Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:8230

2026-08-10 Bestuursrecht; Omgevingsrecht ROE 24/4100
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-08-10
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
ROE 24/4100
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor het herbestemmen en wijzigen van het interieur van klooster Watersley. De hotels van eisers zijn niet actief in hetzelfde marktsegment als het in de omgevingsvergunning vergunde hotel voor topsporters en hun familie en reeds daarom zijn zij geen belanghebbende. Het beroep is niet-ontvankelijk.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.351 tekens)
RECHTBANK LIMBURG


Zittingsplaats Roermond



Bestuursrecht



zaaknummer: ROE 24/4100

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 augustus 2026 in de zaak tussen




[naam B.V. 1] en [naam B.V. 2] , beiden gevestigd in [vestigingsplaats 1] , eisers,
(gemachtigden: mr. M.Th.M. Zusterzeel en M.G.E.J. Hendriks ),



en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sittard-Geleen, het college,
(gemachtigden: mr. L.M.O. Coolen, mr. J. Stoop en C. Noblesse).



Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij] , gevestigd in [vestigingsplaats 2] , vergunninghouder,
(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).



Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de verlening van een omgevingsvergunning voor het herbestemmen en wijzigen van het interieur van klooster [naam klooster] op het adres [adres 1] in [plaats 1] . Eisers zijn niet eens met de verlening van deze omgevingsvergunning. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan.

2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eisers
niet-ontvankelijk is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop

3. Met het bestreden besluit van 22 juli 2024 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. Daartegen hebben eisers beroep ingesteld.

4. Het college heeft op het beroep met een verweerschrift gereageerd.

5. De rechtbank heeft het beroep op 1 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eisers, de gemachtigden van het college (met uitzondering van mr. J. Stoop) en de gemachtigden van de derde-partij.




Beoordeling door de rechtbank



Zijn eisers belanghebbende bij het beroep?



5. Het college heeft op zitting de ontvankelijkheid van het beroep van eisers betwist, omdat het college van mening is dat eisers geen belanghebbende zijn. Volgens het college behoren de hotels van eisers niet tot hetzelfde marktsegment als het in de omgevingsvergunning vergunde hotel voor topsporters. Het college heeft ook vraagtekens gezet of de hotels van eisers behoren tot hetzelfde verzorgingsgebied als het vergunde hotel voor topsporters, gelet op de afstand van 4 km.

6. In artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt onder belanghebbende verstaan degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

7. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) is degene wiens concurrentiebelang rechtstreeks is betrokken bij een besluit belanghebbende. Een onderneming heeft alleen een concurrentiebelang als zij in hetzelfde verzorgingsgebied en hetzelfde marktsegment bedrijfsactiviteiten ontplooit als waarin de bedrijfsactiviteiten van haar concurrent plaatsvinden. Het is aan eisers om dat aannemelijk te maken. Dat volgt uit de rechtspraak.

8. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de hotels van eisers niet actief in hetzelfde marktsegment als het in de omgevingsvergunning vergunde hotel voor topsporters en hun familie en reeds daarom zijn zij geen belanghebbende. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Eisers exploiteren ieder een hotel aan de [adres 2] in [plaats 2] respectievelijk de [adres 3] in [plaats 3] . De hotels van eisers richten zich op zakelijke en recreatieve overnachtingen. Vergunninghouder heeft een omgevingsvergunning gekregen voor een hotel uitsluitend voor sporters die op [naam klooster] verblijven en de directe familieleden van die sporters. Het gebruik als hotel is niet toegestaan voor recreanten, zoals wandelaars, fietsers of anderen die op [naam klooster] verblijven. De doelgroep in het hotel bestaat volgens de omgevingsvergunning uitsluitend uit topsporters die gebruikmaken van de faciliteiten op [naam klooster] voor hun sportieve ontwikkeling en hun directe familieleden die op bezoek komen. Dit volgt uit de voorschriften van de omgevingsvergunning. Uit de verleende omgevingsvergunning blijkt naar het oordeel van de rechtbank afdoende dat alleen voor de in de voorschriften genoemde doelgroep de omgevingsvergunning is verleend. Dit betekent niet alleen dat de omgevingsvergunning is verleend voor een hotelfunctie voor een nogal beperkte doelgroep, maar ook dat de doelgroepen van de hotels van eisers naar het oordeel van de rechtbank zodanig verschillen van de doelgroep van het hotel van vergunninghouder dat niet de conclusie kan worden getrokken dat de hotels tot hetzelfde marktsegment behoren. Dat topsporters ook in de hotels van eisers kunnen overnachten en dat dus de werkzaamheden van de hotels elkaar deels kunnen overlappen, maakt het voorgaande niet anders. Het is immers niet gebleken dat de werkzaamheden van de hotels van eisers in belangrijke mate overeenkomen met en zich richten op die van de mogelijk gemaakte hotelfunctie voor overnachtingen door topsporters en hun familie. Eisers hebben in dat verband niet op zitting betoogd dat een substantieel deel van hun werkzaamheden ziet op de overnachtingen door topsporters en hun familie. Dat vergunninghouder de wens heeft om in het hotel ook gasten te laten overnachten die geen topsporters zijn en dat zelfs misschien op dit moment deze overnachtingen al in strijd met de omgevingsvergunning plaatsvinden, maakt niet dat daarmee sprake zou zijn van hetzelfde marktsegment voor de vraag of eisers belanghebbende zijn. De omgevingsvergunning is namelijk slechts voor de hiervoor beschreven beperkte doelgroep verleend.




Conclusie en gevolgen


9. De conclusie van het voorgaande is dat eisers geen concurrentiebelang hebben en dus geen belanghebbende zijn als bedoeld in artikel 1:2 van de Awb. Dat betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. De rechtbank zal het beroep dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Eisers krijgen daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.


































Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.






Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.J.A. Smitsmans, rechter, in aanwezigheid van
mr. A. Kloos, griffier.



Uitgesproken in het openbaar op: 10 augustus 2026














De griffier is verhinderd
om de uitspraak te ondertekenen.


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 10 augustus 2026





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 28 augustus 2019, ECLI:NL:RVS:2019:2881 en 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1392.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 29 april 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1327.