Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:681
2026-02-11
Civiel recht
11908063 \ CV EXPL 25-3950
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Ontbinding en ontruiming wegens huurachterstand toegewezen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2018:1810 Hoge Raad 28-09-2018
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.083 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11908063 \ CV EXPL 25-3950
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING VINCIO WONEN,
te Hoensbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: Vincio,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 9,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- een door Vincio ingediend overzicht van de actuele betalingsachterstand,
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Vincio verhuurt met ingang van 30 maart 2022 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 799,85 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder] heeft een achterstand in de betaling van de huur laten ontstaan.
2.3.
Bij brief van 12 mei 2025 heeft Vincio [huurder] aangemaand om binnen vijftien dagen na bezorging van de brief het openstaande bedrag van € 1.886,80 aan achterstallige huur te voldoen, bij gebreke waarvan [huurder] € 342,45 exclusief btw aan incassokosten in het vooruitzicht zijn gesteld.
2.4.
Op 29 juli 2025 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen, inhoudende dat [huurder] iedere maand, naast de lopende huur, steeds € 125,00 voor de eerste van de maand aan Vincio dient te betalen.
2.5.
[huurder] heeft op 24 juli en 25 augustus 2025 aan Vincio een betaling verricht van in totaal € 250,00. Daarna heeft [huurder] niet meer betaald, waarna zij is gedagvaard.
3Het geschil
3.1.
Vincio vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, betaling van in totaal € 3.411,33, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2025, betaling van € 799,85 per maand aan huur/gebruikersvergoeding voor iedere maand na 1 oktober 2025 tot het tijdstip van ontruiming en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Het bedrag van € 3.411,33 kan volgens Vincio als volgt worden gespecificeerd:
€ 3.123,42 aan huurachterstand (hierna: de hoofdsom),
€ 8,73 aan wettelijke rente tot 18 september 2025,
€ 529,18 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw),
Op het totaalbedrag van € 3.661,33 heeft Vincio € 250,- aan betalingen in mindering gebracht.
3.3.
Vincio legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Vincio de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning.
3.4.
[huurder] erkent de huurachterstand.
4De beoordeling
Ambtshalve toetsing
4.1.
Verhuurder is een professionele verhuurder en huurder is een consument. Voordat de kantonrechter aan de inhoudelijke beoordeling toekomt moet de kantonrechter op grond van de Europese richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (richtlijn 1993/13) ambtshalve toetsen of sprake is van bedingen in de huurovereenkomst en/of de op die overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor huurders als consument. In dat verband heeft de kantonrechter artikel 13.2 van de algemene voorwaarden (over kort gezegd kosten in geval van niet nakoming van de huurovereenkomst) getoetst. Dit artikel geldt echter enkel in geval het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) niet van toepassing is. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat het beding niet oneerlijk is.
Ontbinding en ontruiming
4.2.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Als een huurder zijn verplichting om tijdig de huur betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter dient deze vordering alleen toe te wijzen als de huurachterstand dit rechtvaardigt. Als uitgangspunt geldt dat een huurachterstand van drie maanden of meer ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Zo is van belang of de lopende huur wordt betaald en of de huurder (een deel) van de achterstand alsnog heeft voldaan.
4.3.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand bijna vier maanden, hetgeen in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt. Vincio heeft op de mondelinge behandeling onbetwist gesteld dat zij geen betalingen heeft mogen ontvangen. Daarnaast is [huurder] ook een eerdere betalingsregeling niet (volledig) nagekomen. Bovendien is de huurachterstand verder opgelopen en bedraagt deze ten tijde van de mondelinge behandeling ruim vijf maanden. De huurachterstand is daarom, naar het oordeel van de kantonrechter, ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.4.
De kantonrechter zal de gevorderde ontbinding en ontruiming op grond van het voorgaande uitspreken. Vincio heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat zij niet tot ontruiming zal overgaan als [huurder] zich onder bewind laat stellen, de lopende huur tijdig en volledig blijft betalen en een betalingsregeling treft die maandelijks wordt nagekomen. In dat verband heeft [huurder] op de mondelinge behandeling aangegeven dat zij op 4 februari 2026 een intake heeft met Saldo in de Plus voor het instellen van bewind. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn in afwijking van de gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen, stellen op veertien dagen na betekening van het vonnis.
4.5.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Vincio heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Huurachterstand en rente
4.6.
Tussen partijen is de verschuldigdheid van het door Vincio gevorderde bedrag van € 3.123,42 aan huurachterstand en € 8,73 aan daarover berekende rente over de periode tot 18 september 2025 niet in geschil. De vordering wordt voor dit deel dan ook toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over voormeld bedrag aan huurachterstand vanaf de dag van dagvaarding, te weten 23 september 2025.
4.7.
Voor zover de vordering strekt tot vergoeding van rente op de rente van € 8,73 vanaf 23 september 2025 zal deze worden afgewezen, nu niet is gebleken dat dit in afwijking van artikel 6:119 lid 2 BW is afgesproken. Alleen over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, wordt opnieuw rente in rekening gebracht. Dat houdt in dat de rente op rente per 1 januari 2026 verschuldigd is. De kantonrechter zal dan ook de rente over rente pas vanaf 1 januari 2026 toewijzen.
Huur/gebruiksvergoeding
4.8.
Vincio maakt ook aanspraak op veroordeling van [huurder] tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 799,85, te rekenen vanaf de maand 1 oktober 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal op de voet van artikel 7:225 BW worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.9.
Vincio vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door Vincio verzonden veertiendagenbrief van 12 mei 2025 voldoet in beginsel aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen, echter is daarin een lager bedrag genoemd dan het gevorderde bedrag. Het gevorderde bedrag voor zover dit hoger is dan het bedrag in de veertiendagenbrief is niet verschuldigd, omdat er voor wat betreft het meerdere door Vincio geen nieuwe veertiendagenbrief is gestuurd. Dat betekent dat [huurder] slechts het in de aanmaning genoemde bedrag van € 342,45 verschuldigd is. Daarop moet het door [huurder] betaalde bedrag van € 250,00 in mindering worden gebracht. Uit de dagvaarding maakt de kantonrechter immers op dat [huurder] voorafgaande aan de dagvaarding een bedrag van € 250,00 heeft betaald. Het is niet duidelijk op welk bedrag de € 250,00 in mindering is gebracht. Conform artikel 6:44 BW wordt haar betaling allereerst in mindering gebracht op de buitengerechtelijke kosten van € 342,45. Dit betekent dat nog een bedrag van € 92,45 (€ 342,45 - € 250,00) aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.10.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vincio worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.291,95
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken en de sleutels af te geven aan Vincio,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Vincio:
€ 3.123,42 aan achterstallige huur tot en met 1 september 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 23 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
€ 8,73 aan rente tot en met 18 september 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 1 januari 2026 tot de dag van betaling,
€ 92,45 buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 23 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [huurder] om aan Vincio te betalen € 799,85 per maand vanaf 1 oktober
2025 tot en met het eind van de maand waarin de ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.5.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.291,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Artikel 6:265 BW.
HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 11908063 \ CV EXPL 25-3950
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING VINCIO WONEN,
te Hoensbroek,
eisende partij,
hierna te noemen: Vincio,
gemachtigde: [gemachtigde] ,
tegen
[huurder]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [huurder] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 9,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- een door Vincio ingediend overzicht van de actuele betalingsachterstand,
- de mondelinge behandeling van 8 januari 2026, waarvan door de griffier
aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
Vincio verhuurt met ingang van 30 maart 2022 aan [huurder] de woning aan het [adres] (hierna: de woning). De huur bedraagt € 799,85 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
2.2.
[huurder] heeft een achterstand in de betaling van de huur laten ontstaan.
2.3.
Bij brief van 12 mei 2025 heeft Vincio [huurder] aangemaand om binnen vijftien dagen na bezorging van de brief het openstaande bedrag van € 1.886,80 aan achterstallige huur te voldoen, bij gebreke waarvan [huurder] € 342,45 exclusief btw aan incassokosten in het vooruitzicht zijn gesteld.
2.4.
Op 29 juli 2025 zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen, inhoudende dat [huurder] iedere maand, naast de lopende huur, steeds € 125,00 voor de eerste van de maand aan Vincio dient te betalen.
2.5.
[huurder] heeft op 24 juli en 25 augustus 2025 aan Vincio een betaling verricht van in totaal € 250,00. Daarna heeft [huurder] niet meer betaald, waarna zij is gedagvaard.
3Het geschil
3.1.
Vincio vordert – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning, betaling van in totaal € 3.411,33, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2025, betaling van € 799,85 per maand aan huur/gebruikersvergoeding voor iedere maand na 1 oktober 2025 tot het tijdstip van ontruiming en een veroordeling in de proceskosten.
3.2.
Het bedrag van € 3.411,33 kan volgens Vincio als volgt worden gespecificeerd:
€ 3.123,42 aan huurachterstand (hierna: de hoofdsom),
€ 8,73 aan wettelijke rente tot 18 september 2025,
€ 529,18 aan buitengerechtelijke incassokosten (incl. btw),
Op het totaalbedrag van € 3.661,33 heeft Vincio € 250,- aan betalingen in mindering gebracht.
3.3.
Vincio legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [huurder] is in haar verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan haar betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Vincio de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van de woning.
3.4.
[huurder] erkent de huurachterstand.
4De beoordeling
Ambtshalve toetsing
4.1.
Verhuurder is een professionele verhuurder en huurder is een consument. Voordat de kantonrechter aan de inhoudelijke beoordeling toekomt moet de kantonrechter op grond van de Europese richtlijn oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (richtlijn 1993/13) ambtshalve toetsen of sprake is van bedingen in de huurovereenkomst en/of de op die overeenkomst toepasselijke algemene voorwaarden oneerlijk zijn voor huurders als consument. In dat verband heeft de kantonrechter artikel 13.2 van de algemene voorwaarden (over kort gezegd kosten in geval van niet nakoming van de huurovereenkomst) getoetst. Dit artikel geldt echter enkel in geval het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) niet van toepassing is. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat het beding niet oneerlijk is.
Ontbinding en ontruiming
4.2.
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Als een huurder zijn verplichting om tijdig de huur betalen niet nakomt, mag de verhuurder de rechter vragen om de huurovereenkomst te ontbinden. De rechter dient deze vordering alleen toe te wijzen als de huurachterstand dit rechtvaardigt. Als uitgangspunt geldt dat een huurachterstand van drie maanden of meer ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te ontbinden, maar de rechter moet alle omstandigheden afwegen. Zo is van belang of de lopende huur wordt betaald en of de huurder (een deel) van de achterstand alsnog heeft voldaan.
4.3.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand bijna vier maanden, hetgeen in beginsel ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning rechtvaardigt. Vincio heeft op de mondelinge behandeling onbetwist gesteld dat zij geen betalingen heeft mogen ontvangen. Daarnaast is [huurder] ook een eerdere betalingsregeling niet (volledig) nagekomen. Bovendien is de huurachterstand verder opgelopen en bedraagt deze ten tijde van de mondelinge behandeling ruim vijf maanden. De huurachterstand is daarom, naar het oordeel van de kantonrechter, ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
4.4.
De kantonrechter zal de gevorderde ontbinding en ontruiming op grond van het voorgaande uitspreken. Vincio heeft tijdens de mondelinge behandeling toegezegd dat zij niet tot ontruiming zal overgaan als [huurder] zich onder bewind laat stellen, de lopende huur tijdig en volledig blijft betalen en een betalingsregeling treft die maandelijks wordt nagekomen. In dat verband heeft [huurder] op de mondelinge behandeling aangegeven dat zij op 4 februari 2026 een intake heeft met Saldo in de Plus voor het instellen van bewind. De kantonrechter zal de ontruimingstermijn in afwijking van de gevorderde ontruimingstermijn van drie dagen, stellen op veertien dagen na betekening van het vonnis.
4.5.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Vincio heeft voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening.
Huurachterstand en rente
4.6.
Tussen partijen is de verschuldigdheid van het door Vincio gevorderde bedrag van € 3.123,42 aan huurachterstand en € 8,73 aan daarover berekende rente over de periode tot 18 september 2025 niet in geschil. De vordering wordt voor dit deel dan ook toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente over voormeld bedrag aan huurachterstand vanaf de dag van dagvaarding, te weten 23 september 2025.
4.7.
Voor zover de vordering strekt tot vergoeding van rente op de rente van € 8,73 vanaf 23 september 2025 zal deze worden afgewezen, nu niet is gebleken dat dit in afwijking van artikel 6:119 lid 2 BW is afgesproken. Alleen over achterstallige rente die over een vol jaar verschuldigd is, wordt opnieuw rente in rekening gebracht. Dat houdt in dat de rente op rente per 1 januari 2026 verschuldigd is. De kantonrechter zal dan ook de rente over rente pas vanaf 1 januari 2026 toewijzen.
Huur/gebruiksvergoeding
4.8.
Vincio maakt ook aanspraak op veroordeling van [huurder] tot het betalen van een maandelijks bedrag van € 799,85, te rekenen vanaf de maand 1 oktober 2025 tot het moment dat [huurder] het gehuurde ontruimt. Dit is de huurprijs per maand en na het ontbinden van de huurovereenkomst is dit een gebruiksvergoeding voor de tijd dat [huurder] nog in het gehuurde verblijft. Deze vordering zal op de voet van artikel 7:225 BW worden toegewezen.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.9.
Vincio vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [huurder] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De door Vincio verzonden veertiendagenbrief van 12 mei 2025 voldoet in beginsel aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen, echter is daarin een lager bedrag genoemd dan het gevorderde bedrag. Het gevorderde bedrag voor zover dit hoger is dan het bedrag in de veertiendagenbrief is niet verschuldigd, omdat er voor wat betreft het meerdere door Vincio geen nieuwe veertiendagenbrief is gestuurd. Dat betekent dat [huurder] slechts het in de aanmaning genoemde bedrag van € 342,45 verschuldigd is. Daarop moet het door [huurder] betaalde bedrag van € 250,00 in mindering worden gebracht. Uit de dagvaarding maakt de kantonrechter immers op dat [huurder] voorafgaande aan de dagvaarding een bedrag van € 250,00 heeft betaald. Het is niet duidelijk op welk bedrag de € 250,00 in mindering is gebracht. Conform artikel 6:44 BW wordt haar betaling allereerst in mindering gebracht op de buitengerechtelijke kosten van € 342,45. Dit betekent dat nog een bedrag van € 92,45 (€ 342,45 - € 250,00) aan buitengerechtelijke incassokosten zal worden toegewezen.
Proceskosten
4.10.
[huurder] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vincio worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
145,45
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.291,95
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde aan het [adres] ,
5.2.
veroordeelt [huurder] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken en de sleutels af te geven aan Vincio,
5.3.
veroordeelt [huurder] om te betalen aan Vincio:
€ 3.123,42 aan achterstallige huur tot en met 1 september 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 23 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
€ 8,73 aan rente tot en met 18 september 2025, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 1 januari 2026 tot de dag van betaling,
€ 92,45 buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van 23 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
5.4.
veroordeelt [huurder] om aan Vincio te betalen € 799,85 per maand vanaf 1 oktober
2025 tot en met het eind van de maand waarin de ontruiming heeft plaatsgevonden,
5.5.
veroordeelt [huurder] in de proceskosten van € 1.291,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [huurder] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Bisscheroux en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
Artikel 6:265 BW.
HR 28 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1810)