Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9372
2026-09-03
Civiel recht; Personen- en familierecht
12368231 \ EZ VERZ 26-258
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Inhoudsindicatie volgt
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.231 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12368231 \ EZ VERZ 26-258
Beschikking van 3 september 2026
op het verzoek van
MR. [de vereffenaar],
in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van de heer [erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987 en overleden in de gemeente Leudal op [datum] 2026, laatstelijk woonachtig te [plaats 1] , Aan de [adres] (hierna te noemen: erflater),
kantoorhoudende te [plaats 2],
verzoekende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar,
gemachtigde: mr. P. van Kuijk.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 13 augustus 2026 is mr. [de vereffenaar] benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflater.
3Het verzoek
3.1.
De vereffenaar verzoekt om de termijn waarbinnen de schuldeisers van de nalatenschap van erflater hun vordering bij de vereffenaar moeten indienen, vast te stellen op zes weken na publicatie van deze aankondiging in de Staatscourant.
4De beoordeling
4.1.
In het geval vereffend wordt door een door de rechter benoemde vereffenaar, zoals in deze zaak aan de orde is, vindt de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschap overeenkomstig artikel 4:206 lid 6 BW zoveel mogelijk tegelijkertijd plaats met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar in lijn hiermee zal handelen. Het verzoek om de termijn waarbinnen de schuldeisers hun vordering kunnen indienen vast te stellen op zes weken, na de in artikel 4:214 BW bedoelde oproeping, is toewijsbaar. De kantonrechter bepaalt de datum waarop de schuldeisers uiterlijk hun vordering(en) kunnen indienen op 4 november 2026. Om de schuldeisers voldoende tijd te geven hun vorderingen in te dienen, geeft de kantonrechter de vereffenaar een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping van de schuldeisers uiterlijk zes weken vóór 4 november 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de vereffenaar de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen teneinde hun vorderingen bij hem in te dienen vóór 4 november 2026,
5.2.
geeft de vereffenaar een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken vóór 4 november 2026, dus uiterlijk op 22 september 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12368231 \ EZ VERZ 26-258
Beschikking van 3 september 2026
op het verzoek van
MR. [de vereffenaar],
in zijn hoedanigheid van vereffenaar in de nalatenschap van de heer [erflater] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987 en overleden in de gemeente Leudal op [datum] 2026, laatstelijk woonachtig te [plaats 1] , Aan de [adres] (hierna te noemen: erflater),
kantoorhoudende te [plaats 2],
verzoekende partij,
hierna te noemen: de vereffenaar,
gemachtigde: mr. P. van Kuijk.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Bij beschikking van deze rechtbank van 13 augustus 2026 is mr. [de vereffenaar] benoemd tot vereffenaar in de nalatenschap van erflater.
3Het verzoek
3.1.
De vereffenaar verzoekt om de termijn waarbinnen de schuldeisers van de nalatenschap van erflater hun vordering bij de vereffenaar moeten indienen, vast te stellen op zes weken na publicatie van deze aankondiging in de Staatscourant.
4De beoordeling
4.1.
In het geval vereffend wordt door een door de rechter benoemde vereffenaar, zoals in deze zaak aan de orde is, vindt de oproeping van de schuldeisers van de nalatenschap overeenkomstig artikel 4:206 lid 6 BW zoveel mogelijk tegelijkertijd plaats met de bekendmaking van de benoeming in de Staatscourant. De kantonrechter gaat ervan uit dat de vereffenaar in lijn hiermee zal handelen. Het verzoek om de termijn waarbinnen de schuldeisers hun vordering kunnen indienen vast te stellen op zes weken, na de in artikel 4:214 BW bedoelde oproeping, is toewijsbaar. De kantonrechter bepaalt de datum waarop de schuldeisers uiterlijk hun vordering(en) kunnen indienen op 4 november 2026. Om de schuldeisers voldoende tijd te geven hun vorderingen in te dienen, geeft de kantonrechter de vereffenaar een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping van de schuldeisers uiterlijk zes weken vóór 4 november 2026 in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
bepaalt dat de vereffenaar de schuldeisers van de nalatenschap moet oproepen teneinde hun vorderingen bij hem in te dienen vóór 4 november 2026,
5.2.
geeft de vereffenaar een aanwijzing, inhoudende dat de oproeping uiterlijk zes weken vóór 4 november 2026, dus uiterlijk op 22 september 2026, in de Staatscourant moet zijn geplaatst.
Deze beschikking is gegeven door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 3 september 2026.