Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:3709

2026-04-29 Civiel recht; Burgerlijk procesrecht C/03/344751 / HA ZA 25-370
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-04-29
Publicatiedatum
2026-04-17
Rechtsgebied
Civiel recht; Burgerlijk procesrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/03/344751 / HA ZA 25-370
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Vonnis in incident tot tussenkomst. Vordering tot tussenkomst toegewezen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.656 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: C/03/344751 / HA ZA 25-370




Vonnis in incident van 29 april 2026




in de zaak van



de rechtspersoon naar buitenlands recht


[bedrijf] Ltd,

te [plaats 1] (Australië),
eisende partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [bedrijf] ,
advocaat: mr. M.A.J. Emonds,



tegen





[persoon 1]
,
te [plaats 2] (België),
gedaagde partij in de hoofdzaak,
verwerende partij in het incident,
hierna te noemen: [persoon 1] ,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin,



en





[persoon 2]
,
te [plaats 2] (België),
eisende partij in het incident tot tussenkomst,
hierna te noemen: [persoon 2] ,
advocaat: mr. B.H.A. Augustin.






1De procedure


1.1.
Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:



het vonnis in incident van 26 november 2025


de akte overlegging productie 14 van [bedrijf]


de conclusie van antwoord


de incidentele conclusie tot tussenkomst van [persoon 2]


de incidentele conclusie van antwoord van [bedrijf]





1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.





2De beoordeling


2.1.
In de hoofdzaak vordert [bedrijf] veroordeling van [persoon 1] tot betaling van € 96.591,24 vermeerderd met de contractuele rente over de hoofdsom van € 42.000,-. Zij legt aan haar vordering ten grondslag dat [bedrijf] een geldleningsovereenkomst heeft gesloten met Suno Advocaten BV. [persoon 1] heeft in privé meegetekend voor de geldleningsovereenkomst en is hoofdelijk aansprakelijk voor de nakoming daarvan. Suno Advocaten BV heeft niet voldaan aan haar betalingsverplichting, zodat [bedrijf] [persoon 1] aanspreekt tot betaling van het openstaande bedrag inclusief rente en kosten.



2.2.

[persoon 1] voert in de hoofdzaak verweer tegen de vordering van [bedrijf] .



2.3.
In het incident vordert [persoon 2] dat haar wordt toegestaan in de hoofdzaak tussen te komen. [persoon 2] is de echtgenote van [persoon 1] . Zij stelt dat zij belang heeft bij de gevorderde tussenkomst, omdat zij in deze procedure een verklaring voor recht wil hebben dat zij de overeenkomst van borgstelling heeft vernietigd op grond van artikel 1:89 BW. Zij voert hierbij aan dat [persoon 1] zich borg heeft gesteld voor de geldlening, waarvoor het toestemmingsvereiste ex artikel 1:88 jo. 1:89 BW geldt. Deze toestemming is door [persoon 2] nimmer gegeven, zodat de borgstelling vernietigd kan worden.



2.4.

[bedrijf] heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen de door [persoon 2] gevorderde tussenkomst, maar voert inhoudelijk verweer tegen de door [persoon 2] te vorderen verklaring voor recht.



2.5.
De rechtbank overweegt als volgt. De vordering tot tussenkomst van [persoon 2] is gebaseerd op artikel 217 Rv. In dat artikel is bepaald dat ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding kan vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen. [persoon 2] heeft gemotiveerd aangevoerd waarom zij belang heeft bij tussenkomst en de partijen in de hoofdzaak hebben geen verweer gevoerd tegen de vordering tot tussenkomst.



2.6.
Er is naar het oordeel van de rechtbank voldoende samenhang tussen de vordering die [persoon 2] wenst in te stellen en het geschil dat in de hoofdzaak ter beoordeling voorligt. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [persoon 2] voldoende belang heeft om te kunnen tussenkomen in het geschil in de hoofdzaak.



2.7.
Naar het oordeel van de rechtbank kan in het incident geen van partijen als de in het ongelijk gestelde partij worden beschouwd. Daarom zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.



Vervolg van de procedure





2.8.
Wanneer verlof tot tussenkomst wordt verleend, wordt de zaak verwezen naar de rol voor het indienen van een conclusie van eis aan de zijde van de tussenkomende partij, in dit geval [persoon 2] . De rechtbank zal de zaak dan ook verwijzen naar de rol voor het instellen van een vordering door [persoon 2] , waarbij zij dan ook dient aan te geven jegens welke partij(en) deze vordering wordt ingesteld.





3De beslissing


De rechtbank




in het incident




3.1.
laat [persoon 2] toe als tussenkomende partij in de hoofdzaak,



3.2.
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,



in de hoofdzaak





3.3.
verwijst de zaak naar de rol van 10 juni 2026 voor conclusie van eis aan de zijde van [persoon 2] ,



3.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. Kluin en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.