Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:7874

2026-08-05 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/03/343018 / HA ZA 25-277
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-08-05
Publicatiedatum
2026-07-30
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/03/343018 / HA ZA 25-277
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling werkzaamheden begeleider/directievoerder die zijn verricht in aanloop naar uiteindelijk gestrand bouwproject voor realisatie van een luxehotel. De rechtbank oordeelt dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht heeft bestaan, waarop de DNR 2011 niet van toepassing is. Vordering tot betaling werkzaamheden wordt afgewezen, omdat de werkzaamheden onvoldoende zijn gespecificeerd en onderbouwd, met uitzondering van een factuur van € 60.500,-, waarvoor door gedaagde sub 1 betaling is toegezegd. Veroordeling gedaagde sub 1 voor dit bedrag (en enkele nevenvorderingen). Afwijzing vorderingen jegens overige gedaagden.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (43.029 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Maastricht



Zaaknummer: C/03/343018 / HA ZA 25-277




Vonnis van 5 augustus 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PHISICON DESIGN B.V.,
te Kerkrade,
eisende partij,
hierna te noemen: Phisicon,
advocaat: mr. J.O. de Wilde,



tegen:





1de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidCDB VALKENBURG B.V.,

te Hilversum,
hierna te noemen: CdB,





2de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidWAAN B.V.,

te Maastricht,
hierna te noemen: WAAN,





3de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidWAAW B.V.,

te Maastricht,
hierna te noemen: WAAW,





4de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheidCAPITAL ESTATES B.V.,

te Baarn ,
hierna te noemen: Capital Estates,





5 [bestuurder 1] ,

te [plaats 1] ,
hierna te noemen: [bestuurder 1] ,





6 [bestuurder 2] ,

te [plaats 2] ,
hierna te noemen: [bestuurder 2] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: CdB c.s.,
advocaat: mr. R.T.L.J. Jongen.





1Het verloop van de procedure


1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de akte inbreng producties met producties 1 t/m 24 van Phisicon;
- de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 3;
- de brief van 29 oktober 2025 waarbij een mondelinge behandeling is gelast;
- het B2-formulier van 4 november 2025, waarbij mr. B.A.L.H. Robijns zich heeft onttrokken als advocaat van Phisicon;
- het B2-formulier van 3 december 2025, waarbij mr. De Wilde zich heeft gesteld voor Phisicon;
- het B2-formulier van 27 februari 2026, waarbij mr. Jongen zich in plaats van mr. R.W. Janssen heeft gesteld voor CdB c.s.;
- de bij akte van 10 maart 2026 door Phisicon ingediende producties 25 t/m 50;
- de pleitaantekeningen van mr. De Wilde van 10 maart 2026;
- de pleitnota van mr. Jongen van 10 maart 2026;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 10 maart 2026.



1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De feiten


2.1.
CdB is een vennootschap die op 13 april 2022 is opgericht om in de gemeente Valkenburg aan de Geul (hierna: de Gemeente) het project ‘ [project] ’ (hierna: het project) te realiseren. Het te bouwen hotel is ontworpen door (het architectenbureau van) [bestuurder 1] . WAAN en Capital Estates zijn de bestuurders van CdB en houden ieder 50% van de aandelen. WAAW is enig bestuurder en enig aandeelhouder van WAAN. [bestuurder 1] is op zijn beurt enig aandeelhouder en enig bestuurder van WAAW. [bestuurder 2] is enig bestuurder en enig aandeelhouder van Capital Estates. Het organogram ziet er als volgt uit:








2.2.
De heer [persoon] (hierna: [persoon] ) is sedert 2009 betrokken bij het project. Eerst heeft hij onder eigen naam gewerkt en later is hij in dienst getreden bij Phisicon. De heer [bestuurder eiser] (hierna te noemen: [bestuurder eiser] ) is directeur van Phisicon.



2.3.
Om het project te kunnen realiseren, heeft de vennootschap 2Rocks Estate Holding B.V. (hierna: 2Rocks) op 17 december 2015 een koopovereenkomst gesloten met de Gemeente ter zake de aankoop van een drietal percelen. CdB heeft in 2023 de overeenkomst van 2Rocks overgenomen. De percelen zijn op 19 januari 2024 door de Gemeente geleverd aan CdB.



2.4.
Op 4 december 2023 heeft Phisicon de volgende offerte uitgebracht aan WAAN (‘ [WAAN] ’):



“(…)


Op basis van de beschikbare informatie en de bovenvermelde randvoorwaarden kunnen wij onze werkzaamheden aanbieden voor de onderstaande bedragen:


• Opstellen directiebegroting: € 6.000,--.


• Schrijven bestek: € 8.000,--.


Aanvullende werkzaamheden zullen op uurbasis met u verrekend worden waarbij wij een uurtarief hanteren van € 95,--.


(…)”





2.5.
De bij deze offerte behorende opdrachtbevestiging van 18 december 2023 is namens [WAAN] getekend. In de offerte en opdrachtbevestiging wordt De Nieuwe Regeling 2011 (DNR 2011) van toepassing verklaard. In de opdrachtbevestiging worden daarnaast de algemene voorwaarden van Phisicon van toepassing verklaard.



2.6.
In de periode rond maart 2024 zijn partijen bezig geweest met het opstellen van een aannemingsovereenkomst tussen CdB en [aannemingsbedrijf] (hierna: [aannemingsbedrijf] ) in welk verband diverse concepten zijn uitgewisseld.



2.7.
Op 8 maart 2024 heeft [persoon] namens Phisicon een e-mail gezonden aan – onder andere – de toenmalige advocaat van CdB, [bestuurder 2] en [bestuurder 1] , met cc aan [bestuurder eiser] . Onderwerp van die e-mail was een reactie op een aangepaste versie van een aannemingsovereenkomst.



2.8.
Op 19 maart 2024 heeft [persoon] namens Phisicon een e-mail gezonden aan – onder andere – [bestuurder 2] en [bestuurder 1] , met cc aan [bestuurder eiser] . Deze e-mail luidt als volgt:



“Heren,





Op onderstaande mail heb ik geen reactie ontvangen. Derhalve is de planning bij deze vastgesteld.





Ik ga er van uit dat iedereen zich goed realiseerd wat de consequenties zijn. Morgen gaan de omgevingsmanager en ik, zoals in de planning is aangegeven, de gemeente en de omgeving informeren wat de stand van zaken is. Zoals ik al eerder heb aangegeven worden de omgevingsmanager en ik vanuit de omgeving bestookt met vragen mede n.a.v. het plaatsen van de bouwhekken en alle publicaties daarna.


Wij nemen onszelf serieus en gaan met aanvullende informatie naar de buitenwereld komen. Ook vanuit de gemeente komen dwingender signalen. Via diverse mails heb ik jullie daarover de afgelopen tijd geïnformeerd, zonder daar overigens een reactie op te ontvangen.





Wij volgen dus de planning.


Met vriendelijke groet, (…)



[persoon]



namens Phisicon Design B.V.(…)”





2.9.
Op 15 april 2024 heeft [persoon] namens Phisicon een e-mail gezonden aan [bestuurder 2] , met cc aan [bestuurder eiser] . De e-mail luidt als volgt:



“Beste [bestuurder 2] ,





Sinds het laatste overzicht zijn we alweer een maand verder en de inzet is enorm en buitenproportioneel. Ik heb hierdoor inmiddels een leveringsuitstel voor een ander project moeten vragen waardoor ik daar ook niet kan factureren.


Jij hebt mij onlangs aangegeven in te staan voor de facturering van mijn uren en dat waardeer ik ook maar er zal nu toch een tussentijdse oplossing gevonden moeten worden.


Nu is ook de Omgevingmanager weg waardoor nog meer op mijn bordje komt. Prima als daar financiële dekking voor is.





Met vriendelijke groet, (…)



[persoon]



namens Phisicon Design B.V.(…)”





2.10.
Op 4 december 2024 heeft een bespreking plaatsgevonden met de bij het project betrokken partijen, waaronder Phisicon, CdB, WAAN en [aannemingsbedrijf] .



2.11.
Bij e-mail van 20 december 2024, met als onderwerp ‘ [nummer 2] , CdB, Valkenburg BV’, heeft Phisicon aan [bestuurder 2] een urenstaat toegestuurd, waarin het aantal bestede uren per week is weergegeven over de jaren 2021 tot en met 2024. Het totale bedrag voor deze uren (1373 uur maal € 95,-- per uur, verhoogd met 5% overheadkosten) bedraagt € 136.956,75. Na aftrek van € 14.000,- voor de separaat aan WAAN gefactureerde kosten voor bestek en begroting resteert een bedrag van € 122.956,75.



2.12.
Bij dezelfde e-mail heeft Phisicon aan [bestuurder 2] een voorschotnota verzonden ter hoogte van € 50.000,-- exclusief btw. De voorschotnota (factuurnummer [nummer 1] , projectnummer [nummer 2] ) is op naam gesteld van CdB.



2.13.
Op 23 december 2024 heeft Phisicon per e-mail aan [bestuurder 2] geschreven:



“(…)


We constateren, ondanks het dringende verzoek, dat de factuur met kenmerk [nummer 1] , d.d. 19-12-2024 niet betaald is. Wij verzoeken de betaling vandaag alsnog uit te voeren.


(…)”





2.14.

[bestuurder 2] heeft op dezelfde dag per e-mail aan Phisicon geschreven:



“(…)


Ik doe mijn uiterste best om deze nota zo snel mogelijk te betalen.


Ik kom zojuist bij het bedrijf vandaan waar ik een bedrag van tegoed heb. Deze is bij hem afgeschreven.


Zodra ik die binnen kan ik het grootste deel aan jouw betalen. (komt wel uit het buitenland)


Jij bent de eerste die ik betaal. Heb vertrouwen in mij.


Ik waardeer jouw werk ten zeerste.





2.15.
Bij raadsinformatiebulletin van 4 februari 2025 heeft het college van B&W van de Gemeente aan de gemeenteraad bericht dat de koopovereenkomst met CdB ter zake de drie percelen buitengerechtelijk is ontbonden, omdat na extern onderzoek en advisering is geconcludeerd dat nakoming van de overeenkomst (oplevering van de bouw per 1 maart 2026) onmogelijk is.



2.16.
Bij brief van 14 maart 2025 heeft Phisicon aan CdB bericht dat deze toerekenbaar is tekortgeschoten in de uitvoering van een tussen partijen bestaande overeenkomst, dat zij deze overeenkomst per direct opzegt en dat zij op grond van DNR 2011 betaling vordert van € 153.202,13 exclusief btw (honorarium van alle verrichte werkzaamheden plus 10% van het resterende deel van de advieskosten).



2.17.
Op dezelfde datum heeft Phisicon brieven gestuurd aan [bestuurder 1] en WAAN, respectievelijk [bestuurder 2] en Capital Estates, waarin zij deze partijen uit hoofde van bestuurdersaansprakelijkheid aansprakelijk heeft gesteld voor de gevolgen van de toerekenbare tekortkoming van CdB, onder sommatie tot betaling van € 153.202,13 exclusief btw.



2.18.
CdB c.s. hebben bij brief van hun advocaat van 21 maart 2025 (de omvang van) de door Phisicon gestelde claims betwist en bestuurdersaansprakelijkheid van de hand gewezen.


2.19.
Op 28 januari 2025 heeft [persoon] namens Phisicon een e-mail gezonden aan [bestuurder 2] , met cc aan [bestuurder eiser] . De inhoud van de e-mail luidt als volgt:



“Beste [bestuurder 2] ,





In aansluiting op de mail van gisteren en ons telefoongesprek van vandaag geef ik hierbij een kleine aanvulling op het in de mail genoemde 10 stappenplan.


Je vroeg om een tijdplanning. Wij schatten in dat de tijd tussen stap 1 en stap 10 ongeveer 5 maanden bedraagt.


Stel (theoretisch) dat stap 1 in de eerste week van februari in gang gezet zou kunnen worden, dan gaan we dus richting medio juli voor stap 10.


Echter medio juli begint de bouwvak. Feitelijk komt het er dus op neer dat de echte start bouw op z’n vroegst maandag 11 augustus 2025 pas kan plaatsvinden.


Vetrouwende je hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.





Met vriendelijke groet, (…)



[persoon]



namens Phisicon Design B.V.(…)”





2.20.
Nadere correspondentie tussen partijen heeft niet tot een oplossing geleid.



2.21.
Omstreeks april 2025 heeft Phisicon conservatoir beslag laten leggen op de gronden die door CdB waren aangekocht van de Gemeente. Daarnaast heeft zij derdenbeslag doen leggen ten laste van CdB onder de Gemeente.





3Het geschil


3.1.
Phisicon vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, CdB c.s., ieder hoofdelijk, des de een betalende de ander zal zijn bevrijd, veroordeelt om binnen veertien dagen na betekening van het in dezen te wijzen vonnis, aan Phisicon te betalen:



de hoofdsom van € 153.202,13;


de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW over de hoofdsom, te rekenen vanaf de respectieve vervaldata ten bedrage van € 1.638,00 en vanaf 2 mei 2025 tot aan de dag van de algehele voldoening, althans een zodanige beslissing te nemen als de rechtbank gerechtvaardigd acht;


de buitengerechtelijke incassokosten ad € 2.307,02, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf de dag van betekening van deze dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;


de nakosten, conform artikel 237 lid 4 Rv en het arrest van de Hoge Raad van 19 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1116, te vermeerderen met de explootkosten en kosten van noodzakelijke verschotten indien betekening door een deurwaarder plaats dient te vinden;


de kosten van dit geding, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en – voor het geval voldoening van de proceskosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf bedoelde termijn voor voldoening, een en ander, voor zover mogelijk, uitvoerbaar bij voorraad.





3.2.
Phisicon stelt dat CdB in gebreke is met de betaling van de aan Phisicon opgedragen werkzaamheden. Zij vordert, op grond van artikel 41 van DNR 2011, betaling door CdB van haar honorarium, vermeerderd met 5% overheadkosten en 10% van de na opzegging van de overeenkomst resterende advieskosten. De vorderingen jegens WAAN, WAAW, Capital Estates, [bestuurder 1] en [bestuurder 2] zijn gebaseerd op bestuurdersaansprakelijkheid.



3.3.
CdB c.s. voeren verweer.



3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.





4De beoordeling



De kern van het geschil




4.1.
Phisicon en CdB verschillen van mening of zij een overeenkomst zijn aangegaan op grond waarvan Phisicon werkzaamheden als begeleider/directievoerder verricht heeft voor CdB in het kader van het project, die CdB moet betalen. In het verlengde daarvan twisten partijen erover of de (indirect) bestuurders van CdB hoofdelijk aangesproken kunnen worden tot betaling van de kosten die Phisicon bij CdB in rekening gebracht heeft en die CdB onbetaald laat.



4.2.
De rechtbank zal hieronder de vorderingen beoordelen per rechtsrelatie. De rechtbank zal eerst ingaan op de rechtsrelatie tussen Phisicon en CdB.



In de rechtsrelatie Phisicon-CdB





Is er een overeenkomst tot stand gekomen en, zo ja, met wie?





Standpunt Phisicon




4.3.
Phisicon stelt dat [persoon] in 2009 benaderd is door [bestuurder 1] om hem bij te staan bij het project. [persoon] was toen werkzaam als eenmanszaak. Die eenmanszaak is later omgezet in [persoon] Bouwadvies B.V. Namens deze onderneming is [persoon] blijven werken aan het project. In de loop van 2021 is [persoon] gaan werken voor Phisicon Profab B.V. en per 1 maart 2021 is [persoon] bij die onderneming in loondienst getreden. Vanuit Phisicon Profab B.V. heeft hij zijn werkzaamheden voor het project voortgezet. Uiteindelijk zijn de werkzaamheden van [persoon] ondergebracht in Phisicon. [persoon] is namens Phisicon blijven werken aan het project, aldus Phisicon.



4.4.
Phisicon stelt in de jaren 2021 tot en met 2024 ten behoeve van het project werkzaamheden te hebben verricht op grond van overeenkomsten met WAAN, respectievelijk CdB, die zijn uitgevoerd door [persoon] . Die werkzaamheden heeft zij vastgelegd in urenstaten, die zij verzonden heeft aan WAAN en CdB. In die urenstaten is vermeld welk deel van de verrichte werkzaamheden voor rekening van WAAN komt en welk deel voor rekening van CdB. Het grootste deel van het werk is verricht in 2024. De urenstaten zijn steeds zonder protest behouden en daarmee erkend. In deze procedure gaat het alleen om de kosten die in rekening zijn gebracht aan CdB.



4.5.
CdB is volgens Phisicon toerekenbaar te kort geschoten in de nakoming van de overeenkomst, omdat CdB, ondanks het feit dat Phisicon alle opgedragen werkzaamheden heeft verricht, niet tot betaling van die werkzaamheden is overgegaan. Op grond van de toepasselijke DNR 2011-voorwaarden is CdB gehouden om het honorarium van alle verrichte werkzaamheden te vergoeden, alsmede 10% van het resterende deel van de advieskosten die verschuldigd zouden zijn bij de volledige uitvoering van de opdracht. Dat komt er op neer dat CdB gehouden is om € 136.562,13 exclusief btw aan honorarium te betalen en € 16.640,-- exclusief btw, zijnde 10% van de resterende advieskosten/directievoering.



4.6.
Dat CdB de facturen van Phisicon moet betalen blijkt uit de reactie van [bestuurder 1] die in een mail van 11 maart 2024, naar aanleiding van facturen die Phisicon had toegestuurd aan WAAN B.V., schrijft dat Phisicon de rekening aan de ontwikkelaar moet sturen, waarmee gedoeld wordt op CdB. Verder heeft [bestuurder 2] verschillende keren toegezegd dat Phisicon haar geld zou krijgen. [bestuurder 2] heeft ook gezegd persoonlijk garant te staan voor betaling. Phisicon verwijst naar de e-mail van [bestuurder 2] van 23 december 2024. Op 6 februari 2025 verzoekt [bestuurder 2] [persoon] in een e-mail de werkzaamheden te stoppen omdat de Gemeente de grond waarop het project gerealiseerd zou worden, heeft teruggeëist. Ook hieruit blijkt dat er sprake was van een opdracht van CdB aan Phisicon.



Standpunt CdB




4.7.
CdB betwist dat zij een overeenkomst heeft gesloten met Phisicon. [persoon] heeft ondersteunende werkzaamheden verricht voor het project, maar ook met hem is nooit een overeenkomst gesloten. Van overneming van een contract van [persoon] door Phisicon is evenmin sprake. Een akte waarin een contractoverneming is vastgelegd, ontbreekt. De offerte van WAAN van 4 december 2023 is geen akte is in de zin van artikel 6:159 BW. Subsidiair heeft CdB aangevoerd dat er in ieder geval geen overeenkomst met Phisicon was voor 4 december 2023, de datum waarop Phisicon voor het eerst een offerte aan CdB heeft gezonden voor het uitvoeren van werkzaamheden. Meer subsidiair stelt CdB dat zij is opgericht op 13 april 2022, zodat zij in ieder geval voor deze datum geen overeenkomst met Phisicon kan hebben gesloten.



Oordeel




4.8.
De rechtbank stelt het volgende voorop. Niet in geschil is dat CdB is opgericht op 13 april 2022. Phisicon kan vóór dat moment geen werkzaamheden voor CdB verricht hebben. CdB kan daarom in beginsel niet tot betaling worden aangesproken van de werkzaamheden die verricht zijn vóór 13 april 2022 ten behoeve van het project. Er zijn vóór die datum wel werkzaamheden verricht ten behoeve van 2Rocks, de rechtsvoorganger van CdB. Echter, gesteld noch gebleken is van een contracts- of schuldoverneming door CdB van de betalingsverplichtingen van 2 Rocks, zodat CdB niet aansprakelijk is voor de betaling van de werkzaamheden die door 2Rocks zijn opgedragen.



4.9.
De vraag is vervolgens of [persoon] na 13 april 2022, toen CdB was opgericht, de werkzaamheden voor het project heeft verricht namens Phisicon of namens zichzelf.



4.10.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende komen vast te staan dat [persoon] de werkzaamheden heeft verricht namens Phisicon. Dit volgt in de eerste plaats uit het feit dat [persoon] in de correspondentie tussen partijen over het project kenbaar namens Phisicon optrad: niet alleen maakte hij gebruik van een e-mailadres van Phisicon, maar bij de ondertekening stond ook steevast ‘namens Phisicon Design B.V.’ en (in grote letters) het logo van Phisicon. De rechtbank verwijst in dat verband bijvoorbeeld naar het e-mailbericht 27 februari 2024 aan de (voormalig) advocaat van CdB, met cc aan [bestuurder 1] en [bestuurder 2] , waarin hij de advocaat bericht dat hij tijdens de bouwfase optreedt als directievoerder, de e-mailberichten van 1 en 8 maart 2024, gericht aan [bestuurder 2] en [bestuurder 1] , respectievelijk de (voormalig) advocaat van CdB, met daaraan gehecht een aangepaste versie van een aannemingsovereenkomst, het e-mailbericht van 19 maart 2024 aan onder meer [bestuurder 2] en [bestuurder 1] inzake de planning van het project, het e-mailbericht van 15 april 2024 aan [bestuurder 2] , waarin [persoon] aandacht vraagt voor de betaling van de door hem gewerkte uren in het kader van het project, het e-mailbericht van 28 januari 2025 aan [bestuurder 2] , inzake een tijdplanning voor het project, en het e-mailbericht van 11 februari 2025 aan [bestuurder 2] , waarin onder andere betaling van uitstaande facturen wordt gevorderd. Daarnaast wijst de rechtbank op het voortgangsverslag dat onder meer met [bestuurder 1] en [bestuurder 2] is gedeeld en dat is afgedrukt op briefpapier van Phisicon (met het logo op iedere pagina).
Dat [persoon] handelde namens Phisicon volgt naar het oordeel van de rechtbank bovendien uit het feit dat voormelde e-mails (met uitzondering van het bericht van

27 februari 2024) steeds in cc aan [bestuurder eiser] zijn gemaild en dat [bestuurder eiser] op
4 december 2024 aanwezig was bij een overleg over de voortgang van het project. [bestuurder eiser] is directeur van Phisicon (zie rov. 2.2). Diens aanwezigheid zou niet nodig zijn geweest, indien niet Phisicon maar [persoon] contractspartij van CdB zou zijn geweest.

Dat [persoon] zijn werkzaamheden verrichtte namens Phisicon en niet namens zichzelf, blijkt verder uit de e-mail van [persoon] (namens Phisicon) aan [bestuurder 2] (met cc aan [bestuurder eiser] ) van 20 december 2024. Deze e-mail ziet op een uren- en kostenverantwoording over de periode tot en met 19 december 2024. Bij de e-mail zijn gevoegd een urenstaat met het logo van Phisicon en een factuur van Phisicon, gericht aan CdB, voor een bedrag van € 60.500,-- inclusief btw. Vaststaat dat CdB diverse facturen van Phisicon heeft ontvangen, doch dat zij nooit heeft gereageerd met de vraag waarom zíj de facturen aan Phisicon zou moeten betalen noch wie [bestuurder eiser] is, hetgeen voor de hand zou hebben gelegen als zij zou menen dat de werkzaamheden door [persoon] namens zichzelf zijn verricht en niet namens Phisicon.
Dat [persoon] al (ruim) vóór 4 december 2023 namens Phisicon werkzaamheden voor CdB verrichtte blijkt ten slotte uit zijn e-mailbericht van 15 juni 2022 aan één van de op dat moment in te schakelen onderaannemers en de reactie daarop (van dezelfde datum) van [bestuurder 2] . Hoewel [persoon] in dat bericht nog gebruik maakt van een e-mailadres van ‘Phisicon Profab’, bevat ook deze mail (evenals de reeds genoemde voorbeelden) de uitdrukkelijke vermelding dat deze is verzonden namens Phisicon en deze voorzien van het logo van Phisicon.




4.11.
Dat CdB ook heeft begrepen dat [persoon] handelde namens Phisicon en niet namens zichzelf volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de e-mail van 6 februari 2025 van [bestuurder 2] aan [persoon] . In die e-mail verklaart [bestuurder 2] immers graag in overleg te treden met Phisicon, om tot een vergelijk te komen, omdat de Gemeente had geëist dat CdB de aan haar geleverde percelen zou terugleveren. Daaruit volgt dat niet [persoon] maar Phisicon klaarblijkelijk als contractspartij van CdB gezien werd.



4.12.
Uit het vorenstaande volgt dat voor CdB duidelijk was, dan wel duidelijk had moeten zijn, dat [persoon] zijn werkzaamheden voor het project verrichtte namens Phisicon en niet namens zichzelf. Vanaf 13 april 2022 bestond er derhalve een rechtsrelatie tussen Phisicon en CdB. Het betoog van CdB, dat vóór 4 december 2023 geen sprake was van een relatie tussen haar en Phisicon, wordt dan ook verworpen.



Kwalificatie van de rechtsverhouding





4.13.
De rechtsverhouding van partijen moet naar het oordeel van de rechtbank worden gekwalificeerd als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Dit blijkt uit het feit dat [bestuurder 1] en [bestuurder 2] instructies hebben gegeven aan [persoon] /Phisicon en [persoon] namens Phisicon werkzaamheden heeft verricht voor (het project van) CdB. De rechtbank verwijst in dat verband allereerst naar de e-mail van 21 februari 2024 van [bestuurder 1] aan [persoon] . Daarin wordt [persoon] – onder andere – opgedragen om te zorgen voor een zogenaamd STABU-bestek, een aannemingsovereenkomst die sluit op het overeengekomen bedrag en een sluitende planning die bindend is voor de Gemeente. Verder wijst de rechtbank de e-mail van 2 januari 2025 van [bestuurder 2] aan [persoon], waarin [persoon] erop wordt gewezen dat hij als directievoerder van CdB háár belangen dient te behartigen. Verder wordt [persoon] in die e-mail opgedragen zich namens CdB op te stellen en alle financiële opdrachten vooraf te laten goedkeuren door de directie van CdB.



DNR 2011





Standpunt Phisicon




4.14.
Phisicon heeft haar vordering primair gebaseerd op de algemene voorwaarden van DNR 2011.



Oordeel




4.15.
De rechtbank is van oordeel dat de voorwaarden van DNR 2011 niet van toepassing zijn om de volgende redenen.


4.16.
De overeenkomst tussen Phisicon en CdB is niet, zoals Phisicon stelt, tot stand gekomen op basis van de offerte van 1 mei 2024 (voor het voeren van de directie en het uitoefenen van toezicht gedurende de realisatie van het project), waarin de voorwaarden van DNR 2011 van toepassing zijn verklaard. Deze offerte is immers niet ondertekend door CdB. Bovendien is de overeenkomst tussen partijen al eerder tot stand gekomen, zoals hiervoor is overwogen. Phisicon erkent dat de offerte van 1 mei 2024 niet expliciet is geaccepteerd. Zij stelt enkel dat CdB opdracht heeft gegeven tot het uitvoeren van de werkzaamheden en zij nimmer bezwaar heeft gemaakt tegen de toepasselijkheid van de DNR 2011. Dat is, zonder aanvullende omstandigheden, onvoldoende om de toepasselijkheid van de voorwaarden te kunnen aanvaarden. De toepasselijkheid van DNR 2011 kan evenmin worden afgeleid uit productie 4 van Phisicon waarin verwezen wordt naar DNR 2011. Deze productie betreft een door WAAN ondertekende opdrachtbevestiging van 18 december 2023. WAAN is een andere partij dan CdB. Verder is niet gesteld of gebleken dat de voorwaarden van DNR 2011 mondeling overeengekomen zijn. Ten slotte kan de toepasselijkheid ook niet worden gebaseerd op de factuur van Phisicon aan CdB van 19 december 2024, want deze factuur dateert van het einde van de relatie tussen partijen en niet van het begin daarvan.



De verschuldigde vergoeding





Standpunt Phisicon




4.17.
Phisicon maakt aanspraak op een vergoeding voor de werkzaamheden die zij verricht heeft voor CdB.



Standpunt CdB




4.18.
CdB voert onder meer aan dat uit het urenoverzicht van Phisicon niet inzichtelijk blijkt op welke dagen precies is gewerkt en welke werkzaamheden toen exact zijn uitgevoerd. Omdat Phisicon dat inzicht niet heeft verschaft, moet deze vordering worden afgewezen.



Oordeel




4.19.
Artikel 7:405 BW bepaalt dat indien loon is verschuldigd doch de hoogte daarvan door partijen niet is bepaald, de opdrachtgever het op de gebruikelijke wijze berekende loon, of, bij gebreke daarvan, een redelijk loon is verschuldigd.



4.20.

De rechtbank stelt voorop dat niet gesteld of gebleken is dat partijen afspraken gemaakt hebben over de hoogte van het verschuldigde loon. Phisicon heeft verder verzuimd te onderbouwen welk loon gebruikelijk, dan wel redelijk is. Bovendien heeft Phisicon, in het licht van de betwisting door CdB, niet onderbouwd hoeveel uur aan welke werkzaamheden zijn besteed. Gelet op de gemotiveerde betwisting van CdB in haar conclusie van antwoord, had van Phisicon mogen worden verwacht dat zij vóór de mondelinge behandeling alsnog een dergelijke onderbouwing had gegeven. De tijd gelegen tussen de conclusie van antwoord en de mondelinge behandeling was voldoende om die onderbouwing alsnog te geven. Het aanbod ter mondelinge behandeling om die onderbouwing alsnog te geven, is tardief.
Omdat Phisicon haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd, zal de rechtbank Phisicon ook niet toelaten te bewijzen dat de door haar gevorderde vergoeding een gebruikelijk loon vertegenwoordigt, dan wel is te beschouwen als een redelijke beloning voor uitgevoerde werkzaamheden.




4.21.

Het verweer van CdB dat het gevorderde honorarium onvoldoende is gespecificeerd en onderbouwd gaat echter niet op voor het bedrag van € 60.500,-- inclusief btw dat door Phisicon bij voorschotnota van 19 december 2024 aan CdB in rekening is gebracht (zie rov. 2.12). [bestuurder 2] heeft de verschuldigdheid van dit bedrag bij e-mail van 23 december 2024 immers uitdrukkelijk erkend en betaling toegezegd (zie rov. 2.14). Deze toezegging is bovendien herhaald bij e-mail van 2 januari 2025. Nu [bestuurder 2] de factuur op dat moment kennelijk gegrond vond en geen reden zag die niet te betalen of om nadere informatie te vragen, had het op de weg van CdB gelegen haar stellingen dat (ook) met betrekking tot dit deel van het gevorderde bedrag geen betalingsverplichting bestaat, nader te motiveren. Bij ontbreken van die nadere motivering is de vordering van Phisicon voor dit deel
(€ 60.500,--) onvoldoende gemotiveerd betwist en daarmee toewijsbaar. De gevorderde wettelijke handelsrente over dit bedrag is eveneens toewijsbaar. Nu geen uiterste dag van betaling is overeengekomen is de wettelijke handelsrente overeenkomstig artikel 6:119a lid 2 onder a BW verschuldigd vanaf 30 dagen na aanvang van de dag volgend op die waarop CdB de factuur heeft ontvangen. In dit geval betekent dit (uitgaande van ontvangst van de factuur op 20 december 2024) dat de wettelijke handelsrente is verschuldigd vanaf
19 januari 2025.




In de rechtsrelatie Phisicon- [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital Estates





Bestuurdersaansprakelijkheid





Standpunt Phisicon




4.22.
Phisicon stelt dat [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital Estates op grond van bestuurdersaansprakelijkheid aansprakelijk zijn voor de schuld van CdB aan Phisicon, omdat zij als (in)directe bestuurders van CdB een opdracht aan Phisicon hebben verstrekt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvan zij wisten of moesten weten dat CdB de verplichting tot betaling van die werkzaamheden niet zou kunnen nakomen, omdat zij daartoe niet over de benodigde financiën beschikte. Gelet op de cijfers wisten de bestuurders van CdB en WAAN, of hadden zij moeten weten, dat CdB haar verplichtingen jegens Phisicon niet zou kunnen nakomen en ook geen verhaal zou bieden voor de als gevolg daarvan optredende schade.



Standpunt CdB




4.23.
CdB betwist dat haar bestuurders hebben gezegd dat de financiering van het project op korte termijn rond zou zijn. Phisicon was volgens CdB vanaf het begin bekend met het feit dat CdB niet over de benodigde financiële middelen beschikte om het project te kunnen financieren. Dat blijkt volgens CdB uit het feit dat in de concept aannemingsovereenkomst al een financieringsvoorbehoud was opgenomen en dat Phisicon wist dat de financiering eerst moest worden verkregen, voordat met het project kon worden begonnen. Phisicon heeft bovendien nagelaten per individuele (indirect) bestuurder toe te lichten waarom er sprake is van onrechtmatig handelen.



Oordeel




4.24.
De rechtbank wijst de vordering van Phisicon jegens [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital Estates op grond van bestuurdersaansprakelijkheid af. Phisicon heeft allereerst nagelaten per kolom van de twee bestuurders van CdB (te weten Capital Estates en WAAN, en de achterliggende indirecte bestuurders) te onderbouwen wie op welke gronden aansprakelijk is. Bovendien staat aan de bedoelde aansprakelijkheid in de weg dat Phisicon wist dat de financiering van het project niet rond was en dat het project dus onzeker was, zodat Phisicon het risico liep dat haar werkzaamheden onbetaald zouden blijven.



In de rechtsrelaties Phisicon-CdB, [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital

Estates





4.25.
De slotsom is dat de vorderingen onder 1 en 2 ten opzichte van CdB zullen worden toegewezen tot een bedrag van € 60.500,-- te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 19 januari 2025. Ten opzichte van de overige gedaagden zullen alle vorderingen van Phisicon worden afgewezen.



De buitengerechtelijke kosten





4.26.
De door Phisicon gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn jegens CdB toewijsbaar voor zover haar vordering zal worden toegewezen. De rechtbank begroot deze kosten op grond van het toe te wijzen bedrag (€ 60.500,-) op € 1.380,-. De gevorderde wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. Jegens de overige gedaagden zullen de buitengerechtelijke kosten worden afgewezen.



De proceskosten





In de rechtsrelatie Phisicon - CdB:




4.27.
CdB is deels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Phisicon worden begroot op:









- kosten exploot


€


122,35;







- griffierecht


€


6.147,00;







- salaris advocaat


€


2.580,00;


(2 punten × € 1.290,00)




- nakosten


€


189,00;


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


9.038,35











In de rechtsrelatie Phisicon - WAAN, WAAW, Capital Estates, [bestuurder 1] en [bestuurder 2] :





4.28.
Phisicon is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WAAN, WAAW, Capital Estates, [bestuurder 1] en [bestuurder 2] worden begroot op:









- griffierecht


€


5.717,50;


(5/6 x € 6.861,00)




- salaris advocaat


€


4.102,00;


(2 punten × € 2.051,00)




- nakosten


€


189,00;


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


10.008,50











4.29.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.





5De beslissing


De rechtbank:




in de rechtsrelatie Phisicon-CdB:



5.1.
veroordeelt CdB om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Phisicon te betalen € 60.500 (inclusief btw), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente met ingang van 19 januari 2025 tot de dag van algehele voldoening;



5.2.
veroordeelt CdB om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis aan Phisicon te betalen € 1.380,00 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 mei 2025 tot de dag van algehele voldoening;



5.3.
veroordeelt CdB tot betaling aan Phisicon van de proceskosten ter grootte van € 9.038,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als CdB niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;



5.4.
veroordeelt CdB tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;



5.5.
wijst ten aanzien van CdB het meer of anders gevorderde af;



in de rechtsrelatie Phisicon- [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital Estates:




5.6.
wijst de vorderingen van Phisicon ten opzichte van [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital Estates af;



5.7.
veroordeelt Phisicon tot betaling aan [bestuurder 1] , [bestuurder 2] , WAAN, WAAW en Capital Estates van de proceskosten ter grootte van € 10.008,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Phisicon niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;



5.8.
veroordeelt Phisicon tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten, als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;



in alle rechtsrelaties:




5.9.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. drs. Hurkens, mr. Etman en mr. Van den Pauwert, rechters, en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.







Ontleend aan conclusie van antwoord, randnummer 2.1.


Productie 4 van Phisicon.


Productie 9 van Phisicon.


Productie 9 van Phisicon.


Productie 35 van Phisicon.


Productie 42 van Phisicon.


Productie 11 van Phisicon.


Productie 21 van Phisicon.


Productie 22 van Phisicon.


Productie 22 van Phisicon.


Productie 12 van Phisicon.


Productie 13 van Phisicon.


Productie 13 van Phisicon.


Productie 14 van Phisicon.


Productie 47 van Phisicon.


Productie 18 van Phisicon.


Productie 7 van Phisicon.


Productie 22 van Phisicon.


Productie 4 van Phisicon.


Productie 9 van Phisicon.


Beide mails in productie 9 van Phisicon.


Productie 35 van Phisicon.


Productie 42 van Phisicon.


Productie 47 van Phisicon.


Productie 49 van Phisicon.


Productie 9 van Phisicon.


Productie 21 van Phisicon.


Productie 30 van Phisicon.


Productie 48 van Phisicon.


Productie 34 van Phisicon.


Productie 45 van Phisicon.


Productie 36 van Phisicon.


Productie 21 van Phisicon.


Productie 22 van Phisicon.


Productie 45 van Phisicon.