Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:6949
2026-07-29
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12130360 \ OV VERZ 26-13
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzoek vernietiging besluit VvE wegens strijd met redelijkheid en billijkheid op grond van artikel 5:130 in samenhang gelezen met artikel 2:15 BW. Kantonrechter bevoegd. Vraag of VvE in redelijkheid niet tot het genomen besluit heeft kunnen komen. Marginale toets. Besluit is niet vernietigbaar. Verzoeken afgewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2013:BZ9145 Hoge Raad 12-07-2013
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (17.551 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12130360 \ OV VERZ 26-13
Beschikking van 29 juli 2026
in de zaak van
[verzoekende partij] B.V.,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand Leusden,
tegen
VERENIGING VAN HUISEIGENAARS [verwerende partij],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: MGVM Vastgoedmanagement B.V..
Tevens worden op grond van artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de hierna te noemen appartementseigenaren / stemgerechtigden als belanghebbenden aangemerkt:
1. STICHTING WONEN LIMBURG,
te Roermond ,
hierna te noemen: Wonen Limburg,
gemachtigde: mr. J.P.H. Willems,
2. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ,
te [plaats 3] ,
3. [belanghebbende 3] ,
te [plaats 4] , en
[belanghebbende 4] ,
te [plaats 5] ,
4. [belanghebbende 5] B.V.,
te [plaats 1] ,
5. [belanghebbende 6] B.V.,
te [plaats 1] ,
6. [belanghebbende 7] B.V.,
te [plaats 6] ,
hierna samen te noemen: de belanghebbenden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift van Wonen Limburg
- het bericht van de griffier van de rechtbank per e-mail van 25 juni 2026 aan partijen en belanghebbenden waarin de bevoegdheidskwestie die hier mogelijk speelt is voorgelegd
- de reactie per e-mail van 25 juni 2026 van [verzoekende partij]
- de reactie per brief van 25 juni 2026 van Wonen Limburg
- de reactie per e-mail van 29 juni 2026 van de VvE
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarbij namens [verzoekende partij] en namens de VvE spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Bij notariële akte van 24 april 1985 is het perceel grond, waarop thans aanwezig is een flatgebouw, kadastraal bekend als perceel [kadastrale aanduiding] , gesplitst in acht appartementsrechten (A1 t/m A8). In deze akte van splitsing is het modelreglement van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie van 1983 van toepassing verklaard (hierna: MR 1983). Het appartementsrecht met nummer A1 bestaat uit 32 afzonderlijke woonruimtes die worden verhuurd, terwijl de overige appartementsrechten als bedrijfsruimte worden gebruikt.
2.2.
Bij voornoemde splitsingsakte is ook de VvE opgericht. De bestuurder/beheerder van de VvE is MVGM Vastgoedmanagement BV (hierna: MVGM).
2.3.
[verzoekende partij] is eigenaar van het appartementsrecht met nummer A2 (de bedrijfsruimte) dat deel uitmaakt van voornoemd flatgebouw.
2.4.
Wonen Limburg is eigenaar van het appartementsrecht met nummer A1 (de 32 woonruimtes) dat deel uitmaakt van voornoemd flatgebouw.
2.5.
Tijdens de extra (buitengewone) ledenvergadering van 29 januari 2026 is gesproken over de noodzaak om de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes in het flatgebouw te vervangen. Vervolgens is op de extra (buitengewone) ledenvergadering van 11 februari 2026 het besluit genomen om de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes te vervangen en de kosten voor rekening van de voltallige VvE te laten komen.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
Het verzoek van [verzoekende partij] strekt – samengevat – tot vernietiging van het besluit van de VvE om de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes te vervangen op kosten van de voltallige VvE en om voornoemd besluit van de VvE te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist. Zij legt hieraan ten grondslag dat sprake is van strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
3.2.
De VvE refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
3.3.
Wonen Limburg voert – samengevat – aan dat [verzoekende partij] niet-ontvankelijk is omdat er een onjuist verzoek is ingesteld, te weten vernietiging in plaats van nietigverklaring van het besluit. Verder voert zij aan dat de vraag of het onderhavige besluit moet worden vernietigd slechts marginaal kan worden getoetst. Het besluit is in overeenstemming met de bepalingen in het splitsingsreglement zodat voor vernietiging hier geen plaats is. Het schorsingsverzoek dient eveneens te worden afgewezen omdat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Tijdig verzoek
4.1.
Op grond van artikel 5:130 lid 2 BW moet het verzoek tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de vereniging van eigenaars worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat het verzoekschrift op 6 maart 2026 is ontvangen en dat het verzoek betrekking heeft op het besluit genomen op 11 februari 2025. Het verzoek is daarom tijdig ingediend.
Ontvankelijkheid [verzoekende partij]
4.3.
Wonen Limburg heeft aangevoerd dat [verzoekende partij] niet-ontvankelijk is in haar verzoek, omdat zij het verzoek heeft onderbouwd met feiten en omstandigheden die, voor zover juist, kunnen leiden tot nietigheid van het besluit.
4.4.
Op 25 juni 2026 heeft de griffier van de rechtbank namens de kantonrechter aan de partijen en belanghebbenden medegedeeld dat als, zoals uit randnummer 9 alinea 4 van het verzoekschrift lijkt te volgen, [verzoekende partij] uitsluitend bedoeld heeft te stellen dat het genomen besluit in strijd is met de bepalingen uit de splitsingsakte omdat de rookgasafvoerkanalen niet gemeenschappelijk zouden zijn, de procedure met het verkeerde processtuk is ingeleid en had moeten worden ingediend bij de andere kamer dan kantonzaken (artikel 5:129 in samenhang gelezen met artikel 2:14 BW). Vervolgens zijn partijen en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.
4.5.
In reactie op voornoemd bericht en tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekende partij] haar verzoek nader toegelicht. [verzoekende partij] stelt dat het genomen besluit wel in overeenstemming is met de bepalingen in de splitsingsakte, maar desondanks in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat [verzoekende partij] moet meebetalen aan de kosten ter vervanging van de rookgasafvoerkanalen van de appartementen terwijl zij daar zelf geen gebruik van maakt. De commerciële ruimtes in het flatgebouw hebben namelijk ieder een eigen rookgasafvoerkanaal die niet aangesloten is op hetzelfde systeem als de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes, aldus [verzoekende partij] .
4.6.
Aangezien met die nadere toelichting de vraag ter beoordeling voorligt of de met het besluit tot stand gekomen kostenverdeling ter vervanging van de rookgasafvoerkanalen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 BW, is de kantonrechter bevoegd van het verzoek kennis te nemen en is [verzoekende partij] ontvankelijk in haar verzoek (artikel 5:130 in samenhang gelezen met artikel 2:15 BW).
Toetsingskader
4.7.
Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW is een besluit vernietigbaar als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. De wetsgeschiedenis geeft als toetsingsmaatstaf of een orgaan, in dit geval de ledenvergadering van de VvE, bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen (Kamerstukken II, 1984/1985, 17725, 7, p. 16). Enkel als kan worden aangenomen dat de VvE in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, is het besluit vernietigbaar. Het gaat daarbij om een marginale toetsing door de rechter. De rechter past terughoudendheid bij de beoordeling of bij het nemen van een besluit alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid zijn afgewogen en daarbij de nodige zorgvuldigheid in acht is genomen (Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145, rov. 3.4.3.).
Is het besluit vernietigbaar?
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat het besluit van de VvE niet vernietigbaar is op grond van strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid en overweegt daartoe als volgt.
4.9.
Tussen partijen is niet in geschil dat het genomen besluit in overeenstemming is met de bepalingen uit het splitsingsreglement (MR 1983). Artikel 9 lid 1 sub b MR 1983 bepaalt dat de rookgasafvoerkanalen gemeenschappelijk zijn, zodat alle eigenaren moeten bijdragen aan de kosten ter vervanging van de rookgasafvoerkanalen conform het breukdeel waartoe zij in de gemeenschap gerechtigd zijn (artikel 2 lid 3 jo 3 sub a en b MR 1983).
4.10.
Het voorgaande geldt dus ook als enkel de rookgasafvoerkanalen worden vervangen behorende bij de woonruimtes, waar de commerciële ruimtes geen gebruik van maken.
4.11.
[verzoekende partij] stelt dat het genomen besluit niet redelijk en/of billijk is omdat de reparatie geen enkel voordeel oplevert voor de eigenaren van de appartementsrechten die betrekking hebben op commerciële ruimtes terwijl zij wel aan de kosten moeten bijdragen. Dat is niet juist, omdat uit de bepalingen uit het splitsingsreglement volgt dat andersom ook geldt dat als de rookgasafvoerkanalen van een of meerdere commerciële ruimtes vervangen moeten worden, alle eigenaren van de andere appartementsrechten daar ook aan moeten bijdragen. Immers, ook dan gaat het om vervanging van gemeenschappelijke zaken zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 sub b MR 1983. Hetzelfde geldt voor andere zaken die in het MR 1983 als gemeenschappelijk zijn aangemerkt. Daarbij geldt dat gelet op de eigendomsverhoudingen, de eigenaar van de woonruimtes (op dit moment Wonen Limburg) een vele malen hogere bijdrage zou leveren aan de kosten dan de eigenaren van de commerciële ruimtes. Dat betekent dat het moeten bijdragen in de kosten van de vervanging van rookgasafvoerkanalen in ieder geval niet zonder voordeel is voor [verzoekende partij] . Daar komt bij dat de commerciële ruimtes ook baat hebben bij een (brand)veilig appartementencomplex.
4.12.
[verzoekende partij] stelt verder dat Wonen Limburg in het verleden meermaals anders heeft gehandeld, doordat zij kosten voor werkzaamheden betreffende de 32 appartementen die feitelijk door de gehele VvE gedragen zouden worden voor eigen rekening heeft genomen.
Dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende om tot de conclusie te kunnen leiden dat de VvE in redelijkheid en billijkheid niet tot dit besluit heeft kunnen komen, te meer nu dit besluit juist in lijn is met de bepalingen uit het splitsingsreglement. De inhoud van de splitsingsakte blijft leidend, ook als daarvan kennelijk in het verleden (in dit geval ten gunste van [verzoekende partij] en de eigenaren van de overige commerciële ruimtes) is afgeweken.
4.13.
Verder stelt [verzoekende partij] dat het niet mogelijk is de bepalingen uit de splitsingsakte (en het -reglement) te wijzigen, omdat zij afhankelijk is van Wonen Limburg die in de VvE de meerderheid van stemmen heeft. Naar het oordeel van de kantonrechter maakt ook het feit dat [verzoekende partij] daarbij afhankelijk zou zijn van Wonen Limburg, voor zover juist, niet dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid in die zin dat de VvE in redelijkheid en billijkheid niet tot het genomen besluit had kunnen komen. Daar komt nog bij dat overigens niet gebleken is dat [verzoekende partij] een dergelijke wijziging al eens heeft voorgesteld en dat Wonen Limburg heeft aangegeven dit niet in overweging te nemen als het in stemming zou worden gebracht, waartegen overigens weer een aparte rechtsgang openstaat. Zonder daartoe enige poging te hebben ondernomen, kan de enkele veronderstelling van [verzoekende partij] dat Wonen Limburg aan de wijziging van de splitsingsakte niet wenst mee te werken er niet toe leiden dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
4.14.
Verder blijkt dat de besluitvorming zorgvuldig is geweest en dat de belangen van alle partijen zijn meegewogen. Weliswaar heeft Wonen Limburg een meerderheidsaandeel, maar niet is gebleken dat Wonen Limburg een onverdedigbare keuze uit eigen belang heeft doorgedrukt. Zo is het besluit niet direct op 29 januari 2026 genomen (wat wel had gekund), maar is een tweede vergadering ingelast gelet op de bestaande zorgen/bezwaren van de eigenaren van de commerciële ruimtes. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om juridisch advies in te winnen en te overleggen. Wonen Limburg heeft ook voorafgaand aan de tweede vergadering haar standpunt verder juridisch uiteengezet en met de overige eigenaren gedeeld. De overige eigenaren hadden dus de gelegenheid om hun visie daarop kenbaar te maken en hebben dat ook gedaan door inschakeling van hun gemachtigde voorafgaand aan de tweede vergadering. Verder is niet gebleken dat de belangen van [verzoekende partij] of de andere eigenaren van commerciële ruimtes zonder meer ter zijde zijn geschoven. Op die belangen is serieus ingegaan voorafgaand aan de besluitvorming. Gelet hierop is het besluit voldoende zorgvuldig tot stand gekomen en zijn de belangen van alle eigenaren voldoende afgewogen.
4.15.
Tot slot merkt de kantonrechter op dat er wellicht duurzamere opties voorhanden zijn dan het vervangen van de rookgasafvoerkanalen, zoals [verzoekende partij] stelt, maar dat de kantonrechter de vraag of het genomen besluit moet worden vernietigd slechts marginaal dient te toetsen. Dat betekent concreet dat als er alternatieve opties zijn, maar de uiteindelijk gekozen optie verdedigbaar is c.q. gekozen is met inachtneming van alle belangen en de noodzakelijke zorgvuldigheid, de kantonrechter van die keuze afblijft. Zoals hiervoor is overwogen, voldoet de besluitvorming in dit geval aan die norm. Er is niet gebleken dat andere alternatieven veel goedkoper zouden zijn of veel meer voordelen met zich zouden meebrengen en om die reden het huidige genomen besluit onverdedigbaar zou worden. Gelet hierop gaat de kantonrechter eraan voorbij dat er in dit geval wellicht ook andere opties waren.
4.16.
Het voorgaande leidt ertoe dat het besluit niet vernietigbaar is op grond van artikel 5:130 in samenhang gelezen met artikel 2:15 BW, omdat het besluit in lijn is met de bepalingen uit de splitsingsakte en de kantonrechter niet tot de conclusie komt dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af.
4.17.
Omdat het verzoek van [verzoekende partij] wordt afgewezen wordt ook het (neven)verzoek tot schorsing van (de uitvoering van) het genomen besluit afgewezen.
Proceskosten
4.18.
[verzoekende partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.
4.19.
De kosten van de VvE worden begroot op € 288,00 (1 x tarief € 288,00). De nakosten worden begroot op € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
4.20.
De kosten van Wonen Limburg worden begroot op € 576,00 (2 x tarief € 288,00). De nakosten worden begroot op € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
veroordeelt [verzoekende partij] in de proceskosten van de VvE, begroot op € 432,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [verzoekende partij] in de proceskosten van Wonen Limburg, begroot op € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart de proceskostenveroordeling onder 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer / rekestnummer: 12130360 \ OV VERZ 26-13
Beschikking van 29 juli 2026
in de zaak van
[verzoekende partij] B.V.,
te [plaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekende partij] ,
gemachtigde: ARAG Rechtsbijstand Leusden,
tegen
VERENIGING VAN HUISEIGENAARS [verwerende partij],
te [plaats 2] ,
verwerende partij,
hierna te noemen: de VvE,
gemachtigde: MGVM Vastgoedmanagement B.V..
Tevens worden op grond van artikel 5:130 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) de hierna te noemen appartementseigenaren / stemgerechtigden als belanghebbenden aangemerkt:
1. STICHTING WONEN LIMBURG,
te Roermond ,
hierna te noemen: Wonen Limburg,
gemachtigde: mr. J.P.H. Willems,
2. [belanghebbende 1] en [belanghebbende 2] ,
te [plaats 3] ,
3. [belanghebbende 3] ,
te [plaats 4] , en
[belanghebbende 4] ,
te [plaats 5] ,
4. [belanghebbende 5] B.V.,
te [plaats 1] ,
5. [belanghebbende 6] B.V.,
te [plaats 1] ,
6. [belanghebbende 7] B.V.,
te [plaats 6] ,
hierna samen te noemen: de belanghebbenden.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift
- het verweerschrift van Wonen Limburg
- het bericht van de griffier van de rechtbank per e-mail van 25 juni 2026 aan partijen en belanghebbenden waarin de bevoegdheidskwestie die hier mogelijk speelt is voorgelegd
- de reactie per e-mail van 25 juni 2026 van [verzoekende partij]
- de reactie per brief van 25 juni 2026 van Wonen Limburg
- de reactie per e-mail van 29 juni 2026 van de VvE
- de mondelinge behandeling van 30 juni 2026, waarbij namens [verzoekende partij] en namens de VvE spreekaantekeningen zijn overgelegd.
1.2.
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De feiten
2.1.
Bij notariële akte van 24 april 1985 is het perceel grond, waarop thans aanwezig is een flatgebouw, kadastraal bekend als perceel [kadastrale aanduiding] , gesplitst in acht appartementsrechten (A1 t/m A8). In deze akte van splitsing is het modelreglement van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie van 1983 van toepassing verklaard (hierna: MR 1983). Het appartementsrecht met nummer A1 bestaat uit 32 afzonderlijke woonruimtes die worden verhuurd, terwijl de overige appartementsrechten als bedrijfsruimte worden gebruikt.
2.2.
Bij voornoemde splitsingsakte is ook de VvE opgericht. De bestuurder/beheerder van de VvE is MVGM Vastgoedmanagement BV (hierna: MVGM).
2.3.
[verzoekende partij] is eigenaar van het appartementsrecht met nummer A2 (de bedrijfsruimte) dat deel uitmaakt van voornoemd flatgebouw.
2.4.
Wonen Limburg is eigenaar van het appartementsrecht met nummer A1 (de 32 woonruimtes) dat deel uitmaakt van voornoemd flatgebouw.
2.5.
Tijdens de extra (buitengewone) ledenvergadering van 29 januari 2026 is gesproken over de noodzaak om de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes in het flatgebouw te vervangen. Vervolgens is op de extra (buitengewone) ledenvergadering van 11 februari 2026 het besluit genomen om de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes te vervangen en de kosten voor rekening van de voltallige VvE te laten komen.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
Het verzoek van [verzoekende partij] strekt – samengevat – tot vernietiging van het besluit van de VvE om de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes te vervangen op kosten van de voltallige VvE en om voornoemd besluit van de VvE te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist. Zij legt hieraan ten grondslag dat sprake is van strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW).
3.2.
De VvE refereert zich aan het oordeel van de kantonrechter.
3.3.
Wonen Limburg voert – samengevat – aan dat [verzoekende partij] niet-ontvankelijk is omdat er een onjuist verzoek is ingesteld, te weten vernietiging in plaats van nietigverklaring van het besluit. Verder voert zij aan dat de vraag of het onderhavige besluit moet worden vernietigd slechts marginaal kan worden getoetst. Het besluit is in overeenstemming met de bepalingen in het splitsingsreglement zodat voor vernietiging hier geen plaats is. Het schorsingsverzoek dient eveneens te worden afgewezen omdat dit verzoek onvoldoende is onderbouwd.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Tijdig verzoek
4.1.
Op grond van artikel 5:130 lid 2 BW moet het verzoek tot vernietiging van een besluit van een orgaan van de vereniging van eigenaars worden gedaan binnen een maand na de dag waarop de verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of heeft kunnen kennis nemen.
4.2.
De kantonrechter stelt vast dat het verzoekschrift op 6 maart 2026 is ontvangen en dat het verzoek betrekking heeft op het besluit genomen op 11 februari 2025. Het verzoek is daarom tijdig ingediend.
Ontvankelijkheid [verzoekende partij]
4.3.
Wonen Limburg heeft aangevoerd dat [verzoekende partij] niet-ontvankelijk is in haar verzoek, omdat zij het verzoek heeft onderbouwd met feiten en omstandigheden die, voor zover juist, kunnen leiden tot nietigheid van het besluit.
4.4.
Op 25 juni 2026 heeft de griffier van de rechtbank namens de kantonrechter aan de partijen en belanghebbenden medegedeeld dat als, zoals uit randnummer 9 alinea 4 van het verzoekschrift lijkt te volgen, [verzoekende partij] uitsluitend bedoeld heeft te stellen dat het genomen besluit in strijd is met de bepalingen uit de splitsingsakte omdat de rookgasafvoerkanalen niet gemeenschappelijk zouden zijn, de procedure met het verkeerde processtuk is ingeleid en had moeten worden ingediend bij de andere kamer dan kantonzaken (artikel 5:129 in samenhang gelezen met artikel 2:14 BW). Vervolgens zijn partijen en belanghebbenden in de gelegenheid gesteld hierop te reageren.
4.5.
In reactie op voornoemd bericht en tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoekende partij] haar verzoek nader toegelicht. [verzoekende partij] stelt dat het genomen besluit wel in overeenstemming is met de bepalingen in de splitsingsakte, maar desondanks in strijd is met de redelijkheid en billijkheid omdat [verzoekende partij] moet meebetalen aan de kosten ter vervanging van de rookgasafvoerkanalen van de appartementen terwijl zij daar zelf geen gebruik van maakt. De commerciële ruimtes in het flatgebouw hebben namelijk ieder een eigen rookgasafvoerkanaal die niet aangesloten is op hetzelfde systeem als de rookgasafvoerkanalen van de woonruimtes, aldus [verzoekende partij] .
4.6.
Aangezien met die nadere toelichting de vraag ter beoordeling voorligt of de met het besluit tot stand gekomen kostenverdeling ter vervanging van de rookgasafvoerkanalen in strijd is met de redelijkheid en billijkheid zoals bedoeld in artikel 2:8 BW, is de kantonrechter bevoegd van het verzoek kennis te nemen en is [verzoekende partij] ontvankelijk in haar verzoek (artikel 5:130 in samenhang gelezen met artikel 2:15 BW).
Toetsingskader
4.7.
Op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b BW is een besluit vernietigbaar als het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW wordt geëist. De wetsgeschiedenis geeft als toetsingsmaatstaf of een orgaan, in dit geval de ledenvergadering van de VvE, bij afweging van alle bij het besluit betrokken belangen in redelijkheid en billijkheid tot het besluit heeft kunnen komen (Kamerstukken II, 1984/1985, 17725, 7, p. 16). Enkel als kan worden aangenomen dat de VvE in redelijkheid niet tot haar besluit heeft kunnen komen, is het besluit vernietigbaar. Het gaat daarbij om een marginale toetsing door de rechter. De rechter past terughoudendheid bij de beoordeling of bij het nemen van een besluit alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid zijn afgewogen en daarbij de nodige zorgvuldigheid in acht is genomen (Hoge Raad 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145, rov. 3.4.3.).
Is het besluit vernietigbaar?
4.8.
De kantonrechter is van oordeel dat het besluit van de VvE niet vernietigbaar is op grond van strijdigheid met de redelijkheid en billijkheid en overweegt daartoe als volgt.
4.9.
Tussen partijen is niet in geschil dat het genomen besluit in overeenstemming is met de bepalingen uit het splitsingsreglement (MR 1983). Artikel 9 lid 1 sub b MR 1983 bepaalt dat de rookgasafvoerkanalen gemeenschappelijk zijn, zodat alle eigenaren moeten bijdragen aan de kosten ter vervanging van de rookgasafvoerkanalen conform het breukdeel waartoe zij in de gemeenschap gerechtigd zijn (artikel 2 lid 3 jo 3 sub a en b MR 1983).
4.10.
Het voorgaande geldt dus ook als enkel de rookgasafvoerkanalen worden vervangen behorende bij de woonruimtes, waar de commerciële ruimtes geen gebruik van maken.
4.11.
[verzoekende partij] stelt dat het genomen besluit niet redelijk en/of billijk is omdat de reparatie geen enkel voordeel oplevert voor de eigenaren van de appartementsrechten die betrekking hebben op commerciële ruimtes terwijl zij wel aan de kosten moeten bijdragen. Dat is niet juist, omdat uit de bepalingen uit het splitsingsreglement volgt dat andersom ook geldt dat als de rookgasafvoerkanalen van een of meerdere commerciële ruimtes vervangen moeten worden, alle eigenaren van de andere appartementsrechten daar ook aan moeten bijdragen. Immers, ook dan gaat het om vervanging van gemeenschappelijke zaken zoals bedoeld in artikel 9 lid 1 sub b MR 1983. Hetzelfde geldt voor andere zaken die in het MR 1983 als gemeenschappelijk zijn aangemerkt. Daarbij geldt dat gelet op de eigendomsverhoudingen, de eigenaar van de woonruimtes (op dit moment Wonen Limburg) een vele malen hogere bijdrage zou leveren aan de kosten dan de eigenaren van de commerciële ruimtes. Dat betekent dat het moeten bijdragen in de kosten van de vervanging van rookgasafvoerkanalen in ieder geval niet zonder voordeel is voor [verzoekende partij] . Daar komt bij dat de commerciële ruimtes ook baat hebben bij een (brand)veilig appartementencomplex.
4.12.
[verzoekende partij] stelt verder dat Wonen Limburg in het verleden meermaals anders heeft gehandeld, doordat zij kosten voor werkzaamheden betreffende de 32 appartementen die feitelijk door de gehele VvE gedragen zouden worden voor eigen rekening heeft genomen.
Dat is naar het oordeel van de kantonrechter niet voldoende om tot de conclusie te kunnen leiden dat de VvE in redelijkheid en billijkheid niet tot dit besluit heeft kunnen komen, te meer nu dit besluit juist in lijn is met de bepalingen uit het splitsingsreglement. De inhoud van de splitsingsakte blijft leidend, ook als daarvan kennelijk in het verleden (in dit geval ten gunste van [verzoekende partij] en de eigenaren van de overige commerciële ruimtes) is afgeweken.
4.13.
Verder stelt [verzoekende partij] dat het niet mogelijk is de bepalingen uit de splitsingsakte (en het -reglement) te wijzigen, omdat zij afhankelijk is van Wonen Limburg die in de VvE de meerderheid van stemmen heeft. Naar het oordeel van de kantonrechter maakt ook het feit dat [verzoekende partij] daarbij afhankelijk zou zijn van Wonen Limburg, voor zover juist, niet dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid in die zin dat de VvE in redelijkheid en billijkheid niet tot het genomen besluit had kunnen komen. Daar komt nog bij dat overigens niet gebleken is dat [verzoekende partij] een dergelijke wijziging al eens heeft voorgesteld en dat Wonen Limburg heeft aangegeven dit niet in overweging te nemen als het in stemming zou worden gebracht, waartegen overigens weer een aparte rechtsgang openstaat. Zonder daartoe enige poging te hebben ondernomen, kan de enkele veronderstelling van [verzoekende partij] dat Wonen Limburg aan de wijziging van de splitsingsakte niet wenst mee te werken er niet toe leiden dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid.
4.14.
Verder blijkt dat de besluitvorming zorgvuldig is geweest en dat de belangen van alle partijen zijn meegewogen. Weliswaar heeft Wonen Limburg een meerderheidsaandeel, maar niet is gebleken dat Wonen Limburg een onverdedigbare keuze uit eigen belang heeft doorgedrukt. Zo is het besluit niet direct op 29 januari 2026 genomen (wat wel had gekund), maar is een tweede vergadering ingelast gelet op de bestaande zorgen/bezwaren van de eigenaren van de commerciële ruimtes. Zij zijn in de gelegenheid gesteld om juridisch advies in te winnen en te overleggen. Wonen Limburg heeft ook voorafgaand aan de tweede vergadering haar standpunt verder juridisch uiteengezet en met de overige eigenaren gedeeld. De overige eigenaren hadden dus de gelegenheid om hun visie daarop kenbaar te maken en hebben dat ook gedaan door inschakeling van hun gemachtigde voorafgaand aan de tweede vergadering. Verder is niet gebleken dat de belangen van [verzoekende partij] of de andere eigenaren van commerciële ruimtes zonder meer ter zijde zijn geschoven. Op die belangen is serieus ingegaan voorafgaand aan de besluitvorming. Gelet hierop is het besluit voldoende zorgvuldig tot stand gekomen en zijn de belangen van alle eigenaren voldoende afgewogen.
4.15.
Tot slot merkt de kantonrechter op dat er wellicht duurzamere opties voorhanden zijn dan het vervangen van de rookgasafvoerkanalen, zoals [verzoekende partij] stelt, maar dat de kantonrechter de vraag of het genomen besluit moet worden vernietigd slechts marginaal dient te toetsen. Dat betekent concreet dat als er alternatieve opties zijn, maar de uiteindelijk gekozen optie verdedigbaar is c.q. gekozen is met inachtneming van alle belangen en de noodzakelijke zorgvuldigheid, de kantonrechter van die keuze afblijft. Zoals hiervoor is overwogen, voldoet de besluitvorming in dit geval aan die norm. Er is niet gebleken dat andere alternatieven veel goedkoper zouden zijn of veel meer voordelen met zich zouden meebrengen en om die reden het huidige genomen besluit onverdedigbaar zou worden. Gelet hierop gaat de kantonrechter eraan voorbij dat er in dit geval wellicht ook andere opties waren.
4.16.
Het voorgaande leidt ertoe dat het besluit niet vernietigbaar is op grond van artikel 5:130 in samenhang gelezen met artikel 2:15 BW, omdat het besluit in lijn is met de bepalingen uit de splitsingsakte en de kantonrechter niet tot de conclusie komt dat het besluit in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Daarom wijst de kantonrechter het verzoek af.
4.17.
Omdat het verzoek van [verzoekende partij] wordt afgewezen wordt ook het (neven)verzoek tot schorsing van (de uitvoering van) het genomen besluit afgewezen.
Proceskosten
4.18.
[verzoekende partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van de procedure.
4.19.
De kosten van de VvE worden begroot op € 288,00 (1 x tarief € 288,00). De nakosten worden begroot op € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
4.20.
De kosten van Wonen Limburg worden begroot op € 576,00 (2 x tarief € 288,00). De nakosten worden begroot op € 144,00 (plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing).
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
wijst de verzoeken af,
5.2.
veroordeelt [verzoekende partij] in de proceskosten van de VvE, begroot op € 432,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [verzoekende partij] in de proceskosten van Wonen Limburg, begroot op € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de beschikking daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart de proceskostenveroordeling onder 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. Dohmen en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2026.