Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:9257
2026-09-16
Civiel recht; Arbeidsrecht
12137203 \ CV EXPL 26-1071
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Weknemer recht op Systeem voor abeidsomstandigheden (SAO) toeslag? CAO Metalelektro.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2012:BV7828 Hoge Raad 06-04-2012
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.807 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12137203 \ CV EXPL 26-1071
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. S.E. Uwaguoba, ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [werkgever],
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 juli 2026
- de spreekaantekeningen zijdens [werknemer] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is in 1989/1992 in dienst getreden bij de (rechtsvoorgangster van) [werkgever]. De CAO Metalelektro is van toepassing op de arbeidsovereenkomst.
2.2.
[werknemer] vervult geruime tijd de functie van Hoofduitvoerder.
2.3.
Op [datum] 2028 bereikt [werknemer] de AOW-gerechtigde leeftijd
[werknemer] wil gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (hierna: RVU).
2.4.
In de CAO Metalelektro 2026 is voor zover hier van belang opgenomen:
“3.1.3 Systeem voor arbeidsomstandigheden (SAO)
Er bestaat een Systeem voor arbeidsomstandigheden (SAO). Voor ondernemingen die SAO willen toepassen geldt een aantal aanvullende bepalingen. Deze aanvullende bepalingen zijn opgenomen in bijlage L bij deze cao en maakt onderdeel uit van deze cao.
(..)
5.7
Regeling vervroegd uittreden
5.7.1
De regeling
De Regeling Vervoegd Uittreden (RVU) maakt het voor werknemers mogelijk om onder
voorwaarden maximaal 3 jaar vóór de AOW-leeftijd te stoppen met werken. De werknemer
die voor de RVU in aanmerking komt, ontvangt tot de AOW-leeftijd een financiële
vergoeding.
(..)
5.7.2
Recht werknemer
a. Recht op vervroegd uittreden heeft de werknemer die:
(..)
• SAO-toeslag of vergelijkbare toeslagen voor bezwarende arbeidsomstandigheden (zoals vuilwerktoeslag) betaald heeft gekregen.
(..)
5.7.3
Cao RVU
De RVU is vastgelegd in de Cao Metalelektro Regeling Vervroegd Uittreden 2026.
(..)
Bijlage L. Aanvullende bepalingen SAO / Aanvullende bepalingen SAO Inleiding
Artikel 1 - Arbeidsomstandigheden
Een onderneming die werkt met het SAO voor honorering van bezwarende
arbeidsomstandigheden zal hierbij het gestelde in de volgende artikelen in acht nemen.
Artikel 2 – Trappen van arbeidsomstandigheden
1. De in een onderneming voorkomende arbeidsomstandigheden worden gerangschikt
in een arbeidsomstandighedenlijst en ingedeeld in één der trappen 0, 1, 2 of 3.
2. De trappen van de arbeidsomstandigheden en de daarbij behorende punten zijn:
Trap 0: 0-19 punten
Trap 1: 20-39 punten
Trap 2: 40-59 punten
Trap 3: 60 punten of meer
3. De indeling van de arbeidsomstandigheden geschiedt met behulp van het SAO
(Systeem voor Arbeidsomstandigheden).
(..)
Artikel 4 – Indeling van de werknemers
De werkgever deelt de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de trappen van
arbeidsomstandigheden in op grond van de in hun functies voorkomende
arbeidsomstandigheden.
2.5.
[werknemer] heeft van 1999 tot en met januari 2018 de SAO-toeslag ontvangen.
2.6.
In juni 2017 heeft een herziening plaatsgevonden van de SAO-regeling. Aan [werknemer] is medegedeeld dat hij vanwege de herziening van deze regeling geen recht meer heeft op een SAO-toeslag. [werknemer] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.
2.7.
[werknemer] heeft aan [werkgever] laten weten recht te hebben op een SAO-toeslag.
[werkgever] is het niet eens met [werknemer] .
2.8.
Partijen hebben hierover meermaals gesproken en gecorrespondeerd.
Partijen blijven bij hun standpunt en het is hen niet gelukt om het geschil op te lossen.
3Het geschil
3.1.
[werknemer] vordert - samengevat - :
voor recht te verklaren dat: i) [werknemer] recht heeft op een SAO-toeslag, ii) [werkgever] gehouden is medewerking te verlenen aan de toepassing van de RVU-regeling en iii) [werkgever] aansprakelijk is voor de geleden schade (in het geval toepassing van de RVU-regeling niet meer mogelijk is);
veroordeling van [werkgever] tot betaling van i) de SAO-toeslag, vermeerderd met emolumenten en rente, ii) schadevergoeding nader op te maken bij staat, iii) de wettelijke verhoging over de geleden schade (in het geval toepassing van de RVU-regeling niet meer mogelijk is);
veroordeling van [werkgever] tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties, op straffe van een dwangsom;
veroordeling van [werkgever] tot het zorgdragen van de afdracht van de niet afgedragen pensioenpremies, op straffe van een dwangsom;
veroordeling van [werkgever] tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van
€ 462,50;
- veroordeling van [werkgever] in de proceskosten, met rente.
3.2.
[werkgever] voert verweer. [werkgever] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [werknemer] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [werknemer] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
In het kader van het SAO worden bezwarende arbeidsomstandigheden in kaart gebracht en wordt aan de hand van een SAO-trap (trap 0, 1, 2 of 3) vastgelegd in welke mate de werknemers financieel worden gecompenseerd voor het werken onder bezwarende omstandigheden. Een hogere trap betekent een hogere financiële vergoeding. Trap 0 betekent geen vergoeding.
4.2.
Vast staat dat aan [werknemer] bij brief van juni 2017 door de rechtsvoorgangster van [werkgever] is medegedeeld dat hij geen SAO-toeslag meer zal ontvangen. In de brief is opgenomen dat een externe deskundige van het FME een beschrijving heeft gemaakt van de werkzaamheden en omstandigheden en deze met een trap van 0, 1, 2 of 3 heeft gewaardeerd op basis van de arbeidsomstandigheden systematiek conform de CAO.
4.3.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat alle bij [werkgever] werkzame Hoofduitvoerders (waaronder [werknemer] ) geen SAO-toeslag krijgen, omdat zij zijn ingedeeld in voormelde trap 0.
4.4.
Tussen partijen is (onder meer) in geschil of de indeling van de arbeidsomstandigheden (trap 0, 1, 2 of 3) aan de hand van de door [werknemer] uitgevoerde feitelijke werkzaamheden dient te geschieden of aan de hand van zijn functiebeschrijving. De kantonrechter is het met [werkgever] eens dat de functiebeschrijving leidend is. De kantonrechter verwijst naar bijlage L van de CAO onder artikel 4. Dit artikel luidt:
“De werkgever deelt de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de trappen van
arbeidsomstandigheden in op grond van de in hun
functies
(onderstreping kantonrechter) voorkomende arbeidsomstandigheden”. In deze bepaling wordt gesproken over “functie” en niet over de feitelijk door een werknemer uitgevoerde werkzaamheden. Voor de uitleg van deze bepaling zijn de bewoordingen van doorslaggevende betekenis.
Hieruit leidt de kantonrechter af dat de functiebeschrijving leidend is in het SAO-systeem en niet de feitelijke werkzaamheden. Hoewel de kantonrechter het begrijpelijk vindt dat [werknemer] wenst dat de indeling gemaakt wordt op basis van de door hem feitelijk uitgevoerde werkzaamheden, vindt zijn standpunt echter geen steun in de CAO.
4.5.
Ook als de kantonrechter de door [werknemer] uitgevoerde feitelijke werkzaamheden als uitgangspunt zou nemen, zou dit niet leiden tot een ander oordeel.
De kantonrechter legt dit als volgt uit.
4.6.
[werknemer] stelt dat hij zijn werkzaamheden verricht onder gelijke verzwaarde omstandigheden en in dezelfde omgeving als de Uitvoerders die wel een SAO-toeslag ontvangen. Denk aan: extreme hitte, geluidsoverlast, trillingen en gevaarlijke stoffen. [werknemer] is gemiddeld zeven uur per werkdag fysiek aanwezig in operationele installaties waar hij wordt blootgesteld aan deze omstandigheden. Als Hoofduitvoerder verricht [werknemer] structureel werkzaamheden in de montage. Er is sprake van feitelijke gelijkwaardigheid in arbeidsomstandigheden met de Uitvoerders die een SAO-toeslag ontvangen. [werknemer] stuurt de Uitvoerders aan en verricht ook regelmatig werkzaamheden naast hen in verband met de taalbarrière. [werknemer] verwijst naar twee verklaringen van de heren Niessen en Hendrikx die zijn stellingen ondersteunen.
4.7.
[werkgever] betwist dat [werknemer] recht heeft op een SAO-toeslag. Volgens [werkgever] voldoet [werknemer] niet aan de materiële voorwaarden om aanspraak op de SAO-toeslag te kunnen maken.
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [werknemer] – gelet op de betwisting zijdens [werkgever] – onvoldoende gemotiveerd heeft dat hij recht heeft op een SAO-toeslag.
De stelling van [werknemer] dat hij zijn werkzaamheden verricht onder gelijke verzwaarde omstandigheden en in dezelfde omgeving als de Uitvoerders die wel een SAO-toeslag ontvangen, is onvoldoende om aan te nemen dat [werknemer] recht heeft op een SAO-toeslag.
De feitelijke werkzaamheden van een Uitvoerder en een Hoofdvoerder zijn niet identiek.
In dat licht is het is nog maar de vraag - gelet op het niet eenvoudige SAO-systeem – of de Uitvoerder en de Hoofduitvoerder dezelfde SAO-waardering (aantal punten; 20 of meer punten zijn nodig) zullen hebben.
De bezwarende arbeidsomstandigheden worden geanalyseerd en gewaardeerd op zeven kenmerken en ondergebracht in drie waarderingsgebieden. Er wordt ook nog rekening gehouden met dimensies, waarbij niveaus gelden. Er kan ook nog een aparte waarderingstabel gelden. Uiteindelijk resulteert dit in een totale SAO-waardering (aantal punten) en kan de functie worden ingedeeld in een van de 4 trappen. De kantonrechter concludeert gelet op al het voorgaande dat hij onvoldoende aanknopingspunten heeft om te kunnen vaststellen dat [werknemer] in trap 1 (of hoger) ingedeeld dient te worden en dus 20 punten of meer “scoort”.
4.9.
De conclusie van al het voorgaande is dan ook dat de vordering van [werknemer] afgewezen dient te worden.
4.10.
[werkgever] vordert betaling van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. [werkgever] voert daartoe aan dat [werknemer] vorderingen heeft ingesteld waarvan hij wist althans behoorde te begrijpen dat deze geen reële kans van slagen hebben. [werkgever] heeft [werknemer] daarop herhaaldelijk en uitvoerig gewezen. Er is sprake van misbruik van procesrecht, hetgeen de gemachtigde van [werkgever] ook aan [werknemer] heeft laten weten. De kantonrechter volgt [werkgever] hierin niet en legt dit hierna uit.
4.11.
Een dergelijke vordering is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.
In hetgeen [werkgever] heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding om de daadwerkelijke proceskosten toe te wijzen. Aan voormelde toetsingsmaatstaf is niet voldaan, hetgeen ook volgt uit de overwegingen van de kantonrechter over de SAO-toeslag.
4.12.
[werknemer] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [werkgever] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
720,00
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [werknemer] af,
5.2.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
De uitleg van de CAO-bepaling dient plaats te vinden aan de hand van de zogenoemde cao-norm. Dat betekent dat voor de uitleg van deze bepaling in beginsel de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst, van doorslaggevende betekenis zijn, waarbij het niet aankomt op de bedoelingen van partijen, voor zover deze niet uit de bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de tekst (en de eventuele toelichting daarop) zijn gesteld HR 24 februari 2012, ECLI:HR:2012:BU988.
Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12137203 \ CV EXPL 26-1071
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
[werknemer]
,
te [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [werknemer] ,
gemachtigde: mr. S.E. Uwaguoba, ARAG SE Rechtsbijstand,
tegen
[werkgever] B.V.,
te [plaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [werkgever],
gemachtigde: mr. M.C.V. Dornstedt.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de mondelinge behandeling van 13 juli 2026
- de spreekaantekeningen zijdens [werknemer] .
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[werknemer] is in 1989/1992 in dienst getreden bij de (rechtsvoorgangster van) [werkgever]. De CAO Metalelektro is van toepassing op de arbeidsovereenkomst.
2.2.
[werknemer] vervult geruime tijd de functie van Hoofduitvoerder.
2.3.
Op [datum] 2028 bereikt [werknemer] de AOW-gerechtigde leeftijd
[werknemer] wil gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (hierna: RVU).
2.4.
In de CAO Metalelektro 2026 is voor zover hier van belang opgenomen:
“3.1.3 Systeem voor arbeidsomstandigheden (SAO)
Er bestaat een Systeem voor arbeidsomstandigheden (SAO). Voor ondernemingen die SAO willen toepassen geldt een aantal aanvullende bepalingen. Deze aanvullende bepalingen zijn opgenomen in bijlage L bij deze cao en maakt onderdeel uit van deze cao.
(..)
5.7
Regeling vervroegd uittreden
5.7.1
De regeling
De Regeling Vervoegd Uittreden (RVU) maakt het voor werknemers mogelijk om onder
voorwaarden maximaal 3 jaar vóór de AOW-leeftijd te stoppen met werken. De werknemer
die voor de RVU in aanmerking komt, ontvangt tot de AOW-leeftijd een financiële
vergoeding.
(..)
5.7.2
Recht werknemer
a. Recht op vervroegd uittreden heeft de werknemer die:
(..)
• SAO-toeslag of vergelijkbare toeslagen voor bezwarende arbeidsomstandigheden (zoals vuilwerktoeslag) betaald heeft gekregen.
(..)
5.7.3
Cao RVU
De RVU is vastgelegd in de Cao Metalelektro Regeling Vervroegd Uittreden 2026.
(..)
Bijlage L. Aanvullende bepalingen SAO / Aanvullende bepalingen SAO Inleiding
Artikel 1 - Arbeidsomstandigheden
Een onderneming die werkt met het SAO voor honorering van bezwarende
arbeidsomstandigheden zal hierbij het gestelde in de volgende artikelen in acht nemen.
Artikel 2 – Trappen van arbeidsomstandigheden
1. De in een onderneming voorkomende arbeidsomstandigheden worden gerangschikt
in een arbeidsomstandighedenlijst en ingedeeld in één der trappen 0, 1, 2 of 3.
2. De trappen van de arbeidsomstandigheden en de daarbij behorende punten zijn:
Trap 0: 0-19 punten
Trap 1: 20-39 punten
Trap 2: 40-59 punten
Trap 3: 60 punten of meer
3. De indeling van de arbeidsomstandigheden geschiedt met behulp van het SAO
(Systeem voor Arbeidsomstandigheden).
(..)
Artikel 4 – Indeling van de werknemers
De werkgever deelt de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de trappen van
arbeidsomstandigheden in op grond van de in hun functies voorkomende
arbeidsomstandigheden.
2.5.
[werknemer] heeft van 1999 tot en met januari 2018 de SAO-toeslag ontvangen.
2.6.
In juni 2017 heeft een herziening plaatsgevonden van de SAO-regeling. Aan [werknemer] is medegedeeld dat hij vanwege de herziening van deze regeling geen recht meer heeft op een SAO-toeslag. [werknemer] heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt.
2.7.
[werknemer] heeft aan [werkgever] laten weten recht te hebben op een SAO-toeslag.
[werkgever] is het niet eens met [werknemer] .
2.8.
Partijen hebben hierover meermaals gesproken en gecorrespondeerd.
Partijen blijven bij hun standpunt en het is hen niet gelukt om het geschil op te lossen.
3Het geschil
3.1.
[werknemer] vordert - samengevat - :
voor recht te verklaren dat: i) [werknemer] recht heeft op een SAO-toeslag, ii) [werkgever] gehouden is medewerking te verlenen aan de toepassing van de RVU-regeling en iii) [werkgever] aansprakelijk is voor de geleden schade (in het geval toepassing van de RVU-regeling niet meer mogelijk is);
veroordeling van [werkgever] tot betaling van i) de SAO-toeslag, vermeerderd met emolumenten en rente, ii) schadevergoeding nader op te maken bij staat, iii) de wettelijke verhoging over de geleden schade (in het geval toepassing van de RVU-regeling niet meer mogelijk is);
veroordeling van [werkgever] tot het verstrekken van deugdelijke bruto/netto specificaties, op straffe van een dwangsom;
veroordeling van [werkgever] tot het zorgdragen van de afdracht van de niet afgedragen pensioenpremies, op straffe van een dwangsom;
veroordeling van [werkgever] tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van
€ 462,50;
- veroordeling van [werkgever] in de proceskosten, met rente.
3.2.
[werkgever] voert verweer. [werkgever] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [werknemer] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [werknemer] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [werknemer] in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
4.1.
In het kader van het SAO worden bezwarende arbeidsomstandigheden in kaart gebracht en wordt aan de hand van een SAO-trap (trap 0, 1, 2 of 3) vastgelegd in welke mate de werknemers financieel worden gecompenseerd voor het werken onder bezwarende omstandigheden. Een hogere trap betekent een hogere financiële vergoeding. Trap 0 betekent geen vergoeding.
4.2.
Vast staat dat aan [werknemer] bij brief van juni 2017 door de rechtsvoorgangster van [werkgever] is medegedeeld dat hij geen SAO-toeslag meer zal ontvangen. In de brief is opgenomen dat een externe deskundige van het FME een beschrijving heeft gemaakt van de werkzaamheden en omstandigheden en deze met een trap van 0, 1, 2 of 3 heeft gewaardeerd op basis van de arbeidsomstandigheden systematiek conform de CAO.
4.3.
Tussen partijen staat niet ter discussie dat alle bij [werkgever] werkzame Hoofduitvoerders (waaronder [werknemer] ) geen SAO-toeslag krijgen, omdat zij zijn ingedeeld in voormelde trap 0.
4.4.
Tussen partijen is (onder meer) in geschil of de indeling van de arbeidsomstandigheden (trap 0, 1, 2 of 3) aan de hand van de door [werknemer] uitgevoerde feitelijke werkzaamheden dient te geschieden of aan de hand van zijn functiebeschrijving. De kantonrechter is het met [werkgever] eens dat de functiebeschrijving leidend is. De kantonrechter verwijst naar bijlage L van de CAO onder artikel 4. Dit artikel luidt:
“De werkgever deelt de arbeidsomstandigheden van de werknemers in de trappen van
arbeidsomstandigheden in op grond van de in hun
functies
(onderstreping kantonrechter) voorkomende arbeidsomstandigheden”. In deze bepaling wordt gesproken over “functie” en niet over de feitelijk door een werknemer uitgevoerde werkzaamheden. Voor de uitleg van deze bepaling zijn de bewoordingen van doorslaggevende betekenis.
Hieruit leidt de kantonrechter af dat de functiebeschrijving leidend is in het SAO-systeem en niet de feitelijke werkzaamheden. Hoewel de kantonrechter het begrijpelijk vindt dat [werknemer] wenst dat de indeling gemaakt wordt op basis van de door hem feitelijk uitgevoerde werkzaamheden, vindt zijn standpunt echter geen steun in de CAO.
4.5.
Ook als de kantonrechter de door [werknemer] uitgevoerde feitelijke werkzaamheden als uitgangspunt zou nemen, zou dit niet leiden tot een ander oordeel.
De kantonrechter legt dit als volgt uit.
4.6.
[werknemer] stelt dat hij zijn werkzaamheden verricht onder gelijke verzwaarde omstandigheden en in dezelfde omgeving als de Uitvoerders die wel een SAO-toeslag ontvangen. Denk aan: extreme hitte, geluidsoverlast, trillingen en gevaarlijke stoffen. [werknemer] is gemiddeld zeven uur per werkdag fysiek aanwezig in operationele installaties waar hij wordt blootgesteld aan deze omstandigheden. Als Hoofduitvoerder verricht [werknemer] structureel werkzaamheden in de montage. Er is sprake van feitelijke gelijkwaardigheid in arbeidsomstandigheden met de Uitvoerders die een SAO-toeslag ontvangen. [werknemer] stuurt de Uitvoerders aan en verricht ook regelmatig werkzaamheden naast hen in verband met de taalbarrière. [werknemer] verwijst naar twee verklaringen van de heren Niessen en Hendrikx die zijn stellingen ondersteunen.
4.7.
[werkgever] betwist dat [werknemer] recht heeft op een SAO-toeslag. Volgens [werkgever] voldoet [werknemer] niet aan de materiële voorwaarden om aanspraak op de SAO-toeslag te kunnen maken.
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat [werknemer] – gelet op de betwisting zijdens [werkgever] – onvoldoende gemotiveerd heeft dat hij recht heeft op een SAO-toeslag.
De stelling van [werknemer] dat hij zijn werkzaamheden verricht onder gelijke verzwaarde omstandigheden en in dezelfde omgeving als de Uitvoerders die wel een SAO-toeslag ontvangen, is onvoldoende om aan te nemen dat [werknemer] recht heeft op een SAO-toeslag.
De feitelijke werkzaamheden van een Uitvoerder en een Hoofdvoerder zijn niet identiek.
In dat licht is het is nog maar de vraag - gelet op het niet eenvoudige SAO-systeem – of de Uitvoerder en de Hoofduitvoerder dezelfde SAO-waardering (aantal punten; 20 of meer punten zijn nodig) zullen hebben.
De bezwarende arbeidsomstandigheden worden geanalyseerd en gewaardeerd op zeven kenmerken en ondergebracht in drie waarderingsgebieden. Er wordt ook nog rekening gehouden met dimensies, waarbij niveaus gelden. Er kan ook nog een aparte waarderingstabel gelden. Uiteindelijk resulteert dit in een totale SAO-waardering (aantal punten) en kan de functie worden ingedeeld in een van de 4 trappen. De kantonrechter concludeert gelet op al het voorgaande dat hij onvoldoende aanknopingspunten heeft om te kunnen vaststellen dat [werknemer] in trap 1 (of hoger) ingedeeld dient te worden en dus 20 punten of meer “scoort”.
4.9.
De conclusie van al het voorgaande is dan ook dat de vordering van [werknemer] afgewezen dient te worden.
4.10.
[werkgever] vordert betaling van de daadwerkelijk gemaakte proceskosten. [werkgever] voert daartoe aan dat [werknemer] vorderingen heeft ingesteld waarvan hij wist althans behoorde te begrijpen dat deze geen reële kans van slagen hebben. [werkgever] heeft [werknemer] daarop herhaaldelijk en uitvoerig gewezen. Er is sprake van misbruik van procesrecht, hetgeen de gemachtigde van [werkgever] ook aan [werknemer] heeft laten weten. De kantonrechter volgt [werkgever] hierin niet en legt dit hierna uit.
4.11.
Een dergelijke vordering is alleen toewijsbaar in geval van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM.
In hetgeen [werkgever] heeft aangevoerd, ziet de kantonrechter geen aanleiding om de daadwerkelijke proceskosten toe te wijzen. Aan voormelde toetsingsmaatstaf is niet voldaan, hetgeen ook volgt uit de overwegingen van de kantonrechter over de SAO-toeslag.
4.12.
[werknemer] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [werkgever] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
720,00
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van [werknemer] af,
5.2.
veroordeelt [werknemer] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [werknemer] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. Piëtte en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
De uitleg van de CAO-bepaling dient plaats te vinden aan de hand van de zogenoemde cao-norm. Dat betekent dat voor de uitleg van deze bepaling in beginsel de bewoordingen daarvan, gelezen in het licht van de gehele tekst, van doorslaggevende betekenis zijn, waarbij het niet aankomt op de bedoelingen van partijen, voor zover deze niet uit de bepalingen kenbaar zijn, maar op de betekenis die naar objectieve maatstaven volgt uit de bewoordingen waarin de tekst (en de eventuele toelichting daarop) zijn gesteld HR 24 februari 2012, ECLI:HR:2012:BU988.
Hoge Raad 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828.