Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Limburg

ECLI:NL:RBLIM:2026:2844

2026-04-01 Civiel recht; Verbintenissenrecht C/03/339667 / HA ZA 25-103
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Limburg
Uitspraakdatum
2026-04-01
Publicatiedatum
2026-03-26
Rechtsgebied
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure
Bodemzaak
Zaaknummer
C/03/339667 / HA ZA 25-103
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Formele procesketen

Inhoudsindicatie

Herstelvonnis. Geen sprake van een fout dit zich leent voor eenvoudig herstel.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.546 tekens)
RECHTBANK Limburg


Civiel recht



Zittingsplaats Roermond



Zaaknummer: C/03/339667 / HA ZA 25-103




Herstelvonnis van 1 april 2026




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. B.R. van Buul,



tegen




JUWON ONDERLINGE SCHADE MAATSCHAPPIJ U.A.,
te IJsselstein,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Juwon,
advocaat: mr. S.C. Banga.






1Het verzoek tot herstel


1.1.
bij e-mailbericht van 5 februari 2026 heeft mr. Banga namens [eiser] de rechtbank verzocht om herstel van het op 28 januari 2026 in deze zaak gewezen vonnis (hierna: het vonnis) en wel als volgt.



1.2.
In het vonnis is onder 2.4 vermeld: ‘… tijdens zijn familievakantie in Roemenië’. In plaats van ‘Roemenië’, hoort hier ‘Armenië’ te staan. [eiser] verzoekt het vonnis op dit punt te herstellen, omdat volgens hem sprake is van een kennelijke schrijffout.



1.3.
Verder verzoekt [eiser] het vonnis te herstellen op het volgende punt. [eiser] stelt dat hij een voorwaardelijke eis in reconventie heeft ingesteld, maar de rechtbank deze ten onrechte als een onvoorwaardelijke eis in reconventie heeft behandeld. Uit de titel van de conclusie van antwoord van [eiser] en het kopje op pagina 42 blijkt namelijk dat het om een voorwaardelijke eis gaat. Nu de voorwaarde (‘dat in reconventie wordt geoordeeld dat Juwon terecht geen uitkering heeft gedaan wegens opzettelijke misleiding door [eiser] ’) niet in vervulling is gegaan, had de beoordeling en behandeling van de eis in reconventie, en dus ook de proceskostenveroordeling in reconventie, achterwege moeten blijven. [eiser] is dan ook ten onrechte veroordeeld in de proceskosten in reconventie.







2De beoordeling


2.1.
De rechtbank wijst het verzoek om herstel van ‘Roemenië’ naar ‘Armenië’ onder 2.4 van het vonnis toe. De rechtbank overweegt dat inderdaad sprake is van een kennelijke schrijffout die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv). Dit wordt ook door Juwon erkend. Het vonnis zal daarom worden aangepast.



2.2.
Op het verzoek van [eiser] om herstel van het vonnis ten aanzien van de (on)voorwaardelijke eis in reconventie heeft mr. Van Buul namens Juwon gereageerd dat geen sprake is van een kennelijke fout in de zin van artikel 31 Rv die zich leent voor eenvoudig herstel. De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 31 Rv te allen tijde een vonnis verbetert op verzoek van een partij als sprake is van een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. In casu is daarvan geen sprake. De rechtbank realiseert zich dat zij inderdaad de vordering in reconventie gelet op de voorwaarde waaronder die was ingesteld, niet had moeten behandelen nu aan die voorwaarde niet is voldaan, maar dit kan gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen alleen middels het instellen van hoger beroep worden gecorrigeerd. De rechtbank wijst het verzoek van [eiser] daarom op dit punt af.





3De beslissing


De rechtbank



3.1.

bepaalt dat punt 2.4 van het op 28 januari 2026 gewezen vonnis als volgt komt te luiden:
‘[eiser] heeft op 31 juli 2023 bij Juwon gemeld dat op 29 juli 2023 4 (zonne)brillen, 2 ringen, een horloge en een armband zijn gestolen tijdens zijn familievakantie in Armenië. Als gevolg daarvan claimt hij een schade van € 142.440,00’,




3.2.
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 1 april 2026 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 28 januari 2026,



3.3.
gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 28 januari 2026 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van de rechtbank te retourneren,



3.4.
wijs het meer of anders verzochte af.



Dit vonnis is gewezen door mr. Timmermans-Vermeer en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.