tekens)
RECHTBANK Limburg
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/345431 / HA ZA 25-401
Vonnis van 9 september 2026
in de zaak van
1 [opdrachtgever 1] ,
2. [opdrachtgever 2],
beiden te [plaats 1] , gemeente Beekdaelen,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
hierna samen te noemen: [opdrachtgevers] ,
advocaat: mr. L.R. van Dooren,
tegen
[aannemer]
, handelend onder de naam [handelsnaam] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [aannemer] ,
advocaat: mr. R.R.F.J. Palmen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 13,
- de door [opdrachtgevers] overgelegde beslagstukken,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 t/m 12,- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 14 t/m 18,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 19 mei 2026,
- de zittingsaantekeningen van partijen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[aannemer] heeft een eenmanszaak in tuinaanleg en bestratingen. [opdrachtgevers] en [aannemer] hebben op basis van de door [aannemer] uitgebrachte offerte van 21 september 2020 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten ten behoeve van de renovatie van de tuin van [opdrachtgevers] (hierna te noemen: de Overeenkomst).
2.2.
In december 2020 is [aannemer] aangevangen met het grondwerk. Dat heeft een aantal weken in beslag genomen. In april 2021 is een aanvang gemaakt met de feitelijke aanleg van de tuin. De keramische tegels van terras I, onder de overkapping bij de woning, zijn als eerste gelegd. In totaal zijn er drie terrassen aangelegd, is er kunstgras gelegd, straatwerk gelegd, een trap aangelegd en een tuinmuur geplaatst.
2.3.
Tijdens de werkzaamheden zijn door [aannemer] een aantal herstelwerkzaamheden uitgevoerd. De tegels van terras 1 zijn in 2021 tweemaal opnieuw gelegd, omdat deze niet goed bleken te hechten.
2.4.
Bij e-mail van 16 mei 2022 hebben [opdrachtgevers] het volgende geschreven:“Helaas ben je nog altijd niet alle verplichtingen uit onze overeenkomst nagekomen.
Er zijn nog een aantal punten niet hersteld of afgewerkt. En ook ben je nog altijd niet met een passende oplossing voor het terras gekomen.
Onderstaande punten zijn namelijk nog niet hersteld of afgewerkt:
- Invegen cq. verdelen zand op het kunstgras. Zoals eerder besproken zitten er bulten in het gras zowel aan de voor- als aan de achterkant omdat het zand niet goed verdeeld is. We hadden afgesproken dat je met een borstelmachine zou komen om het zand goed te verdelen. Daarbij waait het gras nog altijd op als het hard waait. De haringen die zijn gebruikt om het gras vast te zetten werken niet bij harde wind.
- Bestrating invegen en aftrillen. De bestrating voor het huis en aan de achterkant moet nog ingeveegd en afgetrild worden.
- Bestrating stoep cq. parkeerplaats. De bestrating van de stoep en de parkeerplaats is ook nog altijd niet ingeveegd en afgetrild. Jullie hebben dit opnieuw gelegd maar daarna niks meer aangedaan.
- Hol klinkende tegels zwembadterras. Ondanks dat jullie eind maart j.l. geweest zijn om een aantal tegels rondom het zwembad vast te leggen klinken er een aantal tegels wederom hol. Ook zijn er bij een aantal tegels de voegen los aan het laten. Daarnaast zijn er een aantal tegels niet opgepakt en vastgelegd ondanks dat deze wel hol klinken. Het feit dat deze hol klinken is een teken dat ze niet vast liggen en dat het dus een kwestie van tijd is dat ze helemaal los gaan liggen.
- Hol klinkende tegels entree trap. Ook bij de entree trap liggen er tegels los en klinken er tegels hol.
- Muur rondom woning. De muur die geplaatst is rondom de woning is aan de voorkant los aan het komen van de muur aan de zijkant. Dit was al minimaal in het begin maar het wordt nu wel steeds erger.
- Los liggende tegels terras onder de overkapping. Zoals afgesproken zou je met een oplossing komen voor het terras onder de overkapping. Het probleem is al bekend vanaf vorig jaar zomer. We hebben er meermaals over gesproken en ernaar gevraagd maar tot op heden is er nog geen concrete oplossing aangeboden.
Inmiddels zijn we bijna een jaar verder nadat de laatste werkzaamheden hebben plaats gevonden. Wij vragen jou om binnen 14 dagen met een passende oplossing te komen voor het terras en de bovenstaande punten af te komen werken. Volgens ons is 14 dagen redelijk. Door dit op tijd te doen voorkom je dat je in verzuim raakt. Ook voorkom je dat we verdere stappen gaan nemen. Deze mail geldt dus als een ingebrekestelling.
2.5.
[aannemer] heeft per e-mail van 25 mei 2022 gereageerd op de hiervoor genoemde klachten en daarbij aangegeven de klachten te zullen bekijken en waar nodig op te zullen lossen. Voorts heeft hij erkend:
“dat nog niet alles klaar is. Door de drukte en wachten op derden is er een behoorlijke vertraging in gekomen om de puntjes op de i te zetten bij sommige dingen en het grote probleem van het terras aan te pakken.”
Tevens schrijft hij:
“Wat betreft een datum zit ik met mijn handen in het haar. Grondwerk wat al gepland stond kan ik allemaal niet verplaatsen. Wel willen we in de week van 31 mei de aangegeven werkzaamheden die gelijk uitgevoerd kunnen worden (op maandag staan
er grondwerkzaamheden gepland) komen maken.”
2.6.
In hun reactie in een e-mail van 29 mei 2022 hebben [opdrachtgevers] ten aanzien van dit laatste geschreven:
“De aangegeven werkzaamheden uitvoeren komende week gaat helaas niet omdat de schilder op dit moment nog bezig is. In verband met het weer is hij nog niet klaar en kan hij nog niet aangegeven wanneer hij de werkzaamheden kan afronden. Omdat hij op dit moment nog op verschillende plekken rondom bezig is kunnen jullie hem niet in de weg gaan lopen.”
In die e-mail is tevens aangegeven dat zij een bedrijf – [bedrijf] – hebben ingeschakeld om de hol klinkende tegels bij zwembad en trap te beoordelen.
2.7.
De rechtsbijstandsverzekeraar van [aannemer] heef namens hem bij brief van 25 augustus 2022 op voormelde e-mail van [opdrachtgevers] gereageerd. Daarin is het standpunt ingenomen dat er sprake is van schuldeisersverzuim omdat [aannemer] niet tot het werk wordt toegelaten, nu er nog geen bericht is gekomen dat de schilder klaar is en/of een ander bericht waaruit blijkt dat [aannemer] de gebreken kan gaan herstellen. [aannemer] verneemt graag of hem de gelegenheid wordt gegeven om herstelwerkzaamheden uit te voeren.
2.8.
Bij brief van 1 september 2022 is door de rechtsbijstandsverzekeraar van [opdrachtgevers] gereageerd op voormelde brief. Daarbij is het rapport van de door hen ingeschakelde expert [bedrijf] van 20 juli 2022 overgelegd en is [aannemer] in gebreke gesteld en verzocht de in het rapport vermelde gebreken binnen vier weken te herstellen.
2.9.
Bij brief van 15 september 2022 is namens [aannemer] inhoudelijk gereageerd op de brief van 1 september 2022 en is aangegeven dat hij tot herstel wil overgaan.
2.10.
In een hierop volgende e-mail van 19 oktober 2022 is namens [opdrachtgevers] gereageerd. Daarbij is opgemerkt dat [opdrachtgevers] eerst een gedetailleerd plan van aanpak van de herstelwerkzaamheden willen ontvangen en een concrete planning van de uit te voeren werkzaamheden. Ten aanzien van het terras onder de overkapping willen zij een concrete oplossing.
2.11.
Namens [aannemer] is gereageerd bij e-mail van 26 oktober 2022 en is beschreven welke herstelwerkzaamheden hij wil uitvoeren. Ten aanzien van de planning heeft hij kenbaar gemaakt dat hij zich vanaf 21 november 2022 kan vrijmaken voor de bestrating, het kunstgras en het herstel van de tegels rondom het zwembad. Ten aanzien van het terras onder de overkapping dienen [opdrachtgevers] eerst hun voorkeuren aan te gegeven (maat regels, voegen etc.) en dienen duidelijke afspraken te worden gemaakt. Pas daarna kan een derde partij langskomen en een datum plannen met hen om het terras te leggen. Op 21 november 2022 is een herinnering verstuurd namens [aannemer] .
2.12.
Een reactie van [opdrachtgevers] is op 5 december 2022 gekomen. Daarin hebben zij gereageerd op de voorgestelde herstelwerkzaamheden en zich ten aanzien van een aantal voorstellen akkoord verklaard. Zij hebben betwist in schuldeisersverzuim te verkeren en verwezen naar hun ingebrekestelling van mei van dat jaar.
2.13.
Bij brief van 11 juli 2023 hebben [opdrachtgevers] [aannemer] in gebreke gesteld en gesommeerd voor november tot herstel over te gaan. Op 2 augustus 2023 en 11 september 2023 is gerappelleerd en op 6 oktober 2023 is [aannemer] nogmaals in de gelegenheid gesteld om de vereiste herstelwerkzaamheden uit te voeren voor 12 november 2023. De vordering tot herstel is bij e-mail van 16 november 2023 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
2.14.
[aannemer] heeft per e-mailbericht van 8 december 2023 een beroep gedaan op overmacht en gesteld dat herstel binnen de gestelde termijn niet mogelijk was, hetgeen [opdrachtgevers] vervolgens bij e-mailbericht d.d. 1 januari 2024 hebben betwist. In die e-mail is vermeld dat zij een expert hebben ingeschakeld om de schade/herstelwerkzaamheden in kaart te brengen.
2.15.
De door [opdrachtgevers] ingeschakelde expert ZNEB heeft het werk van [aannemer] op 6 februari 2024 onderzocht. ZNEB heeft in een rapport van 2 juli 2024 (hierna: Rapportage 1) geconcludeerd dat de door [aannemer] uitgevoerde werkzaamheden op nader genoemde onderdelen niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk. De herstelkosten zijn door ZNEB begroot op € 51.810,00 inclusief btw.
2.16.
[aannemer] is op 18 september 2024 door [opdrachtgever 1] verzocht en gesommeerd om € 83.237,87 te voldoen aan herstelkosten vermeerderd met expertisekosten minus het restant van de aanneemsom.
2.17.
Op verzoek van [opdrachtgevers] heeft ZNEB op 3 april 2025 (hierna te noemen: Rapportage 2) een aanvulling op Rapportage 1 uitgebracht met betrekking tot de door haar daarin niet opgenomen, maar bij het onderzoek op 4 februari 2024 wel al geconstateerde gebreken/schades aan de keerwand rondom de tuin. Tevens heeft zij de diverse hersteloffertes die [opdrachtgevers] heeft ontvangen van [bedrijf] en [hoveniersbedrijf] . en [bouwbedrijf] (hierna: “ [bouwbedrijf] ”) beoordeeld. ZNEB heeft geconcludeerd dat de offertes van [bouwbedrijf] voor een totaalbedrag van € 102.122,22 inclusief btw en opslagen redelijk en toepasbaar zijn in het kader van de in Rapportage 1 en Rapportage 2 beschreven herstelwerkzaamheden.
2.18.
Bij brief d.d. 19 augustus 2025 is [aannemer] hiervan in kennis gesteld en is betaling gevorderd van € 94.014,20. Dat betreft de herstelkosten vermeerderd met expertisekosten minus het restant van de aanneemsom.
3Het geschil
in conventie
3.1.
[opdrachtgevers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
(1) [aannemer] veroordeelt om aan [opdrachtgevers] binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen € 90.418,22, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
Subsidiair:
(2) [aannemer] veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis alsnog zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst naar behoren na te komen en over te gaan tot het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden in het kader van herstel en afronding van het werk, een en ander zoals uiteengezet in Rapportage 1 en Rapportage 2 van ZNEB;
(3) [aannemer] veroordeelt om het werk binnen een maand na betekening van het in dezen te wijzen vonnis op te leveren aan [opdrachtgever 1] , zulks overeenkomstig de eisen van goed en deugdelijk werk en conform de inhoud van de Overeenkomst;
(4) bepaalt dat een en ander als hiervoor gevorderd uiterlijk binnen twee maanden na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een termijn als de rechtbank in goede justitie meent te moeten vaststellen, dient te worden uitgevoerd door [aannemer] , zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag dat [aannemer] hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 100.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom en/of maximum.
Primair en subsidiair:
(5) [aannemer] veroordeelt tot betaling van de expertisekosten van € 3.595,98, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
(6) [aannemer] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.075,32, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
(7) [aannemer] veroordeelt in de kosten van de onderhavige procedure, zulks te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag te rekenen vanaf de
datum van het in dezen te wijzen vonnis ingeval [aannemer] niet vrijwillig voldoet aan
de onderhavige veroordeling;
(8) [aannemer] veroordeelt in de nakosten, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente
vanaf de vijftiende dag te rekenen vanaf de datum van het in dezen te wijzen vonnis
ingeval [aannemer] niet vrijwillig voldoet aan de onderhavige veroordeling;
(9) [aannemer] veroordeelt in de kosten van de gelegde conservatoire beslagen.
3.2.
[aannemer] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
3.4.
[aannemer] stelt dat, indien zijn verweer in conventie slaagt, [opdrachtgevers] nog € 19.709,36 van de aanneemsom aan hem verschuldigd zijn. [aannemer] vordert daarom dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
(1) [opdrachtgevers] veroordeelt om aan [aannemer] te voldoen € 19.709,36, althans het eventuele surplus na verrekening met een in conventie aan [opdrachtgever 1] toe te wijzen vordering, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening,(2) [opdrachtgevers] veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te berekenen vanaf vijf dagen na het in dezen te wijzen vonnis.
3.5.
[opdrachtgevers] voeren verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
in conventie en in voorwaardelijke reconventie
De zaak in het kort
4.1.
Partijen verschillen van mening of [aannemer] zijn werkzaamheden in de tuin van [opdrachtgevers] goed uitgevoerd heeft. In conventie moet beoordeeld worden of [aannemer] herstelkosten en bijkomende kosten verschuldigd is aan [opdrachtgevers] In voorwaardelijke reconventie ligt de vraag voor of [opdrachtgevers] aan [aannemer] nog een deel van de aanneemsom moeten betalen.
in conventie
Tekortkoming – verzuim
Het standpunt van [opdrachtgevers]
4.2.
leggen aan aan hun vorderingen ten grondslag dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst die met [aannemer] is gesloten, omdat het werk zeer gebrekkig en onvolledig is uitgevoerd. Ter onderbouwing verwijzen zij naar de bevindingen in de rapporten van ZNEB. Verder stellen zij dat het verzuim is ingetreden vanaf 12 november 2023, omdat er door hen diverse ingebrekestellingen zijn uitgebracht, maar tijdig en deugdelijk herstel is uitgebleven. Daarom hebben zij hun vordering tot herstel op 16 november 2023 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
Het standpunt van [aannemer]
4.3.
stelt zich op het standpunt dat [opdrachtgevers] te vroeg hebben geklaagd over gebreken. Zij hadden moeten wachten totdat de oplevering had plaatsgevonden. [aannemer] betwist dat er verzuim is ingetreden. Hij is van mening dat er geen geldige omzettingsverklaring is uitgebracht. Volgens [aannemer] is er sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [opdrachtgevers] , omdat zij [aannemer] niet hebben toegelaten tot het werk.
Het oordeel
4.4.
Tussen partijen is een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Bij het aangaan van die overeenkomst is geen termijn voor de oplevering bepaald. In het geval dat er in de overeenkomst van aanneming van werk geen termijn is bepaald, kan op grond van 6:38 BW terstond nakoming worden gevorderd. Aan degene die de prestatie moet leveren, moet daarbij zoveel tijd worden gelaten als deze redelijkerwijs voor het verrichten daarvan nodig heeft.
Redelijke termijn
4.5.
De rechtbank zal hieronder beoordelen of [opdrachtgevers] aan [aannemer] een redelijke termijn gegund hebben om het aangenomen werk te verrichten en op te leveren.
4.6.
De Overeenkomst tussen partijen is gesloten op 21 september 2020. In december 2020 is gestart met het grondwerk, waarna vervolgens in april 2021 is gestart met de aanleg van de drie terrassen, het kunstgras, de bestrating en de aanleg van de trap en de tuinmuur. Tussentijds, in de zomer van 2021, hebben [opdrachtgevers] melding gemaakt van het loslaten van de tegels van het terras onder de overkapping, dat als eerste was aangelegd. Dit blijkt uit de e-mail van 16 mei 2022. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [aannemer] heeft geprobeerd dit op te lossen, maar dat in december 2021 de tegels opnieuw loslieten. In diezelfde e-mail van 16 mei 2022 stellen [opdrachtgevers] aan de orde dat, ondanks dat bijna een jaar is verstreken sinds de laatste werkzaamheden hebben plaatsgevonden, niet alle verplichtingen uit de overeenkomst zijn nagekomen. Daarbij maken zij een opsomming van alle punten die op dat moment nog niet hersteld of afgewerkt zijn. In zijn reactie van 25 mei 2022 erkent [aannemer] dat het werk nog niet helemaal klaar is en dat het probleem met het terras onder de overkapping aangepakt moet worden. Hieruit blijkt dat, ondanks dat [aannemer] inmiddels meer dan een jaar aan het werk is, het werk nog niet gereed is voor oplevering. Gelet op dit lange tijdsverloop kan [aannemer] zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet er op beroepen dat [opdrachtgevers] niet mochten klagen, omdat er nog niet was opgeleverd.
4.7.
[opdrachtgevers] mochten gezien dat tijdsverloop aan [aannemer] in hun e-mail van 16 mei 2022 een redelijk termijn stellen om na te komen en tot een moment van oplevering te komen. De in die e-mail geven termijn van veertien dagen om met een passende oplossing te komen voor het terras en de genoemde punten, acht de rechtbank redelijk.
(Schuldeisers)verzuim
4.8.
De rechtbank verwerpt het verweer van [aannemer] dat hij niet in verzuim is, omdat hij niet is toegelaten tot het werk en [opdrachtgevers] daarom in schuldeisersverzuim verkeren.
4.9.
[aannemer] baseert zijn standpunt op de reactie van [opdrachtgevers] in de e-mail van 29 mei 2022. Uit die e-mail blijkt dat bij [opdrachtgevers] de voorgestelde datum niet schikte, omdat er op dat moment schilders bezig waren. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet van een absolute weigering. Het bericht duidt er op dat men op zoek moet naar een nieuwe datum die past voor beide partijen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de e-mail van 16 mei 2022 een in gebreke stellende functie heeft gehad. Op 1 september 2022 is nog een ingebrekestelling gestuurd, waarbij het rapport van [bedrijf] is gevoegd om voor [aannemer] inzichtelijk te maken waar volgens [opdrachtgevers] de problemen zitten. De eerder in de e-mail van 16 mei 2022 genoemde punten blijven terugkomen, ook in latere ingebrekestellingen. Daaruit blijkt dat het oorspronkelijk ingetreden verzuim als het ware blijft voortduren, ondanks dat [aannemer] wel tussentijds geprobeerd heeft tot herstel over te gaan. Gelet hierop slaagt het verweer dat [aannemer] nooit in verzuim is geraakt, niet.
4.10.
Ook het verweer van [aannemer] dat aan de brieven van 11 juli 2023 en volgende geen in gebreke stellende werking kan worden ontleend, omdat de gebreken in die brieven niet concreet zijn omschreven, slaagt niet. Dat de gebreken niet concreet zijn omschreven, is niet juist, want bij de brief van 1 september 2022 is het rapport van [bedrijf] gevoegd en daarin zijn de gebreken beschreven.
4.11.
De slotsom is dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim van [opdrachtgevers] , dat er sprake is van verzuim van [aannemer] en dat er een rechtsgeldige omzettingsverklaring is uitgebracht.
Gebreken
4.12.
Het betoog dat [aannemer] heeft gevoerd tegen de door [opdrachtgevers] gestelde gebreken zijn te onderscheiden in drie categorieën. Deels (a) stelt hij dat bepaald herstelwerk niet gereed is gekomen, omdat hij niet meer tot het werk is toegelaten, deels
(b) stelt [aannemer] dat er problemen zijn die hem niet zijn aan te rekenen, omdat hij vooraf gewaarschuwd heeft, en deels (c) betwist [aannemer] dat er sprake is van gebreken.
4.13.
De rechtbank zal deze verweren hierna per categorie bespreken, waarbij de omschrijvingen zoals gebruikt in de rapporten van ZNEB, aangehouden zullen worden.
(a) Het herstelwerk was nog niet klaar, omdat [aannemer] niet is toegelaten tot het werk
4.14.
[aannemer] is van mening dat de volgende punten geen gebrek zijn, aangezien hij niet de kans heeft gehad het werk af te maken:
Terras 1
4.14.1.
De tegels zijn verwijderd en in opdracht van [aannemer] is door een onderaannemer een nieuwe betonnen vloer gestort in oktober 2023. Die moest voldoende droog zijn om de tegels fatsoenlijk en deugdelijk te verlijmen. Die tegels konden in november 2023 nog niet worden gelegd, omdat de vloer na het storten nog te vochtig was.
Terras 5
4.14.2.
Het straatwerk was nog niet geheel gereed en had nog afgetrild moeten worden. Het
aftrillen is bij straatwerk het laatste werk en zover was [aannemer] nog niet.
Border 6
4.14.3.
Ten aanzien van de border stelt de deskundige vast dat de blokken los van elkaar
liggen en niet gedegen zijn gefixeerd. Dat klopt, maar dat waren ze oorspronkelijk wel. In het kader van de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan het tegelwerk bij terras I
zijn de blokken noodzakelijkerwijze losgewrikt. Dat betekent niet dat er sprake is van een gebrek in de verwerking van deze betonblokken. [aannemer] was met herstelwerkzaamheden doende en hij heeft uiteindelijk de kans niet gekregen om die werkzaamheden af te ronden.
Terras 7
4.14.4.
Er ontbraken een paar klinkers, maar dat is geen gebrek aangezien deze klinkers waren verwijderd in verband met de herstelwerkzaamheden aan het terras. [aannemer] heeft de kans niet gekregen om die herstelwerkzaamheden uit te voeren. Dat er nog sprake was van onderlinge hoogteverschillen houdt ermee verband dat de aftrilwerkzaamheden nog niet waren uitgevoerd.
4.15.
Eerder in dit vonnis heeft de rechtbank overwogen dat [aannemer] in verzuim is geraakt met het (tijdig) uitvoeren van de werkzaamheden. De onder (a) genoemde werkzaamheden die nog niet klaar zijn, zijn daarom als gebrekkig aan te merken.
(b) [aannemer] heeft vooraf gewaarschuwd
4.16.
[aannemer] is van mening dat de volgende punten niet als gebreken aangemerkt kunnen worden, omdat hij [opdrachtgevers] gewaarschuwd heeft, voordat hij de werkzaamheden verricht heeft:
Terras 1, gebruik van de verkeerde tegel:
4.16.1.
Dat de eerder gelegde tegels niet hechtten, lag volgens [aannemer] aan de tegels die [opdrachtgevers] zelf hebben aangeleverd. Deze tegels hadden zij in hun woonkamer gebruikt. [aannemer] heeft vooraf gewaarschuwd dat die tegels niet geschikt zijn voor het leggen van een buitenterras, omdat ze daarvoor niet dik genoeg zijn. De gebruikte tegellijm is door [opdrachtgevers] geleverd. [aannemer] stelt dat hij ook vooraf gemeld heeft dat die tegellijm niet geschikt is.
Kunstgras, te hoog gelegd:
4.16.2.
Het is juist dat het kunstgras nabij de opsluitranden boven de opsluitrand uit
steekt, aldus [aannemer] . [aannemer] is bekend met de verwerkingsvoorschriften en met het feit dat het kunstgras 15 mm lager zou moeten liggen dan de bovenkant van het straatwerk/opsluitrand. Hij voert aan dat [opdrachtgevers] dat niet wilden en zij hem hebben opgedragen het kunstgras aan te brengen op de hoogte zoals het nu ligt. De reden daarvan was dat [opdrachtgevers] wilden voorkomen dat de kinderen struikelden over de hoge rand van het straatwerk/opsluitranden. Hij stelt dat hij hen erop heeft gewezen dat op die manier het risico bestaat dat het kunstgras gaat opwaaien.
Keermuur, geen goede verbinding:
4.16.3.
[aannemer] stelt dat hij [opdrachtgevers] er op heeft gewezen dat, teneinde de keermuur fatsoenlijk te verbinden met de andere keermuur, deze deels zou moeten worden afgebroken om de verbindingen te kunnen maken. Dat wilden [opdrachtgevers] niet. [aannemer] heeft er toen voor gewaarschuwd dat als de keermuur niet fatsoenlijk zou worden ingebonden, deze als gevolg van de druk van de aan te vullen grond zou kunnen gaan overhellen. Dat risico hebben [opdrachtgevers] volgens [aannemer] op dat moment willens en wetens genomen.
4.17.
[opdrachtgevers] ontkennen dat de tegels ongeschikt waren voor terras 1 én dat [aannemer] hen vooraf gewaarschuwd heeft dat de tegels niet geschikt waren om te gebruiken voor terras 1. [aannemer] heeft zelf de keuze gemaakt voor de tegellijm. [opdrachtgevers] ontkennen verder dat [aannemer] hen gewaarschuwd heeft voor de wijze van positioneren van het kunstgras en voor het risico van het overhellen van de keermuur.
4.18.
Gelet op de betwisting van [opdrachtgevers] zal de rechtbank [aannemer] op de voet van artikel 150 Rv toelaten tot het bewijs van zijn stellingen dat:
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegels voor terras 1 niet geschikt zijn;
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegellijm voor terras 1 niet geschikt is;
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft voor de onjuiste wijze van positioneren van het kunstgras;
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat als de keermuur niet fatsoenlijk zou worden ingebonden, deze als gevolg van de druk van de aan te vullen grond zou kunnen gaan overhellen.
(c) Betwisting gebreken
4.19.
Ten aanzien van de volgende punten ontkent [aannemer] dat er sprake is van gebreken:
Terras 2:
4.19.1.
De deskundige meent dat er sprake is van een onthechting van de tegels, omdat
er holle klanken zijn waargenomen. Een holle klankkleur betekent volgens [aannemer] niet dat er sprake is van onthechting. De holle klankkleur wordt mede veroorzaakt door de holle ruimte in de voegmortel. [aannemer] wijst erop dat de tegels niet geheel vlak zijn en vanwege hun afmetingen feitelijk aan de onderzijde bol/hol staan. Een holle klankkleur is inherent aan dit type tegel en heeft niets te maken met de beweerdelijke onthechting. De tegels liggen inmiddels 3 à 4 jaren, en uit niets is gebleken dat ze loslaten. Van een onthechting is, de holle klankkleur ten spijt, geen sprake. [aannemer] heeft nota bene, toen [opdrachtgevers] klaagden over de holle klank en vreesden dat de tegels zouden onthechten, met een zuignap geprobeerd tegels los te trekken. Dat ging niet. [aannemer] heeft uiteindelijk, om aan te tonen dat de tegels vast lagen, twee hol klinkende tegels eruit gekapt. Die zaten muurvast. Dat de holle klankkleur en vermeende onthechting hun oorzaak zouden vinden in de verkeerde verwerking van de drainagemortel blijkt evenmin. Sterker nog, bij terras 3 is de drainagemortel op dezelfde wijze verwerkt en daar wordt een minimale holle klankkleur vastgesteld en concludeert de deskundige dat de tegels niet zijn onthecht. Indien er sprake zou zijn van een causaal verband tussen het verwerken van de drainagemortel en het vermeend onthechten van de tegels dan zou het voor de hand liggen dat bij beide terrassen dezelfde constateringen zouden worden gedaan. Dat de door [opdrachtgevers] geleverde voegmortel op een aantal plaatsen tussen de tegels loskomt, valt aan [aannemer] niet te verwijten en houdt mogelijk verband met het in gebruik nemen van het terras voordat het was ingevoegd. Het probleem is waarschijnlijk dat het terras met behulp van een hoge druk reiniger is/wordt schoongemaakt.
Terras 3:
4.19.2.
Ten aanzien van dit terras geldt hetzelfde als opgemerkt ten aanzien van terras 2, met dien verstande dat bij terras 3 geen onthechting van de tegels is vastgesteld. Dan rijst de vraag waarom er een schadepost is opgenomen voor het verwijderen en aanbrengen van nieuwe tegels. Het enig probleem is immers het voegwerk en daarvan is al opgemerkt dat de voegmortel door [opdrachtgevers] is geleverd. Daar heeft [aannemer] niets mee van doen gehad. Dat de voegmortel los komt, vindt volgens [aannemer] zijn oorzaak in het feit dat [opdrachtgevers] voor het reinigen van de tegels de hogedrukreiniger gebruiken. Dit ondanks dat zij gewaarschuwd zijn dat niet te doen. Volgens de deskundige zijn de onderlinge hoogteverschillen tussen de tegels op een aantal plaatsen buiten de norm. Dat is volgens [aannemer] een merkwaardig standpunt, aangezien er voor buitentegels helemaal geen vaste norm geldt.
Terras 5:
4.19.3.
Volgens de deskundige was bij dit terras op diverse plaatsen sprake van het ontbreken van een gedegen vulling. Dit komt volgens [aannemer] doordat [opdrachtgevers] met de hogedrukreiniger het straatwerk reinigen en daarbij het voegzand uit de voegen spuiten. De constatering van de deskundige, een ruime periode nadat het straatwerk is aangebracht, zegt niets over de wijze waarop hij het straatwerk heeft uitgevoerd. Na het leggen van het straatwerk is het volledige straatwerk ingeveegd met zand en is er ook zand op de bestrating achter gebleven, zodat dit kon inregenen en de eerste paar dagen ingeveegd kon worden, aldus [aannemer] .
Terras 7:
4.19.4.
Het straatwerk is na het leggen voorzien van een laagje voegzand dat ingeveegd moest worden. Als geruime tijd na het leggen van het straatwerk het voegzand uit de voegen is verdwenen, betekent dat niet dat het er niet is geweest. Bij het reinigen van het straatwerk bestaat altijd de mogelijkheid dat de voegen worden uitgespoten en dan is het noodzakelijk, en als regulier onderhoud aan te merken, dat er nieuw voegzand wordt aangebracht. Als [opdrachtgevers] nalaten fatsoenlijk onderhoud te plegen, valt dat niet aan hem te verwijten.
Terras 8:
4.19.5.
Ook ten aanzien van de entree veronderstelt de deskundige dat de holle klankkleur er op zou duiden dat de tegels zouden zijn onthecht. Dat de tegels daadwerkelijk zijn onthecht, blijkt tot op de dag van vandaag (bijna vier jaren na dato) nog niet. De tegels klinken hol, maar een daadwerkelijke onthechting is niet vastgesteld.
Oprit 9:
4.19.6.
De bestrating, wat daar verder ook van zij, ligt in het openbaar gebied. Zij kunnen volgens [aannemer] geen herstel vorderen, omdat de bestrating ligt op terrein van de gemeente Beekdaelen.
4.20.
De rechtbank zal eerst ingaan op oprit 9. Dat [opdrachtgevers] opdrachtgevers zijn van dit deel van het werk betwist [aannemer] niet, en het gestelde gebrek als zodanig ook niet. De rechtbank gaat daarvan dan ook uit. De rechtbank volgt [aannemer] daarom niet in zijn verweer dat er geen vorderingsrecht is, nog daargelaten dat [opdrachtgevers] onweersproken stellen dat zij de Gemeente toegezegd hebben dat zij voor herstel zullen zorgdragen.
4.21.
Ten aanzien van de andere punten, zoals genoemd hierboven, waarvan [aannemer] de bevindingen in het deskundigenrapport van ZNEB gemotiveerd heeft betwist, acht de rechtbank een onderzoek door een onafhankelijke deskundige noodzakelijk, die hierover een oordeel dient te geven. De beraming van de kosten van herstel van € 102.122,22 in het aanvullend rapport van ZNEB is door [aannemer] eveneens gemotiveerd betwist met eigen berekeningen. De deskundige zal daarom tevens worden gevraagd deze kosten te begroten.
4.22.
Voordat tot benoeming van een deskundige wordt overgegaan, zal [aannemer] eerst in de gelegenheid worden gesteld tot het leveren van het bewijs van de stelling dat hij vooraf heeft gewaarschuwd ten aanzien van de hiervoor besproken punten. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor uitlating, zoals hierna in het dictum te bepalen. Indien [aannemer] niet slaagt in het leveren van bewijs, zullen deze punten betrokken worden in de vraagstelling aan de deskundige.
4.23.
Hierop vooruitlopend zal de rechtbank een voorstel doen voor de aan de deskundige voor te leggen vragen en partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:
- het aantal, de persoon en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);
- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
4.24.
De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van bouwkunde en dat de volgende vragen moeten worden gesteld:
Stelt u ten aanzien van de terrassen (1,) 2, 3, 5, 7, en 8 vast dat er sprake is van gebreken?
Wat zijn de kosten van herstel voor zover er sprake is van gebreken aan voornoemde terrassen (1,) 2, 3, 5, 7, en 8?
Wat zijn de kosten van herstel van het gebrek aan oprit 9?
(Als na bewijslevering zou blijken dat er niet gewaarschuwd is:) wat zijn de kosten van herstel van het kunstgras (van terras 4), border 6 en de keermuur?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
4.25.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [opdrachtgevers] worden betaald. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
4.26.
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.
4.27.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
Wat is er al betaald en wat is de restantsom?
4.28.
Partijen voeren een discussie over de hoogte van de verschuldigde aanneemsom, het deel dat daarvan al is betaald en hoeveel onbetaald is gebleven. De aanneemsom bedroeg volgens de offerte van 21 september 2020 € 53.362,21.
Het standpunt van [aannemer]
4.29.
stelt dat de offerte tussentijds is aangepast, omdat er opdracht werd gegeven tot meerwerk en minderwerk, met als gevolg dat de uiteindelijke aanneemsom uitkwam op € 59.029,79. Daartoe verwijst hij naar een document met de titel “aangepaste offerte” gedateerd 5 juni 2022 en waarin naar zijn zeggen één ander aan [opdrachtgevers] inzichtelijk is gemaakt. Een kopie van dat document is als productie 11 bij CvA in het geding gebracht. Het betreft geen offerte, wel een overzicht/specificatie van de uiteindelijk uitgevoerde werkzaamheden, waarbij het meer- en minderwerk is verwerkt, aldus [aannemer] . Feit is dat er sprake is van meerwerk ten aanzien van de keermuur. Die is pas later onderdeel van de opdracht geworden. [aannemer] heeft in het kader van de keermuur overigens afgesproken dat hij alleen het materiaal en niet de manuren zou berekenen. [opdrachtgevers] wisten dan ook, en waren er op gewezen, dat de keermuur tot een verhoging van de aanneemsom zou leiden.
Het standpunt van [opdrachtgevers]
4.30.
betwisten dat er sprake is van meer- en minderwerk. De keermuur was volgens hen onderdeel van de Overeenkomst.
Het oordeel
4.31.
De stelling dat er sprake is van meer- en minderwerk is niet toereikend onderbouwd. [aannemer] heeft volstaan met een verwijzing naar productie 11, zonder daar een nadere toelichting bij te geven. Nu hij zelf heeft verklaard dat productie 11 geen aangepaste offerte betreft, had het op zijn weg gelegen om uit te leggen en te onderbouwen hoe daaruit blijkt wat meerwerk is en wat minderwerk is, wanneer het plaatsen van de keermuur tussen partijen is afgesproken, wat in dat kader is besproken over de prijs en waaruit blijkt dat het bedrag van € 59.029,79 de nieuwe aanneemsom was. Het is niet aan de rechtbank om uit productie 11 zelfstandig conclusies te trekken. Nu de rechtbank niet kan vaststellen dat er sprake is van meerwerk, zal zij uitgaan van de aanneemsom van € 53.362,21 die blijkt uit productie 2 bij dagvaarding.
4.32.
Partijen zijn er het over eens dat aan [opdrachtgevers] tussentijdse facturen zijn gezonden voor een totaalsom van € 39.320,43 inclusief BTW en dat dit bedrag door [opdrachtgevers] is betaald aan [aannemer] . Daarnaast is ter zitting door [aannemer] erkend dat [opdrachtgevers] € 1.320,- rechtstreeks hebben betaald aan JvE Bestrating. In totaal is door [opdrachtgevers] dus vanwege het opgedragen werk een bedrag van € 40.640,43 voldaan. Het verschil tussen € 53.362,21 en € 40.640,43 is € 12.721,78.
4.33.
Volgens [opdrachtgevers] strekt op het bedrag van € 12.721,78 nog in mindering het bedrag van € 1.017,08 vanwege te veel besteld materiaal. Zij stellen dat partijen hebben afgesproken dat [aannemer] het deel van het kunstgras dat over was, zou meenemen en verrekenen met de aanneemsom. De waaltjes die over waren, kon [aannemer] bij een derde partij gebruiken; hij zou ook die overnemen. Dit zouden partijen verrekenen. [aannemer] betwist nadrukkelijk dat een bedrag van € 1.107,78 zou worden gecrediteerd. De gestelde afspraken zijn volgens hem nimmer gemaakt. Wat betreft het kunstgras kan het zijn dat hij gezegd heeft dat àls hij het restantstuk elders kon gebruiken, hij het zou verrekenen. Maar hij heeft het nergens anders kunnen gebruiken.
4.34.
Gelet op de betwisting door [aannemer] zullen [opdrachtgevers] moeten bewijzen dat de door hen gestelde mondelinge afspraak is gemaakt op grond waarvan een bedrag van € 1.107,78 zou moeten worden gecrediteerd. Daartoe zullen zij in de gelegenheid worden gesteld. Indien zij hierin niet slagen, zal de rechtbank aannemen dat een bedrag van € 12.721,78 van de overeengekomen aanneemsom van € 53.362,21 niet is voldaan.
4.35.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in voorwaardelijke reconventie
4.36.
[aannemer] heeft in voorwaardelijke reconventie onder meer aangevoerd dat hij niet in verzuim is, dat er geen rechtsgeldige omzettingsverklaring is uitgebracht en dat het handelen van [opdrachtgevers] moet worden uitgelegd als een opzegging van de overeenkomst met als rechtsgevolg dat zij het restant van de aanneemsom moeten betalen. De rechtbank volgt [aannemer] niet in dat betoog. Hiervoor is in conventie immers geoordeeld dat er sprake is van verzuim aan de zijde van [aannemer] en van een rechtsgeldige omzettingsverklaring van [opdrachtgevers]
4.37.
Aan de vordering tot betaling van het restant van de aanneemsom komt de rechtbank slechts toe in het geval dat blijkt dat de vordering van [opdrachtgevers] in conventie minder is dan het restant van de aanneemsom bedraagt. In afwachting van de uitkomst van de procedure in conventie wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
5De beslissing
De rechtbank
in conventie
bewijslevering n.a.v. rov. 4.18 en 4.34
5.1.
laat [aannemer] toe te bewijzen dat hij:
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegels voor terras 1 niet geschikt zijn;
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegellijm voor terras 1 niet geschikt is;
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft voor de onjuiste wijze van positioneren van het kunstgras;
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat als de keermuur niet fatsoenlijk zou worden ingebonden, deze als gevolg van de druk van de aan te vullen grond zou kunnen gaan overhellen,
5.2.
laat [opdrachtgevers] toe te bewijzen dat partijen hebben afgesproken dat [aannemer] het deel van het kunstgras dat over was en de waaltjes die over waren, zou meenemen en verrekenen en in verband daarmee € 1.107,78 gecrediteerd moet worden,
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 oktober 2026 voor:
uitlating door [aannemer] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
uitlating door [opdrachtgevers] of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.4.
bepaalt dat,
- als [aannemer] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan (7 oktober 2026) direct in het geding moet brengen,
- als [opdrachtgevers] geen bewijs door het horen van getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, zij die stukken dan (7 oktober 2026) direct in het geding moeten brengen,
5.5.
bepaalt dat,
als [aannemer] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari 2026 tot en met juni 2026 dan (7 oktober 2026) direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
als [opdrachtgevers] getuigen willen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari 2026 tot en met juni 2026 dan (7 oktober 2026) direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.6.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Etman, in het gerechtsgebouw te Maastricht, Sint Annadal 1,
5.7.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
deskundigenbericht
5.8.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 oktober 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
5.9.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
overig
5.10.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.11.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op9 september 2026.
productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie (CvA)
productie 1 bij CvA
productie 1 bij CvA
productie 2 bij CvA
productie 3 bij dagvaarding
productie 3 bij CvA
productie 4 bij CvA
productie 5 bij CvA
productie 6 bij CvA
Productie 3 bij dagvaarding
productie 4 bij dagvaarding
producties 5 en 6 bij dagvaarding
productie 7 bij dagvaarding
productie 8 bij dagvaarding
productie 10 bij dagvaarding
productie 12 bij dagvaarding
Zie 2.1
Zie 2.1
Zie 2.2
Zie 2.4
Zie 2.4
Zie 2.5
Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/345431 / HA ZA 25-401
Vonnis van 9 september 2026
in de zaak van
1 [opdrachtgever 1] ,
2. [opdrachtgever 2],
beiden te [plaats 1] , gemeente Beekdaelen,
eisende partijen in conventie,
verwerende partijen in voorwaardelijke reconventie,
hierna samen te noemen: [opdrachtgevers] ,
advocaat: mr. L.R. van Dooren,
tegen
[aannemer]
, handelend onder de naam [handelsnaam] ,
te [plaats 2] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in voorwaardelijke reconventie,
hierna te noemen: [aannemer] ,
advocaat: mr. R.R.F.J. Palmen.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 13,
- de door [opdrachtgevers] overgelegde beslagstukken,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties 1 t/m 12,- de conclusie van antwoord in reconventie met producties 14 t/m 18,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling op 19 mei 2026,
- de zittingsaantekeningen van partijen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[aannemer] heeft een eenmanszaak in tuinaanleg en bestratingen. [opdrachtgevers] en [aannemer] hebben op basis van de door [aannemer] uitgebrachte offerte van 21 september 2020 een overeenkomst van aanneming van werk gesloten ten behoeve van de renovatie van de tuin van [opdrachtgevers] (hierna te noemen: de Overeenkomst).
2.2.
In december 2020 is [aannemer] aangevangen met het grondwerk. Dat heeft een aantal weken in beslag genomen. In april 2021 is een aanvang gemaakt met de feitelijke aanleg van de tuin. De keramische tegels van terras I, onder de overkapping bij de woning, zijn als eerste gelegd. In totaal zijn er drie terrassen aangelegd, is er kunstgras gelegd, straatwerk gelegd, een trap aangelegd en een tuinmuur geplaatst.
2.3.
Tijdens de werkzaamheden zijn door [aannemer] een aantal herstelwerkzaamheden uitgevoerd. De tegels van terras 1 zijn in 2021 tweemaal opnieuw gelegd, omdat deze niet goed bleken te hechten.
2.4.
Bij e-mail van 16 mei 2022 hebben [opdrachtgevers] het volgende geschreven:“Helaas ben je nog altijd niet alle verplichtingen uit onze overeenkomst nagekomen.
Er zijn nog een aantal punten niet hersteld of afgewerkt. En ook ben je nog altijd niet met een passende oplossing voor het terras gekomen.
Onderstaande punten zijn namelijk nog niet hersteld of afgewerkt:
- Invegen cq. verdelen zand op het kunstgras. Zoals eerder besproken zitten er bulten in het gras zowel aan de voor- als aan de achterkant omdat het zand niet goed verdeeld is. We hadden afgesproken dat je met een borstelmachine zou komen om het zand goed te verdelen. Daarbij waait het gras nog altijd op als het hard waait. De haringen die zijn gebruikt om het gras vast te zetten werken niet bij harde wind.
- Bestrating invegen en aftrillen. De bestrating voor het huis en aan de achterkant moet nog ingeveegd en afgetrild worden.
- Bestrating stoep cq. parkeerplaats. De bestrating van de stoep en de parkeerplaats is ook nog altijd niet ingeveegd en afgetrild. Jullie hebben dit opnieuw gelegd maar daarna niks meer aangedaan.
- Hol klinkende tegels zwembadterras. Ondanks dat jullie eind maart j.l. geweest zijn om een aantal tegels rondom het zwembad vast te leggen klinken er een aantal tegels wederom hol. Ook zijn er bij een aantal tegels de voegen los aan het laten. Daarnaast zijn er een aantal tegels niet opgepakt en vastgelegd ondanks dat deze wel hol klinken. Het feit dat deze hol klinken is een teken dat ze niet vast liggen en dat het dus een kwestie van tijd is dat ze helemaal los gaan liggen.
- Hol klinkende tegels entree trap. Ook bij de entree trap liggen er tegels los en klinken er tegels hol.
- Muur rondom woning. De muur die geplaatst is rondom de woning is aan de voorkant los aan het komen van de muur aan de zijkant. Dit was al minimaal in het begin maar het wordt nu wel steeds erger.
- Los liggende tegels terras onder de overkapping. Zoals afgesproken zou je met een oplossing komen voor het terras onder de overkapping. Het probleem is al bekend vanaf vorig jaar zomer. We hebben er meermaals over gesproken en ernaar gevraagd maar tot op heden is er nog geen concrete oplossing aangeboden.
Inmiddels zijn we bijna een jaar verder nadat de laatste werkzaamheden hebben plaats gevonden. Wij vragen jou om binnen 14 dagen met een passende oplossing te komen voor het terras en de bovenstaande punten af te komen werken. Volgens ons is 14 dagen redelijk. Door dit op tijd te doen voorkom je dat je in verzuim raakt. Ook voorkom je dat we verdere stappen gaan nemen. Deze mail geldt dus als een ingebrekestelling.
2.5.
[aannemer] heeft per e-mail van 25 mei 2022 gereageerd op de hiervoor genoemde klachten en daarbij aangegeven de klachten te zullen bekijken en waar nodig op te zullen lossen. Voorts heeft hij erkend:
“dat nog niet alles klaar is. Door de drukte en wachten op derden is er een behoorlijke vertraging in gekomen om de puntjes op de i te zetten bij sommige dingen en het grote probleem van het terras aan te pakken.”
Tevens schrijft hij:
“Wat betreft een datum zit ik met mijn handen in het haar. Grondwerk wat al gepland stond kan ik allemaal niet verplaatsen. Wel willen we in de week van 31 mei de aangegeven werkzaamheden die gelijk uitgevoerd kunnen worden (op maandag staan
er grondwerkzaamheden gepland) komen maken.”
2.6.
In hun reactie in een e-mail van 29 mei 2022 hebben [opdrachtgevers] ten aanzien van dit laatste geschreven:
“De aangegeven werkzaamheden uitvoeren komende week gaat helaas niet omdat de schilder op dit moment nog bezig is. In verband met het weer is hij nog niet klaar en kan hij nog niet aangegeven wanneer hij de werkzaamheden kan afronden. Omdat hij op dit moment nog op verschillende plekken rondom bezig is kunnen jullie hem niet in de weg gaan lopen.”
In die e-mail is tevens aangegeven dat zij een bedrijf – [bedrijf] – hebben ingeschakeld om de hol klinkende tegels bij zwembad en trap te beoordelen.
2.7.
De rechtsbijstandsverzekeraar van [aannemer] heef namens hem bij brief van 25 augustus 2022 op voormelde e-mail van [opdrachtgevers] gereageerd. Daarin is het standpunt ingenomen dat er sprake is van schuldeisersverzuim omdat [aannemer] niet tot het werk wordt toegelaten, nu er nog geen bericht is gekomen dat de schilder klaar is en/of een ander bericht waaruit blijkt dat [aannemer] de gebreken kan gaan herstellen. [aannemer] verneemt graag of hem de gelegenheid wordt gegeven om herstelwerkzaamheden uit te voeren.
2.8.
Bij brief van 1 september 2022 is door de rechtsbijstandsverzekeraar van [opdrachtgevers] gereageerd op voormelde brief. Daarbij is het rapport van de door hen ingeschakelde expert [bedrijf] van 20 juli 2022 overgelegd en is [aannemer] in gebreke gesteld en verzocht de in het rapport vermelde gebreken binnen vier weken te herstellen.
2.9.
Bij brief van 15 september 2022 is namens [aannemer] inhoudelijk gereageerd op de brief van 1 september 2022 en is aangegeven dat hij tot herstel wil overgaan.
2.10.
In een hierop volgende e-mail van 19 oktober 2022 is namens [opdrachtgevers] gereageerd. Daarbij is opgemerkt dat [opdrachtgevers] eerst een gedetailleerd plan van aanpak van de herstelwerkzaamheden willen ontvangen en een concrete planning van de uit te voeren werkzaamheden. Ten aanzien van het terras onder de overkapping willen zij een concrete oplossing.
2.11.
Namens [aannemer] is gereageerd bij e-mail van 26 oktober 2022 en is beschreven welke herstelwerkzaamheden hij wil uitvoeren. Ten aanzien van de planning heeft hij kenbaar gemaakt dat hij zich vanaf 21 november 2022 kan vrijmaken voor de bestrating, het kunstgras en het herstel van de tegels rondom het zwembad. Ten aanzien van het terras onder de overkapping dienen [opdrachtgevers] eerst hun voorkeuren aan te gegeven (maat regels, voegen etc.) en dienen duidelijke afspraken te worden gemaakt. Pas daarna kan een derde partij langskomen en een datum plannen met hen om het terras te leggen. Op 21 november 2022 is een herinnering verstuurd namens [aannemer] .
2.12.
Een reactie van [opdrachtgevers] is op 5 december 2022 gekomen. Daarin hebben zij gereageerd op de voorgestelde herstelwerkzaamheden en zich ten aanzien van een aantal voorstellen akkoord verklaard. Zij hebben betwist in schuldeisersverzuim te verkeren en verwezen naar hun ingebrekestelling van mei van dat jaar.
2.13.
Bij brief van 11 juli 2023 hebben [opdrachtgevers] [aannemer] in gebreke gesteld en gesommeerd voor november tot herstel over te gaan. Op 2 augustus 2023 en 11 september 2023 is gerappelleerd en op 6 oktober 2023 is [aannemer] nogmaals in de gelegenheid gesteld om de vereiste herstelwerkzaamheden uit te voeren voor 12 november 2023. De vordering tot herstel is bij e-mail van 16 november 2023 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
2.14.
[aannemer] heeft per e-mailbericht van 8 december 2023 een beroep gedaan op overmacht en gesteld dat herstel binnen de gestelde termijn niet mogelijk was, hetgeen [opdrachtgevers] vervolgens bij e-mailbericht d.d. 1 januari 2024 hebben betwist. In die e-mail is vermeld dat zij een expert hebben ingeschakeld om de schade/herstelwerkzaamheden in kaart te brengen.
2.15.
De door [opdrachtgevers] ingeschakelde expert ZNEB heeft het werk van [aannemer] op 6 februari 2024 onderzocht. ZNEB heeft in een rapport van 2 juli 2024 (hierna: Rapportage 1) geconcludeerd dat de door [aannemer] uitgevoerde werkzaamheden op nader genoemde onderdelen niet voldoen aan de eisen van goed en deugdelijk werk. De herstelkosten zijn door ZNEB begroot op € 51.810,00 inclusief btw.
2.16.
[aannemer] is op 18 september 2024 door [opdrachtgever 1] verzocht en gesommeerd om € 83.237,87 te voldoen aan herstelkosten vermeerderd met expertisekosten minus het restant van de aanneemsom.
2.17.
Op verzoek van [opdrachtgevers] heeft ZNEB op 3 april 2025 (hierna te noemen: Rapportage 2) een aanvulling op Rapportage 1 uitgebracht met betrekking tot de door haar daarin niet opgenomen, maar bij het onderzoek op 4 februari 2024 wel al geconstateerde gebreken/schades aan de keerwand rondom de tuin. Tevens heeft zij de diverse hersteloffertes die [opdrachtgevers] heeft ontvangen van [bedrijf] en [hoveniersbedrijf] . en [bouwbedrijf] (hierna: “ [bouwbedrijf] ”) beoordeeld. ZNEB heeft geconcludeerd dat de offertes van [bouwbedrijf] voor een totaalbedrag van € 102.122,22 inclusief btw en opslagen redelijk en toepasbaar zijn in het kader van de in Rapportage 1 en Rapportage 2 beschreven herstelwerkzaamheden.
2.18.
Bij brief d.d. 19 augustus 2025 is [aannemer] hiervan in kennis gesteld en is betaling gevorderd van € 94.014,20. Dat betreft de herstelkosten vermeerderd met expertisekosten minus het restant van de aanneemsom.
3Het geschil
in conventie
3.1.
[opdrachtgevers] vorderen dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Primair:
(1) [aannemer] veroordeelt om aan [opdrachtgevers] binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis te betalen € 90.418,22, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening;
Subsidiair:
(2) [aannemer] veroordeelt om binnen zeven dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis alsnog zijn verplichtingen uit hoofde van de Overeenkomst naar behoren na te komen en over te gaan tot het verrichten van de noodzakelijke werkzaamheden in het kader van herstel en afronding van het werk, een en ander zoals uiteengezet in Rapportage 1 en Rapportage 2 van ZNEB;
(3) [aannemer] veroordeelt om het werk binnen een maand na betekening van het in dezen te wijzen vonnis op te leveren aan [opdrachtgever 1] , zulks overeenkomstig de eisen van goed en deugdelijk werk en conform de inhoud van de Overeenkomst;
(4) bepaalt dat een en ander als hiervoor gevorderd uiterlijk binnen twee maanden na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, althans binnen een termijn als de rechtbank in goede justitie meent te moeten vaststellen, dient te worden uitgevoerd door [aannemer] , zulks op straffe van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag dat [aannemer] hiermee in gebreke blijft, tot een maximum van € 100.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen dwangsom en/of maximum.
Primair en subsidiair:
(5) [aannemer] veroordeelt tot betaling van de expertisekosten van € 3.595,98, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
(6) [aannemer] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten van € 2.075,32, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, een en ander binnen twee dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
(7) [aannemer] veroordeelt in de kosten van de onderhavige procedure, zulks te
vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag te rekenen vanaf de
datum van het in dezen te wijzen vonnis ingeval [aannemer] niet vrijwillig voldoet aan
de onderhavige veroordeling;
(8) [aannemer] veroordeelt in de nakosten, zulks te vermeerderen met de wettelijke rente
vanaf de vijftiende dag te rekenen vanaf de datum van het in dezen te wijzen vonnis
ingeval [aannemer] niet vrijwillig voldoet aan de onderhavige veroordeling;
(9) [aannemer] veroordeelt in de kosten van de gelegde conservatoire beslagen.
3.2.
[aannemer] voert verweer.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in voorwaardelijke reconventie
3.4.
[aannemer] stelt dat, indien zijn verweer in conventie slaagt, [opdrachtgevers] nog € 19.709,36 van de aanneemsom aan hem verschuldigd zijn. [aannemer] vordert daarom dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
(1) [opdrachtgevers] veroordeelt om aan [aannemer] te voldoen € 19.709,36, althans het eventuele surplus na verrekening met een in conventie aan [opdrachtgever 1] toe te wijzen vordering, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf heden tot aan de dag der algehele voldoening,(2) [opdrachtgevers] veroordeelt in de kosten van het geding in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten, te berekenen vanaf vijf dagen na het in dezen te wijzen vonnis.
3.5.
[opdrachtgevers] voeren verweer.
3.6.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
in conventie en in voorwaardelijke reconventie
De zaak in het kort
4.1.
Partijen verschillen van mening of [aannemer] zijn werkzaamheden in de tuin van [opdrachtgevers] goed uitgevoerd heeft. In conventie moet beoordeeld worden of [aannemer] herstelkosten en bijkomende kosten verschuldigd is aan [opdrachtgevers] In voorwaardelijke reconventie ligt de vraag voor of [opdrachtgevers] aan [aannemer] nog een deel van de aanneemsom moeten betalen.
in conventie
Tekortkoming – verzuim
Het standpunt van [opdrachtgevers]
4.2.
leggen aan aan hun vorderingen ten grondslag dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de aannemingsovereenkomst die met [aannemer] is gesloten, omdat het werk zeer gebrekkig en onvolledig is uitgevoerd. Ter onderbouwing verwijzen zij naar de bevindingen in de rapporten van ZNEB. Verder stellen zij dat het verzuim is ingetreden vanaf 12 november 2023, omdat er door hen diverse ingebrekestellingen zijn uitgebracht, maar tijdig en deugdelijk herstel is uitgebleven. Daarom hebben zij hun vordering tot herstel op 16 november 2023 omgezet in een vordering tot vervangende schadevergoeding.
Het standpunt van [aannemer]
4.3.
stelt zich op het standpunt dat [opdrachtgevers] te vroeg hebben geklaagd over gebreken. Zij hadden moeten wachten totdat de oplevering had plaatsgevonden. [aannemer] betwist dat er verzuim is ingetreden. Hij is van mening dat er geen geldige omzettingsverklaring is uitgebracht. Volgens [aannemer] is er sprake is van schuldeisersverzuim aan de zijde van [opdrachtgevers] , omdat zij [aannemer] niet hebben toegelaten tot het werk.
Het oordeel
4.4.
Tussen partijen is een overeenkomst van aanneming van werk gesloten. Bij het aangaan van die overeenkomst is geen termijn voor de oplevering bepaald. In het geval dat er in de overeenkomst van aanneming van werk geen termijn is bepaald, kan op grond van 6:38 BW terstond nakoming worden gevorderd. Aan degene die de prestatie moet leveren, moet daarbij zoveel tijd worden gelaten als deze redelijkerwijs voor het verrichten daarvan nodig heeft.
Redelijke termijn
4.5.
De rechtbank zal hieronder beoordelen of [opdrachtgevers] aan [aannemer] een redelijke termijn gegund hebben om het aangenomen werk te verrichten en op te leveren.
4.6.
De Overeenkomst tussen partijen is gesloten op 21 september 2020. In december 2020 is gestart met het grondwerk, waarna vervolgens in april 2021 is gestart met de aanleg van de drie terrassen, het kunstgras, de bestrating en de aanleg van de trap en de tuinmuur. Tussentijds, in de zomer van 2021, hebben [opdrachtgevers] melding gemaakt van het loslaten van de tegels van het terras onder de overkapping, dat als eerste was aangelegd. Dit blijkt uit de e-mail van 16 mei 2022. Tussen partijen staat niet ter discussie dat [aannemer] heeft geprobeerd dit op te lossen, maar dat in december 2021 de tegels opnieuw loslieten. In diezelfde e-mail van 16 mei 2022 stellen [opdrachtgevers] aan de orde dat, ondanks dat bijna een jaar is verstreken sinds de laatste werkzaamheden hebben plaatsgevonden, niet alle verplichtingen uit de overeenkomst zijn nagekomen. Daarbij maken zij een opsomming van alle punten die op dat moment nog niet hersteld of afgewerkt zijn. In zijn reactie van 25 mei 2022 erkent [aannemer] dat het werk nog niet helemaal klaar is en dat het probleem met het terras onder de overkapping aangepakt moet worden. Hieruit blijkt dat, ondanks dat [aannemer] inmiddels meer dan een jaar aan het werk is, het werk nog niet gereed is voor oplevering. Gelet op dit lange tijdsverloop kan [aannemer] zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid niet er op beroepen dat [opdrachtgevers] niet mochten klagen, omdat er nog niet was opgeleverd.
4.7.
[opdrachtgevers] mochten gezien dat tijdsverloop aan [aannemer] in hun e-mail van 16 mei 2022 een redelijk termijn stellen om na te komen en tot een moment van oplevering te komen. De in die e-mail geven termijn van veertien dagen om met een passende oplossing te komen voor het terras en de genoemde punten, acht de rechtbank redelijk.
(Schuldeisers)verzuim
4.8.
De rechtbank verwerpt het verweer van [aannemer] dat hij niet in verzuim is, omdat hij niet is toegelaten tot het werk en [opdrachtgevers] daarom in schuldeisersverzuim verkeren.
4.9.
[aannemer] baseert zijn standpunt op de reactie van [opdrachtgevers] in de e-mail van 29 mei 2022. Uit die e-mail blijkt dat bij [opdrachtgevers] de voorgestelde datum niet schikte, omdat er op dat moment schilders bezig waren. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank niet van een absolute weigering. Het bericht duidt er op dat men op zoek moet naar een nieuwe datum die past voor beide partijen. De rechtbank is daarom van oordeel dat de e-mail van 16 mei 2022 een in gebreke stellende functie heeft gehad. Op 1 september 2022 is nog een ingebrekestelling gestuurd, waarbij het rapport van [bedrijf] is gevoegd om voor [aannemer] inzichtelijk te maken waar volgens [opdrachtgevers] de problemen zitten. De eerder in de e-mail van 16 mei 2022 genoemde punten blijven terugkomen, ook in latere ingebrekestellingen. Daaruit blijkt dat het oorspronkelijk ingetreden verzuim als het ware blijft voortduren, ondanks dat [aannemer] wel tussentijds geprobeerd heeft tot herstel over te gaan. Gelet hierop slaagt het verweer dat [aannemer] nooit in verzuim is geraakt, niet.
4.10.
Ook het verweer van [aannemer] dat aan de brieven van 11 juli 2023 en volgende geen in gebreke stellende werking kan worden ontleend, omdat de gebreken in die brieven niet concreet zijn omschreven, slaagt niet. Dat de gebreken niet concreet zijn omschreven, is niet juist, want bij de brief van 1 september 2022 is het rapport van [bedrijf] gevoegd en daarin zijn de gebreken beschreven.
4.11.
De slotsom is dat er geen sprake is van schuldeisersverzuim van [opdrachtgevers] , dat er sprake is van verzuim van [aannemer] en dat er een rechtsgeldige omzettingsverklaring is uitgebracht.
Gebreken
4.12.
Het betoog dat [aannemer] heeft gevoerd tegen de door [opdrachtgevers] gestelde gebreken zijn te onderscheiden in drie categorieën. Deels (a) stelt hij dat bepaald herstelwerk niet gereed is gekomen, omdat hij niet meer tot het werk is toegelaten, deels
(b) stelt [aannemer] dat er problemen zijn die hem niet zijn aan te rekenen, omdat hij vooraf gewaarschuwd heeft, en deels (c) betwist [aannemer] dat er sprake is van gebreken.
4.13.
De rechtbank zal deze verweren hierna per categorie bespreken, waarbij de omschrijvingen zoals gebruikt in de rapporten van ZNEB, aangehouden zullen worden.
(a) Het herstelwerk was nog niet klaar, omdat [aannemer] niet is toegelaten tot het werk
4.14.
[aannemer] is van mening dat de volgende punten geen gebrek zijn, aangezien hij niet de kans heeft gehad het werk af te maken:
Terras 1
4.14.1.
De tegels zijn verwijderd en in opdracht van [aannemer] is door een onderaannemer een nieuwe betonnen vloer gestort in oktober 2023. Die moest voldoende droog zijn om de tegels fatsoenlijk en deugdelijk te verlijmen. Die tegels konden in november 2023 nog niet worden gelegd, omdat de vloer na het storten nog te vochtig was.
Terras 5
4.14.2.
Het straatwerk was nog niet geheel gereed en had nog afgetrild moeten worden. Het
aftrillen is bij straatwerk het laatste werk en zover was [aannemer] nog niet.
Border 6
4.14.3.
Ten aanzien van de border stelt de deskundige vast dat de blokken los van elkaar
liggen en niet gedegen zijn gefixeerd. Dat klopt, maar dat waren ze oorspronkelijk wel. In het kader van de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan het tegelwerk bij terras I
zijn de blokken noodzakelijkerwijze losgewrikt. Dat betekent niet dat er sprake is van een gebrek in de verwerking van deze betonblokken. [aannemer] was met herstelwerkzaamheden doende en hij heeft uiteindelijk de kans niet gekregen om die werkzaamheden af te ronden.
Terras 7
4.14.4.
Er ontbraken een paar klinkers, maar dat is geen gebrek aangezien deze klinkers waren verwijderd in verband met de herstelwerkzaamheden aan het terras. [aannemer] heeft de kans niet gekregen om die herstelwerkzaamheden uit te voeren. Dat er nog sprake was van onderlinge hoogteverschillen houdt ermee verband dat de aftrilwerkzaamheden nog niet waren uitgevoerd.
4.15.
Eerder in dit vonnis heeft de rechtbank overwogen dat [aannemer] in verzuim is geraakt met het (tijdig) uitvoeren van de werkzaamheden. De onder (a) genoemde werkzaamheden die nog niet klaar zijn, zijn daarom als gebrekkig aan te merken.
(b) [aannemer] heeft vooraf gewaarschuwd
4.16.
[aannemer] is van mening dat de volgende punten niet als gebreken aangemerkt kunnen worden, omdat hij [opdrachtgevers] gewaarschuwd heeft, voordat hij de werkzaamheden verricht heeft:
Terras 1, gebruik van de verkeerde tegel:
4.16.1.
Dat de eerder gelegde tegels niet hechtten, lag volgens [aannemer] aan de tegels die [opdrachtgevers] zelf hebben aangeleverd. Deze tegels hadden zij in hun woonkamer gebruikt. [aannemer] heeft vooraf gewaarschuwd dat die tegels niet geschikt zijn voor het leggen van een buitenterras, omdat ze daarvoor niet dik genoeg zijn. De gebruikte tegellijm is door [opdrachtgevers] geleverd. [aannemer] stelt dat hij ook vooraf gemeld heeft dat die tegellijm niet geschikt is.
Kunstgras, te hoog gelegd:
4.16.2.
Het is juist dat het kunstgras nabij de opsluitranden boven de opsluitrand uit
steekt, aldus [aannemer] . [aannemer] is bekend met de verwerkingsvoorschriften en met het feit dat het kunstgras 15 mm lager zou moeten liggen dan de bovenkant van het straatwerk/opsluitrand. Hij voert aan dat [opdrachtgevers] dat niet wilden en zij hem hebben opgedragen het kunstgras aan te brengen op de hoogte zoals het nu ligt. De reden daarvan was dat [opdrachtgevers] wilden voorkomen dat de kinderen struikelden over de hoge rand van het straatwerk/opsluitranden. Hij stelt dat hij hen erop heeft gewezen dat op die manier het risico bestaat dat het kunstgras gaat opwaaien.
Keermuur, geen goede verbinding:
4.16.3.
[aannemer] stelt dat hij [opdrachtgevers] er op heeft gewezen dat, teneinde de keermuur fatsoenlijk te verbinden met de andere keermuur, deze deels zou moeten worden afgebroken om de verbindingen te kunnen maken. Dat wilden [opdrachtgevers] niet. [aannemer] heeft er toen voor gewaarschuwd dat als de keermuur niet fatsoenlijk zou worden ingebonden, deze als gevolg van de druk van de aan te vullen grond zou kunnen gaan overhellen. Dat risico hebben [opdrachtgevers] volgens [aannemer] op dat moment willens en wetens genomen.
4.17.
[opdrachtgevers] ontkennen dat de tegels ongeschikt waren voor terras 1 én dat [aannemer] hen vooraf gewaarschuwd heeft dat de tegels niet geschikt waren om te gebruiken voor terras 1. [aannemer] heeft zelf de keuze gemaakt voor de tegellijm. [opdrachtgevers] ontkennen verder dat [aannemer] hen gewaarschuwd heeft voor de wijze van positioneren van het kunstgras en voor het risico van het overhellen van de keermuur.
4.18.
Gelet op de betwisting van [opdrachtgevers] zal de rechtbank [aannemer] op de voet van artikel 150 Rv toelaten tot het bewijs van zijn stellingen dat:
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegels voor terras 1 niet geschikt zijn;
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegellijm voor terras 1 niet geschikt is;
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft voor de onjuiste wijze van positioneren van het kunstgras;
hij [opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat als de keermuur niet fatsoenlijk zou worden ingebonden, deze als gevolg van de druk van de aan te vullen grond zou kunnen gaan overhellen.
(c) Betwisting gebreken
4.19.
Ten aanzien van de volgende punten ontkent [aannemer] dat er sprake is van gebreken:
Terras 2:
4.19.1.
De deskundige meent dat er sprake is van een onthechting van de tegels, omdat
er holle klanken zijn waargenomen. Een holle klankkleur betekent volgens [aannemer] niet dat er sprake is van onthechting. De holle klankkleur wordt mede veroorzaakt door de holle ruimte in de voegmortel. [aannemer] wijst erop dat de tegels niet geheel vlak zijn en vanwege hun afmetingen feitelijk aan de onderzijde bol/hol staan. Een holle klankkleur is inherent aan dit type tegel en heeft niets te maken met de beweerdelijke onthechting. De tegels liggen inmiddels 3 à 4 jaren, en uit niets is gebleken dat ze loslaten. Van een onthechting is, de holle klankkleur ten spijt, geen sprake. [aannemer] heeft nota bene, toen [opdrachtgevers] klaagden over de holle klank en vreesden dat de tegels zouden onthechten, met een zuignap geprobeerd tegels los te trekken. Dat ging niet. [aannemer] heeft uiteindelijk, om aan te tonen dat de tegels vast lagen, twee hol klinkende tegels eruit gekapt. Die zaten muurvast. Dat de holle klankkleur en vermeende onthechting hun oorzaak zouden vinden in de verkeerde verwerking van de drainagemortel blijkt evenmin. Sterker nog, bij terras 3 is de drainagemortel op dezelfde wijze verwerkt en daar wordt een minimale holle klankkleur vastgesteld en concludeert de deskundige dat de tegels niet zijn onthecht. Indien er sprake zou zijn van een causaal verband tussen het verwerken van de drainagemortel en het vermeend onthechten van de tegels dan zou het voor de hand liggen dat bij beide terrassen dezelfde constateringen zouden worden gedaan. Dat de door [opdrachtgevers] geleverde voegmortel op een aantal plaatsen tussen de tegels loskomt, valt aan [aannemer] niet te verwijten en houdt mogelijk verband met het in gebruik nemen van het terras voordat het was ingevoegd. Het probleem is waarschijnlijk dat het terras met behulp van een hoge druk reiniger is/wordt schoongemaakt.
Terras 3:
4.19.2.
Ten aanzien van dit terras geldt hetzelfde als opgemerkt ten aanzien van terras 2, met dien verstande dat bij terras 3 geen onthechting van de tegels is vastgesteld. Dan rijst de vraag waarom er een schadepost is opgenomen voor het verwijderen en aanbrengen van nieuwe tegels. Het enig probleem is immers het voegwerk en daarvan is al opgemerkt dat de voegmortel door [opdrachtgevers] is geleverd. Daar heeft [aannemer] niets mee van doen gehad. Dat de voegmortel los komt, vindt volgens [aannemer] zijn oorzaak in het feit dat [opdrachtgevers] voor het reinigen van de tegels de hogedrukreiniger gebruiken. Dit ondanks dat zij gewaarschuwd zijn dat niet te doen. Volgens de deskundige zijn de onderlinge hoogteverschillen tussen de tegels op een aantal plaatsen buiten de norm. Dat is volgens [aannemer] een merkwaardig standpunt, aangezien er voor buitentegels helemaal geen vaste norm geldt.
Terras 5:
4.19.3.
Volgens de deskundige was bij dit terras op diverse plaatsen sprake van het ontbreken van een gedegen vulling. Dit komt volgens [aannemer] doordat [opdrachtgevers] met de hogedrukreiniger het straatwerk reinigen en daarbij het voegzand uit de voegen spuiten. De constatering van de deskundige, een ruime periode nadat het straatwerk is aangebracht, zegt niets over de wijze waarop hij het straatwerk heeft uitgevoerd. Na het leggen van het straatwerk is het volledige straatwerk ingeveegd met zand en is er ook zand op de bestrating achter gebleven, zodat dit kon inregenen en de eerste paar dagen ingeveegd kon worden, aldus [aannemer] .
Terras 7:
4.19.4.
Het straatwerk is na het leggen voorzien van een laagje voegzand dat ingeveegd moest worden. Als geruime tijd na het leggen van het straatwerk het voegzand uit de voegen is verdwenen, betekent dat niet dat het er niet is geweest. Bij het reinigen van het straatwerk bestaat altijd de mogelijkheid dat de voegen worden uitgespoten en dan is het noodzakelijk, en als regulier onderhoud aan te merken, dat er nieuw voegzand wordt aangebracht. Als [opdrachtgevers] nalaten fatsoenlijk onderhoud te plegen, valt dat niet aan hem te verwijten.
Terras 8:
4.19.5.
Ook ten aanzien van de entree veronderstelt de deskundige dat de holle klankkleur er op zou duiden dat de tegels zouden zijn onthecht. Dat de tegels daadwerkelijk zijn onthecht, blijkt tot op de dag van vandaag (bijna vier jaren na dato) nog niet. De tegels klinken hol, maar een daadwerkelijke onthechting is niet vastgesteld.
Oprit 9:
4.19.6.
De bestrating, wat daar verder ook van zij, ligt in het openbaar gebied. Zij kunnen volgens [aannemer] geen herstel vorderen, omdat de bestrating ligt op terrein van de gemeente Beekdaelen.
4.20.
De rechtbank zal eerst ingaan op oprit 9. Dat [opdrachtgevers] opdrachtgevers zijn van dit deel van het werk betwist [aannemer] niet, en het gestelde gebrek als zodanig ook niet. De rechtbank gaat daarvan dan ook uit. De rechtbank volgt [aannemer] daarom niet in zijn verweer dat er geen vorderingsrecht is, nog daargelaten dat [opdrachtgevers] onweersproken stellen dat zij de Gemeente toegezegd hebben dat zij voor herstel zullen zorgdragen.
4.21.
Ten aanzien van de andere punten, zoals genoemd hierboven, waarvan [aannemer] de bevindingen in het deskundigenrapport van ZNEB gemotiveerd heeft betwist, acht de rechtbank een onderzoek door een onafhankelijke deskundige noodzakelijk, die hierover een oordeel dient te geven. De beraming van de kosten van herstel van € 102.122,22 in het aanvullend rapport van ZNEB is door [aannemer] eveneens gemotiveerd betwist met eigen berekeningen. De deskundige zal daarom tevens worden gevraagd deze kosten te begroten.
4.22.
Voordat tot benoeming van een deskundige wordt overgegaan, zal [aannemer] eerst in de gelegenheid worden gesteld tot het leveren van het bewijs van de stelling dat hij vooraf heeft gewaarschuwd ten aanzien van de hiervoor besproken punten. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol voor uitlating, zoals hierna in het dictum te bepalen. Indien [aannemer] niet slaagt in het leveren van bewijs, zullen deze punten betrokken worden in de vraagstelling aan de deskundige.
4.23.
Hierop vooruitlopend zal de rechtbank een voorstel doen voor de aan de deskundige voor te leggen vragen en partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:
- het aantal, de persoon en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);
- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.
4.24.
De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van bouwkunde en dat de volgende vragen moeten worden gesteld:
Stelt u ten aanzien van de terrassen (1,) 2, 3, 5, 7, en 8 vast dat er sprake is van gebreken?
Wat zijn de kosten van herstel voor zover er sprake is van gebreken aan voornoemde terrassen (1,) 2, 3, 5, 7, en 8?
Wat zijn de kosten van herstel van het gebrek aan oprit 9?
(Als na bewijslevering zou blijken dat er niet gewaarschuwd is:) wat zijn de kosten van herstel van het kunstgras (van terras 4), border 6 en de keermuur?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
4.25.
De rechtbank ziet geen aanleiding om af te wijken van het uitgangspunt in de wet dat het voorschot op de kosten van de deskundige(n) door de eisende partij moet worden betaald. Dit voorschot moet daarom door [opdrachtgevers] worden betaald. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.
4.26.
De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.
4.27.
De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen, zodat partijen zich hierover bij akte kunnen uitlaten. Partijen moeten de concept-akte uiterlijk een week vóór de roldatum naar elkaar toesturen, zodat zij in hun definitieve akte op de akte van de wederpartij kunnen reageren.
Wat is er al betaald en wat is de restantsom?
4.28.
Partijen voeren een discussie over de hoogte van de verschuldigde aanneemsom, het deel dat daarvan al is betaald en hoeveel onbetaald is gebleven. De aanneemsom bedroeg volgens de offerte van 21 september 2020 € 53.362,21.
Het standpunt van [aannemer]
4.29.
stelt dat de offerte tussentijds is aangepast, omdat er opdracht werd gegeven tot meerwerk en minderwerk, met als gevolg dat de uiteindelijke aanneemsom uitkwam op € 59.029,79. Daartoe verwijst hij naar een document met de titel “aangepaste offerte” gedateerd 5 juni 2022 en waarin naar zijn zeggen één ander aan [opdrachtgevers] inzichtelijk is gemaakt. Een kopie van dat document is als productie 11 bij CvA in het geding gebracht. Het betreft geen offerte, wel een overzicht/specificatie van de uiteindelijk uitgevoerde werkzaamheden, waarbij het meer- en minderwerk is verwerkt, aldus [aannemer] . Feit is dat er sprake is van meerwerk ten aanzien van de keermuur. Die is pas later onderdeel van de opdracht geworden. [aannemer] heeft in het kader van de keermuur overigens afgesproken dat hij alleen het materiaal en niet de manuren zou berekenen. [opdrachtgevers] wisten dan ook, en waren er op gewezen, dat de keermuur tot een verhoging van de aanneemsom zou leiden.
Het standpunt van [opdrachtgevers]
4.30.
betwisten dat er sprake is van meer- en minderwerk. De keermuur was volgens hen onderdeel van de Overeenkomst.
Het oordeel
4.31.
De stelling dat er sprake is van meer- en minderwerk is niet toereikend onderbouwd. [aannemer] heeft volstaan met een verwijzing naar productie 11, zonder daar een nadere toelichting bij te geven. Nu hij zelf heeft verklaard dat productie 11 geen aangepaste offerte betreft, had het op zijn weg gelegen om uit te leggen en te onderbouwen hoe daaruit blijkt wat meerwerk is en wat minderwerk is, wanneer het plaatsen van de keermuur tussen partijen is afgesproken, wat in dat kader is besproken over de prijs en waaruit blijkt dat het bedrag van € 59.029,79 de nieuwe aanneemsom was. Het is niet aan de rechtbank om uit productie 11 zelfstandig conclusies te trekken. Nu de rechtbank niet kan vaststellen dat er sprake is van meerwerk, zal zij uitgaan van de aanneemsom van € 53.362,21 die blijkt uit productie 2 bij dagvaarding.
4.32.
Partijen zijn er het over eens dat aan [opdrachtgevers] tussentijdse facturen zijn gezonden voor een totaalsom van € 39.320,43 inclusief BTW en dat dit bedrag door [opdrachtgevers] is betaald aan [aannemer] . Daarnaast is ter zitting door [aannemer] erkend dat [opdrachtgevers] € 1.320,- rechtstreeks hebben betaald aan JvE Bestrating. In totaal is door [opdrachtgevers] dus vanwege het opgedragen werk een bedrag van € 40.640,43 voldaan. Het verschil tussen € 53.362,21 en € 40.640,43 is € 12.721,78.
4.33.
Volgens [opdrachtgevers] strekt op het bedrag van € 12.721,78 nog in mindering het bedrag van € 1.017,08 vanwege te veel besteld materiaal. Zij stellen dat partijen hebben afgesproken dat [aannemer] het deel van het kunstgras dat over was, zou meenemen en verrekenen met de aanneemsom. De waaltjes die over waren, kon [aannemer] bij een derde partij gebruiken; hij zou ook die overnemen. Dit zouden partijen verrekenen. [aannemer] betwist nadrukkelijk dat een bedrag van € 1.107,78 zou worden gecrediteerd. De gestelde afspraken zijn volgens hem nimmer gemaakt. Wat betreft het kunstgras kan het zijn dat hij gezegd heeft dat àls hij het restantstuk elders kon gebruiken, hij het zou verrekenen. Maar hij heeft het nergens anders kunnen gebruiken.
4.34.
Gelet op de betwisting door [aannemer] zullen [opdrachtgevers] moeten bewijzen dat de door hen gestelde mondelinge afspraak is gemaakt op grond waarvan een bedrag van € 1.107,78 zou moeten worden gecrediteerd. Daartoe zullen zij in de gelegenheid worden gesteld. Indien zij hierin niet slagen, zal de rechtbank aannemen dat een bedrag van € 12.721,78 van de overeengekomen aanneemsom van € 53.362,21 niet is voldaan.
4.35.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
in voorwaardelijke reconventie
4.36.
[aannemer] heeft in voorwaardelijke reconventie onder meer aangevoerd dat hij niet in verzuim is, dat er geen rechtsgeldige omzettingsverklaring is uitgebracht en dat het handelen van [opdrachtgevers] moet worden uitgelegd als een opzegging van de overeenkomst met als rechtsgevolg dat zij het restant van de aanneemsom moeten betalen. De rechtbank volgt [aannemer] niet in dat betoog. Hiervoor is in conventie immers geoordeeld dat er sprake is van verzuim aan de zijde van [aannemer] en van een rechtsgeldige omzettingsverklaring van [opdrachtgevers]
4.37.
Aan de vordering tot betaling van het restant van de aanneemsom komt de rechtbank slechts toe in het geval dat blijkt dat de vordering van [opdrachtgevers] in conventie minder is dan het restant van de aanneemsom bedraagt. In afwachting van de uitkomst van de procedure in conventie wordt iedere verdere beslissing aangehouden.
5De beslissing
De rechtbank
in conventie
bewijslevering n.a.v. rov. 4.18 en 4.34
5.1.
laat [aannemer] toe te bewijzen dat hij:
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegels voor terras 1 niet geschikt zijn;
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat de door [opdrachtgevers] gekozen tegellijm voor terras 1 niet geschikt is;
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft voor de onjuiste wijze van positioneren van het kunstgras;
[opdrachtgevers] voor de uitvoering van het werk gewaarschuwd heeft dat als de keermuur niet fatsoenlijk zou worden ingebonden, deze als gevolg van de druk van de aan te vullen grond zou kunnen gaan overhellen,
5.2.
laat [opdrachtgevers] toe te bewijzen dat partijen hebben afgesproken dat [aannemer] het deel van het kunstgras dat over was en de waaltjes die over waren, zou meenemen en verrekenen en in verband daarmee € 1.107,78 gecrediteerd moet worden,
5.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 oktober 2026 voor:
uitlating door [aannemer] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
uitlating door [opdrachtgevers] of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel,
5.4.
bepaalt dat,
- als [aannemer] geen bewijs door het horen van getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, hij die stukken dan (7 oktober 2026) direct in het geding moet brengen,
- als [opdrachtgevers] geen bewijs door het horen van getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, zij die stukken dan (7 oktober 2026) direct in het geding moeten brengen,
5.5.
bepaalt dat,
als [aannemer] getuigen wil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari 2026 tot en met juni 2026 dan (7 oktober 2026) direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
als [opdrachtgevers] getuigen willen laten horen, zij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden januari 2026 tot en met juni 2026 dan (7 oktober 2026) direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,
5.6.
bepaalt dat het getuigenverhoor zal plaatsvinden op de zitting van mr. Etman, in het gerechtsgebouw te Maastricht, Sint Annadal 1,
5.7.
bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,
deskundigenbericht
5.8.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 7 oktober 2026 om beide partijen in de gelegenheid te stellen een akte in te dienen waarin zij zich uitlaten over het aangekondigde deskundigenbericht,
5.9.
bepaalt dat partijen elkaar uiterlijk een week vóór de genoemde roldatum de concept-akte moeten toesturen, zodat zij ieder in hun eigen akte nog kunnen reageren op de standpunten van de wederpartij,
overig
5.10.
houdt iedere verdere beslissing aan,
in reconventie
5.11.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. Etman en in het openbaar uitgesproken op9 september 2026.
productie 1 bij conclusie van antwoord in conventie (CvA)
productie 1 bij CvA
productie 1 bij CvA
productie 2 bij CvA
productie 3 bij dagvaarding
productie 3 bij CvA
productie 4 bij CvA
productie 5 bij CvA
productie 6 bij CvA
Productie 3 bij dagvaarding
productie 4 bij dagvaarding
producties 5 en 6 bij dagvaarding
productie 7 bij dagvaarding
productie 8 bij dagvaarding
productie 10 bij dagvaarding
productie 12 bij dagvaarding
Zie 2.1
Zie 2.1
Zie 2.2
Zie 2.4
Zie 2.4
Zie 2.5