Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:7142
2026-07-17
Bestuursrecht
ROE 24/4518
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Woningsluiting voor de duur van 20 weken op grond van artikel 13b Opiumwet. De rechtbank is van oordeel dat de burgemeester bevoegd is, maar dat aan de omstandigheden van het geval geen dermate groot gewicht kan worden toegekend dat dit een sluiting rechtvaardigt. Het beroep is daarom gegrond. De rechtbank voorziet zelf in de zaak.
Citeert (4)
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2022:1765 Raad van State 22-06-2022
- ECLI:NL:RVS:2025:2922 Raad van State 16-07-2025
- ECLI:NL:RVS:2026:3368 Raad van State 10-06-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.923 tekens)
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: ROE 24/4518
Uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. J.J.M. Goltstein),
en
de burgemeester van de gemeente Kerkrade
(gemachtigden: mr. B.J.M. Schmeets en K. Heijens).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers gericht tegen de sluiting van hun woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Eisers zijn het daar niet mee eens en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van die beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 7 juni 2022 heeft de burgemeester een last onder bestuursdwang opgelegd om de woning vanaf 15 juni 2022 voor de duur van twintig weken te sluiten.
2.1.
Eisers hebben bezwaar ingediend tegen dat besluit. Met het besluit van 10 oktober 2022 heeft de burgemeester het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
2.2.
Met de uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank die beslissing op bezwaar vernietigd en de burgemeester opgedragen om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Met het bestreden besluit van 2 september 2024, verzonden op 23 september 2024, heeft de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaard.
2.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben [eiser 1] en de gemachtigden van partijen deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Inleiding
3. Naar aanleiding van een melding bij Meld Misdaad Anoniem over de vermoedelijke aanwezigheid van een chemisch laboratorium heeft de politie de woning van eisers doorzocht. In de woning is geen lab aangetroffen, maar wel een boodschappentas met daarin een plastic zak met netto 500 gram aan henneptoppen. Deze omstandigheden zijn beschreven in de op ambtseed opgemaakte bestuurlijk rapportage van 27 maart 2022.
4. De burgemeester heeft op 19 april 2022 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van twintig weken toegezonden. Eisers hebben een zienwijze uitgebracht. Eisers hebben de huur van de woning opgezegd en hebben de woning verlaten.
5. De burgemeester is hierna overgegaan tot de besluitvorming, zoals hiervoor weergegeven onder procesverloop.
Bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang
6. Eisers voeren aan dat de henneptoppen bedoeld waren voor eigen gebruik en dat het gebruik destijds medicinaal van aard was. Dat blijkt uit hun eigen verklaringen en uit het feit dat niet is gebleken van een loop naar het pand, van overlast, van handel ter plaatse en van attributen die bij drugshandel horen. Ter zitting is verklaard dat deze hoeveelheid henneptoppen 300 à 330 gram wiet oplevert en dat eiser drie jointjes per dag rookt.
7. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna kortweg: drugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Als uitgangspunt geldt dat bij de aanwezigheid van meer dan vijf gram softdrugs de aangetroffen hoeveelheid in beginsel (mede) bestemd wordt geacht te zijn voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Als het om een geringe overschrijding van die grens gaat en de betrokkene feiten en omstandigheden noemt die er op duiden dat het om een hoeveelheid voor eigen gebruik gaat, is er in beginsel geen overtreding en dus geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Als het niet om een geringe overschrijding gaat, is het aan betrokkene om aannemelijk te maken dat deze hoeveelheid desondanks uitsluitend voor eigen gebruik was bestemd.
8. De rechtbank stelt vast dat de aangetroffen hoeveelheid henneptoppen meer is dan een geringe overschrijding van de hoeveelheid voor eigen gebruik. Daarom moet worden aangenomen dat deze (mede) bestemd is voor de verkoop, aflevering of verstrekking. De bewijslast om dat te ontkrachten ligt bij eisers. Hoewel het de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt dat de henneptoppen ook voor eigen gebruik zijn, hebben eisers dit niet aannemelijk gemaakt. De enkele verklaringen dat het alleen bedoeld is voor eigen gebruik, is gelet op de hoeveelheid onvoldoende om te ontkrachten dat de verdovende middelen (mede) bestemd zijn voor de verkoop, aflevering of verstrekking. De rechtbank is daarom van oordeel dat de burgemeester bevoegd was om handhavend op te treden.
Geschiktheid en noodzakelijkheid
9. Eisers voeren aan dat de situatie al hersteld was doordat zij al na het voornemen de woning hebben verlaten. Het doel om de woning aan het drugscircuit te onttrekken is daarmee achterhaald. Verder geven zij aan dat de woning niet bekend stond als drugspand. Er werd niet in of vanuit de woning verhandeld. De hennep was aanwezig voor eigen gebruik. De melding via Meld Misdaad Anoniem is van een boos familielid. De melding is ook onjuist gebleken. Andere meldingen zijn niet bekend en dat kan ook niet, omdat de woning geen rol speelde binnen het criminele circuit. De wijk waarin de woning is gelegen, is rustig.
10. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester, wanneer hij overweegt een woning te sluiten, moet beoordelen of sluiting, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de burgemeester de beoogde doelen niet (meer) kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt. In het geval de burgemeester zijn doelen nog wel kan bereiken, dient hij de noodzaak van de sluiting te beoordelen. Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, zijn verschillende omstandigheden van belang. Bijvoorbeeld de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs of (grond)stoffen en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit, wat gevolgen heeft voor de veiligheid en de openbare orde in de omgeving. Wanneer sprake is van toeloop, overlast of (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving, kan het noodzakelijk zijn om die met sluiting van de woning ongedaan te maken. Hierbij kan mede van belang zijn of in de nabije omgeving van de woning in het recente verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen of druggerelateerde criminaliteit. Verder kan sluiting van de woning noodzakelijk zijn als op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel als professionele teeltlocatie, handelslocatie, opslaglocatie voor handel elders of omdat toegang tot de woning wordt verschaft aan derden om er te gebruiken. Met de sluiting wordt de woning aan de keten van drugshandel onttrokken. Bij al het voorgaande moet de burgemeester ook rekening houden met het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het moment waarop hij tot sluiting overgaat. Als het samenstel van omstandigheden meebrengt dat sluiting niet noodzakelijk is, dan moet de burgemeester hiervan afzien.
11. Aan de omstandigheden van dit geval kan niet een dermate groot gewicht worden toegekend, dat dit een sluiting rechtvaardigt. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het in dit geval gaat om softdrugs, het alleen gaat om de aanwezigheid daarvan, er geen ‘loop’ naar de woning is waargenomen, dat niet is gebleken van bekendheid van het pand binnen het criminele circuit of een uitstraling van de overtreding naar de omgeving, dat eisers geen Opiumwet-gerelateerde antecedenten hebben en bovendien dat er geen wapens, grote hoeveelheid contant geld of aanvullende attributen zijn aangetroffen. Er is weliswaar sprake van een melding via Meld Misdaad Anoniem, maar deze melding is niet concreet en was bovendien ook onjuist. Alleen deze melding is dan ook onvoldoende om aan te nemen dat de woning bekend was. Voor zover de burgemeester erop wijst dat de enkele aanwezigheid al een belang vormt voor sluiting, merkt de rechtbank op dat dit belang niet zonder meer betekent dat sluiting ook noodzakelijk is. De rechtbank is niet gebleken dat in dit geval, na de inbeslagname van de henneptoppen, sprake is van (de gevolgen van) een overtreding die nog moet(en) worden beëindigd of dat de sluiting noodzakelijk is om herhaling van de overtreding (vanuit deze woning) te voorkomen, mede gelet op het tijdsverloop. Bovendien hebben eisers de huur van de woning opgezegd en stond daarmee vast dat zij niet meer zouden terugkeren naar de woning. De sluiting van de woning is in dit geval geen geschikte en noodzakelijke maatregel.
12. Voor zover de burgemeester heeft gewezen op de signaalfunctie van de sluiting, overweegt de rechtbank dat een bestuursrechtelijke herstelsanctie niet is bedoeld om als afschrikking te dienen of uitsluitend nog om uit te dragen dat de burgemeester handhavend optreedt. Dat doel is op zichzelf onvoldoende om een woning te sluiten. Ten slotte acht de rechtbank ook de ligging van het pand in een volgens de burgemeester kwetsbare wijk, en dat daaruit zou blijken dat het woon- en leefklimaat ontwricht is, wat daar ook van zij, onvoldoende om de sluiting van het pand te rechtvaardigen. Dit omdat er geen concrete omstandigheden zijn die aantonen dat bij dit concrete pand een onaanvaardbaar (risico op) gevaar van de openbare orde bestaat.
Conclusie en gevolgen
13. Gelet op het voorstaande is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de beslissing op bezwaar van 2 september 2024. Omdat de rechtbank tot de conclusie komt dat in dit geval de sluiting geen geschikte en noodzakelijke maatregel is, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer en ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 7 juni 2022 te herroepen. Deze uitspraak zal in plaats treden van de beslissing op bezwaar.
14. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de burgemeester aan eisers het door hen betaalde griffierecht moet vergoeden.
15. De rechtbank veroordeelt de burgemeester in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in bezwaar voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting). In beroep voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank de proceskostenvergoeding vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met wegingsfactor 1 en een waarde per punt van € 934,-). Het totale bedrag is dus € 3.200,-.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 2 september 2024;
herroept het besluit van 7 juni 2022;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden;
veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 3.200,- aan (proces)kosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.P. Jacobs, voorzitter, mr. N.J.J. DerksVoncken en mr. M.E.J. Sprakel, leden, in aanwezigheid van B.A.E.I. van Hooff, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 17 juli 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1765.
Zie wat is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, r.o. 10-10.2.
Vergelijk wat is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3368, r.o. 5.11.
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
Zaaknummer: ROE 24/4518
Uitspraak van de meervoudige kamer van 17 juli 2026 in de zaak tussen
[eiser 1] en [eiser 2] , uit [woonplaats] , eisers
(gemachtigde: mr. J.J.M. Goltstein),
en
de burgemeester van de gemeente Kerkrade
(gemachtigden: mr. B.J.M. Schmeets en K. Heijens).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eisers gericht tegen de sluiting van hun woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Eisers zijn het daar niet mee eens en voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van die beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep gegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Met het besluit van 7 juni 2022 heeft de burgemeester een last onder bestuursdwang opgelegd om de woning vanaf 15 juni 2022 voor de duur van twintig weken te sluiten.
2.1.
Eisers hebben bezwaar ingediend tegen dat besluit. Met het besluit van 10 oktober 2022 heeft de burgemeester het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.
2.2.
Met de uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank die beslissing op bezwaar vernietigd en de burgemeester opgedragen om een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen. Met het bestreden besluit van 2 september 2024, verzonden op 23 september 2024, heeft de burgemeester het bezwaar ongegrond verklaard.
2.3.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De burgemeester heeft een verweerschrift ingediend.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep op 28 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben [eiser 1] en de gemachtigden van partijen deelgenomen.
Beoordeling door de rechtbank
Inleiding
3. Naar aanleiding van een melding bij Meld Misdaad Anoniem over de vermoedelijke aanwezigheid van een chemisch laboratorium heeft de politie de woning van eisers doorzocht. In de woning is geen lab aangetroffen, maar wel een boodschappentas met daarin een plastic zak met netto 500 gram aan henneptoppen. Deze omstandigheden zijn beschreven in de op ambtseed opgemaakte bestuurlijk rapportage van 27 maart 2022.
4. De burgemeester heeft op 19 april 2022 het voornemen tot woningsluiting voor de duur van twintig weken toegezonden. Eisers hebben een zienwijze uitgebracht. Eisers hebben de huur van de woning opgezegd en hebben de woning verlaten.
5. De burgemeester is hierna overgegaan tot de besluitvorming, zoals hiervoor weergegeven onder procesverloop.
Bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang
6. Eisers voeren aan dat de henneptoppen bedoeld waren voor eigen gebruik en dat het gebruik destijds medicinaal van aard was. Dat blijkt uit hun eigen verklaringen en uit het feit dat niet is gebleken van een loop naar het pand, van overlast, van handel ter plaatse en van attributen die bij drugshandel horen. Ter zitting is verklaard dat deze hoeveelheid henneptoppen 300 à 330 gram wiet oplevert en dat eiser drie jointjes per dag rookt.
7. De burgemeester is op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang als in een woning een middel als bedoeld in lijst I of lijst II, behorend bij de Opiumwet (hierna kortweg: drugs), wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is. Als uitgangspunt geldt dat bij de aanwezigheid van meer dan vijf gram softdrugs de aangetroffen hoeveelheid in beginsel (mede) bestemd wordt geacht te zijn voor de verkoop, aflevering of verstrekking. Als het om een geringe overschrijding van die grens gaat en de betrokkene feiten en omstandigheden noemt die er op duiden dat het om een hoeveelheid voor eigen gebruik gaat, is er in beginsel geen overtreding en dus geen bevoegdheid om handhavend op te treden. Als het niet om een geringe overschrijding gaat, is het aan betrokkene om aannemelijk te maken dat deze hoeveelheid desondanks uitsluitend voor eigen gebruik was bestemd.
8. De rechtbank stelt vast dat de aangetroffen hoeveelheid henneptoppen meer is dan een geringe overschrijding van de hoeveelheid voor eigen gebruik. Daarom moet worden aangenomen dat deze (mede) bestemd is voor de verkoop, aflevering of verstrekking. De bewijslast om dat te ontkrachten ligt bij eisers. Hoewel het de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt dat de henneptoppen ook voor eigen gebruik zijn, hebben eisers dit niet aannemelijk gemaakt. De enkele verklaringen dat het alleen bedoeld is voor eigen gebruik, is gelet op de hoeveelheid onvoldoende om te ontkrachten dat de verdovende middelen (mede) bestemd zijn voor de verkoop, aflevering of verstrekking. De rechtbank is daarom van oordeel dat de burgemeester bevoegd was om handhavend op te treden.
Geschiktheid en noodzakelijkheid
9. Eisers voeren aan dat de situatie al hersteld was doordat zij al na het voornemen de woning hebben verlaten. Het doel om de woning aan het drugscircuit te onttrekken is daarmee achterhaald. Verder geven zij aan dat de woning niet bekend stond als drugspand. Er werd niet in of vanuit de woning verhandeld. De hennep was aanwezig voor eigen gebruik. De melding via Meld Misdaad Anoniem is van een boos familielid. De melding is ook onjuist gebleken. Andere meldingen zijn niet bekend en dat kan ook niet, omdat de woning geen rol speelde binnen het criminele circuit. De wijk waarin de woning is gelegen, is rustig.
10. De rechtbank stelt vast dat de burgemeester, wanneer hij overweegt een woning te sluiten, moet beoordelen of sluiting, gelet op het tijdsverloop in samenhang bezien met de overige omstandigheden van het geval, een geschikt middel is en zo ja, of sluiting noodzakelijk is. Als de burgemeester de beoogde doelen niet (meer) kan bereiken omdat de situatie al is hersteld, is sluiting ongeschikt. In het geval de burgemeester zijn doelen nog wel kan bereiken, dient hij de noodzaak van de sluiting te beoordelen. Bij de beoordeling of het noodzakelijk is om tot sluiting van de woning over te gaan en zo ja, voor hoe lang, zijn verschillende omstandigheden van belang. Bijvoorbeeld de aard en de hoeveelheid aangetroffen drugs of (grond)stoffen en de daarmee mogelijk gepaard gaande risico’s op verdere criminaliteit, wat gevolgen heeft voor de veiligheid en de openbare orde in de omgeving. Wanneer sprake is van toeloop, overlast of (gevoelens van) onveiligheid in de omgeving, kan het noodzakelijk zijn om die met sluiting van de woning ongedaan te maken. Hierbij kan mede van belang zijn of in de nabije omgeving van de woning in het recente verleden al vaker sprake is geweest van drugsovertredingen of druggerelateerde criminaliteit. Verder kan sluiting van de woning noodzakelijk zijn als op grond van concrete feiten en omstandigheden aannemelijk is dat de woning een rol vervult binnen de keten van drugshandel als professionele teeltlocatie, handelslocatie, opslaglocatie voor handel elders of omdat toegang tot de woning wordt verschaft aan derden om er te gebruiken. Met de sluiting wordt de woning aan de keten van drugshandel onttrokken. Bij al het voorgaande moet de burgemeester ook rekening houden met het tijdsverloop tussen het constateren van de overtreding en het moment waarop hij tot sluiting overgaat. Als het samenstel van omstandigheden meebrengt dat sluiting niet noodzakelijk is, dan moet de burgemeester hiervan afzien.
11. Aan de omstandigheden van dit geval kan niet een dermate groot gewicht worden toegekend, dat dit een sluiting rechtvaardigt. Daarbij acht de rechtbank van belang dat het in dit geval gaat om softdrugs, het alleen gaat om de aanwezigheid daarvan, er geen ‘loop’ naar de woning is waargenomen, dat niet is gebleken van bekendheid van het pand binnen het criminele circuit of een uitstraling van de overtreding naar de omgeving, dat eisers geen Opiumwet-gerelateerde antecedenten hebben en bovendien dat er geen wapens, grote hoeveelheid contant geld of aanvullende attributen zijn aangetroffen. Er is weliswaar sprake van een melding via Meld Misdaad Anoniem, maar deze melding is niet concreet en was bovendien ook onjuist. Alleen deze melding is dan ook onvoldoende om aan te nemen dat de woning bekend was. Voor zover de burgemeester erop wijst dat de enkele aanwezigheid al een belang vormt voor sluiting, merkt de rechtbank op dat dit belang niet zonder meer betekent dat sluiting ook noodzakelijk is. De rechtbank is niet gebleken dat in dit geval, na de inbeslagname van de henneptoppen, sprake is van (de gevolgen van) een overtreding die nog moet(en) worden beëindigd of dat de sluiting noodzakelijk is om herhaling van de overtreding (vanuit deze woning) te voorkomen, mede gelet op het tijdsverloop. Bovendien hebben eisers de huur van de woning opgezegd en stond daarmee vast dat zij niet meer zouden terugkeren naar de woning. De sluiting van de woning is in dit geval geen geschikte en noodzakelijke maatregel.
12. Voor zover de burgemeester heeft gewezen op de signaalfunctie van de sluiting, overweegt de rechtbank dat een bestuursrechtelijke herstelsanctie niet is bedoeld om als afschrikking te dienen of uitsluitend nog om uit te dragen dat de burgemeester handhavend optreedt. Dat doel is op zichzelf onvoldoende om een woning te sluiten. Ten slotte acht de rechtbank ook de ligging van het pand in een volgens de burgemeester kwetsbare wijk, en dat daaruit zou blijken dat het woon- en leefklimaat ontwricht is, wat daar ook van zij, onvoldoende om de sluiting van het pand te rechtvaardigen. Dit omdat er geen concrete omstandigheden zijn die aantonen dat bij dit concrete pand een onaanvaardbaar (risico op) gevaar van de openbare orde bestaat.
Conclusie en gevolgen
13. Gelet op het voorstaande is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt daarom de beslissing op bezwaar van 2 september 2024. Omdat de rechtbank tot de conclusie komt dat in dit geval de sluiting geen geschikte en noodzakelijke maatregel is, behoeven de overige beroepsgronden geen bespreking meer en ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht zelf in de zaak te voorzien en het besluit van 7 juni 2022 te herroepen. Deze uitspraak zal in plaats treden van de beslissing op bezwaar.
14. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat de burgemeester aan eisers het door hen betaalde griffierecht moet vergoeden.
15. De rechtbank veroordeelt de burgemeester in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in bezwaar voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de hoorzitting). In beroep voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand stelt de rechtbank de proceskostenvergoeding vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met wegingsfactor 1 en een waarde per punt van € 934,-). Het totale bedrag is dus € 3.200,-.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit van 2 september 2024;
herroept het besluit van 7 juni 2022;
bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;
bepaalt dat de burgemeester het griffierecht van € 187,- aan eisers moet vergoeden;
veroordeelt de burgemeester tot betaling van € 3.200,- aan (proces)kosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M.P. Jacobs, voorzitter, mr. N.J.J. DerksVoncken en mr. M.E.J. Sprakel, leden, in aanwezigheid van B.A.E.I. van Hooff, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2026
griffier
voorzitter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 17 juli 2026
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922.
Vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 22 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1765.
Zie wat is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2922, r.o. 10-10.2.
Vergelijk wat is overwogen in de uitspraak van de Afdeling van 10 juni 2026, ECLI:NL:RVS:2026:3368, r.o. 5.11.