Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9357
2026-08-21
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/03/354227 / JE RK 26-1282
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
1e OTS / vrijwillig kader loopt vast inzetten radicaal solo parallel
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.792 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/354227 / JE RK 26-1282
Datum uitspraak: 21 augustus 2026
beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Limburg, locatie Roermond,
hierna te noemen: de Raad;
over de minderjarigen:
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
en
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
hierna samen te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] (L),
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
Tevens is voor de zitting uitgenodigd:
de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Roermond.
1Het verloop van de procedure
1.1
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 14 juli 2026
het bericht van de moeder met een bijlage, ontvangen op 18 augustus 2026.
1.2
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. [minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter die de kinderrechter tijdens de zitting heeft voorgelezen. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4
Ter mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter.
2De feiten
2.1
De vader heeft de kinderen erkend. De ouders zijn het ouderlijk gezag over de kinderen belast.
[minderjarige 1] heeft haar hoofdverblijf bij de moeder en [minderjarige 2] bij de vader. Er loopt een co-ouderschapsregeling, waarbij de kinderen steeds een week bij iedere ouder verblijven en het wisselmoment op vrijdag plaatsvindt.
3Het verzoek
3.1
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2
De Raad voert hiertoe aan dat er in 2024 ook al een raadsonderzoek is geweest. Toen zijn de ouders doorverwezen naar de vrijwillige hulpverlening. Gebleken is dat het vrijwillig kader tegen onmogelijkheden aanloopt. Ook de [hulpverlening 1] zit aan het plafond en geeft aan dat er meer nodig is. Vanaf maart 2023 is de [hulpverlening 1] betrokken om voor ouders individuele systeemtherapie in te zetten, vanuit het gedachtegoed solo parallel ouderschap. Nu hanteert de [hulpverlening 1] ‘radicaal solo parallel ouderschap’ waarmee bedoeld wordt dat de pijlers van het solo parallel solo veel scherper en steviger worden neergezet. Er wordt niet meer geprobeerd om een brug te bouwen tussen de ouders want dan laait de strijd op. De [hulpverlening 1] heeft veel en intensieve afstemming met de keten, terwijl dat eigenlijk hun taak niet is. In mei 2024 is hulp van [hulpverlening 2] ingezet om onder andere regie te voeren op de communicatie tussen de ouders. Die hulp is echter in februari 2026 gestopt. Met name de vader was niet tevreden over de hulpverlening, maar ook de moeder vindt dat de hulpverlening steken heeft laten vallen. Op dit moment zorgt het contactverbod van de vader voor rust en duidelijkheid, maar dit contactverbod vervalt in november 2026. Tot die tijd staat de vader ook nog onder toezicht van de reclassering. De betrokken jeugdconsulenten maken zich grote zorgen over hoe het straks verder moet als het contactverbod er niet meer is. De vader is nog niet behandeld voor zijn emotieregulatie-problematiek. Naast de zorgen over de dynamiek tussen de ouders zijn er ook zorgen over de ontwikkeling en het welbevinden van de kinderen. De kinderen hebben zichtbaar last van de aanhoudende spanningen tussen de ouders, ieder op haar eigen manier. [minderjarige 1] is meer een binnenvetter die zich terugtrekt, terwijl [minderjarige 2] juist opstandig gedrag laat zien en zich moeilijk laat sturen. De vrijwillige hulpverlening is ontoereikend. De Raad vindt het nodig dat de kinderen onder toezicht worden gesteld. De verwachting is dat de inzet van een gezinsvoogd rust gaat brengen. Een gezinsvoogd kan knopen doorhakken en richting geven wanneer dat nodig is, want daar loopt het nu op vast. Mogelijk dat de inzet van de schottenaanpak kan helpen om patronen te doorbreken en de zorgen over de kinderen af te wenden. De termijn van een jaar is passend vanwege de complexe en langdurende problematiek, omdat de verwachting is dat er een langdurig traject nodig is om patronen te doorbreken.
3.3
Op de zitting is nader toegelicht dat de kinderen figuurlijk verscheurd worden door de discussies en de aanhoudende strijd tussen de ouders. De ouders slagen er niet in om de kinderen uit de strijd te houden. Er worden nog discussies gevoerd over dagdagelijkse zaken, zoals de dansles van de kinderen of de orthodontist. Hierdoor loopt de betrokken hulpverlening steeds vast en is er iemand nodig die regie kan voeren en knopen kan doorhakken. Het advies aan de GI is om de schottenaanpak in te zetten en extra hulp voor de ouders zodat ze het straks zelf kunnen. De Raad ziet wel dat de ouders stappen hebben gezet. De moeder heeft individuele hulp gehad en kijkt nu anders naar de vader.
De vader heeft stappen gezet voor wat betreft zijn agressie en emoties, maar met momenten heeft hij zijn emoties nog niet helemaal onder controle. De Raad vindt nog steeds dat de vader op dat punt hulp nodig heeft en het is de vraag hoe dat gaat als er geen contactverbod meer ligt als stok achter de deur.
4De standpunten van de belanghebbenden
4.1
De moeder vindt het verschrikkelijk dat het zover is gekomen. De moeder staat achter een ondertoezichtstelling maar heeft ook twijfels. De moeder herkent zich in de zorgen over de kinderen. [minderjarige 1] is een kameleon die zich aanpast of terugtrekt en die niet het achterste van haar tong laat zien. Zij kampt duidelijk met loyaliteitsproblematiek. [minderjarige 2] is juist het tegenovergestelde. Zij is actief en ondernemend en heeft een pittig karakter. De moeder sluit niet uit dat dit deels in haar karakter kan zitten, maar verdere diagnostiek is wel gewenst. De moeder zou wel graag handvaten willen krijgen hoe ze met het gedrag van [minderjarige 2] om kan gaan. In ieder geval hebben de kinderen allebei extra hulp nodig. De moeder maakt zich ook grote zorgen over wat er gaat gebeuren als het contactverbod in november vervalt. Van de moeder wordt verwacht dat ze dan maar over haar angst heen stapt en toenadering zoekt tot de vader, terwijl de vader nog steeds niet is behandeld. Daar is teveel voor gebeurd en door het contactverbod is er wel een bepaalde afstand. De moeder wil toewerken naar een weekendregeling zodat er tussen de ouders minimaal contact en afstemming hoeft te zijn.
4.2
De vader deelt de zorgen over de kinderen, alhoewel hij wel verwacht dat het bij [minderjarige 2] ook vooral in het karakter zit. De vader vindt ook dat dit goed onderzocht moet worden. Volgens de vader hebben de kinderen vooral last van het feit dat de ouders elkaar niet mogen zien. Daar moeten de ouders aan werken. De vader heeft geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling. Een gezinsvoogd kan de ouders hierin begeleiden en zo nodig knopen doorhakken. Er wordt op allerlei manieren getrokken aan de afspraken uit het ouderschapsplan. Dat frustreert de vader en hij wil dat de discussies stoppen. De co-ouderschapsregeling sluit volgens hem het beste aan bij wat de kinderen nodig hebben. Het traject bij de [hulpverlening 3] is voor de tweede keer gestart maar het is nog niet bekend hoe de behandeling van de vader er uit zal zien. De focus van de vader ligt vanaf nu alleen nog bij de kinderen. In die zin hoeft de moeder niet bang voor de vader te zijn.
5De beoordeling
5.1
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. De bedreiging ligt erin dat de verhouding tussen de ouders ernstig en langdurig verstoord is. Vanwege verschillende escalaties geldt er voor de vader een contactverbod ten aanzien van de moeder en dat contactverbod loopt binnenkort af. De situatie tussen de ouders is momenteel vrij rustig, maat het is de vraag of dat zo blijft. De vader heeft in ieder geval problemen (al dan niet gehad) met emotieregulatie zowel in de richting van de moeder als in de richting van de hulpverlening. Daarvoor is nog steeds geen hulp ingezet, terwijl alle betrokken instanties dat wel nodig vinden en de kinderrechter ook. De vader heeft zich tot de [hulpverlening 3] gewend, maar dat traject bevindt zich nog in de intakefase en duidelijk is niet of er een vervolg behandeling komt en hoe dat eruit gaat zien. Een ondertoezichtstelling is nodig om te monitoren hoe het tussen de ouders gaat als het contactverbod wegvalt en of iedereen wel de juiste hulpverlening krijgt. De ouders hebben hulp nodig om hun ouderschap na scheiding samen vorm te geven, al dan niet in de vorm van (radicaal) solo parallel ouderschap. Het is echter aan de GI om dat te beoordelen.
Er is in de afgelopen jaren namelijk veel hulp ingezet voor het gezin, maar dat heeft niet voldoende in beweging gebracht. De lijn tussen de ouders blijft erg dun en de strijd tussen de ouders kan om het minste of geringste oplaaien, waardoor de hulpverlening steeds vastloopt. Ook de zorgen over de kinderen zijn niet afgenomen. De kinderen reageren op het spanningsveld tussen de ouders en uiten dat ieder op een eigen manier. Zo trekt [minderjarige 1] zich terug als het te spannend wordt en laat dan figuurlijk gesproken, niemand binnen. Zij heeft hulp nodig om weerbaarder te worden en met die hulp moet er ook zicht komen op haar binnenwereld, zeker gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] en de aankomende puberteit. [minderjarige 1] heeft op dit moment creatieve therapie, maar het is de vraag of dat voldoende is. [minderjarige 2] laat juist externaliserend gedrag zien. Zij wordt heel onrustig en opstandig als het haar te spannend wordt en ook daar is hulp bij nodig. In dat kader vindt ook diagnostiek plaats en vanuit daar moet verder gekeken voor [minderjarige 2] .
Gezien de complexiteit van de problematiek en de impact daarvan op de ontwikkeling van de kinderen, is sturing vanuit het gedwongen kader noodzakelijk. Het vrijwillig kader is ontoereikend om de zorgen over de kinderen weg te nemen. Er is iemand nodig die regie kan voeren en die het mandaat heeft om knopen door te hakken als de ouders weer verzanden in onmogelijke of onoplosbare discussies. Dat is in het belang van de kinderen. De ondertoezichtstelling is nodig om die regietaak uit te voeren. Dat is niet de taak van de reeds betrokken hulpverlening. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom uitspreken voor de duur van één jaar.
5.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg met ingang van 21 augustus 2026 tot 21 augustus 2027;
6.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026 door mr. Noelmans-Verbong, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 4 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 BW.
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/354227 / JE RK 26-1282
Datum uitspraak: 21 augustus 2026
beschikking van de kinderrechter over een ondertoezichtstelling
in de zaak van:
de Raad voor de Kinderbescherming,
regio Limburg, locatie Roermond,
hierna te noemen: de Raad;
over de minderjarigen:
[minderjarige 1]
,
geboren op [geboortedag 1] 2015 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
en
[minderjarige 2]
,
geboren op [geboortedag 2] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
hierna samen te noemen: de kinderen.
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] (L),
[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .
Tevens is voor de zitting uitgenodigd:
de gecertificeerde instelling Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg,
hierna te noemen: de GI,
gevestigd te Roermond.
1Het verloop van de procedure
1.1
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift met bijlagen van de Raad, ontvangen op 14 juli 2026
het bericht van de moeder met een bijlage, ontvangen op 18 augustus 2026.
1.2
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2026. Daarbij waren aanwezig:
- de vader;
- de moeder;
- een vertegenwoordiger van de Raad;
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3
De kinderrechter heeft [minderjarige 1] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. [minderjarige 1] heeft een brief geschreven aan de kinderrechter die de kinderrechter tijdens de zitting heeft voorgelezen. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren.
1.4
Ter mondelinge behandeling heeft de kinderrechter met toepassing van artikel 29a lid 5 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering mondeling uitspraak gedaan, waarbij aan de verschenen belanghebbenden de beslissing en de belangrijkste gronden van de beslissing zijn medegedeeld. Deze beschikking vormt de volledige schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak van de kinderrechter.
2De feiten
2.1
De vader heeft de kinderen erkend. De ouders zijn het ouderlijk gezag over de kinderen belast.
[minderjarige 1] heeft haar hoofdverblijf bij de moeder en [minderjarige 2] bij de vader. Er loopt een co-ouderschapsregeling, waarbij de kinderen steeds een week bij iedere ouder verblijven en het wisselmoment op vrijdag plaatsvindt.
3Het verzoek
3.1
De Raad verzoekt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht te stellen van de GI voor de duur van een jaar en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2
De Raad voert hiertoe aan dat er in 2024 ook al een raadsonderzoek is geweest. Toen zijn de ouders doorverwezen naar de vrijwillige hulpverlening. Gebleken is dat het vrijwillig kader tegen onmogelijkheden aanloopt. Ook de [hulpverlening 1] zit aan het plafond en geeft aan dat er meer nodig is. Vanaf maart 2023 is de [hulpverlening 1] betrokken om voor ouders individuele systeemtherapie in te zetten, vanuit het gedachtegoed solo parallel ouderschap. Nu hanteert de [hulpverlening 1] ‘radicaal solo parallel ouderschap’ waarmee bedoeld wordt dat de pijlers van het solo parallel solo veel scherper en steviger worden neergezet. Er wordt niet meer geprobeerd om een brug te bouwen tussen de ouders want dan laait de strijd op. De [hulpverlening 1] heeft veel en intensieve afstemming met de keten, terwijl dat eigenlijk hun taak niet is. In mei 2024 is hulp van [hulpverlening 2] ingezet om onder andere regie te voeren op de communicatie tussen de ouders. Die hulp is echter in februari 2026 gestopt. Met name de vader was niet tevreden over de hulpverlening, maar ook de moeder vindt dat de hulpverlening steken heeft laten vallen. Op dit moment zorgt het contactverbod van de vader voor rust en duidelijkheid, maar dit contactverbod vervalt in november 2026. Tot die tijd staat de vader ook nog onder toezicht van de reclassering. De betrokken jeugdconsulenten maken zich grote zorgen over hoe het straks verder moet als het contactverbod er niet meer is. De vader is nog niet behandeld voor zijn emotieregulatie-problematiek. Naast de zorgen over de dynamiek tussen de ouders zijn er ook zorgen over de ontwikkeling en het welbevinden van de kinderen. De kinderen hebben zichtbaar last van de aanhoudende spanningen tussen de ouders, ieder op haar eigen manier. [minderjarige 1] is meer een binnenvetter die zich terugtrekt, terwijl [minderjarige 2] juist opstandig gedrag laat zien en zich moeilijk laat sturen. De vrijwillige hulpverlening is ontoereikend. De Raad vindt het nodig dat de kinderen onder toezicht worden gesteld. De verwachting is dat de inzet van een gezinsvoogd rust gaat brengen. Een gezinsvoogd kan knopen doorhakken en richting geven wanneer dat nodig is, want daar loopt het nu op vast. Mogelijk dat de inzet van de schottenaanpak kan helpen om patronen te doorbreken en de zorgen over de kinderen af te wenden. De termijn van een jaar is passend vanwege de complexe en langdurende problematiek, omdat de verwachting is dat er een langdurig traject nodig is om patronen te doorbreken.
3.3
Op de zitting is nader toegelicht dat de kinderen figuurlijk verscheurd worden door de discussies en de aanhoudende strijd tussen de ouders. De ouders slagen er niet in om de kinderen uit de strijd te houden. Er worden nog discussies gevoerd over dagdagelijkse zaken, zoals de dansles van de kinderen of de orthodontist. Hierdoor loopt de betrokken hulpverlening steeds vast en is er iemand nodig die regie kan voeren en knopen kan doorhakken. Het advies aan de GI is om de schottenaanpak in te zetten en extra hulp voor de ouders zodat ze het straks zelf kunnen. De Raad ziet wel dat de ouders stappen hebben gezet. De moeder heeft individuele hulp gehad en kijkt nu anders naar de vader.
De vader heeft stappen gezet voor wat betreft zijn agressie en emoties, maar met momenten heeft hij zijn emoties nog niet helemaal onder controle. De Raad vindt nog steeds dat de vader op dat punt hulp nodig heeft en het is de vraag hoe dat gaat als er geen contactverbod meer ligt als stok achter de deur.
4De standpunten van de belanghebbenden
4.1
De moeder vindt het verschrikkelijk dat het zover is gekomen. De moeder staat achter een ondertoezichtstelling maar heeft ook twijfels. De moeder herkent zich in de zorgen over de kinderen. [minderjarige 1] is een kameleon die zich aanpast of terugtrekt en die niet het achterste van haar tong laat zien. Zij kampt duidelijk met loyaliteitsproblematiek. [minderjarige 2] is juist het tegenovergestelde. Zij is actief en ondernemend en heeft een pittig karakter. De moeder sluit niet uit dat dit deels in haar karakter kan zitten, maar verdere diagnostiek is wel gewenst. De moeder zou wel graag handvaten willen krijgen hoe ze met het gedrag van [minderjarige 2] om kan gaan. In ieder geval hebben de kinderen allebei extra hulp nodig. De moeder maakt zich ook grote zorgen over wat er gaat gebeuren als het contactverbod in november vervalt. Van de moeder wordt verwacht dat ze dan maar over haar angst heen stapt en toenadering zoekt tot de vader, terwijl de vader nog steeds niet is behandeld. Daar is teveel voor gebeurd en door het contactverbod is er wel een bepaalde afstand. De moeder wil toewerken naar een weekendregeling zodat er tussen de ouders minimaal contact en afstemming hoeft te zijn.
4.2
De vader deelt de zorgen over de kinderen, alhoewel hij wel verwacht dat het bij [minderjarige 2] ook vooral in het karakter zit. De vader vindt ook dat dit goed onderzocht moet worden. Volgens de vader hebben de kinderen vooral last van het feit dat de ouders elkaar niet mogen zien. Daar moeten de ouders aan werken. De vader heeft geen bezwaar tegen de ondertoezichtstelling. Een gezinsvoogd kan de ouders hierin begeleiden en zo nodig knopen doorhakken. Er wordt op allerlei manieren getrokken aan de afspraken uit het ouderschapsplan. Dat frustreert de vader en hij wil dat de discussies stoppen. De co-ouderschapsregeling sluit volgens hem het beste aan bij wat de kinderen nodig hebben. Het traject bij de [hulpverlening 3] is voor de tweede keer gestart maar het is nog niet bekend hoe de behandeling van de vader er uit zal zien. De focus van de vader ligt vanaf nu alleen nog bij de kinderen. In die zin hoeft de moeder niet bang voor de vader te zijn.
5De beoordeling
5.1
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2
De ontwikkeling van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] wordt ernstig bedreigd. De bedreiging ligt erin dat de verhouding tussen de ouders ernstig en langdurig verstoord is. Vanwege verschillende escalaties geldt er voor de vader een contactverbod ten aanzien van de moeder en dat contactverbod loopt binnenkort af. De situatie tussen de ouders is momenteel vrij rustig, maat het is de vraag of dat zo blijft. De vader heeft in ieder geval problemen (al dan niet gehad) met emotieregulatie zowel in de richting van de moeder als in de richting van de hulpverlening. Daarvoor is nog steeds geen hulp ingezet, terwijl alle betrokken instanties dat wel nodig vinden en de kinderrechter ook. De vader heeft zich tot de [hulpverlening 3] gewend, maar dat traject bevindt zich nog in de intakefase en duidelijk is niet of er een vervolg behandeling komt en hoe dat eruit gaat zien. Een ondertoezichtstelling is nodig om te monitoren hoe het tussen de ouders gaat als het contactverbod wegvalt en of iedereen wel de juiste hulpverlening krijgt. De ouders hebben hulp nodig om hun ouderschap na scheiding samen vorm te geven, al dan niet in de vorm van (radicaal) solo parallel ouderschap. Het is echter aan de GI om dat te beoordelen.
Er is in de afgelopen jaren namelijk veel hulp ingezet voor het gezin, maar dat heeft niet voldoende in beweging gebracht. De lijn tussen de ouders blijft erg dun en de strijd tussen de ouders kan om het minste of geringste oplaaien, waardoor de hulpverlening steeds vastloopt. Ook de zorgen over de kinderen zijn niet afgenomen. De kinderen reageren op het spanningsveld tussen de ouders en uiten dat ieder op een eigen manier. Zo trekt [minderjarige 1] zich terug als het te spannend wordt en laat dan figuurlijk gesproken, niemand binnen. Zij heeft hulp nodig om weerbaarder te worden en met die hulp moet er ook zicht komen op haar binnenwereld, zeker gelet op de leeftijd van [minderjarige 1] en de aankomende puberteit. [minderjarige 1] heeft op dit moment creatieve therapie, maar het is de vraag of dat voldoende is. [minderjarige 2] laat juist externaliserend gedrag zien. Zij wordt heel onrustig en opstandig als het haar te spannend wordt en ook daar is hulp bij nodig. In dat kader vindt ook diagnostiek plaats en vanuit daar moet verder gekeken voor [minderjarige 2] .
Gezien de complexiteit van de problematiek en de impact daarvan op de ontwikkeling van de kinderen, is sturing vanuit het gedwongen kader noodzakelijk. Het vrijwillig kader is ontoereikend om de zorgen over de kinderen weg te nemen. Er is iemand nodig die regie kan voeren en die het mandaat heeft om knopen door te hakken als de ouders weer verzanden in onmogelijke of onoplosbare discussies. Dat is in het belang van de kinderen. De ondertoezichtstelling is nodig om die regietaak uit te voeren. Dat is niet de taak van de reeds betrokken hulpverlening. De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daarom uitspreken voor de duur van één jaar.
5.3
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
6De beslissing
De kinderrechter:
6.1
stelt [minderjarige 1] en [minderjarige 2] onder toezicht van Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg met ingang van 21 augustus 2026 tot 21 augustus 2027;
6.2
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026 door mr. Noelmans-Verbong, kinderrechter, in aanwezigheid van Dullens-Servais als griffier, en op schrift gesteld op 4 september 2026.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:255 BW.