Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:6885
Inhoudsindicatie
De rechtbank Limburg heeft een 34-jarige verdachte veroordeeld voor een reeks schennisplegingen, waarvan eentje gepaard met aanranding; daarnaast is het bezit van kinderporno en dierenporno vastgesteld. De verdachte heeft zich in juni, juli en augustus 2024 in de gemeente Maasgouw steeds op exact dezelfde plaats in de buurt van de brug over het Julianakanaal bij Ohé en Laak schuldig gemaakt aan de schennisplegingen en de aanranding. De slachtoffers waren allemaal jonge vrouwen; onder hen vier minderjarige meisjes. Door plaatsing van een camera is de verdachte geïdentificeerd. Op enkele telefoons en een laptop van de verdachte werden vervolgens kinderpornografische en dierenpornografische afbeeldingen aangetroffen. De rechtbank legt een wat zwaardere straf op dan de eis. In het vonnis is een gevangenisstraf opgelegd voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.
Citeert (3)
- ECLI:NL:HR:2018:717 Hoge Raad 15-05-2018
- ECLI:NL:HR:2019:1455 Hoge Raad 01-10-2019
- ECLI:NL:HR:2017:3118 Hoge Raad 12-12-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (89.538 tekens)
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer : 03.277342.24
tegenspraak
Vonnis van de meervoudige strafkamer van 13 juli 2026
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
wonende te [woonplaats] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.W. Heemskerk, advocaat kantoorhoudende te Roermond.
1Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 29 juni 2026. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
De slachtoffers [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces. Namens [benadeelde 1] is op de zitting verschenen haar vader, [naam 1] en namens [benadeelde 2] is op de zitting verschenen haar moeder, [naam 2] . Zij beiden zijn gehoord. De rechtbank heeft de vorderingen tot schadevergoeding behandeld.
2De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
Feit 1: in de periode van 1 juni 2024 tot en met 30 juni 2024 opzettelijk de eerbaarheid ten opzichte van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] heeft geschonden door in het openbaar zijn geslachtsdeel te ontbloten en te masturberen;
Feit 2: op tijdstippen in de periode van 12 juli 2024 tot en met 10 augustus 2024 opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht door zijn geslachtsdeel te ontbloten en te masturberen, hetgeen zichtbaar was voor [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] ;
Feit 3: op 9 augustus 2024 een kind jonger dan zestien jaar, te weten [naam 7] , getuige heeft doen zijn van een seksuele handeling op een wijze die schadelijk te achten is door met zijn handen aan zijn geslachtsdeel te zitten en naar haar te fluiten, danwel op die manier [naam 7] indringend seksueel heeft benaderd op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten;
Feit 4: op 10 augustus 2024 [naam 6] heeft aangerand, voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging;
Feit 5: in de periode van 21 februari 2018 tot en met 23 juli 2024 meermalen kinderporno heeft verworven, in het bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, terwijl hij daarvan een gewoonte heeft gemaakt;
Feit 6: in de periode van 26 oktober 2019 tot en met 27 oktober 2022 meermalen dierenporno in bezit heeft gehad en heeft verspreid.
3De beoordeling van het bewijs
3.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen. Tot deze conclusie komt hij op basis van onderstaande door hem genoemde bewijsmiddelen en ten aanzien van de feiten 1, 2, 3 en 4 voorts met zogenoemd schakelbewijs, dat bestaat uit eenzelfde modus operandi van de verdachte. Voorts wijst hij ten aanzien van deze feiten op de verklaring van de verdachte, die zichzelf op de plaats delict plaatst.
Ten aanzien van feit 1 wijst de officier van justitie op de aangiftes van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en de camerabeelden van de plaats delict van 20 augustus 2024. De signalementen uit beide aangiftes komen overeen met het signalement van de persoon op de camerabeelden, zijnde de verdachte. Ook verwijst hij naar de getuigenverklaring van [naam 8] , die eenzelfde signalement heeft opgegeven van een man die zij geregeld op de plaats delict heeft zien staan.
Ten aanzien van feit 2 wijst de officier van justitie op de aangiftes van [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] , de locatiegegevens uit de telefoon van de verdachte, de herkenning van de verdachte op de camerabeelden van de plaats delict en de getuigenverklaring van [naam 8] .
Ten aanzien van feit 3 acht de officier van justitie het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen, op basis van de aangifte van [naam 7] en de locatiegegevens uit de telefoon van de verdachte. De handelingen van de verdachte hadden onmiskenbaar een seksuele strekking en waren schadelijk voor een jong meisje dat daar alleen fietste.
Ten aanzien van feit 4 wijst de officier van justitie op de aangifte van [naam 6] , de locatiegegevens uit de telefoon van de verdachte, de herkenning van de verdachte op de camerabeelden van de plaats delict en de getuigenverklaring van [naam 8] . Ook wijst hij op de aangifte van [naam 4] , die eveneens verklaarde over het blokkeren van de weg door de verdachte. Hij acht de tenlastegelegde dwang echter niet bewezen.
Ten aanzien van feit 5 wijst de officier van justitie op het proces-verbaal van aantreffen van de kinderporno en het proces-verbaal over de benaderbaarheid van deze kinderporno. Gelet op het gedrag van de verdachte, de pleegperiode van ruim 6 jaar en de cachebestanden die wijzen op het bezit van een grotere hoeveelheid kinderporno dan op het moment van onderzoek is aangetroffen, is er sprake van een gewoonte.
Ten aanzien van feit 6 wijst de officier van justitie op het proces-verbaal van aantreffen van de dierenporno en het proces-verbaal over de benaderbaarheid van deze dierenporno. De verdachte heeft over dit feit geen verklaring afgelegd. De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat daarom sprake is van zowel het bezit als het verspreiden van dierenporno.
3.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte van de feiten 1, 2, 3 en 4 moet worden vrijgesproken, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs. Het is niet komen vast te staan dat de verdachte die feiten heeft gepleegd.
Ten aanzien van feit 1 komen de signalementen van de dader, opgegeven door de aangeefsters, niet overeen met het postuur van de verdachte. Daarnaast is zijn verklaring dat hij wel eens op die plek komt, onvoldoende om vast te stellen dat hij de dader is. Ook ontbreken voor dit feit de locatiegegevens uit de telefoon van de verdachte.
Ten aanzien van feit 2 wijst de raadsman op de fotoconfrontatie die heeft plaatsgevonden met twee aangeefsters; zij konden beiden niet met zekerheid zeggen dat de verdachte de dader is geweest. Daarnaast heeft de verdachte een tatoeage op zijn onderarm, waarover geen van de aangeefsters heeft verklaard. De locatiegegevens laten zien dat de verdachte in een straal van 150 meter in de buurt van de plaats delict is geweest, waarmee niet kan worden vastgesteld dat hij ook op de plaats delict was.
Ten aanzien van feit 3 komt het signalement van de dader niet overeen met de verdachte. De locatiegegevens plaatsen de verdachte wederom alleen in de buurt van de plaats delict.
Ten aanzien van feit 4 wijst de raadsman op het ontbreken van getuigen. Ook voldoet het signalement van de dader niet. De raadsman vordert tevens vrijspraak vanwege het ontbreken van een seksuele strekking.
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat feit 5 wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, maar vindt dat er geen gewoonte is gemaakt van het plegen van dat feit. De verdachte heeft immers verklaard dat hij ‘wel eens iets heeft gedownload’. Voorts is de periode te lang om te kunnen spreken van een gewoonte.
De raadsman heeft zich ten aanzien van feit 6 gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
3.3
Het oordeel van de rechtbank
Inleiding
In augustus 2024 deden zeven (deels minderjarige) vrouwen aangifte van seksueel aanstootgevend gedrag door een mannelijk persoon. Deze persoon stelde zich, aldus de aangeefsters, verdekt op in een doorgang tussen het fietspad en de kanaaldijk van het [adres 1] Zodra de aangeefsters langsfietsten hield hij zijn hand bij zijn geslachtsdeel en masturbeerde hij, terwijl zij hiervan getuige waren. Eén aangeefster verklaarde ook te zijn betast. Naar aanleiding van deze aangiftes werd een onderzoek ingesteld en kwam de verdachte in beeld als de vermoedelijke dader. De rechtbank zal de vraag beantwoorden of de tenlastegelegde feiten 1 tot en met 4 wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard en of de verdachte de persoon is geweest die deze feiten heeft gepleegd. Daarna beoordeelt de rechtbank de andere feiten.
Bewijsmiddelen feiten 1 tot en met 4
De rechtbank zal allereerst per feit de bewijsmiddelen weergeven. Daarna zal de rechtbank overwegen wat zij heeft vastgesteld op basis van de bewijsmiddelen.
Feit 1
Het proces-verbaal van aangifte van 23 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 1]:
Op 18 juni 2024, omstreeks 7:45 uur, fietste ik met mijn vriendin [benadeelde 2] vanuit Ohé en Laak over [adres 2] richting de [adres 3] . We fietsten langs een verbindingsstuk tussen de struiken. Op dit verbindingsstuk van de fietspaden stond de man. Het verbindingsstuk gaat naar een ander fietspad welke langs het [adres 1] loopt. Toen we de man zagen had hij zijn broek aan de bovenzijde open. We zagen dat hij zijn geslachtsdeel uit zijn broek had hangen. We zagen dat hij zich met beide handen aftrok. We hadden heel even kortstondig oogcontact. Van tevoren hadden we de man niet zien staan. We fietsten op het moment door. We keken elkaar aan en zeiden tegen elkaar wat een viezerik.
Het proces-verbaal van aangifte van 27 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [benadeelde 2]:
Ik weet niet precies wanneer het gebeurd is, maar het was ergens in juni toen ik vanuit Ohé en Laak naar school fietste. Ik vertrek thuis altijd rond 07.45 uur. Ik fiets altijd over [adres 2] de [adres 3] omhoog. Ik passeerde, samen met mijn vriendin [benadeelde 1] , de inham naar het kanaal. Ik keek in de inham en zag daar de man staan. Hij stond er ontspannen bij en keek naar ons. Wij fietsen verder de berg op. Na een paar meter kreeg ik een vreemd gevoel en draaide ik mijn hoofd naar achteren. Ik zag daar de man op het fietspad staan met zijn gezicht richting [benadeelde 1] en mij. Ik zag dat de man bewegingen maakte met zijn hand die leken op aftrekken. Ik zag dat zijn hand buiten zijn broek zat. Ik greep [benadeelde 1] bij haar hand en wij zijn heel snel verder gefietst.
Feiten 2 en 4
Het proces-verbaal van aangifte van 16 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam 3]:
Op 12 juli 2024, omstreeks 23.30 uur, ben ik op de fiets gestapt samen met mijn zusje [naam 4] . Vanuit het treinstation in Echt wilden wij naar Ohé en Laak fietsen. Ik fietste een paar meter voor mijn zusje over [adres 2] richting de [adres 4] . Toen ik naar beneden fietste zag ik aan mijn rechterzijde een mannelijk persoon uit de inham lopen, waarbij ik ook meteen zijn geslachtsdeel zag. Ik zag dat de mannelijke persoon bevredigend aan zijn geslachtsdeel bezig was. Ik zag dat de mannelijke persoon met een van zijn handen aan zijn geslachtsdeel zat en een trekkende beweging maakte. Ik zag dat de mannelijke persoon een donkere spijkerbroek aanhad die was afgezakt tot zijn knieën. Toen ik de mannelijke persoon voorbij fietste, draaide ik mij meteen om, om te kijken waar mijn zusje was. Toen ik mij omdraaide zag ik dat de mannelijke persoon midden op het fietspad stond en dat mijn zusje voor hem moest uitwijken om hem voorbij te fietsen. Ik zag dat de mannelijke persoon heel dicht bij mijn zusje kwam. Toen mijn zusje en ik weer bij elkaar waren zijn wij in een snel tempo naar huis gefietst. Onze moeder gaf het advies om voor de zekerheid de politie te bellen om een melding te maken. Vervolgens heeft mijn zusje gebeld en een melding ervan gemaakt.
Het proces-verbaal van aangifte van 30 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam 4]:
Op 12 juli 2024, omstreeks 23.50 uur, fietste ik met mijn zus [naam 3] vanuit het treinstation in Echt naar huis. Wij fietsen rond middernacht de berg af over het fietspad aan [adres 2] in Ohé en Laak. Mijn zus fietste ongeveer 10 meter voor mij. Ik zag dat zij voorbij de inham, die richting het pad langs het kanaal leidt, geschrokken achter zich keek, naar mij. Ik was op dat moment de inham nog niet gepasseerd. Direct daarna zag ik een man vanuit de inham een stap richting het fietspad maken. Ik zag een man die mij aankeek terwijl hij zijn ontblote geslachtsdeel in zijn hand vasthield. Zijn broek was geopend en hing laag op zijn heupen, waardoor zijn geslachtsdeel zichtbaar was. Ik zag dat hij gefocust naar mij keek. Hij zette een stap richting mij en ik zag dat hij met zijn hand zijn geslachtsdeel bevredigde. Dit waren trekkende bewegingen. Ik fietste langs hem, via de linkerkant van het fietspad. Ik probeerde hem zoveel mogelijk te ontwijken. Daarna zijn wij snel naar huis gefietst. Thuis aangekomen heb ik meteen de politie gebeld en hier een melding van gemaakt.
Het proces-verbaal van aangifte van 19 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam 5]:
Op 10 augustus 2024, omstreeks 22:00 uur, reed ik op mijn fiets vanaf de brug van het [adres 1] te Echt richting Ohé en Laak. Ik was alleen. Ik reed over het fietspad omlaag richting [adres 2] . Halverwege dit fietspad, bevindt zich aan de rechterzijde een stukje fietspad dat aansluit op het fietspad van het [adres 1] te Echt. Toen ik ongeveer 5 meter van dit stukje fietspad aan kwam rijden, zag ik dat er een man voor mijn fiets sprong. Ik heb mijn fiets afgeremd en ben met een boogje om deze man heen gereden. Ik zag dat deze man aan het masturberen was. Ik ben harder gaan rijden tot onder in de bocht. Ik keek naar deze man of hij er nog stond. Ik zag dat deze man met zijn gezicht naar mij toe stond gedraaid. Ik zag aan de man dat hij perse wilde kijken, of ik gezien had wat hij aan het doen was. Ik denk dat hij mij wilde shockeren. Daarna ben ik hard doorgereden.
Het proces-verbaal van aangifte van 23 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam 6]:
Op 10 augustus 2024, omstreeks 00:15 uur, reed ik op mijn fiets over de [adres 3] . Ik reed vanuit de brug, die over het [adres 1] gaat, richting [adres 2] te Ohé en Laak. Halverwege het fietspad ligt een verbindingsstuk tussen het fietspad waar ik op reed en het fietspad van het [adres 1] . Toen ik bovenaan de bocht nam zag ik dat er een man het fietspad op kwam lopen bij het verbindingsstuk. Toen ik dichterbij kwam zag ik dat een man op het fietspad stond met de broek open en omlaag getrokken tot op kniehoogte. Ik zag dat hij zich met zijn linkerhand aan het bevredigen was. Ik heb zijn geslachtsdeel gezien. Toen ik ongeveer op een afstand van 20 meter van hem vandaan was zag ik dat de man in het midden van het fietspad ging staan. Deze persoon heeft mij aangekeken. Toen ik hem aan de linker kant voorbij wilde rijden greep hij met zijn rechter hand naar mij, maar ik kon toch voorbij rijden. Hij raakte mij aan mijn bil. Ik ben toen hard naar huis gereden. Onderweg naar huis heb ik mijn zus gebeld. Mijn zus zei dat ik gelijk de politie moest bellen. Dit heb ik vervolgens ook gelijk gedaan.
Feit 3
Het proces-verbaal van aangifte van 20 augustus 2024, voor zover inhoudende als verklaring van aangeefster [naam 7]:
Aangever
Achternaam: [naam 7]
Voornaam: [naam 7]
Geboren: [geboortedag] 2010
Op 9 augustus 2024 fietste ik omstreeks 17.15 uur vanuit [adres 2] in Ohé en Laak richting de [adres 3] . Er ligt daar een fietspad. Toen ik deze omhoog wilde fietsen zag ik iets na de bocht opeens een man uit de bosjes komen. Er is daar een soort van opening die uitkomt bij het daar gelegen water. Ik zag dat de man stil bleef staan in de opening en zag dat de man mij aankeek. Ik zag dat de man met zijn hand bij zijn geslachtsdeel zat. Ik hoorde dat de man naar mij floot. Ik schrok enorm van wat er gebeurde en fietste snel verder. Ik keek een stukje verderop achterom en zag dat de man mij bleef nakijken.
In het bijzonder met betrekking tot de feiten 1, 2, 3 en 4
Over de exacte locatie van de plaats delict vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , verklaar het volgende:
In het onderzoek blijkt dat er in de aangiftes twee locaties worden genoemd als plaats delict. Dit zijn de:
[adres 3] , Echt, binnen de gemeente Echt-Susteren
[adres 2] , Ohé en Laak, binnen de gemeente Maasgouw
Over de feitelijke pleegplaats verklaren de aangevers in hun aangifte over één specifieke locatie langs een fietspad. Op onderstaande afbeeldingen is deze locatie door mij, gemarkeerd met een rode cirkel.
Over de inzet van een camera op de plaats delict vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 2] , verklaar het volgende:
In verband met het feit dat de dader van de schennisplegingen, ondanks controles/posten, nog niet kon worden aangehouden, werd door de betrokken wijkagent contact gelegd met het flexteam van de politie in Venlo, met de vraag wat zij konden betekenen in dit onderzoek.
Door een medewerker van het flexteam werd vervolgens een camera geplaatst vlakbij de
plek waar de dader telkens zou staan bij het plegen van het feit. De camera werd geplaatst op 17 augustus 2024. De mogelijkheid tot live meekijken was aanwezig en dat gebeurde vanaf een centrale plek in het politiebureau te Echt. Tevens werden de beelden opgenomen en was er mogelijkheid tot terugkijken. De camera werd zodanig geplaatst dat er zicht verkregen werd op:
- een gedeelte van het fietspad [adres 3] / [adres 2] ;
- de doorgang in de begroeiing naast het fietspad;
- een gedeelte van het fiets-/wandelpad op de kanaaldijk van het [adres 1] .
Over de camerabeelden van 20 augustus 2024 vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , verklaar het volgende:
Ik bekeek de camerabeelden van 20 augustus 2024. Ik zag dat er om 19.47 uur een snorfiets over het fietspad reed. Ik zag dat de scooter de inham inreed en stopte op een smal wandelpad gelegen tussen het fietspad en het kanaal. De bestuurder van de snorfiets stapte af en deed zijn helm af. Ik zag dat hij een zwart kleurige pet opzette, een sigaret opstak en richting het fietspad liep om 19.48 uur. Ik zag dat hij stil bleef staan bij het fietspad. Ik zag dat hij na een aantal seconden terugliep richting de snorfiets en stil bleef staan achter de snorfiets. Ik zag dat hij meerdere malen het wandelpad afkeek naar links en rechts. Ik zag dat hij om 19.49 uur weer richting het fietspad liep en stil bleef staan op het fietspad. Om 19.51 uur liep hij de inham in. Om 19.52 uur liep hij naar het fietspad en bleef hij opnieuw stilstaan. Ik zag dat de man om 19.54 uur terug de inham in liep. Ik zag dat hij zijn linkerhand volledig in zijn broek had ter hoogte van zijn geslachtsdeel. In dezelfde minuut liep de man terug naar het fietspad en bleef weer staan. Om 19.56 uur liep hij richting het wandelpad. Om 19.57 uur liep hij richting het fietspad en bleef staan. Hij bleef onrustig op en neer lopen tussen het wandelpad en het fietspad. Ik zag dat hij meerdere malen een nieuwe sigaret opstak. Om 02.02 uur (de rechtbank begrijpt: 20.02 uur) liep hij wederom richting het wandelpad. Ik zag dat hij opnieuw zijn linkerhand in zijn broek had bij zijn geslachtsdeel. Bij het wandelpad draaide hij zich direct om en liep weer naar het fietspad. Dit herhaalde zich meerdere malen. Ik zag dat hij om 20.09 uur op de snorfiets stapte en wegreed in de richting van Echt.
Over de staande houding van de verdachte op 20 augustus 2024 vermeldt het proces-verbaal:
Wij, verbalisanten [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , verklaren het volgende:
Op 20 augustus 2024, omstreeks 19.50 uur, kregen wij de opdracht van operationeel coördinator [naam 9] om ons op te houden rond [adres 2] te Echt. Hij zag op de camera die daar geplaatst was, zich een man ophouden. Wij kregen van [naam 9] een signalement. Omstreeks 20.10 uur, kregen wij het bericht van [naam 9] dat deze man op zijn scooter wegreed richting de brug. Wij zagen een persoon die aan dit signalement voldeed rijden over het fietspad op de [adres 3] in Echt. Wij riepen middels de megafoon van ons dienstvoertuig dat de bestuurder van de scooter moest stoppen. Wij zagen dat hij hieraan voldeed. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , vroeg aan de bestuurder een rij- en kentekenbewijs. Ik zag dat hij mij een rijbewijs overhandigde met daarop de volgende gegevens:
naam: [verdachte]
voornamen [verdachte]
geboren: [geboortedatum] -1992 te [geboorteplaats]
Ik zag dat de foto op het rijbewijs overeen kwam met de persoon die voor mij stond.
Ik, verbalisant [verbalisant 4] , deelde hem mede dat wij hem net voorbij de brug hadden zien staan op het fietspad. Wij hoorden hem zeggen dat hij daar inderdaad even stil had gestaan om een sigaret te roken en te plassen. Ik, verbalisant [verbalisant 5] , gaf [verdachte] zijn rij- en kentekenbewijs terug en bedankte hem voor de medewerking.
Over de camerabeelden van 29 augustus 2024 vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 3] , verklaar het volgende:
Op 29 augustus 2024 om 14.42 uur ontving ik het bericht dat [verdachte] werd waargenomen op de camerabeelden. Ik keek direct de camerabeelden terug. Ik zag dat er om 14.35 uur een persoon op een scooter aan kwam rijden. Ik herkende de persoon als [verdachte] . Ik zag dat hij op dezelfde scooter reed als op dinsdag 20 augustus 2024. [verdachte] parkeerde de scooter op dezelfde locatie, op het wandelpad uit het zicht van het fietspad. Ik zag dat hij met een helm op eenmaal op en neer liep naar het fietspad en terug naar zijn scooter. Ik zag dat hij zijn helm afzette en een zwart petje opzette. Ik zag dat hij tussen 14.38 uur en 14.42 uur zesmaal op en neer liep tussen het wandelpad en het fietspad. Ik zag dat hij om zich heen bleef kijken. Ik zag dat hij telkens terugliep naar het wandelpad zodra er een voorbijganger over het fietspad reed. Om 14.43 uur zette [verdachte] een helm op en reed weg op de scooter in de richting van Echt.
Over de aanhouding van de verdachte op 29 augustus 2024 vermeldt het proces-verbaal:
Wij, verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] , verklaren het volgende:
Op 29 augustus 2024, omstreeks 14.40 uur, hoorden wij van onze collega [naam 10] dat hij zag dat [verdachte] in beeld verscheen bij een politiecamera. Hierop reden wij onmiddellijk richting [adres 2] . Onderweg hoorden wij via de portofoon dat [verdachte] inmiddels op een scooter was weggereden. Omstreeks 14.45 uur, zagen wij [verdachte] op de [adres 3] op een grijze scooter rijden. Wij zagen dat [verdachte] via de [adres 5] naar de [adres 6] reed. Aldaar raakte [verdachte] , ter hoogte van de straat [adres 7] , uit ons zicht.
Wij reden vervolgens naar het woonadres van [verdachte] , de [adres 8] in Echt, en bleven daar wachten tot [verdachte] thuis zou komen. Wij hoorden ondertussen portofonisch dat [verdachte] op bevel van de Officier van justitie buiten heterdaad aangehouden mocht worden. Omstreeks 15.49 uur zagen wij dat [verdachte] op een grijze scooter vanuit de [adres 9] een brandgang achter de woning in reed. Ik, [verbalisant 6] , zei onmiddellijk tegen [verdachte] dat hij moest blijven staan en dat hij door ons werd aangehouden en met ons mee moest naar het politiebureau. Vervolgens ontstond een korte discussie met de verdachte waarbij de verdachte aangaf dat hij enkel onder zijn voorwaarden zou meewerken. Ook zei hij: "Ik heb nog spullen in mijn buddyseat, zoals mijn telefoon". Ik, [verbalisant 7] , zei tegen de verdachte dat hij deze telefoon aan ons moest afgeven omdat wij deze telefoon in beslag zouden nemen. De verdachte maakte geen aanstalten om met ons mee te gaan en gaf nauwelijks gehoor aan onze aanwijzingen. Ik, [verbalisant 6] , vroeg aan de verdachte om zijn handen tegen een muur te plaatsen zodat ik een veiligheidsfouillering kon uitvoeren. De verdachte gaf hier geen gehoor aan en opende zijn buddyseat. Wij zagen een smartphone in de buddyseat liggen en zagen dat [verdachte] deze vast pakte. Ik, [verbalisant 6] , gaf aan dat wij deze smartphone in beslag namen en pakte deze smartphone vast. De verdachte rukte de smartphone uit mijn handen en riep dat ik van zijn telefoon af moest blijven. Hierop brachten wij de verdachte naar de grond, fixeerden hem en brachten handboeien aan. De verdachte werd door collega [verbalisant 8] overgebracht naar het cellencomplex van politie te Roermond.
De kennisgeving van inbeslagneming van de Samsung SM-S918B van de verdachte vermeldt:
Beslagene
Achternaam: [verdachte]
Voornamen: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1992
Goednummer: PL2300-2024136945-1734284
Merk/type: Samsung
Over het onderzoek aan de locatiegegevens van de in beslag genomen Samsung SM-S918B van de verdachte vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 9] , deed onderzoek aan een mobiele telefoon welke inbeslaggenomen was onder de verdachte [verdachte] .
Algemene gegevens mobiele telefoon
Merk: Samsung
Model: SM-S918B
Beslagnummer: 1734284
Vanuit het onderzoeksteam werd mij verzocht om te onderzoeken of uit de gegevens op
de mobiele telefoon van de verdachte [verdachte] blijkt of hij op de plaats delict is geweest. De verschillende plaats delicten worden hieronder weergeven en verder uitgewerkt:
Ik zag in de mobiele telefoon dat op zaterdag 3 augustus 2024 om 15:33:50 uur voor het eerst wordt geregistreerd dat de locatiegegevens van de mobiele telefoon aan staan. De registratie is hierna niet meer uitgezet tot het moment van inbeslagname van de mobiele telefoon.
9 augustus 2024, omstreeks 17.15 uur, [adres 3] - [adres 2] , inham tussen fietspad en [adres 1] .
In de mobiele telefoon van de verdachte werden diverse locatiegegevens aangetroffen
in de buurt van bovengenoemde plaats delict. Vier locatiegegevens waren exact op de inham waarover door het slachtoffer gesproken wordt. Bij deze vier locatiegegevens horen onderstaande datum en tijdstip:
09-08-2024 17:20:13
09-08-2024 17:20:43
09-08-2024 17:21:13
09-08-2024 17:21:43
10 augustus 2024, omstreeks 00:15 uur, [adres 3] - [adres 2] , inham tussen fietspad en [adres 1] .
In de mobiele telefoon van de verdachte werden diverse locatiegegevens aangetroffen
in de buurt van bovengenoemde plaats delict. Ik heb alle locatiegegevens tussen 9 augustus 2024 23.45 uur en 10 augustus 2024 00.45 uur bekeken. Ik zag dat er 22 locatiegegevens binnen dat tijdsbestek beschikbaar waren. Alle 22 locatiegegevens bevonden zich rond de locatie van bovengenoemde plaats delict. De locatiegegevens bevonden zich binnen een straal van 150 meter van de plaats delict.
10 augustus 2024, omstreeks 22.00 uur, [adres 3] - [adres 2] , inham tussen fietspad en [adres 1] .
In de mobiele telefoon van de verdachte werden diverse locatiegegevens aangetroffen
omstreeks bovengenoemde datum en tijdstip. Ik heb alle locatie gegevens tussen 10 augustus 2024 21.30 uur en 10 augustus 2024 22.30 uur bekeken. Ik zag dat er 23 locatiegegevens binnen dat tijdsbestek beschikbaar waren. Een locatie bevond zich rond de locatie van bovengenoemde plaats-delict, namelijk om 21:42:04.
Tussenconclusie ten aanzien van de feiten 2, 3 en 4
De politie plaatste na meerdere meldingen van schennisplegingen en een aanranding (feiten 1, 2, 3 en 4) op 17 augustus 2024 een camera met zicht op de plaats delict, zijnde een inham gelegen aan het fietspad van de [adres 3] . Op de camerabeelden werd op 20 augustus 2024 een mannelijk persoon waargenomen die zich enige tijd verdacht ophield op die plek. De politie ziet op de camerabeelden onder meer dat de man zijn snorfiets parkeert en vervolgens meerdere keren op en neer loopt tussen het fietspad (de [adres 3] ) en de inham. De man houdt zijn linkerhand in zijn broek ter hoogte van zijn geslachtsdeel. Na ongeveer 20 minuten vertrekt de man en wordt hij even verderop staande gehouden door de politie. De politie identificeert de man als [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992, zijnde de verdachte. Op 29 augustus 2024 wordt de verdachte wederom waargenomen op de camerabeelden. Net als de vorige keer parkeert hij zijn scooter in de inham en loopt hij meerdere keren richting het fietspad. Na enkele minuten vertrekt de verdachte. Diezelfde middag wordt hij buiten heterdaad aangehouden in de tuin van zijn woonadres.
Aan de verdachte zijn meerdere zedendelicten ten laste gelegd. Zedenzaken kenmerken zich doorgaans door het feit dat slechts twee personen aanwezig zijn bij de seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Ook in de onderhavige zaak is dat het geval voor wat betreft de aangiftes van [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] .
In het strafrecht geldt de bewijsminimumregel van artikel 342, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv): een veroordeling voor een strafbaar feit mag niet worden gebaseerd op slechts één bewijsmiddel, in dit geval de (getuigen)verklaring van het vermeende slachtoffer. Ook niet als de rechtbank deze verklaring betrouwbaar vindt. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Deze regel geldt voor de gehele bewezenverklaring, wat inhoudt dat onderdelen wel degelijk op één enkel bewijsmiddel mogen rusten. Dat geldt volgens de Hoge Raad ook voor de ten laste gelegde gedragingen. Dit betekent dat – in een geval als het onderhavige, waarin de gedragingen door de verdachte (bij de politie) worden ontkend en er geen getuigen zijn die de gedragingen hebben waargenomen – de rechtbank eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van aangeefster moet beoordelen en vervolgens of voor deze beweringen van aangeefster voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is.
De aangeefsters hebben allen een gedetailleerde verklaring afgelegd en daarin concreet het gedrag van de verdachte beschreven. Deze verklaringen komen authentiek over en bovendien ziet de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen.
Onder de verdachte werd bij zijn aanhouding een Samsung telefoon in beslag genomen. De politie heeft de locatiegegevens uit de telefoon van de verdachte onderzocht. Daaruit bleek dat de telefoon op 9 augustus 2024, rond of kort na het tijdstip waarop feit 3 (aangeefster [naam 7] ) werd gepleegd, meermaals exact aanstraalde op de plaats delict. Verder bleek dat de telefoon op 10 augustus 2024, binnen een tijdsbestek van 30 minuten van de tijdstippen waarop feit 2 (aangeefsters [naam 5] en [naam 6] ) en feit 4 (aangeefster [naam 6] ) werden gepleegd, (meermaals) aanstraalde binnen een straal van 150 meter van de plaats delict.
De verdachte heeft vragen over het gebruik van zijn telefoon niet willen beantwoorden. De rechtbank stelt op grond hiervan vast dat de verdachte als enige gebruik maakte van de telefoon die onder hem in beslag is genomen, en dat het dus de verdachte is geweest die op of in de buurt van de plaats delict was toen voornoemde feiten werden gepleegd. De verdachte heeft bij de politie niet meer willen verklaren dan – kort gezegd – dat hij geregeld op die plek kwam om van het zonnetje te genieten en een sigaret te roken. Dat verklaart niet waarom de verdachte ook in de avond en nacht van 9 op 10 augustus 2024 in de buurt van de plaats delict was. Daarnaast bevond de verdachte zich exact op de plaats delict op het moment dat de schennispleging en aanranding jegens aangeefster [naam 6] werden gepleegd.
De rechtbank is aldus van oordeel dat de verklaringen van [naam 5] , [naam 6] en [naam 7] betrouwbaar zijn en dat het dossier voor deze verklaringen ook voldoende steunbewijs bevat. Dit steunbewijs ziet de rechtbank in voornoemde locatiegegevens uit de telefoon van de verdachte, die hem op het tijdstip van de feiten op of in de buurt van de plaats delict plaatsen. Daarnaast worden de aangiften (voor wat betreft de schennisplegingen) ondersteund door het gedrag van de verdachte op de camerabeelden van 20 augustus 2024. Dat gedrag van de verdachte, namelijk het zich ophouden in de inham en stilstaan op het fietspad, terwijl hij zijn hand bij zijn geslachtsdeel houdt, correspondeert met het gedrag van de dader zoals beschreven in de aangiftes.
De rechtbank zal hierna nader ingaan op het bewijs ten aanzien van de feiten 1, 2 (aangiftes van [naam 3] en [naam 4] ) en 4.
Bewijsoverwegingen feiten 1, 2, 3 en 4
De rechtbank stelt vast dat kenmerkend voor de feiten 1, 2, 3 en 4 is de door de verdachte gehanteerde grotendeels vergelijkbare modus operandi op steeds exact dezelfde plaats. De aangeefsters hebben verklaard over een mannelijk persoon die zich enigszins verdekt opstelt in de inham aan het fietspad van de [adres 3] . Hij benadert de aangeefsters op het fietspad vanuit die inham. De handelingen die de man volgens de aangeefsters uitvoert zijn vrijwel identiek te noemen én corresponderen met het gedrag van verdachte zoals vastgelegd op de camerabeelden van 20 augustus 2024. Zodra voor de verdachte een geschikt slachtoffer voorbijfietst (kennelijk jonge vrouwen en meisjes), loopt hij naar het fietspad en kijkt hij hen aan. Hij positioneert zich op het fietspad, zodat de vrouwen moeten uitwijken om hem te passeren. Het valt de vrouwen op dat de man met zijn hand bij zijn geslachtsdeel zit. De vrouwen verklaren over masturberen, dan wel het maken van aftrekkende bewegingen. Meerdere vrouwen verklaren ook over het ontblote geslachtsdeel van de man.
Op basis van voorgaande bewijsmiddelen, in onderling verband en in onderlinge samenhang bezien, komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van de aan de verdachte tenlastegelegde feiten 1, 2, 3 (primair) en 4, waarbij zij de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de verschillende feiten ook als zogenoemd schakelbewijs zal gebruiken. Hiermee wordt een bewijsvoering bedoeld waarbij voor de bewezenverklaring van een feit mede redengevend wordt geacht de – uit één of meer bewijsmiddelen blijkende – omstandigheid dat de verdachte bij één of meer andere strafbare feiten betrokken was. De vraag of de redengevendheid van dergelijk schakelbewijs begrijpelijk is, moet worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering. Daarbij kan van belang zijn of en in hoeverre de wijze waarop en de omstandigheden waaronder de onderscheidene feiten zijn begaan, op essentiële punten overeenkomen. De rechtbank twijfelt er gezien de vrijwel identieke modus operandi én de telkens exact gelijke plaats delict, mede gezien de relatief korte periode waarin de feiten werden gepleegd, niet aan dat de verdachte ook degene is geweest die zich schuldig heeft gemaakt aan schennis van de eerbaarheid ten opzichte van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] en de schennisplegingen ten opzichte van [naam 3] en [naam 4] .
Voor de bewezenverklaring van feit 4 betrekt de rechtbank in het bijzonder de gelijkenissen in de verklaringen van [naam 3] , [naam 4] en [naam 6] . [naam 3] heeft verklaard dat zij, nadat zij de verdachte voorbij was gefietst, zag dat de verdachte heel dicht in de buurt van haar zusje kwam. [naam 4] heeft hierover verklaard dat, toen zij om de verdachte heen wilde fietsen, hij een stap in haar richting zette, terwijl hij zich bevredigde. De rechtbank ziet hierin voldoende steun voor de verklaring van [naam 6] dat de verdachte haar bij haar bil heeft aangeraakt.
De verdachte bevredigde zichzelf ten tijde van de aanraking. Daaruit volgt dat de wil van de verdachte erop gericht was om aan de aanraking van [naam 6] een seksuele lading te geven. Het aanraken van de bil moet daarom zonder voorbehoud geduid worden als een seksuele handeling. [naam 6] zag pas op korte afstand dat de verdachte midden op het fietspad ging staan. Het lukte haar om op het laatste moment langs de verdachte te fietsen. Zij kon de aanraking niet zien aankomen, waardoor deze handelingen ook onverhoeds waren en de verdachte moet hebben geweten dat daartoe de wil bij het slachtoffer ontbrak.
Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van de strafverzwarende component dwang, geweld en/of bedreiging, zodat de rechtbank de verdachte hiervan vrijspreekt.
De rechtbank heeft tenslotte door raadpleging van openbare bronnen (kaarten) vastgesteld dat het bedoelde stukje fietspad (‘de inham’) zich bevindt op grondgebied van de gemeente Maasgouw.
Bewijsmiddelen feiten 5 en 6
Over het binnentreden in de woning van de verdachte vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 1] , verklaar het volgende:
Op 14 november 2024, om 07:05 uur, trad ik binnen in de woning [adres 8] , bewoond door [verdachte] .
Ik betrad die woning ter doorzoeking ter inbeslagneming krachtens een machtiging van de hulpofficier van justitie [naam 11] (KLP10346), inspecteur van politie Eenheid Limburg.
In de woning werd inbeslaggenomen: lx telefoon Samsung Galaxy, lx ASUS laptop, lx telefoon Samsung zwart (oud).
De kennisgeving van inbeslagneming van de Samsung Galaxy van de verdachte vermeldt:
Beslagene
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1992
Voorwerp
IBN-code: 01.
UVN-/voorwerpnummer: LBRBC24021_834299
Merk/type: Samsung
Bijzonderheden: Samsung Galaxy
De kennisgeving van inbeslagneming van de ASUS laptop van de verdachte vermeldt:
Beslagene
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1992
Voorwerp
IBN-code: 01.002
UVN-/voorwerpnummer: LBRBC24021_834302
Merk/type: ASUS
De kennisgeving van inbeslagneming van de Samsung zwart van de verdachte vermeldt:
Beslagene
Voornamen: [verdachte]
Achternaam: [verdachte]
Geboren: [geboortedatum] 1992
Voorwerp
IBN-code: 01.01.01.003
UVN-/voorwerpnummer: LBRBC24021_834306
Merk/type: Samsung / Galaxy
Bijzonderheden: Samsung zwart
Over het onderzoek aan de inbeslaggenomen digitale gegevens van de verdachte vermeldt het proces-verbaal:
Wij, verbalisanten [verbalisant 11] en [verbalisant 1] , verklaren:
De volgende digitale-gegevensdragers en voorwerpen met visuele weergaven zijn in beslag genomen:
IBN-nummer: 1734284
Soort voorwerp: telefoon
Bijzonderheden: Samsung SM-S98B
IBN-nummer: 01.001
Soort voorwerp: telefoon
Bijzonderheden: Samsung Galaxy
IBN-nummer: 01.002
Soort voorwerp: computer
Bijzonderheden: ASUS laptop
IBN-nummer: 01.01.01.003
Soort voorwerp: telefoon
Bijzonderheden: Samsung zwart
De zich op de in beslag genomen voorwerpen bevindende gegevens werden veiliggesteld, inzichtelijk gemaakt en ter beoordeling aan ons aangeboden. Wij hebben nader onderzoek ingesteld in de aan ons overgedragen bestanden. Vervolgens hebben wij vastgesteld dat in de aan ons overgedragen bestanden en de andere voorwerpen in totaal 465 visuele weergaven voorkwamen die kinderpornografisch zijn. Het betreft hier 436 foto’s en 29 video’s.
Kinderpornografisch materiaal
Op de gegevensdragers werden meerdere afbeeldingen/virtuele weergaven aangetroffen waarop penetratie met een minderjarig persoon afgebeeld stond. De vermoedelijke leeftijd van de minderjarige personen op de afbeeldingen/visuele weergaven ligt tussen de 3 en de 16 jaar. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de toonmap onder de nummers 1, 2 en 3.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 1 is te zien dat een meisje, met een geschatte leeftijd tussen de 4 en 6 jaar, vaginaal gepenetreerd wordt met een penis.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 2 is te zien dat een jongetje, met een geschatte leeftijd tussen de 3 en 5 jaar, anaal gepenetreerd wordt met een penis.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 3 is te zien dat een minderjarig meisje, met een geschatte leeftijd tussen de 10 en 14 jaar, oraal gepenetreerd wordt met een penis.
Op de gegevensdragers werden meerdere afbeeldingen/visuele weergaven aangetroffen van minderjarige personen, die de kennelijke leeftijd van 18 jaar nog niet bereikt hadden, welke ontuchtige handelingen uitvoerden of ondergingen met een volwassene, een andere minderjarige of met zichzelf. De vermoedelijke leeftijd van de minderjarige personen op de afbeeldingen/visuele weergaven ligt tussen de 8 en 14 jaar Een voorbeeld hiervan is te vinden in de toonmap onder nummer 4 en 5.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 4 is te zien dat een meisje gekleed in een t-shirt
en string zichzelf aan de billen betast waarbij ze haar string gedeeltelijk naar beneden trekt.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 5 is te zien dat een meisjes met haar hand haar vagina aanraakt. Het meisje is gekleed in een jurkje en zit op een hek. Ze draagt geen
ondergoed. Met haar vinders gespreid op haar vagina waarbij haar schaamlippen zichtbaar zijn.
Op de gegevensdrager werden meerdere afbeeldingen/visuele weergaven aangetroffen van minderjarige personen welke poseren voor de camera. Dit waren merendeels minderjarige jongens/meisjes vermoedelijk tussen de 6 en 14 jaar oud. De minderjarige meisjes/jongens poseren naakt of gedeeltelijk naakt voor de camera waarbij de focus voornamelijk ligt op de borsten, billen of geslachtsdelen. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de toonmap onder de nummers 6, 7 en 8.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 6 is te zien dat een meisje recht in de camera kijkt. Ze heeft een ontbloot bovenlijf en draagt een grijs broekje wat tot vlak onder haar vagina omlaag is getrokken.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 7 is te zien dat een jongen poseert voor een wit doek, hij kijkt schuin omhoog, heeft een sigaret in zijn hand en zijn penis is in erectie. De jongen is geheel naakt.
Op afbeelding/visuele weergave nummer 8 is te zien dat een meisje op de grond zit met ontbloot bovenlijf en haar benen gespreid. Ze draagt een witte onderbroek en deze trekt ze opzij waarbij je zicht hebt op haar vagina.
Op de gegevensdragers werden meerdere afbeeldingen/visuele weergaven aangetroffen waarop overige seksuele handelingen met minderjarige personen werden afgebeeld. De overige seksuele handelingen bestonden onder andere uit het zichtbaar maken van
sperma op het lichaam/gezicht van een minderjarige en het dicht bij het lichaam/gezicht houden van een geslachtsdeel bij een minderjarige. De vermoedelijke leeftijd van de minderjarige personen op voorgenoemde afbeeldingen/visuele weergaven ligt tussen de 3 en de 10 jaar.
Er stond één visuele weergave op van seksuele handelingen tussen een kind en een dier. Het betreft een video van 1 minuut en 19 seconden waar een meisje te zien is, van de geschatte leeftijd tussen de 8 en 12 jaar. De vagina van het meisje wordt gelikt door de hond. Zie toonmap visuele weergave 10.
Dierenporno
Op de gegevensdragers werden meerdere afbeeldingen/visuele weergaven aangetroffen van penetratie en ontuchtige handelingen tussen volwassen personen en een dier. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de toonmap onder nummer 11
Op afbeelding/visuele weergave nummer 11 is te zien dat een vrouw orale seks heeft met
een paard waarbij het paard klaarkomt in de mond van de vrouw.
Over de benaderbaarheid van voornoemde kinderpornografisch materiaal en dierenpornografisch materiaal vermeldt het proces-verbaal:
Ik, verbalisant [verbalisant 10] , verklaar het volgende:
Naar aanleiding van het onderzoek met BVH-registratienummer 2024136945 deed ik onderzoek in de data van onderstaande gegevensdragers.
Inbeslagnamenummer: 1734284
Merk en type: Samsung SM-S918B
Inbeslagnamenummer: 834299
Merk en type: Samsung Galaxy A35 G
Inbeslagnamenummer: 834302
Merk en type: ASUS laptop
Inbeslagnamenummer: 834306
Merk en type: Samsung Galaxy
Aanwezigheid visuele weergaven
Op deze gegevensdragers werden 465 visuele weergaven geclassificeerd als zijnde kinderpornografische en 6 visuele weergaven geclassificeerd als zijnde dierenpornografisch.
451 kinderpornografische visuele weergaven zijn aangetroffen op de Samsung SM-S918B (1734284), 11 op de Samsung Galaxy A35 (834299) en 3 op de Asus laptop (834302).
5 dierenpornografische visuele weergaven zijn aangetroffen op de Samsung SM-S918B (1734284) en 1 op de Samsung Galaxy (834309).
Periode
Van 314 visuele weergaven, geclassificeerd als kinderpornografisch, kon niet worden vastgesteld wanneer ze op de gegevensdrager waren opgeslagen. 151 visuele weergaven, geclassificeerd als kinderpornografisch, waren tussen 21-02-2018 en 23-07-2024 op de onderzochte gegevensdragers opgeslagen.
Van 4 visuele weergaven, geclassificeerd als dierenpornografisch, kon niet worden
vastgesteld wanneer ze op de gegevensdrager waren opgeslagen. 2 visuele weergaven, geclassificeerd als dierenpornografisch, waren tussen 26-10-2019 en 27-10-2022 op de onderzochte gegevensdragers opgeslagen.
Toegankelijkheid visuele weergaven
Met betrekking tot de als kinderpornografisch geclassificeerde visuele weergaven, kan worden gesteld dat 151 visuele weergaven benaderbaar zijn.
Met betrekking tot de als dierenpornografisch geclassificeerde visuele weergaven, kan worden gesteld dat 4 visuele weergaven benaderbaar zijn.
Bewijsoverwegingen feiten 5 en 6
Gelet op voornoemde bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat de verdachte moet hebben geweten dat ten minste 151 kinderpornografische visuele weergaven (ook wel: afbeeldingen) in de periode van 21 februari 2018 tot en met 23 juli 2024 op zijn gegevensdragers stonden. Daarmee heeft de verdachte deze afbeeldingen verworven, in zijn bezit gehad en (met gebruikmaking van een communicatiedienst) zich daartoe de toegang verschaft. Hetzelfde geldt voor 2 dierenpornografische afbeeldingen in de periode van 26 oktober 2019 tot en met 27 oktober 2022. De verdachte heeft deze afbeeldingen in zijn bezit gehad.
Gelet op de jarenlange periode waarbinnen deze handelingen hebben plaatsgevonden en het aantal aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen is de rechtbank ook van oordeel dat de verdachte van het plegen van feit 5 een gewoonte heeft gemaakt.
Partiële vrijspraak
De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat de verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het verspreiden van dierenporno. Het dossier bevat hieromtrent onvoldoende aanknopingspunten om tot een bewezenverklaring te komen.
3.4
De bewezenverklaring
De rechtbank acht bewezen dat de verdachte
T.a.v. feit 1:
op een tijdstip in de periode van 1 juni 2024 tot en met 30 juni 2024 in de gemeente Maasgouw de eerbaarheid heeft geschonden op een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten een fietspad, ten opzichte van [benadeelde 1] en [benadeelde 2] , door
- zich deels te ontkleden waardoor het geslachtsdeel van verdachte zichtbaar was en vervolgens
- te masturberen, althans te doen lijken alsof verdachte masturbeerde;
T.a.v. feit 2:
op tijdstippen in de periode van 12 juli 2024 tot en met 10 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw opzettelijk in het openbaar, te weten op een fietspad handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- zich deels te ontkleden waardoor het geslachtsdeel van verdachte voor [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en [naam 6] zichtbaar was en vervolgens
- te masturberen, althans te doen lijken alsof verdachte masturbeerde;
T.a.v. feit 3 primair:
op 9 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [naam 7] , getuige heeft doen zijn van een handeling met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met zijn hand bij zijn geslachtsdeel te zitten en naar haar te fluiten;
T.a.v. feit 4:
hij op 10 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw met [naam 6] seksuele handelingen heeft verricht, te weten het betasten van en/of grijpen naar de bil van die [naam 6] , terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [naam 6] daartoe de wil ontbrak, door die [naam 6] terwijl zij aan het fietsen was onverhoeds van de zijkant en/of achteren te benaderen en onverhoeds haar lichaam te betasten;
T.a.v. feit 5:
hij in de periode van 21 februari 2018 tot en met 23 juli 2024 in Nederland, meermalen,
(in de periode van 21 februari 2018 tot en met 30 juni 2024)
afbeeldingen en gegevensdragers bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken
heeft verworven, in het bezit gehad en/of zich daartoe met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 juli 2024)
visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken
heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten afbeeldingen en gegevensdragers, te weten twee telefoons (merk Samsung) en een computer (merk ASUS), waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal of anaal wordt gepenetreerd met een penis
(afbeeldingsnummers 1, 2 en 3)
of
die persoon het eigen geslachtsdeel of de eigen billen met vingers of hand aanraakt
(afbeeldingsnummers 4 en 5)
of
het geslachtsdeel van die persoon wordt gelikt door een dier
(afbeeldingsnummer 10)
of
die persoon poserend is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en en/of gekleed is en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past
- door het camerastandpunt en/of de pose en de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk het geslachtsdeel van die persoon in beeld wordt gebracht
(afbeeldingsnummers 6, 7 en 8)
of
dat op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten en/of
bij het gezicht en/of het lichaam van die persoon een penis wordt gehouden
terwijl van het begaan van dit feit een gewoonte werd gemaakt;
T.a.v. feit 6:
hij in de periode van 26 oktober 2019 tot en met 27 oktober 2022 in Nederland,
afbeeldingen en gegevensdragers bevattende afbeeldingen, te weten twee telefoons (merk Samsung), van ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken in bezit heeft gehad, welke ontuchtige handelingen onder meer bestonden uit het door een dier oraal penetreren van een persoon waarbij het dier klaarkomt in de mond van die persoon.
(afbeeldingsnummer 11)
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
Voor zover in de tenlastelegging kennelijke schrijffouten voorkomen, zijn die in de weergave van de bewezenverklaring door de rechtbank verbeterd. De verdachte is door deze verbetering, zoals uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, niet in de verdediging geschaad.
4De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert de volgende strafbare feiten op:
T.a.v. feit 1:
schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, meermalen gepleegd;
T.a.v. feit 2:
opzettelijk in het openbaar handelingen die aanstotelijk zijn voor de eerbaarheid verrichten, meermalen gepleegd;
T.a.v. feit 3 primair:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren getuige doen zijn van een handeling met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren;
T.a.v. feit 4:
opzetaanranding;
T.a.v. feit 5:
een afbeelding en/of een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben en/of zich met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt
en
een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, is betrokken, verwerven, in bezit hebben en/of zich de toegang daartoe verschaffen, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt
T.a.v. feit 6:
een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een ontuchtige handeling, waarbij een mens en een dier zijn betrokken in bezit hebben, meermalen gepleegd
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De kwalificatie onder feit 5 is tweeledig gelet op de wijziging van wetgeving in de bewezenverklaarde periode.
5De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6De straf
6.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden met aftrek van het voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar en met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering. Hij heeft bij de formulering van zijn strafeis rekening gehouden met de ernst van de feiten en de onrust die dit heeft veroorzaakt in de omgeving waar de feiten zijn gepleegd. Daarnaast heeft de officier van justitie gewezen op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) ten aanzien van een gewoonte maken van het bezit van kinderporno en heeft hij rekening gehouden met het reclasseringsadvies.
6.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft de rechtbank verzocht bij een bewezenverklaring van de feiten 1, 2, 3 en 4 rekening te houden met de periode die is verstreken sinds de feiten zijn gepleegd. In de tussentijd heeft de verdachte geen strafbare feiten meer gepleegd. Het strafblad bevat geen relevante recidive. De raadsman verzoekt een gevangenisstraf op te leggen gelijk aan de duur die de verdachte al in voorarrest heeft vastgezeten.
De verdachte is daarnaast bereid om zich aan voorwaarden te houden. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat aan de verdachte ook een onvoorwaardelijk strafdeel moet worden opgelegd, dan verzoekt hij dat te doen in de vorm van een taakstraf.
6.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.
Het handelen van de verdachte
De verdachte heeft zich in juni, juli en augustus 2024 schuldig gemaakt aan in totaal zeven schennisplegingen en een opzetaanranding. De slachtoffers waren allemaal jonge vrouwen; onder hen vier minderjarige meisjes. Zij werden ongewild geconfronteerd met handelingen van de verdachte met een onmiskenbaar seksuele strekking. De verdachte heeft geen openheid willen geven over zijn beweegredenen voor dit gedrag. Naar de uiterlijke verschijningsvorm lijkt het gericht op het shockeren van slachtoffers en de eigen lustbevrediging. De verdachte heeft hiermee een ontoelaatbare inbreuk op de lichamelijke en geestelijke integriteit van de slachtoffers gemaakt.
Het is extra bezwaarlijk dat vervolgens op enkele gegevensdragers van de verdachte kinderpornografisch materiaal wordt aangetroffen. Gezien de leeftijd van enkele slachtoffers van de schennisplegingen geeft dat te denken. Ook trof de politie enkele dierenpornografische afbeeldingen aan op zijn gegevensdragers. De verdachte was zich ook van deze feiten weinig schuldbewust.
De ernst van de feiten
Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van ontuchtige handelingen daar nadelige gevolgen van kunnen ondervinden. Zij voelen zich vaak niet meer veilig en zijn argwanend naar anderen. Dat dit ook in deze zaak het geval is, blijkt onder meer uit de aangiftes van [naam 7] en [naam 5] . Zij waren erg geschrokken en hebben een aantal nachten slecht geslapen. Ondanks dat [naam 5] zich thuis in een veilige omgeving bevond, was zij bang. De feiten die de verdachte heeft gepleegd versterken bovendien gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving, zo blijkt ook uit het dossier. De onrust in het normaliter vredige Ohé en Laak was groot en gezien de afgelegen plek waar de feiten werden gepleegd heerste er angst onder de bevolking dat een jong meisje nog erger zou kunnen overkomen. De verdachte is hiervoor verantwoordelijk. De verdachte lijkt die plek waar vrijwel iedere fietser moet passeren om in of uit Ohé en Laak te raken bewust te hebben gekozen, nu deze voor het voorbijrijdende gemotoriseerde verkeer niet zichtbaar is. Dat toont dat hij op dat punt calculerend te werk is gegaan.
Het bezit van kinderporno en dierenporno zijn eveneens ernstige strafbare feiten, met name omdat bij de vervaardiging van het kinderpornografisch materiaal daadwerkelijk kinderen seksueel worden misbruikt. De verdachte is mede verantwoordelijk voor dat misbruik, omdat hij door de kinderporno te downloaden heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van het vervaardigen van dit soort beeldmateriaal is het noodzakelijk om ook degenen die het verzamelen zwaar te straffen. Gelet op de LOVS is voor het gewoonte maken van het bezit van kinderporno (feit 5) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 1 jaar aangewezen. Ook het bezitten van dierenporno (feit 6) is vanzelfsprekend een kwalijk feit, gelet op het belang dieren te beschermen tegen exploitatie en misbruik.
Strafverzwarende factoren
De verdachte heeft zich in een relatief kort tijdsbestek schuldig gemaakt aan deze feiten. Hij neemt daarvoor geen verantwoordelijkheid door zich grotendeels op zijn zwijgrecht te beroepen. Dat is zijn goed recht, maar het roept tegelijkertijd de vraag op hoelang dit strafbaar handelen nog door was gegaan als hij niet was gestopt. Immers bevond de verdachte zich in ieder geval ook op 20 en 29 augustus 2024 op de plek waar de schennisplegingen zijn gepleegd, vermoedelijk met hetzelfde doel.
Het baart de rechtbank zorgen dat de verdachte daarbij in de bewezenverklaarde periode steeds een stapje verder leek te gaan, door zich niet alleen met ontbloot geslachtsdeel ongevraagd te tonen aan vrouwen, maar door in enkele gevallen ook op het fietspad voor hen te gaan staan zodat ze om hem heen moesten fietsen, en door tenslotte zelfs in een geval het voorbijrijdende doelwit dan nog aan te raken aan een bil. Ook omtrent de beweegredenen hiervoor heeft de verdachte slechts stilzwijgen in acht genomen.
Strafverminderende factoren
De rechtbank weegt in het voordeel van de verdachte mee dat hij sinds deze feiten (medio 2024), blijkens zijn strafblad, niet opnieuw de fout in is gegaan. Daarnaast heeft de verdachte geen relevante recidive op zijn strafblad en heeft hij, via zijn raadsman, aangegeven aan zichzelf te willen werken door zich aan bijzondere voorwaarden te houden.
Het reclasseringsadvies
De rechtbank heeft acht geslagen op het reclasseringsadvies over de persoon van de verdachte van 26 maart 2026. Er heeft geen delictanalyse plaatsgevonden, omdat de verdachte ook bij de reclassering geen inzicht heeft gegeven. De reclassering kan de kans op recidive niet inschatten. Toch hebben zij geadviseerd om aan de verdachte reclasseringstoezicht met ambulante behandeling op te leggen om het recidiverisico in de toekomst te beperken.
De strafmaat
De ernst en hoeveelheid aan feiten rechtvaardigt de oplegging van een gevangenisstraf. Hoewel de rechtbank inziet dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de verdachte grote gevolgen zal hebben, kan er niet worden volstaan met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf of lichtere strafmodaliteit. De verdachte dient te beseffen dat het in het openbaar confronteren van jonge meisjes en vrouwen met seksuele handelingen absoluut niet getolereerd wordt en in de toekomst voorkomen moet worden. De rechtbank ziet een afglijdend karakter in de handelingen die de verdachte heeft verricht, nu ook is gebleken dat de verdachte bij één slachtoffer zijn handen niet thuis kon houden. Er dient ook een duidelijk signaal te worden afgegeven aan de verdachte én anderen dat het bezit van kinder- en dierenporno zeer kwalijke feiten zijn.
De rechtbank ziet met de officier van justitie en de verdediging wel de noodzaak om een gedeeltelijk voorwaardelijke straf op te leggen, teneinde door middel van de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering de verdachte te behandelen en recidive te voorkomen.
De rechtbank is van oordeel dat de eis van de officier van justitie onvoldoende recht doet aan de veelheid en ernst van de feiten en het leed dat de slachtoffers is aangedaan. Voornoemde factoren afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. De rechtbank zal daarbij de bijzondere voorwaarden als geadviseerd door de reclassering aan de verdachte opleggen.
7De benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregelen
7.1
De vorderingen van de benadeelde partijen
De benadeelde partij [benadeelde 1]
De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 750,- ter zake van feit 1, bestaande uit immateriële schade.
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).
De benadeelde partij [benadeelde 2]
De benadeelde partij vordert schadevergoeding tot een bedrag van € 750,- ter zake van feit 1, bestaande uit immateriële schade.
De benadeelde heeft verzocht om vermeerdering van het toe te wijzen bedrag met de wettelijke rente en om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr.
7.2
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht de vorderingen deels toewijsbaar tot een bedrag van € 500,-, onder vermeerdering van de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.3
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft primair gelet op de bepleite vrijspraak verzocht de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te verklaren, maar ook nu geestelijk letsel in deze zaak geen gegeven is en ook niet met stukken is onderbouwd. Subsidiair heeft de raadsman verzocht het gevorderde bedrag te matigen tot een bedrag van € 150,- à € 250,-.
7.4
Het oordeel van de rechtbank
Aan de benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] is rechtstreeks schade toegebracht door het bewezenverklaarde feit 1. Deze benadeelde partijen kunnen dan ook worden ontvangen in hun vorderingen.
Voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, heeft de benadeelde op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding, onder meer in het geval van aantasting in de persoon op andere wijze. Van aantasting in de persoon 'op andere wijze' is in ieder geval sprake indien de benadeelde partij geestelijk letsel heeft opgelopen. Degene die zich hierop beroept, zal in beginsel voldoende concrete gegevens moeten aanvoeren waaruit kan volgen dat in verband met de omstandigheden van het geval psychische schade is ontstaan. Daartoe is vereist dat naar objectieve maatstaven het bestaan van geestelijk letsel kan worden vastgesteld. Ook als het bestaan van geestelijk letsel in voornoemde zin niet kan worden aangenomen, is niet uitgesloten dat de aard en de ernst van de normschending en van de gevolgen daarvan voor de benadeelde, meebrengen dat van aantasting in zijn persoon 'op andere wijze' sprake is. In zo een geval zal degene die zich hierop beroept dit met concrete gegevens moeten onderbouwen. Dat is slechts anders indien de aard en de ernst van de normschending meebrengen dat de in dit verband relevante nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelde zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen.
De rechtbank is van oordeel dat de aard en de ernst van de normschending, mede gezien de leeftijd van beide slachtoffers ten tijde van het feit (12 respectievelijk 14 jaar oud), met zich brengen dat de in dit verband relevante nadelige psychische gevolgen daarvan voor de benadeelden zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank zal het toe te kennen bedrag in redelijkheid iets matigen en voor beide benadeelden vaststellen op een bedrag van € 500,-.
De benadeelde partij [benadeelde 1]
De rechtbank acht de vordering gedeeltelijk toewijsbaar tot een bedrag van € 500,-. De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot betaling van dit schadebedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 30 juni 2024 tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de vordering voor de meer gevorderde immateriële schade afwijzen.
De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr op te leggen.
De benadeelde partij [benadeelde 2]
De rechtbank acht de vordering gedeeltelijk toewijsbaar tot een bedrag van € 500,-. De rechtbank zal de verdachte veroordelen tot betaling van dit schadebedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, te rekenen vanaf 30 juni 2024 tot de dag der algehele voldoening. De rechtbank zal de vordering voor de meer gevorderde immateriële schade afwijzen.
De rechtbank ziet verder aanleiding om de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f Sr op te leggen.
8De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 239 (oud), 240b (oud), 241, 251, 252, 254a (oud) en 254b van het Wetboek van Strafrecht.
9De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
verklaart de verdachte strafbaar;
Straf
veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar;
beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van 3 jaar zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
stelt de volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
Meldplicht bij de reclassering
Dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de Reclassering Nederland, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn.
Ambulante behandeling
Dat de veroordeelde zich laat behandelen door de Rooyse Wissel, Ambulant Behandelen of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start zo spoedig mogelijk. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek en verslavingsproblematiek. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken.
geeft aan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
Benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen
Ten aanzien van feit 1
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 1] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
wijst de vordering af voor zover deze ziet op de overig gevorderde immateriële schade;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde 1], van een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [benadeelde 2] gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
wijst de vordering af voor zover deze ziet op de overig gevorderde immateriële schade;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [benadeelde 2], van een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 juni 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast voor de duur van maximaal 5 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
de verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;
Dit vonnis is gewezen door mr. L.H.M. Geuns, voorzitter, mr. H.E.G. Peters en mr. M.G.J.M. van der Staak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. D.J.M. Goris, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 juli 2026.
Buiten staat
mr. L.H.M. Geuns en mr. M.G.J.M. van der Staak zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
T.a.v. feit 1:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2024 tot en met 30 juni 2024 in de gemeente Maasgouw en/of Echt-Susteren, althans in Nederland, de eerbaarheid heeft geschonden op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten een fietspad, ten opzichte van [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2] , door
- zich (deels) te ontkleden waardoor het geslachtsdeel van verdachte zichtbaar was en/of (vervolgens)
- te masturberen, althans te doen lijken alsof verdachte masturbeerde;
T.a.v. feit 2:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juli 2024 tot en met 10 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw en/of Echt-Susteren, althans in Nederland, opzettelijk in het openbaar, te weten op een fietspad een of meer handelingen die aanstotelijk waren voor de eerbaarheid heeft verricht, te weten
- zich (deels) te ontkleden waardoor het geslachtsdeel van verdachte voor [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] en/of [naam 6] zichtbaar was en/of (vervolgens)
- te masturberen, althans te doen lijken alsof verdachte masturbeerde;
T.a.v. feit 3:
hij op of omstreeks 9 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw en/of Echt-Susteren, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een persoon die zich voordeed als een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [naam 7] getuige heeft doen zijn van een handeling en/of een visuele weergave van seksuele aard en/of met een onmiskenbaar seksuele strekking op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door met zijn hand(en) aan/bij zijn geslachtsdeel te zitten en/of aan te raken en (vervolgens) naar haar te fluiten;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 9 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw en/of Echt-Susteren, althans in Nederland, in het openbaar, een ander, te weten [naam 7] indringend seksueel heeft benaderd, door middel van een of meer opmerkingen, gebaren, geluiden en/of aanrakingen op een wijze die vreesaanjagend, vernederend, kwetsend en/of onterend was te achten, door met zijn han(en) aan/bij zijn geslachtsdeel te zitten en/of aan te raken en (vervolgens) naar haar te fluiten;
T.a.v. feit 4:
hij op of omstreeks 10 augustus 2024 in de gemeente Maasgouw en/of Echt-Susteren, althans in Nederland, met een persoon, te weten [naam 6] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het betasten van en/of grijpen naar de billen van die [naam 6] , terwijl hij, verdachte, wist althans ernstige reden had om te vermoeden dat bij die [naam 6] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door die [naam 6] (terwijl zij aan het fietsen was) onverhoeds van de zijkant en/of achteren te benaderen en/of onverhoeds (onderdelen van) haar lichaam te betasten althans aan te raken;
T.a.v. feit 5:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2018 tot en met 23 juli 2024 in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland,
meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 21 februari 2018 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer afbeeldingen en/of - gegevensdragers, bevattende afbeeldingen - van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in het bezit gehad en/of zich daartoe door midddel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft
en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 23 juli 2024, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking
waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verworven, in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft
te weten afbeeldingen en/of gegevensdragers, te weten drie telefoons (merk Samsung) en een computer (merk ASUS) waarop te zien is dat:
die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of (een) vinger(s)/hand
en/of
een ander persoon oraal en/of vaginaal wordt gepenetreerd met een penis en/of (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong door die persoon
en/of
het eigen lichaam vaginaal wordt gepenetreerd met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en) door die persoon
(afbeeldingsnummer(s) 01, 02 en 03, zie pagina 107-108 van het dossier)
en/of
het geslachtsdeel van die persoon met de mond/tong wordt/worden aangeraakt
en/of
het geslachtsdeel en/of ander lichaamsdeel van een ander kind/persoon met (een) vinger(s)/hand en/of de mond/tong wordt/worden aangeraakt door die persoon
en/of
die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten en/of ander eigen lichaamsdeel met (een) vinger(s)/hand en/of (een) voorwerp(en)
aanraakt
(afbeeldingsnummer(s) 04 en 05, zie pagina 108-109 van het dossier)
en/of
het geslachtsdeel, de billen en/of de borsten van die persoon wordt/worden gelikt en/of aangeraakt door een dier
(afbeeldingsnummer 10 noemen, zie pagina 111 van het dossier)
en/of
die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij
- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een voorwerp en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past
en/of
- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet
en/of
- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht
(afbeeldingsnummer(s) 06, 07 en 08, zie pagina 109-110 van het dossier)
en/of
dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon sperma wordt gespoten
en/of
bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden
(afbeeldingsnummer 09, zie pagina 111 van het dossier),
terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt;
T.a.v. feit 6:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 oktober 2019 tot en met 27 oktober 2022 in de gemeente Echt-Susteren, althans in Nederland, meermalen afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten drie telefoons (merk Samsung) en een computer (merk ASUS) van ontuchtige handelingen, waarbij een mens en een dier zijn betrokken of schijnbaar zijn betrokken, heeft verspreid en in bezit gehad, welke ontuchtige handelingen - zakelijk weergegeven – onder meer bestonden uit het door een dier oraal penetreren van een persoon waarbij het dier klaarkomt in de mond van die persoon;
(afbeeldingsnummer 11, zie pagina 111 van het dossier)
Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie Eenheid Limburg, proces-verbaalnummer PL2300-2024132135, gesloten op 4 juli 2025, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 196.
Proces-verbaal van aangifte van 23 augustus 2024, pg. 14-15.
Proces-verbaal van aangifte van 27 augustus 2024, pg. 38-39.
Proces-verbaal van aangifte van 16 augustus 2024, pg. 18-20.
Proces-verbaal van aangifte van 30 augustus 2024, pg. 22-23.
Proces-verbaal van aangifte van 19 augustus 2024, pg. 30-31.
Proces-verbaal van aangifte van 23 augustus 2024, pg. 33-34.
Proces-verbaal van aangifte van 20 augustus 2024, pg. 25-26.
Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer LBRBC24021-14, gesloten op 3 oktober 2025.
Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer PL2300-2024132144-11, gesloten op 4 juni 2026.
Proces-verbaal van bevindingen van 21 augustus 2024, pg. 59-60.
Proces-verbaal van bevindingen van 22 augustus 2024, pg. 55-57.
Proces-verbaal van bevindingen van 29 augustus 2024, pg. 64-65.
Proces-verbaal van bevindingen van 30 augustus 2024, pg. 145-146.
Het geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming, proces-verbaalnummer PL2300-2024136945-6.
Proces-verbaal van bevindingen van 9 september 2024, pg. 83-86.
Hoge Raad 26 januari 2010, ECLI:NL:HR:BK2094.
Hoge Raad 15 mei 2018, ECLI:NL:HR:2018:717.
Hoge Raad 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1455.
Hoge Raad 12 december 2017, ECLI:NL:HR:2017:3118.
Proces-verbaal van binnentreden in woning van 14 november 2024, pg. 91.
Het geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming, proces-verbaalnummer PL2300-2024136945-2.
Het geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming, proces-verbaalnummer PL2300-2024136945-3.
Het geschrift, te weten de kennisgeving van inbeslagneming, proces-verbaalnummer PL2300-2024136945-4.
Proces-verbaal Beschrijving kinderpornografisch materiaal en dierenpornografisch materiaal van 24 april 2025, pg. 96-117.
Proces-verbaal van bevindingen van 20 februari 2025, pg. 140-142.