Rechtbank Limburg
ECLI:NL:RBLIM:2026:6621
2026-07-15
Civiel recht; Verbintenissenrecht
12181289 \ CV EXPL 26-1763
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
vordering toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (9.541 tekens)
RECHTBANK
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12181289 \ CV EXPL 26-1763
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V., h.o.d.n. [bedrijf 1],
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Proximedia,
gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf 2],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf 2] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[bedrijf 2] heeft met Proximedia een overeenkomst gesloten op 12 april 2024. De overeenkomst was aangegaan voor de duur van 24 maanden.
[bedrijf 2] heeft gekozen voor de producten “Landingspagina’s”, Call Tracking” en “Sea”. Er is een bedrag van € 277,09 per maand inclusief btw overeengekomen en [bedrijf 2] was ook een eenmalig bedrag van € 199,00 aan dossierkosten verschuldigd.
2.2.
Op 15 april 2024 heeft Proximedia een welkomstbrief aan [bedrijf 2] gestuurd.
2.3.
Het ontwikkelen van landingspagina’s wordt in samenwerking met de klant gedaan. Daartoe wordt een interview gehouden. Proximedia heeft een aantal e-mails gestuurd, waarin is aangegeven dat geprobeerd is telefonisch contact op te nemen met [bedrijf 2] .
3Het geschil
3.1.
Proximedia vordert - samengevat - veroordeling van [bedrijf 2] tot betaling van € 3.694,46 (€ 2.897,85 aan hoofdsom, € 361,93 aan rente en € 434,68 aan incassokosten), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[bedrijf 2] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Is er sprake van een wilsgebrek bij de totstandkoming van de overeenkomst?
4.1.
[bedrijf 2] voert in haar conclusie van dupliek aan dat er ten tijde van het sluiten van de overeenkomst sprake was van een rouwproces. Er is onvoldoende rekening gehouden met de emotioneel kwetsbare situatie waarin zij toen zat.
4.2.
Voor zover dit als een beroep op een wilsgebrek, waardoor de overeenkomst vernietigd kan worden, moet worden opgevat dan treft dit geen doel. Er is onvoldoende feitelijk en aantoonbaar onderbouwd dat er sprake is van feiten of omstandigheden op basis waarvan aangenomen kan worden dat de overeenkomst is gesloten terwijl sprake was van dwang, dwaling of eventueel bedrog. De kantonrechter neemt zeker wel aan dat [bedrijf 2] in een emotionele kwetsbare situatie bevond, maar dit is onvoldoende om uit te gaan van een wilsgebrek.
Is de overeenkomst door [bedrijf 2] opgezegd?
4.3.
[bedrijf 2] stelt zich op het standpunt de overeenkomst te hebben opgezegd. Dit heeft zij gedaan via een e-mail die, volgens [bedrijf 2] , op 12 april 2024 om 21.23 uur is gestuurd. Proximedia ontkent een opzegging te hebben ontvangen.
In de wet is opgenomen dat een verklaring pas resultaat heeft als die verklaring de ander heeft bereikt. Dat staat niet vast. Omdat deze pas bij de conclusie van dupliek is overgelegd, heeft Proximedia hierop ook niet kunnen reageren. De kantonrechter wil dan nog wel aannemen dat de e-mail is verstuurd, maar dat wil nog niet zeggen dat deze de ontvanger ook heeft bereikt. Dat is niet aangetoond.
4.4.
Mocht de opzegging overigens al wel zijn ontvangen, dan zou dit niet tot gevolg hebben dat [bedrijf 2] niets zou hoeven te betalen. Volgens artikel 8.3 van de schriftelijke overeenkomst is immers ook dan een vergoeding verschuldigd, te weten een forfaitaire vergoeding gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandelijkse termijnen voor de lopende periode tot aan de einddatum.
Wat moet [bedrijf 2] betalen?
4.5.
Proximedia heeft een bedrag van € 2.897,85 bij [bedrijf 2] in rekening gebracht. De kantonrechter constateert dat hiertegen geen verweer is gevoerd, althans niet tegen de hoogte van het bedrag. Dit staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast, zodat de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen.
4.6.
[bedrijf 2] heeft nog aangevoerd dat de werkzaamheden nooit zijn verricht. Er heeft geen intake of interview plaatsgevonden, geen inventarisatie van de wensen en er is ook geen overleg geweest over de inhoud van de website.
[bedrijf 2] verbindt hieraan echter geen (juridische) consequenties. Voor zover zij bedoelt dat Proximedia is tekort geschoten in de uitvoering van de werkzaamheden dan had het op de weg van [bedrijf 2] gelegen om Proximedia aan te manen, in gebreke te stellen en haar een termijn te geven om alsnog het werk goed te doen. Van dit alles is niets gebleken. Het is bovendien Proximedia feitelijk onmogelijk gemaakt om de overeenkomst na te komen zoals dit zou moeten omdat zij niet in contact kon komen met [bedrijf 2] , ondanks een aantal e-mails hierover.
4.7.
Proximedia stelt daarentegen dat zij een ‘Landingspagina’ en “Call Tracking’ heeft ontwikkeld en een SEA campagne heeft aangemaakt bij Google AdWords. Dit is onvoldoende onderbouwd weersproken door [bedrijf 2] . Dat zij gebruik heeft gemaakt van zogenoemde ‘stockfoto’s’ is niet vreemd omdat [bedrijf 2] geen eigen fotomateriaal heeft aangeleverd.
4.8.
De conclusie luidt daarom dat [bedrijf 2] de gevorderde hoofdsom moet betalen. Hierover is wettelijke handelsrente verschuldigd omdat niet (tijdig) is betaald.
De buitengerechtelijke kosten
4.9.
Proximedia vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [bedrijf 2] is deze verschuldigd op basis van de schriftelijke overeenkomst. Daarom zal een bedrag van € 434,68 worden toegewezen.
4.10.
[bedrijf 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Proximedia worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
130,16
- griffierecht
€
529,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.291,66
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [bedrijf 2] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 3.259,78, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 2.897,85, met ingang van 13 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [bedrijf 2] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 434,68 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [bedrijf 2] in de proceskosten van € 1.291,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
Productie 3 bij dagvaarding
Artikel 3:37 lid 3 BW
Artikel 7 van de overeenkomst
LIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Roermond
Zaaknummer: 12181289 \ CV EXPL 26-1763
Vonnis van 15 juli 2026
in de zaak van
PROXIMEDIA NEDERLAND B.V., h.o.d.n. [bedrijf 1],
te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Proximedia,
gemachtigde: Nouta Westland Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf 2],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [bedrijf 2] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De feiten
2.1.
[bedrijf 2] heeft met Proximedia een overeenkomst gesloten op 12 april 2024. De overeenkomst was aangegaan voor de duur van 24 maanden.
[bedrijf 2] heeft gekozen voor de producten “Landingspagina’s”, Call Tracking” en “Sea”. Er is een bedrag van € 277,09 per maand inclusief btw overeengekomen en [bedrijf 2] was ook een eenmalig bedrag van € 199,00 aan dossierkosten verschuldigd.
2.2.
Op 15 april 2024 heeft Proximedia een welkomstbrief aan [bedrijf 2] gestuurd.
2.3.
Het ontwikkelen van landingspagina’s wordt in samenwerking met de klant gedaan. Daartoe wordt een interview gehouden. Proximedia heeft een aantal e-mails gestuurd, waarin is aangegeven dat geprobeerd is telefonisch contact op te nemen met [bedrijf 2] .
3Het geschil
3.1.
Proximedia vordert - samengevat - veroordeling van [bedrijf 2] tot betaling van € 3.694,46 (€ 2.897,85 aan hoofdsom, € 361,93 aan rente en € 434,68 aan incassokosten), vermeerderd met rente en kosten.
3.2.
[bedrijf 2] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4De beoordeling
Is er sprake van een wilsgebrek bij de totstandkoming van de overeenkomst?
4.1.
[bedrijf 2] voert in haar conclusie van dupliek aan dat er ten tijde van het sluiten van de overeenkomst sprake was van een rouwproces. Er is onvoldoende rekening gehouden met de emotioneel kwetsbare situatie waarin zij toen zat.
4.2.
Voor zover dit als een beroep op een wilsgebrek, waardoor de overeenkomst vernietigd kan worden, moet worden opgevat dan treft dit geen doel. Er is onvoldoende feitelijk en aantoonbaar onderbouwd dat er sprake is van feiten of omstandigheden op basis waarvan aangenomen kan worden dat de overeenkomst is gesloten terwijl sprake was van dwang, dwaling of eventueel bedrog. De kantonrechter neemt zeker wel aan dat [bedrijf 2] in een emotionele kwetsbare situatie bevond, maar dit is onvoldoende om uit te gaan van een wilsgebrek.
Is de overeenkomst door [bedrijf 2] opgezegd?
4.3.
[bedrijf 2] stelt zich op het standpunt de overeenkomst te hebben opgezegd. Dit heeft zij gedaan via een e-mail die, volgens [bedrijf 2] , op 12 april 2024 om 21.23 uur is gestuurd. Proximedia ontkent een opzegging te hebben ontvangen.
In de wet is opgenomen dat een verklaring pas resultaat heeft als die verklaring de ander heeft bereikt. Dat staat niet vast. Omdat deze pas bij de conclusie van dupliek is overgelegd, heeft Proximedia hierop ook niet kunnen reageren. De kantonrechter wil dan nog wel aannemen dat de e-mail is verstuurd, maar dat wil nog niet zeggen dat deze de ontvanger ook heeft bereikt. Dat is niet aangetoond.
4.4.
Mocht de opzegging overigens al wel zijn ontvangen, dan zou dit niet tot gevolg hebben dat [bedrijf 2] niets zou hoeven te betalen. Volgens artikel 8.3 van de schriftelijke overeenkomst is immers ook dan een vergoeding verschuldigd, te weten een forfaitaire vergoeding gelijk aan 40% van de nog niet vervallen maandelijkse termijnen voor de lopende periode tot aan de einddatum.
Wat moet [bedrijf 2] betalen?
4.5.
Proximedia heeft een bedrag van € 2.897,85 bij [bedrijf 2] in rekening gebracht. De kantonrechter constateert dat hiertegen geen verweer is gevoerd, althans niet tegen de hoogte van het bedrag. Dit staat daarom als niet weersproken tussen partijen vast, zodat de gevorderde hoofdsom kan worden toegewezen.
4.6.
[bedrijf 2] heeft nog aangevoerd dat de werkzaamheden nooit zijn verricht. Er heeft geen intake of interview plaatsgevonden, geen inventarisatie van de wensen en er is ook geen overleg geweest over de inhoud van de website.
[bedrijf 2] verbindt hieraan echter geen (juridische) consequenties. Voor zover zij bedoelt dat Proximedia is tekort geschoten in de uitvoering van de werkzaamheden dan had het op de weg van [bedrijf 2] gelegen om Proximedia aan te manen, in gebreke te stellen en haar een termijn te geven om alsnog het werk goed te doen. Van dit alles is niets gebleken. Het is bovendien Proximedia feitelijk onmogelijk gemaakt om de overeenkomst na te komen zoals dit zou moeten omdat zij niet in contact kon komen met [bedrijf 2] , ondanks een aantal e-mails hierover.
4.7.
Proximedia stelt daarentegen dat zij een ‘Landingspagina’ en “Call Tracking’ heeft ontwikkeld en een SEA campagne heeft aangemaakt bij Google AdWords. Dit is onvoldoende onderbouwd weersproken door [bedrijf 2] . Dat zij gebruik heeft gemaakt van zogenoemde ‘stockfoto’s’ is niet vreemd omdat [bedrijf 2] geen eigen fotomateriaal heeft aangeleverd.
4.8.
De conclusie luidt daarom dat [bedrijf 2] de gevorderde hoofdsom moet betalen. Hierover is wettelijke handelsrente verschuldigd omdat niet (tijdig) is betaald.
De buitengerechtelijke kosten
4.9.
Proximedia vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. [bedrijf 2] is deze verschuldigd op basis van de schriftelijke overeenkomst. Daarom zal een bedrag van € 434,68 worden toegewezen.
4.10.
[bedrijf 2] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Proximedia worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
130,16
- griffierecht
€
529,00
- salaris gemachtigde
€
506,00
(2 punten × € 253,00)
- nakosten
€
126,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.291,66
5De beslissing
De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [bedrijf 2] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 3.259,78, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 2.897,85, met ingang van 13 maart 2026, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt [bedrijf 2] om aan Proximedia te betalen een bedrag van € 434,68 aan buitengerechtelijke kosten,
5.3.
veroordeelt [bedrijf 2] in de proceskosten van € 1.291,66, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [bedrijf 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. Van den Berg Jeths-van Meerwijk en in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.
Productie 3 bij dagvaarding
Artikel 3:37 lid 3 BW
Artikel 7 van de overeenkomst